Op grond van de 'Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen' moeten gemeenten vennootschapsbelasting betalen over eventuele winsten die met ondernemingsactiviteiten worden gerealiseerd. Deze wet is sinds 2016 van kracht. Tot en met 2023 waren wij geen vennootschapsbelasting verschuldigd. De aangifte vennootschapsbelasting 2024 zullen wij opstellen in 2025. Hierin zal duidelijk worden of wij over 2024 vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.
Overige toelichtingen
Stelpost onvoorzien
Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - Stelpost onvoorzienVoor uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn, beschikken wij over een post onvoorzien. Dit bedrag is structureel € 100.000. In 2024 is geen gebruik gemaakt van deze stelpost en valt daarom volledig vrij in het jaarrekeningresultaat.
Overhead
Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - OverheadIn onderstaande tabel geven wij inzicht in de overhead in 2024. Overhead zijn kosten, die niet een directe relatie hebben met onze dienstverlening. Het gaat om kosten van ondersteunende functies in de bedrijfsvoering zoals leidinggevenden, secretariaat, post en archief, facilitaire kosten, huisvesting, ICT, medewerkers personeelszaken, inkoop, juridische zaken en overige personele kosten zoals werving en selectie, opleidingen en Arbo.
In de tabel sluiten wij aan bij de verplichte indeling conform de taakvelden. Een weergave van de taakvelden is in de bijlage van dit jaarverslag opgenomen. Dit is een andere dwarsdoorsnede dan onze programma- en productenindeling.
OVERZICHT OVERHEAD | |||
---|---|---|---|
(bedragen x € 1.000) | |||
Primitieve Begroting | Begroting na wijz. | Werkelijk 2024 | |
Automatisering | 2.889 | 2.979 | 3.106 |
Facilitaire zaken | 721 | 711 | 698 |
Huisvesting | 390 | 390 | 1.272 |
Ondersteuning organisatie | 8.388 | 9.479 | 9.695 |
Overige personele kosten | 2.742 | 1.728 | 2.497 |
Totaal overhead | 15.130 | 15.287 | 17.268 |
Vanuit deze dwarsdoorsnede van onze begroting zien wij dat op facilitaire zaken na, alle onderdelen hoger uitvallen dan begroot. De grootste verschillen zitten in de onderdelen Ondersteuning organisatie, overige personeelskosten en Huisvesting.
Voor Ondersteuning organisatie en overige personeelskosten zien we dat we als organisatie zijn gegroeid. Dit resulteert in een toename van de kosten binnen bedrijfsvoering voor onder meer werving en selectie, devices en licenties, salarissen en inhuur. In de ‘overige personeelskosten’ zien we een daarnaast een grote kostenstijging doordat meer medewerkers gebruik hebben gemaakt van de regeling vervroegduittreden (RVU-regeling) dan begroot.
Doordat medewerkers gebruik mogen maken van ouderschapsverlof dienen wij deze uren ook te voorzien in de voorziening spaarverlof. De waarde van deze uren hebben wij gestort in de voorziening. Ook een stijging van het gemiddelde uurtarief heeft een nadelig effect hierop. Als laatste hebben wij vooruitlopend op de besluitvorming een voorziening voor de implementatie van een nieuwe functiewaarderingssysteem gevormd.
Op basis van bovenstaande dwarsdoorsnede laat de huisvesting een nadeel zien. Dit is echter alleen een effect op basis van de technische doorrekening die wij in deze tabel dienen te maken en doet geen afbreuk aan de actualiteit van onze begroting.
Incidentele en structurele baten en lasten
Terug naar navigatie - Overige toelichtingen - Incidentele en structurele baten en lastenOVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN | ||
---|---|---|
Bedragen x € 1.000 | ||
2024 | ||
Programma | Lasten | Baten |
1. Bouwen voor de samenleving | 1.586 | 368 |
2. Duurzaamheid | 270 | 55 |
3. Samen | 3.079 | 5.079 |
4. Eigenheid dorpen en wijken | 263 | 260 |
5. Fundering voor de toekomst | 949 | |
6. Financiering en dekkingsmiddelen | 584 | 11.964 |
Totaal | 6.731 | 17.726 |
Saldo | 10.995 | |