Meer
Publicatiedatum: 13-12-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Op deze pagina treft u zeven paragrafen aan. Deze paragrafen geven informatie over het beleid en de belangrijkste beheersmatige onderwerpen van onze gemeente. Het is een andere dwarsdoorsnede van de begroting van de zes programma's. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). 

 

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid een aantal uitgangspunten geformuleerd. De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekeningen van onze tarieven en heffingen:

  • de lokale lastendruk dient in overeenstemming te zijn met de bestuurlijke ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente;
  • lokale heffingen zijn kostendekkend;
  • lokale heffingen worden vastgesteld conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het bestuursakkoord en de kaderbrief.


Kwijtscheldingsbeleid
Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing (met uitzondering van de extra container) en de rioolheffing (gebruikersdeel).

 

Belastingopbrengsten en tarieven

BELASTINGOPBRENGSTEN
Bedragen × € 1.000
2018 2019 Verschil Verdeling
Onroerende-zaakbelastingen 8.390 8.513 124 46,3%
Afvalstoffenheffing 3.938 4.168 231 22,7%
Rioolheffing 3.536 3.632 97 19,8%
Toeristenbelasting 1.750 1.750 0 9,5%
Forensenbelasting 94 96 2 0,5%
Reclamebelasting 80 81 1 0,4%
BIZ-bijdrage 130 130 0 0,7%
Totaal geraamde opbrengst 17.917 18.370 454 100%

De tarieven voor de lokale lasten hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. Daarbij laten wij de huidige tarieven in 2018 en de voorgestelde tarieven voor 2019 zien. 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2018 2019
Onroerende-zaakbelastingen woningen -2,0%, niet-woningen 0%
Eigenaren woningen 0,1891% 0,1853%
Eigenaren niet-woningen 0,1891% 0,1891%
Gebruikers niet-woningen 0,1576% 0,1576%
Rioolheffing +2,0%
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2018 en € 187.200 in 2019,
met een waterverbruik van 120 m3
Gebruikers: rioolheffing afvalwater,
categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 105,72 € 107,83
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 61,07 € 62,29
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0193% 0,0197%
0,0193% resp. 0,0197% van de WOZ-waarde € 34,74 € 36,88
Afvalstoffenheffing +5,75%
Eenpersoonshuishouden € 229,74 € 242,95
Meerpersoonshuishouden € 276,74 € 292,65
Extra container GFT € 66,14 € 69,94
Extra container PMD € 66,14 € 69,94
Extra container Rest € 132,28 € 139,89
Reclamebelasting +1,6%
1-3 aankondigingen € 447,90 € 455,07
4 en meer aankondigingen € 615,59 € 625,44
Toeristenbelasting € 1,25 € 1,25
Forensenbelasting +1,6%
Forensenbelasting < woz-waarde € 120.000 woz-waarde="" €=""> € 315,74 € 320,79
Forensenbelasting > WOZ-waarde € 120.000 € 378,62 € 384,68

Toelichtingen

Onroerende-zaakbelastingen (Ozb)
Voor de Ozb-tarieven hebben wij voor 2019 de volgende uitgangspunten geformuleerd :

  • de geïndexeerde opbrengst van de belastingen is leidend bij het berekenen van de tarieven;
  • de tarieven worden zodanig aangepast dat de begrote opbrengst wordt gerealiseerd;
  • de tarieven voor de woningeigenaar dalen met 2,0%;
  • de tarieven voor eigendom en gebruik van de niet-woningen gelijk blijven aan 2018.

In 2017 is in het kader van artikel 213a Gemeentewet een onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor de benutting van het gemeentelijk belastinggebied. Eén van de aanbevelingen in dat onderzoek had betrekking op de mogelijkheid van nadere tariefdifferentiatie binnen de Ozb. Deze aanbeveling is gebaseerd op de conclusie dat wij als gemeente een bovengemiddeld Ozb-tarief voor woningen en een relatief laag Ozb-tarief niet-woningen hebben. Met de voornoemde uitgangspunten willen wij uitvoering geven aan de verdere differentiatie van de tarieven. Voorheen hanteerder wij voor eigenaren van woningen en niet-woningen één tarief. Vanaf 2019 zijn de tarieven voor eigenaren van woningen en niet-woningen niet meer aan elkaar gelijk.

Wij verwachten een waardestijging van 4,0% voor woningen en waardestijging van 2,0% voor niet-woningen. Factoren zoals bezwaar, beroep, mutaties, nieuwbouw en sloop leiden er toe dat de totale WOZ-waarde in onze gemeente continu aan veranderingen onderhevig is.



Rioolheffing
De grondslagen voor de rioolheffingen zijn:

  • waterverbruik voor het afvalwater door middel van vier staffels;
  • vastrecht voor het hemelwater en grondwater voor de openbare ruimte;
  • WOZ-waarde voor het hemelwater en grondwater voor de particuliere percelen.

Als uitgangspunt hanteren wij 100% kostendekkendheid.

KOSTENDEKKENDHEID RIOLERING
Bedragen x € 1.000
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten -3.458
Inkomsten taakveld, excl. heffingen -
Onttrekking voorziening riolering 162
Directe kosten -3.296
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -319
BTW -
Totale kosten -3.615
Opbrengst heffingen 3.632
Dekkingspercentage 100%

De totale inkomsten uit de rioolheffing bedragen € 3.632.000. Wij onttrekken uit de voorziening riolering € 162.000 om de schommelingen in het investeringsvolume, en als gevolg daarvan schommelingen in de tarieven, op te vangen. Op deze wijze toppen wij voor inwoners de effecten van onze investeringen af.

 

Afvalstoffenheffing
Voor reiniging, zoals bedoeld in het kader van de afvalstoffenheffing, is de kostendekkendheid als volgt berekend:

KOSTENDEKKENDHEID AFVAL
Bedragen x € 1.000
Kosten taakveld afval, incl. rente en directe personeelskosten -3.835
Inkomsten taakveld, excl. heffingen 521
Directe kosten -3.314
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -101
BTW -754
Totale kosten -4.169
Opbrengst heffingen 4.168
Dekkingspercentage 100%

Verhoging landelijk tarief verbrandingsbelasting 
Op Prinsjesdag is bekend geworden dat de landelijke afvalstoffenbelasting op restafval fors gaat stijgen vanaf 1 januari 2019. Het kabinet wil namelijk dat Nederland meer grondstoffen gaat hergebruiken en minder afval gaat verbranden. Daarom gaan de tarieven voor de afvalstoffenbelasting omhoog. Het tarief voor het storten en verbranden van afvalstoffen binnen Nederland gaat omhoog van € 13,21 naar € 31,39 per 1000 kilogram. Dit heeft een behoorlijk effect op onze kosten voor afvalverwijdering en –verwerking, namelijk € 175.000. Samen met de prijsindexatie leidt dit tot een tariefverhoging van 5,75%. 

In de kosten voor reiniging zijn ook de kosten voor de verwerking van afval uit onze twee milieustraten in Zweeloo en Coevorden opgenomen.

Om het scheiden van restafval te stimuleren hanteren wij voor een extra restafval container een verhoogd tarief. Tegelijkertijd is het mogelijk om een extra PMD-container aan te vragen. Verder is het onder voorwaarden mogelijk  om vermindering te krijgen van het tarief voor één extra restafvalcontainer,  in geval er vanwege medische omstandigheden sprake is van extra afvalstoffen.

De nieuwe tarieven en bepalingen zijn opgenomen in de ‘Verordening afvalstoffenheffing Coevorden 2019’ en het bijbehorende raadsvoorstel. 

 

Toeristenbelasting
Het tarief voor de toeristenbelasting blijft in 2019 gelijk aan 2018, te weten € 1,25 per persoon per overnachting. Voor 2019 houden wij rekening met 1.400.000 overnachtingen. Dit aantal is gelijk aan het niveau van 2018.

Op grond van de Programmabegroting 2016 wordt het tarief eens per drie jaar met € 0,05 verhoogd. Dit besluit is destijds meerjarig verwerkt in de begroting. Dit betekent dat in 2019 het tarief met € 0,05 verhoogd zou worden naar € 1,30. Op basis van de uitgangspunten voor de toeristenbelasting in het coalitieakkoord verhogen wij het tarief in 2019 niet. Wij gaan onderzoeken of er verschillende tarieven gehanteerd kunnen worden, waarbij de opbrengst van de toeristenbelasting blijft per saldo gelijk blijft.
Het effect van het bevriezen van de tarieven voor 2019 is een incidenteel nadeel van € 70.000 in 2019. Dit is in de kaderbrief verwerkt. 

 

Bouwvergunningen
De uitgangspunten voor het legesstelsel van omgevingsvergunning bouw (‘bouwvergunningen’) zijn:

  • degressiviteit;
  • transparantie;
  • een maximumtarief in de hoogste staffel;
  • 100% kostendekkendheid.

Wij hebben sinds de start van de economische crisis al een aantal jaren onze verwachtingen ten aanzien van de bouwvergunningverlening naar beneden moeten bijstellen. Hierdoor stonden de inkomsten onder druk. Wij zien sinds een aantal jaren herstel optreden in het volume van de bouwaanvragen en in de opbrengst uit de leges.

In 2017 hebben wij de capaciteit op toezicht en handhaving uitgebreid. De extra kosten die hiermee gemoeid zijn hebben wij verdisconteerd in de toe te rekenen kosten.

Wij verhogen de tarieven voor de leges omgevingsvergunning met 1,6% prijsindexatie. 

Onze legesverordening kent een degressief stelsel en het systeem van kruissubsidiering binnen de hoofdstukken van de legesverordening. Bij een hoge bouwsom betaalt de aanvrager een relatief hoog legesbedrag.  Het degressieve stelsel brengt met zich mee dat bij hogere bedragen een relatief lager percentage in rekening wordt gebracht. Ook is om onbillijkheden te voorkomen in overeenstemming met de geldende jurisprudentie een maximum legesbedrag in de verordening opgenomen. Voor bepaalde categorieën bouwvergunningen betekent dit dat de leges hoger zijn dan de kosten van toetsing die in dat concrete geval worden gemaakt. Voor bouwaanvragen met een lager bedrag aan bouwkosten kan het omgekeerde aan de orde zijn. De kosten worden in die gevallen niet gedekt door de leges. 100 % kostendekkendheid zal daar leiden tot onevenredige leges.

De kostendekkendheid van de bouwleges schetsen wij u in onderstaand overzicht. De kostendekkendheid daalt in dit scenario van 100% op begrotingsbasis in 2018, naar 86% in 2019. Wij zien dat het aantal bouwvergunningen ten opzichte van eerdere jaren min of meer gelijk blijft. De gemiddelde bouwsom laat echter een daling zien. De benodigde opbrengst wordt op basis van dit scenario niet gerealiseerd. Wij hebben de begrote opbrengst niet met de prijsindexatie van 1,6% verhoogd. Omdat wij met een kostendekkendheid van 86% afwijken van onze uitgangspunten, zullen wij in 2019 de inkomsten nauwgezet monitoren en onderzoeken of de dalende inkomsten, ook in relatie met de komst van de Omgevingswet, een structureel karakter lijken te hebben. 

 

KOSTENDEKKENDHEID OMGEVINGSVERGUNNING
Bedragen x € 1.000
Kosten omgevingsvergunningen, incl. rente en directe personeelskosten -650
Inkomsten taakveld, excl. heffingen
Netto kosten taakveld -650
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -309
BTW -
Totale kosten -959
Opbrengst heffingen 827
Dekkingspercentage 86%

Berekening tarieven
Conform de nieuwe vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan onze tariefberekeningen, verwoordden wij al bij aanvang van deze paragraaf. De wijze waarop wij deze uitgangspunten bij de tariefstelling hebben gehanteerd, is als volgt:
"In de integrale kostprijsberekeningen bepalen wij aan de hand van de vastgestelde formatie voor de betreffende producten het aantal toe te rekenen uren. Jaarlijks beoordelen wij of een herziening van de toe te rekenen uren noodzakelijk is. Het uurtarief dat wordt gehanteerd, bevat naast de directe loonkosten ook een opslag voor de kosten van overhead."

Kruissubsidiëring  leges 

Voor diverse diensten en producten heffen wij leges. Deze leges zijn bedoeld om de kosten die wij maken voor het verlenen van deze diensten en het verstrekken van deze producten te dekken. Wettelijke bepalingen (Gemeentewet) verbieden het ons dat de inkomsten van deze leges de gemaakte kosten overtreffen. Daarmee wordt voorkomen dat wij met deze leges ook andere activiteiten financieren. Opbrengsten mogen hooguit kostendekkend zijn.  Dit wordt berekend bij de samenstelling van de begroting en dus voordat de belasting- en legesverordeningen zijn vastgesteld.
Bij leges waarbij de tarieven voor verschillende diensten en producten in één verordening worden geregeld, is het uitgangspunt dat de kostendekkendheid wordt beoordeeld op totaalniveau van de verordening. De totale kosten van de activiteiten worden gedekt door de totale baten van de leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere dienst. Er zijn twee uitzonderingen op dit uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring:

  • de Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen
  • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten

Onze legesverordening (Verordening leges Coevorden 2019) bestaat uit drie onderdelen, namelijk:

  • titel I: Algemene Dienstverlening (o.a. Rijbewijzen, Reisdocumenten, Burgerlijke stand)
  • titel II: Fysieke leefomgeving (o.a. Omgevingsvergunningen, Structuur- en ontwikkelplannen)
  • titel III: Europese Dienstenrichtlijn (o.a. Marktgelden)

Wij hebben daarom van de legesverordening per titel de kostendekkendheid in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat binnen de legesverordening  geen sprake is van kruissubsidiëring. Bij geen van de drie titels is namelijk sprake van overdekking. Op totaalniveau is de legesverordening 74% kostendekkend. 

Kostendekkendheid leges, per titel
Bedragen x € 1.000
Titel I Titel II Titel III Totaal
Kosten taakvelden incl. rente en directe personeelskosten 620 755 76 1.451
Toe te rekenen overhead 210 323 34 567
Totale kosten 830 1.078 110 2.018
Opbrengsten 541 913 42 1.496
Saldo 289 166 67 522
Kostendekkendheid 65% 85% 39% 74%

Gemeentelijke woonlasten / gemiddelde lastendruk over 2019
In onderstaand overzicht geven wij een viertal rekenvoorbeelden van de gemiddelde lastendruk voor de burger. In het rekenvoorbeeld hanteren wij een woning met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2018, die naar verwachting stijgt met 4,0% naar een waarde van € 187.200 in 2019. Wij gaan in dit voorbeeld uit van een waterverbruik tot 150 m3.

 

Rekenvoorbeeld 1 Rekenvoorbeeld 2
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Eigenaar en gebruiker Eigenaar en gebruiker
2018 2019 2018 2019
OZB € 340 € 347 OZB € 340 € 347
Rioolheffing € 202 € 207 Rioolheffing € 202 € 207
Afvalstoffenheffing € 277 € 293 Afvalstoffenheffing € 230 € 243
Totaal € 819 € 847 Totaal € 772 € 797
Effect lokale lasten + 3,4% Effect lokale lasten + 3,2%
Rekenvoorbeeld 3 Rekenvoorbeeld 4
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Huurder en gebruiker Huurder en gebruiker
2018 2019 2018 2019
Rioolheffing € 106 € 108 Rioolheffing € 106 € 108
Afvalstoffenheffing € 277 € 293 Afvalstoffenheffing € 230 € 243
Totaal € 383 € 401 Totaal € 336 € 351
Effect lokale lasten + 4,7% Effect lokale lasten + 4,5%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:

‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het realiseren van een gezonde financiële positie;
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

 

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Hieronder worden de in het risicoprofiel weergegeven risico’s nader omschreven. Wij maken hierbij onderscheid in incidentele en structurele risico’s.

 

Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 2,3
€ 500.000 - € 1.000.000 1
€ 200.000 - € 500.000 6 7
€ 50.000 - € 200.000 4
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties
kans kans kans kans kans
<1%> <10%> <25%> <50%> >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een vijftal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor doet. De vijf risico’s worden hieronder toegelicht.

 

N34

De provincies Drenthe en Overijssel hebben als doel om de N34 tussen Coevorden en de Witte Paal (N36) op een duurzame en veilige wijze in te richten. Hiervoor wordt onder meer ter hoogte van Klooster een ongelijkvloerse kruising gerealiseerd. Dit deel van het project zal begin 2019 worden afgerond en wij verwachten geen grote risico's meer te lopen. Daarom is het risicoprofiel ten opzichte van vorig jaar naar beneden bijgesteld naar een niveau van € 60.000.  

 

Europark

GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH heeft een financiering van maximaal € 7 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Voor deze financiering staan wij en de Sammtgemeinde Emlichheim elk voor de helft garant. Het risico van de gemeente Coevorden is maximaal € 3,5 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet schatten wij in op 15%. Het uitgangspunt is dat de GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH zich zonder extra financiële steun van de gemeente moet ontwikkelen. Mocht op enig moment onverhoopt toch een beroep op onze gemeente worden gedaan voor financiële steun dan is de maximale bijdrage beperkt tot € 525.000. Door verkopen is de financiering van GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH op dit moment tot ruim onder de € 7 miljoen gedaald.

 

Grondexploitaties

In het kader van voorliggende begroting hebben wij de risico’s van de grondexploitaties opnieuw geanalyseerd. De totaal verwachte boekwaarde is bruto circa € 13,5 miljoen. Dit resulteert in een maximaal risico voor 2019 van € 3,1 miljoen. De totale boekwaarde zal in de komende periode (tot 2022) afnemen naar een niveau van circa € 4,9 miljoen. Als gevolg daarvan zal ook het risico de komende jaren afnemen.

 

Garantstelling Dutch Techzone

De Arbeidsmarktregio Drenthe en de gemeente Hardenberg hebben het initiatief genomen tot een sectorplanaanvraag voor de derde tranche van de Regeling Cofinanciering Sectorplannen. Volgens deze regeling moet de hoofdaanvrager garant staan voor 80% van het subsidiebedrag. Indien dit niet mogelijk is, mogen partijen uit het samenwerkingsverband ook garant staan voor deze 80%. Deze situatie doet zich voor. De hoofdaanvrager heeft onvoldoende eigen vermogen om garant te staan. De zeven gemeenten in het samenwerkingsverband nemen de garantstelling over.

De garantstelling per gemeente wordt vastgesteld volgens de gebruikelijke verdeelsleutel binnen de Arbeidsmarktregio (nu inclusief Hardenberg) naar rato van het inwoneraantal. Voor ons betekent dit een relatief aandeel van € 200.355 (10,5%). De kans dat een beroep op de garantstelling wordt gedaan, achten wij gering en schatten wij in op 10%. Dit risico nemen wij mee in deze paragraaf.

 

Faillissement CQ

Medio 2014 is CQ failliet verklaard. Ondanks herhaald aandringen door ons en door de gemeente Emmen, is het faillissement van CQ nog steeds niet afgewikkeld. De vakbonden hebben zowel de gemeente Emmen als onze gemeente aangesproken. Dit betreft een hoofdelijke aansprakelijkheid. Er is sprake van een claim van € 5,6 miljoen plus wettelijke rente, gericht aan de gemeente Emmen en de gemeente Coevorden. Deze claim heeft betrekking op de ambtenarenstatus van de voormalig medewerkers van CQ en de daaraan gekoppelde afdracht van onder meer pensioenpremies aan het ABP. Wij schatten het risico tot een veroordeling door de rechter laag in. De betrokken notaris is door de gemeente Emmen en de gemeente Coevorden in vrijwaring opgeroepen. Die procedure loopt.

 

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2019 2020 2021 2022
1. N34 600 10% 60
2. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
3. Grondexploitatie 13.500 23% 3.105 2.600 2.200 1.500
4. Sectorplan Dutch Techzone 200 10% 20 20 20 20
5. Faillissement CQ PM
Totaal 17.800 3.710 3.145 2.745 2.045

Structurele risico's

Er zijn twee onderwerpen waarover wij een structureel risico lopen. Dit betreffen het sociaal domein en de Emco-groep. 

Sociaal domein

Met de ervaring van de afgelopen jaren hebben wij ons meerjarenbeleid opgesteld en verwachten wij dat onze begroting meerjarig toekomstbestendig is. Wij hebben de budgetten voor Jeugd, Participatie en Wmo aangepast aan de nieuwste prognoses. Daarmee zijn deze budgetten voor de komende jaren op niveau. Hiermee in lijn hebben wij ook onze uitvoeringsorganisatie ingericht. Daarnaast hebben wij budgetten die onder druk staan op een realistisch niveau gebracht.

Maatschappelijke ontwikkelingen, aanvullende kortingen op de integratie-uitkering, correcties uit voorgaande jaren en andere onvoorziene situaties kunnen resulteren in financiële effecten. Deze ontwikkelingen liggen niet in alle gevallen binnen onze invloedssfeer. In principe is nog steeds sprake van open-einde-regelingen. Dit vraagt vervolgens om aanpassing van bestaande beleidskaders en inkoopcontracten. Daarom nemen wij voor het Sociaal Domein een beperkt bedrag op in de risico-inventarisatie.

 

EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR.

Voor de uitvoering van de Wsw ontvangen wij een lumpsumbedrag in het Participatiebudget. Sinds de invoering van de Participatiewet is er geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk. Hierdoor neemt de Wsw-populatie door natuurlijk verloop gestaag af. Als gevolg van de bovenstaande ontwikkelingen zal het exploitatietekort van de EMCO-Groep jaarlijks naar alle waarschijnlijkheid toenemen. Hiermee is rekening gehouden in ons meerjarenperspectief. De EMCO-Groep benoemt in haar risicoparagraaf in de begroting 2019 de volgende risico’s: netto-opbrengsten, lonen Wsw-werknemers, salariskosten ambtelijk personeel, Rijksbijdragen, het Lage-Inkomensvoordeel en het ontwikkelingen ten aanzien van Menso NV. Deze risico’s zijn niet op geld gewaardeerd.

Wij doen hier de aanname dat indien het geprognosticeerde bedrijfsresultaat over 2019 van € 1,33 miljoen niet gerealiseerd wordt dit naar rato van ons aandeel in de EMCO-Groep (13,62%) voor onze rekening komt, zijnde € 182.000 met een kans van 50%. Om het risico te beperken zal in BOCE-verband een nieuw toekomstperspectief voor de Wsw/EMCO-Groep worden geschetst.

 

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2019 2020 2021 2022
6. Decentralisaties Sociaal Domein 400 25% 100 100 100 100
7. EMCO-groep 200 50% 100 100 100 100
Totaal 600 200 200 200 200

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Hierbij zetten wij eerst het gedeelte van onze weerstandscapaciteit in dat geen of minimale effecten heeft op ons beleid en onze begroting.

In onze weerstandscapaciteit hebben wij geen bestemmingsreserves en  stille reserves opgenomen. Het tijdsbestek waarin stille reserves vrijgespeeld kunnen worden ter dekking van risico’s ligt hieraan ten grondslag. Voor bestemmingsreserves is het argument dat bij de inzet van deze reserves de uitvoering van het beleid mogelijk onder druk komt te staan.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit prognose 2018 2019 2020 2021 2022
Algemene reserve 20.300 20.300 20.300 20.300 20.300
Resultaat + reserve mutaties (voor bestemming cumulatief) 2.300 5.600 9.700 14.000 18.400
Reserve grondexploitatie 0 0 0 0 0
Reserve verkoop aandelen Essent 8.600 8.600 8.600 8.600 8.600
Onbenutte belastingcapaciteit 500 500 500 500 500
Post onvoorzien 100 100 100 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 31.800 35.100 39.200 43.500 47.900

Ratio weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en Weerstands­vermogen zetten wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s.

Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:

Beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen Betekenis
A 2,0 < x> Uitstekend
B 1,4 < x="">< 2,0> Ruim voldoende
C 1,0 < x="">< 1,4> Voldoende
D 0,8 < x="">< 1,0> Matig
E 0,6 < x="">< 0,8> Onvoldoende
F X < 0,6> Ruim onvoldoende
WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Weerstandscapaciteit 31.800 35.100 39.200 43.500
Te verwachten risico’s 3.910 3.345 2.945 2.245
Weerstandsvermogen 27.890 31.755 36.255 41.255
Het weerstandsvermogen kan als volgt worden berekend:
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2019 2020 2021 2022
Ratio weerstandsvermogen 8,13 10,49 13,31 19,38

Financiële kengetallen

Financiële kengetallen BBV

Op grond van het BBV nemen wij in deze paragraaf een aantal kengetallen op die de  beoordeling van onze financiële positie ondersteunen. Daarmee wordt beoogd uw raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van onze  gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • de netto schuldquote;
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • de solvabiliteitsratio;
  • de grondexploitatie;
  • de structurele exploitatieruimte, en
  • de belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

Toelichting op de betekenis van de kengetallen

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is dat de grondexploitatie kan bijdragen aan verlaging van de schuld van de gemeente.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten waarbij deze worden vergeleken met de totale baten.

Belastingcapaciteit

Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een zich voordoende financiële tegenvaller in het volgend begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid.

 

KENGETALLEN FINANCIËLE POSITIE
Bedragen x € 1.000
Realisatie prognose Begroot Begroot Begroot Begroot
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Netto schuldquote (%) 72 78 72 67 58 50
Idem gecorrigeerd voor verstrekte
leningen (%) 65 71 67 62 53 45
Solvabiliteitsratio (%) 31 30 32 36 41 46
Grondexploitatie (%) 13 13 11 9 6 4
Structurele exploitatieruimte (%) 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
Belastingcapaciteit (%) 96,0 94,0 94,0 94,0 94,0 94,0
* alle cijfers volgens de nieuwste bbv definitie

De provincie hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden, waarbij categorie A als 'minst risicovol' en categorie C als 'meest risicovol' wordt geduid.

 

SIGNALERINGSWAARDEN PROVINCIE
Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
b. met correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%>
Grondexploitatie <20%> 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Begr >0% Begr = 0% Begr <0%>
Belastingcapaciteit <95%> 95-105% >105%

Toelichting kengetallen

In de periode 2014 – 2018 is zwaar ingezet op het herstellen en weer toegroeien naar een gezond financieel evenwicht. Wij creëren  op deze manier ruimte voor nieuw beleid en een gezonde financiële basis. De bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren zien wij terug in de ontwikkeling van alle indicatoren en de uitkomsten onderschrijven het gevoerde beleid.

De indicatoren netto schuldquote (ook gecorrigeerd voor verstrekte leningen) en solvabiliteit zeggen iets over de manier waarop wij zijn gefinancierd. Deze indicatoren zeggen iets over de relatie eigen vermogen en vreemd vermogen.

De indicatoren grondbedrijf, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zeggen iets over de mogelijkheden aan de inkomstenkant om incidentele uitgaven op te kunnen vangen.

Alle kengetallen bevinden zich in of ontwikkelen zich naar de groene categorie A, minst risicovol. Ten aanzien van onze streefwaarde voor de solvabiliteit verwijzen wij u naar de Nota financieel beleid.

 

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze goederen en het niveau van onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau van de gemeente. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. De in deze paragraaf opgenomen bedragen zijn exclusief de kosten voor de inzet van ons eigen personeel en materieel.

 

Gebouwen

Algemeen
Wij hebben verschillende soorten vastgoed in eigendom die tot ons kernbezit behoren. Dit betreffen gebouwen die op de middellange en lange termijn noodzakelijk zijn om onze gemeentelijke beleidstaken uit te voeren. Hierbij moet gedacht worden aan gebouwen voor de gemeentelijke huisvesting, maar ook bijvoorbeeld aan sporthallen en multifunctionele accommodaties. Naast het kernbezit beschikken wij ook over circa 40 gebouwen die wij aanmerken als "af te stoten bezit". Deze gebouwen hebben op de middellange en lange termijn geen functie in relatie tot onze gemeentelijke beleidstaken.

Beleidskader
In december 2016 stelde uw raad de “Visie, strategie en beheer van vastgoed” vast. Uitgangspunt hierin is dat wij streven naar een vastgoedportefeuille die zich beperkt tot vastgoed dat nodig is voor efficiënte uitvoering van de gemeentelijke taken. Voor de conditiemeting van de gebouwen sluiten wij aan bij de NEN 2767 standaard. Binnen deze standaard is sprake van scores tussen 1 en 6. Daarbij is 1 zeer goed en 6 zeer slecht. Een conditiescore van 3 is naar de maatstaf voldoende. Voor het grootste deel van de panden die tot ons kernbezit behoren, is eind 2014 een conditiemeting uitgevoerd en een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld. De gemiddelde score bedroeg 3. Bij de nieuwe panden hebben wij een gemiddelde score van 2. Voor het kernbezit is in het kader van de vastgoedvisie een gemiddelde onderhoudsscore van 3 als uitgangspunt vastgesteld.

Financiën
Om voor het kernbezit een gemiddelde onderhoudsscore van 3 te kunnen garanderen, zijn voor de komende jaren de volgende budgetten nodig:

 

BUDGETTEN ONDERHOUD GEBOUWEN
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Dagelijks onderhoud 470 470 470 470
Planmatig onderhoud 472 377 664 187
Totaal 942 847 1.134 657

Groen

Algemeen
Het totaal van de te beheren oppervlakte groen in de gemeente beslaat circa 898 hectare. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling  weer.

 

KERNCIJFERS GROEN
Heesters en rozen 24 ha
Gazon 165 ha
Bos (windsingels, houtwallen en bosjes) 168 ha
Bermgras 391 ha
Natuurterrein 13 ha
Waterpartijen 47 ha
Sloten en greppels 610 km
Bomen 55.278 st
Halfverharding en zandwegen 40 ha

Beleidskader
In het kader van de perspectiefnota 2015 (takendiscussie) en de programmabegroting 2015 heeft de raad besloten het onderhoudsniveau van het openbaar groen te verlagen van A/B naar onderhoudsniveau C. Dit is bevestigd met de vaststelling van de notitie Duurzaam Groenonderhoud in 2017. Deze notitie vormt tevens de basis om in 2018 te komen met een nieuw bomenbeheerplan en een nieuw bermbeheerplan. Deze plannen zijn in concept gereed en zullen in 2019 aan uw raad worden aangeboden. 

Financiën 
Voor het onderhoud van het openbaar groen zijn de volgende budgetten beschikbaar:

 

BUDGETTEN OPENBAAR GROEN
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Onderhoud openbaar groen 472 472 472 472
Onderhoud begraafplaatsen 252 252 252 252
Renovatie plantvakken 500
Totaal 1.224 724 724 724

Openbare verlichting

In 2017 is het beleidsplan “Openbare Verlichting” door uw raad vastgesteld. Sociale veiligheid en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s in dit beleidsplan. In 2019 starten wij met het tweede uitvoeringsjaar. Wij zijn in 2018 gestart met het verwijderen van de openbare verlichting, daar waar wij deze niet nodig achten. In 2019 zullen wij hieraan een vervolg geven. Goede verlichting op schoolroutes achten wij daarentegen juist van groot belang. Hierover zijn wij in gesprek met belangenorganisatie om overeenstemming te krijgen over waar de schoolroutes lopen. Als we hierover overeenstemming hebben, gaan we in overleg met deze organisaties over de vorm en mate van verlichting. 

Zoals in het vastgestelde beleidsplan staat aangegeven zullen wij in twintig jaar alle lichtmasten voorzien van LED-armaturen. De komende jaren zullen alle SOX- en TL lampen als eerste vervangen worden. Het betreft hier circa 5.000 lichtmasten. Daarnaast zijn wij van plan alle armaturen uit te rusten met dimapparatuur, zodat de openbare verlichting gedurende de nachtperiode kan worden gedimd. Eind 2017 is hiervoor een planning, een handboek en een communicatieplan door ons goedgekeurd. In 2019 worden de werkzaamheden voortgezet.

Financiën 
Voor openbare verlichting zijn de volgende budgetten beschikbaar:

 

BUDGETTEN OPENBARE VERLICHTING
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Electra 194 183 173 163
Onderhoud & remplace 103 96 90 85
Sanering lichtmasten 54 54 54 54
Vervanging armaturen & lichtmasten 428 428 428 428
Totaal 779 761 745 730

Oeververbindingen

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en daarmee ook voor de civiele kunstwerken binnen de gemeente. Het is belangrijk om het beheer van de civiele kunstwerken op orde te hebben. Onder civieltechnische kunstwerken verstaan wij de volgende objecten:

  • Bruggen;
  • Steigers;
  • Kademuren;
  • Tunnels;
  • Duikers.

Om de kwaliteit van de civiele kunstwerken te monitoren dienen deze regelmatig geïnspecteerd worden. Op basis van deze inspecties dient een beheerplan te worden opgesteld. Het opstellen van het beheerplan geeft antwoord op de volgende vragen:

  • Wat heeft de gemeente Coevorden in beheer?
  • Wat is de kwaliteit hiervan?
  • Wat is het benodigde budget om te voldoen aan de beoogde kwaliteit?
  • Welke onderhoudsmaatregelen zijn noodzakelijk?
  • Wanneer moet het onderhoud worden uitgevoerd?

Het achterstallig onderhoud van de civiele kunstwerken laat een stijgende lijn zien. Het najaar 2018 wordt het beheerplan civiele kunstwerken 2019-2023 afgerond. Met dit beheerplan wordt de veiligheid van onze civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau gegarandeerd en de overige risico’s (waaronder het risico van kapitaalvernietiging) tot een minimum beperkt. Dit voorstel zal in 2019 aan uw raad worden aangeboden.

Naast het inzichtelijk maken van de onderhoudskosten van de civiele kunstwerken is er onderzoek gedaan naar het op afstand bedienen van 6 bruggen in de vaarroutes binnen onze gemeente. Technisch gezien is het geen probleem de bruggen op afstand te gaan bedienen. Wel is het belangrijk om de kosten voor het op afstand bedienen van de  bruggen in beeld te brengen in relatie met de huidige kosten. Voor het op afstand bedienen van de bruggen wordt een separaat voorstel opgesteld.

 

Riolering

Algemeen
De gemeentelijke riolering is een van de belangrijkste voorzieningen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Ook heeft de riolering een belangrijke functie als het gaat om het tegengaan van wateroverlast in de openbare ruimte.

Beleidskader
In 2015 stelde uw raad het verbrede gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) vast voor de periode 2015-2019. Dit is een strategisch document waarin de beleidsvoornemens, de maatregelen en de kosten voor het rioolstelsel voor een bepaalde planperiode worden beschreven. In het vGRP zijn op basis van de nieuwe ontwikkelingen en de ambities van de gemeente, voor het stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater de volgende zes doelen geformuleerd:

  1. zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater;
  2. zorgen voor transport van stedelijk afvalwater;
  3. zorgen voor inzameling van regenwater (voor zover niet verzorgd door particulieren);
  4. zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater;
  5. zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;
  6. doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering.

In 2019 wordt een nieuw vGRP 2020-2024 opgesteld die in najaar 2019 aan uw raad ter vaststelling wordt aangeboden.

Jaarlijks stellen wij een rioolbeheerplan op, waarin wordt gerapporteerd over de voortgang van de gestelde doelen. Daarnaast voeren wij op basis van het vGRP en het rioolbeheerplan vervangings- en optimaliseringsprojecten uit. Voor een nadere toelichting op de projecten die in 2019 worden uitgevoerd wordt verwezen naar programma 4 Openbare Ruimte.

Financiën
De exploitatie- en kapitaallasten die samenhangen met het onderhoud van het rioleringsstelsel worden grotendeels bekostigd uit de rioolheffing. Schommelingen in het investeringsvolume berekenen wij niet direct door in de tarieven, maar deze effecten worden gedempt door middel van de voorziening riolering. Hiermee voorkomen wij schommelende tarieven. Voor een nadere toelichting op dit systeem wordt verwezen naar paragraaf 5.1 Lokale Heffingen.

Voor het onderhoud van het rioleringsstelsel zijn de volgende budgetten beschikbaar:

 

BUDGETTEN RIOLERING
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Onderhoud 757 757 757 757
Planvorming en begeleiding 244 244 244 244
Kapitaallasten 1.793 1.853 1.906 1.992
Totaal 2.794 2.854 2.907 2.993

Wegen

Algemeen
Binnen onze gemeente hebben wij ruim 695 kilometer aan verharde wegen in beheer. Net als alle civieltechnische constructies zijn wegen onderhevig aan slijtage en veroudering. Zonder regelmatig onderhoud zal een weg op een bepaald moment niet meer in staat zijn om zijn primaire functie (het veilig afwikkelen van verkeer) te vervullen. De oppervlakte asfaltverharding neemt door de jaren heen af en de hoeveelheid elementenverharding neemt toe. Steeds vaker worden asfaltwegen in de bebouwde kom vervangen door wegen met elementenverharding. De kwaliteit van beide types is nogal verschillend. Zo heeft asfaltverharding veel te lijden van zware vorstperioden, terwijl vorst geen invloed heeft op de kwaliteit van elementenverharding.

Op dit moment is de verdeling naar wegtype als volgt:

 

KERNCIJFERS WEGEN
Oppervlakte (m2) Percentage
Asfalt 2.268.256 51%
Elementen 1.620.804 37%
Beton 126.525 3%
Onverhard 413.000 9%

Onderhoudsniveau
Begin 2017 hebben wij op basis van een visuele inspectie een kwaliteitsbeoordeling gemaakt van het gemeentelijk wegennet om de kwaliteitsontwikkeling hiervan te vergelijken met de situatie in 2010. De belangrijkste bevinding was dat over de hele linie zowel de kwaliteit van de asfaltwegen als van de elementenwegen in de periode 2010- 2017 aanzienlijk is verslechterd. Naar aanleiding van deze bevinding is structureel € 500.000 en – voor het terugbrengen van het achterstallig onderhoud – incidenteel tweemaal € 1.500.000 (in 2018 en 2019) beschikbaar gesteld.

In 2018 is er, naar aanleiding van extra investeringen in 2018, wederom inspectie uitgevoerd. Uit deze inspectie blijkt dat het aandeel zeer slechte (D) en slechte (C) asfaltwegen bijna weer op het acceptabele niveau van 2010 zit. Bij het onderdeel elementen daalt het aandeel zeer slecht (D) en slecht (C) minder snel dan bij de asfaltwegen. In de notitie “Wegonderhoud in Coevorden 2017-2021” is afgesproken dat 5/6 deel van het beschikbare budget aan asfaltwegen en 1/6 deel aan elementen wordt besteed.

In de onderstaande tabel zijn de ontwikkelingen in de kwaliteitsniveaus van de asfaltwegen en de elementenverhardingen weergegeven.

 

Beleidskader
Op basis van de visuele inspectie en kwaliteitsbeoordeling is een beleidsadvies opgesteld met een aantal rekenscenario’s die in oktober 2017 aan uw raad zijn voorgelegd. In dit beleidsadvies zijn de volgende uitgangspunten opgenomen:

  • Het onderhoudsniveau van 2010 vormt het referentiepunt (inclusief het destijds aanwezige niveau van 3% achterstallig onderhoud);
  • Kavelwegen worden niet meer onderhouden,
  • Werkzaamheden worden maximaal gecombineerd en geprioriteerd,
  • De onderhoudsmiddelen worden optimaal verdeeld tussen asfalt- en elementenverharding,
  • De trend van een toenemende verslechterende onderhoudssituatie van de wegen wordt in een periode van 5 jaar worden en geleidelijk omgekeerd.

Onderhoud fietspaden

Bij de recreatieve fietspaden is, in met name in bosrijke omgeving, veel onderhoud noodzakelijk doordat het asfalt wordt ‘opgedrukt’ door boomwortels. Niet alleen het fietscomfort neemt af, maar er ontstaan ook gevaarlijke situatie, mede doordat de snelheid van de fietser (e-bikes) toeneemt. Jaarlijks moeten er onderhoudswerkzaamheden aan de recreatieve fietspaden worden uitgevoerd om het comfort en de veiligheid te kunnen garanderen. Het gaat om ongeveer 33 km aan fietspaden die als risicovol bestempeld kunnen worden. De komende jaren zullen wij voorstellen doen om op basis van de inspecties de verharding van een deel van de fietspaden om te vormen van asfalt naar beton.

Financiën
In 2014 is in het kader van de Takendiscussie besloten fors te bezuinigen op het wegonderhoud. Het gehele budget wegonderhoud voor 2015 werd geschrapt, terwijl het budget voor 2016 en verder werd gehalveerd ten opzichte van het niveau van 2014. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2017 besloot uw raad de bezuiniging terug te draaien, waardoor het onderhoudsbudget in 2017 weer € 875.000 bedroeg. In het kader het nieuwe beleidsadvies wegonderhoud 2017-2021 is het onderhoudsbudget structureel met € 500.000 verhoogd, terwijl voor de jaren 2018 en 2019 incidenteel € 1.500.000 per jaar extra beschikbaar is gesteld. Dit resulteert in de volgende beschikbare onderhoudsbudgetten:

 

BUDGETTEN ONDERHOUD WEGEN
bedragen x € 1.000
2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Planmatig onderhoud 375 705 1.191 1.196 1.197 1.197 1.197
Klein onderhoud (reparaties) 30 30 30 30 30 30 30
Onderhoud zandwegen 30 30 30 30 30 30 30
Onkruidbestrijding verhardingen 110 110 110 110 110 110 110
Achterstallig onderhoud 1.500 1.500
Kapitaallasten 420 362 368 376 367 280 274
Totaal 965 1.237 3.229 3.238 1.734 1.647 1.640

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s die daarmee samenhangen. Tevens informeren wij u over de verwachte ontwikkelingen op het gebied van rente en financiering. Tenslotte is in deze paragraaf informatie opgenomen over het verplicht Schatkistbankieren en het verwachte EMU-saldo van de gemeente.

Onder treasury verstaan wij het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de inkomende en uitgaande geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De wet financiering decentrale overheden (wet fido) bevat kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie door de decentrale overheden. Deze kaders zijn verder uitgewerkt in het Financieringsstatuut dat wij in 2016 hebben vastgesteld.

 

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Hoewel een begroting in evenwicht behoort te zijn, betekent dit niet automatisch dat de geraamde uitgaven en inkomsten gedurende een begrotingsjaar parallel aan elkaar lopen. Bovendien heeft de gemeente te maken met investeringsuitgaven, inkomsten uit grondverkopen en subsidies/bijdragen. Deze uitgaven en inkomsten zijn niet gelijk verdeeld over het jaar. Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie en proberen wij financiering met langlopende financieringsmiddelen zo lang mogelijk uit te stellen. Al een aantal jaren is financiering met kortlopende financieringsmiddelen (rekening-courantkrediet en kasgeld) namelijk goedkoper dan financiering met langlopende financieringsmiddelen. Uiteraard volgen wij daarvoor de renteontwikkelingen op de geld- en de kapitaalmarkt. Verder zien wij er op toe dat onze liquiditeitspositie voldoende is om tijdig aan onze verplichtingen te voldoen.

 

Financieringsrisico's en rentebeheer

Om de financierings- en de renterisico’s te beperken is in de wet fido een tweetal instrumenten opgenomen.

 

Kasgeldlimiet
Het eerste instrument betreft de kasgeldlimiet. Deze is opgenomen om een grens te stellen aan kortlopende financiering en de daarmee gepaard gaande renterisico’s te beperken. De kasgeldlimiet is het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De kasgeldlimiet wordt bepaald door het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage. Dit percentage is momenteel 8,5. De kasgeldlimiet voor 2019 bedraagt € 9.080.000 (2018: € 8.475.000).

De onderstaande tabel geeft een vergelijking weer van de liquiditeitsprognose voor het jaar 2019 met de voor dat jaar geldende kasgeldlimiet. Hieruit blijkt dat wij de kasgeldlimiet in 2019 niet zullen overschrijden.

 

TOETSING AAN KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Jaar 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Begrotingstotaal 2019 106.818
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag 8,5
- in bedragen 9.080
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Schuld in rekening-courant -5.344 -5.209 -3.568 -7.110
Gestorte gelden door derden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
Totaal -5.344 -5.209 -3.568 -7.110
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 5 5 5 5
Tegoeden in rekening-courant 0 0 0 0
Overige uitstaande gelden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Totaal 5 5 5 5
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld -5.339 -5.204 -3.563 -7.105
Toegestane kasgeldlimiet 9.080 9.080 9.080 9.080
Ruimte (+)/overschrijding (-) 3.741 3.876 5.517 1.975

 

Renterisiconorm
Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken betreft de zogenaamde renterisiconorm. Op grond van de wet is het renterisico dat de gemeente mag lopen op haar leningenportefeuille gemaximeerd op 20% van het begrotingstotaal. Renterisico’s kunnen zich manifesteren bij herfinancieringen en bij renteherzieningen binnen de bestaande leningenportefeuille. Wij hebben geen opgenomen geldleningen in onze portefeuille waarop een renteherzieningsclausule van toepassing is.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Uit het overzicht blijkt dat wij in de komende jaren ruimschoots voldoen aan de norm.

 

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0 0
Aflossingen 8.416 8.417 7.419 6.254
Renterisico 8.416 8.417 7.419 6.254
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 106.818 100.673 99.566 100.215
Percentage conform regeling 20 20 20 20
Renterisiconorm 21.364 20.135 19.913 20.043
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 8.416 8.417 7.419 6.254
Renterisiconorm 21.364 20.135 19.913 20.043
Ruimte 12.948 11.718 12.494 13.789

Verwachte ontwikkelingen

Ten behoeve van het op het juiste moment afsluiten van langlopende financieringsmiddelen blijven wij ook in 2019 de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt nauwgezet volgen. Het op het juiste moment afsluiten van langlopende financieringsmiddelen kan bijdragen aan het optimaliseren van het renteresultaat. Op basis van onze liquiditeitsplanning verwachten wij dat wij in de periode 2019–2022 geen langlopende leningen moeten afsluiten. 

Wij hebben deze financieringsbehoefte berekend op basis van het meerjarig investeringsprogramma, de contractuele aflossingen op het bestaande leningenpakket en de voorziene ontwikkelingen binnen de reserves en de voorzieningen.

 

In de onderstaande tabel geven wij het verloop van de leningenportefeuille van de gemeente weer.

VERLOOP LENINGENPORTEFEUILLE
Bedragen x € 1.000
Algemeen Woningbouw Verzorgingstehuizen Waarborgsommen Totaal
Boekwaarde 01-01-2019 65.956 474 421 15 66.866
Opname 0 0
Aflossing -8.416 -474 -133 0 -9.023
Boekwaarde 31-12-2019 57.540 0 288 15 57.843
Opname 0 0
Aflossing -8.417 0 -140 0 -8.557
Boekwaarde 31-12-2020 49.123 0 148 15 49.286
Opname 0 0
Aflossing -7.419 0 -148 0 -7.567
Boekwaarde 31-12-2021 41.704 0 0 15 41.719
Opname 0 0
Aflossing -6.254 0 0 0 -6.254
Boekwaarde 31-12-2022 35.450 0 0 15 35.465

Rentevergoeding en Renteresultaat

Eén van de aanbevelingen van de Commissie BBV in de Notitie rente 2017 betreft het achterwege laten van het berekenen van een rentevergoeding over het eigen vermogen (de zogenaamde toevoeging van bespaarde rente). Kiest de gemeente er wel voor rente te berekenen, dan geldt de stellige uitspraak dat deze vergoeding maximaal het rentepercentage is dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten over de lang en kort opgenomen geldleningen. Wij voegen 1,5% rente toe aan onze reserves. Deze toevoeging is met name bedoeld om de reserves aan te passen aan de inflatie en op die wijze de waarde van het eigen vermogen in stand te houden. Wij hebben besloten deze gedragslijn vooralsnog te blijven hanteren.

In de onderstaande tabel geven wij inzicht in de rente- en financieringsaspecten.

BEREKENING RENTERESULTAAT 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2.543.289
De externe rentebaten -/- -61.689
Saldo door te rekenen externe rente 2.481.600
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 405.000
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 44.437
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 44.437
Aan programma's toe te rekenen externe rente 2.076.600
Rente over eigen vermogen 875.040
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 2.951.640
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.913.941
Renteresultaat -37.699

Renteontwikkeling
Al enkele jaren zijn de rentetarieven historisch laag te noemen. Ondanks het economisch herstel, is een significante rentestijging vooralsnog uitgebleven. De verwachtingen voor zowel de korte als lange rente geven vooralsnog geen aanleiding om in 2019 een aanzienlijke rentestijging te verwachten.

Wij hanteren een omslagrentepercentage van 3,0%. Met de geactualiseerde leningenportefeuille blijven wij in de jaarschijven 2019 tot en met 2022 binnen de  verplichte marge van 0,5%. Er is in deze jaren sprake van de volgende rentepercentages en -resultaten:

  • 2019          3,04%             €   38.000 -/-
  • 2020          2,86%             € 167.000
  • 2021          2,62%             € 367.000
  • 2022          2,50%             € 492.000

 

Ontwikkeling financieringspositie

Onderstaand hebben wij een overzicht van de verwachte ontwikkeling van onze financieringspositie opgenomen. De gegevens die daarin zijn opgenomen zijn ontleend aan de geprognosticeerde balans, die is opgenomen in Hoofdstuk 4 van deze programmabegroting. Zoals uit het overzicht blijkt, overschrijden wij naar verwachting op 31 december van alle jaargangen de kasgeldlimiet van € 9,1 miljoen. Dit betreffen echter momentopnames. De kasgeldlimiet mag gedurende twee achtereenvolgende kwartalen worden overschreden. Kijken wij echter naar het gemiddelde van deze kwartalen, dan overschrijden wij de kasgeldlimiet in deze periodes niet. Uit de cijfers kan daarnaast geconcludeerd worden dat de verhouding eigen vermogen–vreemd vermogen aanmerkelijk verbetert.

 

VERLOOP FINANCIERINGSPOSITIE
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Geïnvesteerd vermogen
Totaal vaste activa 101.300 100.900 99.700 98.700
Voorraden bouwgrond 10.600 8.700 5.900 4.200
Totaal geïnvesteerd vermogen 111.900 109.600 105.600 102.900
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 38.200 41.600 45.900 50.600
Voorzieningen 1.800 1.600 1.400 1.100
Langlopende leningen 57.800 49.300 41.700 35.500
Totaal financieringsmiddelen 97.800 92.500 89.000 87.200
Financieringstekort 14.100 17.100 16.600 15.700

Schatkistbankieren

In 2013 is het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen) in werking getreden. Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden hun overtollige liquide middelen storten in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Doel van deze maatregel is het zogenaamde EMU-tekort te verminderen. Het EMU-tekort betreft de uitstaande schuld van de gehele overheid aan partijen buiten de overheid. Verder zouden met het verplicht schatkistbankieren de risico’s die de decentrale overheden lopen met betrekking tot hun tegoeden worden verminderd.

Uit oogpunt van doelmatigheid is in de wet een drempelbedrag opgenomen. Voor ons bedraagt het drempelbedrag 0,75% van het begrotingstotaal. Voor 2019 betekent dit een drempelbedrag van €801.000. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden dit bedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist. Op grond van onze liquiditeitsprognose gaan wij ervan uit dat wij in 2019 geen stortingen in de schatkist doen.

 

EMU-saldo

In Europees verband is afgesproken dat het zogenaamde EMU-tekort voor ieder land beperkt blijft tot maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Gemeenten en provincies zijn verplicht hier een bijdrage aan te leveren. De Europese afspraken met betrekking tot het EMU-tekort zijn in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) vertaald naar nationale wetgeving. In de Wet hof is geen micronorm opgenomen voor individuele overheden; er is alleen sprake van een macronorm voor de totale Nederlandse overheid. Het Rijk heeft een voorstel onderverdeling van de macro EMU-norm, via een voorhangprocedure, in september 2018 aangeboden bij de Staten-Generaal. Voor 2018 was de EMU-tekortnorm decentrale overheden vastgesteld op 0,3%. Er is op het moment van schrijven nog geen instemming van het parlement over de EMU-norm voor 2019-2022.  

De berekeningen in het hierna opgenomen overzicht resulteren in positieve totaalbedragen. Dit betekent dat wij een positieve bijdrage leveren aan de beperking van het EMU-tekort in Nederland.

 

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2018 2019 2020 2021 2022
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) (bij "-" is saldo nadelig) 701 -1.292 2.514 3.919 4.957
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie + 3658 4.485 4.638 4.009 3.936
Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste
van de exploitatie + 125 125 125 125 125
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden
geactiveerd - 2683 2.784 5.044 2.963 2.763
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en
overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in
mindering zijn gebracht bij post 4 + 0 0 0 0 0
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa:
baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen
verkoopprijs), voor zover niet op de exploitatie verantwoord + 0 0 0 0 0
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d.
(alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) - 1039 955 1.169 525 1.498
Baten bouwgrondexploitatie:
baten voorzover transacties niet op de exploitatie verantwoord + 2965 3.164 3.020 3.340 3.220
Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties
met derden betreffen - 0 0 0 0 0
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1
genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de
reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die
nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten - 0 0 0 0 0
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten op de exploitatie + 0 0 0 0 0
3727 2.743 4.084 7.905 7.977

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
 

ICT

Digitalisering transformeert onze samenleving naar een informatiesamenleving waarin we constant informatie tot onze beschikking hebben en veel meer mogelijkheden hebben om online zaken te regelen. De digitalisering biedt kansen om onze dienstverlening slimmer te maken en onze interne processen anders in te richten. Daarnaast moeten we oog houden voor de toegankelijkheid van onze dienstverlening, voor minder digivaardige inwoners en maatwerk bieden waar dat nodig is. Om richting te geven aan informatievoorziening is in 2016 het informatiebeleidsplan ‘Coevorden 2020’ opgesteld voor de periode 2017- 2020. Het doel van dit beleidsplan is dat de gemeente beschikt over een betrouwbare, flexibele en toegankelijke informatiehuishouding; een informatievoorziening die de organisatie verbindt met de samenleving. We sluiten tevens aan bij landelijke ontwikkelingen als het gaat om digitalisering en digitale dienstverlening, zoals de Digitale Agenda 2020 en de Digitale Overheid. Daarnaast maken we, waar mogelijk, gebruik van generieke voorzieningen voor onze ICT infrastructuur. Hierin werken we samen met de gemeente Emmen en de gemeente Borger-Odoorn.

Belangrijke ontwikkelingen voor het komende jaar zijn:

  • Digitaal en zaakgericht werken;
  • Informatievoorziening in het sociaal domein;
  • Verkenning Digitaal Stelsel Omgevingswet;
  • Managementinformatie en dashboards;
  • Vernieuwing van de werkplek.

Daarnaast verkennen we nieuwe technologische ontwikkelingen en de mogelijkheden daarvan voor onze gemeente. Voorbeelden hiervan zijn blockchain, internet-of-things, virtual reality en robotisering. 

 

Informatiebeveiliging

Binnen onze organisatie zijn wij voortdurend bezig met informatiebeveiliging. Informatieveiligheid is een randvoorwaarde voor onze (digitale) dienstverlening. Inwoners en medewerkers van onze gemeente moeten er immers op kunnen vertrouwen dat wij op een integere manier omgaan met hun gegevens en hun privacygevoelige gegevens voldoende beveiligen.

In de resolutie ‘Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente’ onderschrijft iedere gemeente het belang van informatiebeveiliging en zijn er afspraken gemaakt over de borging daarvan. Informatiebeveiliging richten we in op basis van  de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). De BIG is het normenkader, waarop wij ook ons informatiebeveiligingsbeleid hebben gebaseerd. Het komende jaar wordt een nieuw normenkader geïntroduceerd geldend voor alle overheden: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid oftewel de BIO. Het komende jaar zullen we ons beleid actualiseren op basis van dit nieuwe normenkader.  

Informatieveiligheidsrisico’s zijn niet statisch. De risico's veranderen voortdurend en naarmate onze werkzaamheden verder digitaliseren, neemt het risico op en de impact van informatiebeveiligingsincidenten toe. Daarom zetten wij blijvend in op het vergroten van bewustwording en implementeren we op basis van risicoanalyses technische - en organisatorische beveiligingsmaatregelen. De mens is in hierin de zwakste schakel. Het is dus het van groot belang dat medewerkers op een bewuste en zorgvuldige manier omgaan met informatie. Vorig jaar zijn we gestart met een bewustwordingsprogramma. De komende jaren blijven wij inzetten op het vergroten van de bewustwording op het gebied van informatieveiligheid. Het bewustwordingsprogramma is bedoeld om de kennis, vaardigheden en het gedrag van medewerkers op een positieve en stimulerende manier te verbeteren.

Borging veilige en betrouwbare informatievoorziening: ENSIA

In 2017-2018 is een nieuwe auditsystematiek geïmplementeerd: de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Met ENSIA leggen wij verantwoording af over informatieveiligheid. Deze verantwoording is gebaseerd op de BIG.  Door de komst van ENSIA wordt de verantwoording over onder andere de Basisregistratie Personen (BRP), Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten (PNIK), Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en DigiD samengevoegd en gestroomlijnd. Jaarlijks vragen wij ons college een collegeverklaring vast te stellen over de geldende normenkaders voor DigiD en Suwinet. Deze collegeverklaring wordt tevens gecontroleerd door een externe auditor en gebruiken wij deze ook om verticaal verantwoording af te leggen aan het Rijk. Met het jaarverslag wordt uw raad op de hoogte gesteld van de resultaten uit ENSIA.

Gegevensbescherming 

Algemene Verordening Gegevensbescherming

Op 25 mei 2018 is de (Europese) Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) actief in werking getreden. Deze nieuwe wetgeving moet zorgen voor harmonisatie van de huidige privacyregelgeving in Europa en verbetering van de privacy(bescherming) van inwoners van de EU. De oude privacyregelgeving (1995), de wet bescherming persoonsgegevens, werd vastgesteld toen internet nog in de kinderschoenen stond. Bij de nieuwe wetgeving gaat het daarom vooral om het beschermen van persoonsgegevens in de digitale wereld. Inwoners van de EU krijgen meer rechten als het gaat om privacy en organisaties die persoonsgegevens verwerken hebben meer (verantwoordings)plichten.    

In de nieuwe verordening wordt er meer nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van organisaties om zelf de wet na te leven. Dit moeten organisaties ook kunnen aantonen. Dit houdt in dat wij met documenten moeten aantonen dat wij de juiste organisatorische en technische maatregelen hebben genomen om de bescherming van persoonsgegevens te borgen. Een verplichting om hieraan te voldoen is het opstellen van een verwerkingenregister. In het verwerkingenregister zijn alle verwerkingen van persoonsgegevens binnen de gemeente Coevorden opgenomen. Per verwerking staat welke gegevens er worden gebruikt, met welk doel en wat de bewaartermijn is. Dit is een dynamisch register dat constant wordt geactualiseerd. In dit register staan ook een aantal risicovolle verwerkingen, waarbij bijvoorbeeld bijzondere persoonsgegevens zoals medische gegevens of heel veel gegevens worden verwerkt. Het komende jaar gaan we voor deze risicovolle processen een privacy impact assessment (PIA) uitvoeren, om te onderzoeken of deze processen volledig voldoen aan de AVG. Voor de interne organisatie en ook voor verenigingen die actief zijn binnen onze gemeente zijn workshops georganiseerd om duidelijk te maken wat deze nieuwe privacywetgeving betekent.

De implementatie van de AVG wordt vanuit de afdeling Bedrijfsvoering opgepakt door de privacy officer, de security officer en de functionaris gegevensbescherming.

Functionaris gegevensbescherming

Het afgelopen jaar hebben wij een functionaris gegevensbescherming (FG) aangesteld. De FG is de interne toezichthouder als het gaat om privacy, maar ook aanspreekpunt voor onze inwoners wanneer zij bijvoorbeeld een klacht of verzoek hebben in het kader van privacy. De FG is ook contactpersoon voor de Autoriteit Persoonsgegevens. Bijvoorbeeld bij datalekken of onderzoeken. 

  • toezicht houden op naleving van de AVG;
  • inventariseren van gegevensverwerkingen;
  • privacy impact analyses uitvoeren;
  • datalekken melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

 

Gegevensbescherming

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De AVG is de Europese privacywet die de Wet Bescherming Persoonsgegevens heeft vervangen. Dit heeft gevolgen voor gemeenten bij het omgaan met persoonsgegevens in brede zin.  Bij de omgang met persoonsgegevens hebben gemeenten een grote verantwoordelijkheid. De gemeente beheert vanuit wettelijke taken veel persoonlijke gegeven van inwoners, waaronder informatie over werk, inkomen en zorg.  Het veld rond privacy voor gemeenten is complex. Dit komt onder andere door de decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten, de gegevensuitwisselingen met (keten)partners en technologische ontwikkelingen. Privacy is niet langer een onderwerp waar alleen juristen mee bezig zijn, privacy raakt de hele gemeentelijke organisatie. De veranderingen liggen vooral in de rechtmatigheid en transparantie, rechten van betrokkenen, de verplichtingen van de verantwoordelijken en het toezicht en bijbehorende sancties.

De gemeente Coevorden heeft in het kader van de AVG een Functionaris Gegevensbescherming aangesteld. Deze functionaris wordt ondersteund door een Chief Information Security Officer (CISO) en de Privacy Officer (PO).  Voornaamste taken zijn het creëren van bewustwording omtrent privacy en het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens, het opstellen en onderhouden van het register van verwerkingen, het uitvoeren van Privacy Impact Analyses (PIA's) en daarnaast vormen zijn samen het aanspreekpunt voor zowel de interne als externe betrokkenen.

De basis is op orde. echter het borgen van privacy is een ongoing process.  Het gaat niet om het eenmalig treffen van een aantal privacymaatregelen. Verwerkingen van gegevens, doelgroepen, technische mogelijkheden, privacyregels en maatschappelijke opvattingen kunnen veranderen. De effectiviteit van de maatregelen moet daarom regelmatig worden beoordeeld en waar nodig aangepast.

In 2019 zullen wij ons met name richten op het vervolmaken van het verwerkingenregister en het uitvoeren van PIA binnen het Sociaal Domein en Burgerzaken.

 

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

Op grond van de verordening doelmatigheid en doeltreffendheid voeren wij jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een thema. In de verordening is tevens opgenomen dat uw raad in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting wordt geïnformeerd over dit onderzoek. In de eerste helft van 2019 voeren wij een onderzoek uit naar de mogelijkheden voor nieuw beleid voor de begraafplaatsrechten.

Bij de behandeling van de Kaderbrief 2019 in uw raad in juli 2018, hebben wij motie 2018-10 overgenomen. De achtergrond van de motie is dat wij in het jaarverslag 2017 hebben gerapporteerd dat steeds minder gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid tot begraven. Dit zet de opbrengst van de begraafplaatsrechten onder druk. Wij verwachten dat dit een structureel nadelig effect met zich meebrengt. Daarover hebben wij in de Halfjaarrapportage 2018 gerapporteerd en een structureel nadeel van € 125.000 verwerkt. In de paragraaf lokale heffingen van voorliggende programmabegroting informeren wij u over de kostendekkendheid voor 2019. Op basis van de huidige tariefstelling en kosten is 100% kostendekkendheid in 2019 en verder niet eenvoudig te realiseren. Omdat vanuitonze nota lokale heffingen het hanteren van 100% kostendekkende tarieven het uitgangspunt is, vraagt de ontwikkeling van de inkomsten uit grafrechten een nader onderzoek naar de kosten, de kostentoerekening, het tariefstelsel en de te verwachten inkomsten in de komende jaren.

 

Intern controleplan

Het college van B&W is verplicht (conform artikel 212/213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld.

Een goed opgezette interne controle is een belangrijke pijler waarop de gemeente Coevorden in het kader van planning en control moet kunnen steunen. Niet alleen voor wat betreft het controleren en signaleren van tekortkomingen in de uitvoering, maar zeker ook voor het bijsturen en het afleggen van verantwoording. Met een toereikend intern controleplan kan structuur aan de uitvoering worden gegeven. Interne controles worden tijdens het jaar uitgevoerd waardoor eventuele fouten snel(ler) aan het licht komen en bijsturende maatregelen kunnen worden getroffen. Het leereffect dat van geconstateerde fouten uit zal gaan zal hierdoor worden versterkt.

Het is de nadrukkelijke intentie van het college van B&W en het concernmanagement van de organisatie om de interne controle verder te optimaliseren. De doelstelling van de gemeente Coevorden is een zelf controlerende organisatie te zijn die ‘In Control’ is.

Het ICP  geeft een totaalbeeld van de financiële beheersing van de gemeentelijke organisatie. Het is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheershandelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. Het is van belang dat deze interne controles zichtbaar (in de vorm van bewijs) worden vastgelegd, intern voor management én extern voor de accountant. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van de verantwoordingsfunctie van het ICP.

Aan de hand van het ICP worden de financieel kritische processen systematisch gecontroleerd. Middels steekproeven wordt de kwaliteit van de interne beheersing getoetst. De bevindingen worden opgenomen in een rapportage die wordt opgesteld voor ieder afzonderlijk proces. De aanbevelingen die aan de hand van de gedane bevindingen zijn geformuleerd worden besproken met de proceseigenaar (teamleider). Op deze manier wordt kort-cyclische bijsturing ingezet en vormen deze interne controles de basis voor de interim-controle (procesgericht) die door de accountant wordt uitgevoerd.

Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces.  In 2019 zal de focus liggen op verdere optimalisatie van de processen inzake huren en pachten, sociaal domein in brede zin en het subsidie proces.  Hier zien wij naar aanleiding van zowel de interne controle, als de aanbevelingen voortkomend uit de managementletter voldoende uitdaging om efficiëntie en kwaliteitsslagen door te voeren. 

 

Ontwikkelingen personeelsbeleid

Ontwikkelingen personeelsbeleid

Onze organisatie is net als onze samenleving in ontwikkeling. De verhoudingen veranderen, de opgaven worden complexer. Dit vraagt creativiteit, andere manieren van samenwerken, focus en flexibiliteit van onze medewerkers. Hierin willen wij de talenten, expertise en vaardigheden van onze medewerkers optimaal benutten. We geven elkaar de ruimte om te leren en te ontwikkelen in onze nieuwe rollen en verantwoordelijkheden. Duurzame inzetbaarheid blijft een speerpunt, willen we ook op de langere termijn inzetbaar blijven en de aanwezige talenten op de juiste plek inzetten. Hier valt de fysieke, emotionele en mentale gezondheid ook onder.  

Naast ons eigen opleiding- en talentprogramma zal voor het leren en ontwikkelen onder meer ook gebruik gemaakt worden van de BOCE Academie. Het BOCE opleidingsaanbod 2019 wordt afgestemd op de behoeften van de BOCE gemeentes en is voor iedereen toegankelijk.

Het Werkbelevingsonderzoek ‘Jij en je werk’ wordt in het najaar van 2018 opnieuw uitgevoerd. De uitkomsten van dit tweede onderzoek is samen met trends en ontwikkelingen belangrijke input voor de doorontwikkeling van de teams en voor het verder inhoud geven aan het personeelsbeleid.

We werken toe naar de implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, die per 1 januari 2020 in werking treedt. Aan de hand van het draaiboek van de VNG worden alle noodzakelijke voorbereidende activiteiten op het juiste moment en in de juiste volgorde opgepakt.

Ook in 2019 zal er blijvend aandacht zijn voor integriteit en ongewenste gedragingen /  manieren. Door hierover met elkaar in gesprek te blijven en de weerbaarheid te vergroten.

 

Ontwikkelingen binnen de organisatie

Personeelsbegroting

Ten opzichte van de primitieve begroting 2018 neemt de vastgestelde formatie met 1,0 fte toe. Dit betreft een vacature voor een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).
Het budget dat gemoeid is met de personeelsbegroting neemt ten opzichte van 2018 met circa € 0,6 miljoen toe. Dit is met name te verklaren door:

  • De nieuwe cao en de aanpassing van de pensioenpremies leiden tot een uitzet van € 460.000;
  • De vacature voor een boa leidt tot een uitzet van € 50.000;
  • Wijziging bezoldigingsbedragen burgermeesters en wethouders leidt tot een uitzet van € 9.000.

 

PERSONEELSBEGROTING 2019
Bedragen x € 1.000
Organisatieonderdeel Fte 2018 Fte 2019 Bedrag 2018 Bedrag 2019
Directie / algemeen management 1,00 1,00 125 130
Griffie (incl. rekenkamer) 2,39 2,39 192 197
Unit Bestuurs- en concernondersteuning 12,65 12,65 933 958
Bedrijfsvoering 59,09 59,09 3.927 4.034
Leefomgeving 109,50 110,50 6.819 7.082
Publieksservice 78,34 78,34 5.250 5.442
College van B&W 618 627
Gemeenteraad en raadscommissies 346 347
Ambtenaren burgerlijke stand 34 34
Totaal 262,97 263,97 18.244 18.850

Verbonden Partijen

Inleiding

Gemeenten werken steeds meer en steeds vaker samen met andere organisaties. Taken worden uitbesteed via inkoop, uitgevoerd met een subsidie of worden via verbonden partijen uitgevoerd. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van en controle op deze verbonden partijen. Verbonden partijen zijn volgens artikel 1 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van het stemrecht. Onder financieel belang verstaat het BBV dat de gemeente aan de verbonden partij middelen ter beschikking heeft gesteld, die ze verliest in het geval van faillissement van de verbonden partij of waarvoor aansprakelijkheid van de gemeente bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Daarnaast kan het beëindigen van een relatie betekenen dat inkomsten wegvallen.

 

Tabel verbonden partijen

OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen-schap Gegevens vermogen en resultaat
begin begrotingsjaar einde begrotingsjaar
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1) Bijdrage: € 95 7,70% EV € 562 EV € 549
VV € 500 VV € 500
Resultaat € 0
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van recreatie en toerisme.
EMCO-groep (programma 2) Bijdrage Rijk: € 3.813 25% EV € 0 EV € 0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 690 VV € 13.118 VV € 13.165
Resultaat € 0
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2) Bijdrage: € 639 7,70% EV € 2.229 EV € 2.355
VV € 2.195 VV € 2.195
Resultaat € 0
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5) Bijdrage: € 677 7,70% EV € 529 EV € 547
VV € 2.330 VV € 2.096
Resultaat € 18
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5) Bijdrage: € 1.773 8,33% EV € 2.413 EV € 1.917
VV € 18.916 VV € 19.219
Resultaat € 0
Doel: Het behartigen van de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing en het in stand houden en (laten) beheren van een gemeenschappelijke meldkamer.
Euregio Enschede/Gronau (programma 5) Bijdrage: € 9 1,55% EV € 1.643 EV € 1.676
VV - VV -
Resultaat € 33
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maatschappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5) Bijdrage: € 5 1% EV € 473 EV € 527
VV € 1.410 VV € 1.307
Resultaat € 54
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bestuursacademie Noord-Nederland (BANN) (programma 6) EV - EV -
VV - VV -
Resultaat -
Doel: De behartiging van het bestuursonderwijs in Noord-Nederland. N.B. Deze gemeenschappelijke regeling is geprivatiseerd. De regeling bestaat uitsluitend als vangnet voor wachtgeldverplichtingen c.a.
OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN (vervolg)
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen-schap Gegevens vermogen en resultaat
begin begrotingsjaar einde begrotingsjaar
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1) Bijdrage: - - 29% EV € 788 EV € 823
VV € 6.572 VV € 6.838
Resultaat € 30
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH' met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale maatregelen die als doel hebben dit te bereiken.
Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4) Bijdrage: € 2.945 33,30% EV € 5.197 EV € 5.818
Dividend: € 50 VV € 12.867 VV € 12.942
Resultaat € 700
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen.
N.V. Waterleidingmaat- schappij Drenthe (WMD) (programma 6) Dividend: € 0 4,13% EV* € 44.771 EV n.n.b.
VV* € 91.349 VV n.n.b.
Resultaat n.n.b.
Doel: De zorg voor en de instandhouding van de (drink)watervoorziening in haar verzorgingsgebied en het verrichten van alle werkzaamheden die daarmee in verband staan. * De weergegeven bedragen betreffen de cijfers van de jaarrekening 2017. Dit zijn de meest actuele cijfers.
N.V. Rendo Holding (programma 6) Dividend: € 310 4,14% EV € 61.015 EV n.n.b.
VV € 71.970 VV n.n.b.
Resultaat n.n.b.
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; beheer en onderhoud van een gas en elektriciteitsnetwerk.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (programma 6) Dividend: € 75 0,17% EV € 3.582.000 EV € 4.163.000
VV € 149.891.000 VV € 145.317.000
Resultaat € 226.000
Doel: Het uitoefenen van het bedrijf van bankier voor overheden, waaronder gemeenten.
Deelnemingen verkoop aandelen Essent
Enexis Holding N.V. (programma 6) Dividend: € 180 0,16% EV € 3.708.000 EV € 3.804.000
VV € 3.152.000 VV € 92
Resultaat € 200
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; het in stand houden van een betrouwbaar distributie en transportnet voor energie.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (50 % belang EPZ) (programma 6) - 0,16% EV € 1.610 EV € 1.590
VV € 113 VV € 93