Paragrafen

Inleiding

Onder deze tegel treft u de zeven paragrafen aan. Deze paragrafen geven met een andere dwarsdoorsnede informatie over het jaar 2020 weer. Het betreft de volgende zeven paragrafen: 

  • Lokale heffingen; 
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
  • Onderhoud kapitaalgoederen;
  • Financiering;
  • Bedrijfsvoering;
  • Verbonden partijen;
  • Grondbeleid. 

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid een aantal uitgangspunten geformuleerd. De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekeningen van onze tarieven en heffingen:

  • de lokale lastendruk dient in overeenstemming te zijn met de bestuurlijke ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente;
  • lokale heffingen zijn kostendekkend;
  • lokale heffingen worden vastgesteld conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het bestuursakkoord en de kaderbrief. In de Kaderbrief 2020 is voor de trendmatige stijging van de tarieven een percentage van 1,5% afgesproken.

Kwijtscheldingsbeleid

Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten

In deze tabel geven wij de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengsten uit belastingen en heffingen weer.

Belastingopbrengsten Begroot Werkelijk Verschil
Ozb 8.575 8.497 -78
Afvalstoffenheffing 4.103 4.120 17
Rioolheffing 3.406 3.428 22
Bedrijven Investeringszone (BIZ) 261 230 -31
Toeristenbelasting 1.750 1.254 -496
Forensenbelasting 97 96 -1
Reclamebelasting 0 0 0
Totaal 18.191 17.624 -568

Toelichting
Op de Ozb is sprake van een nadeel van € 78.000. Bij de OZB op de woningen is sprake van een voordeel van ongeveer € 132.000. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een opbrengstverschuiving. Een groot recreatiepark wordt nu grotendeels als woning aangeslagen. Daarnaast is de waardestijging van de woningen groter geweest bij de begroting is ingeschat. Bij de OZB op de niet-woningen is sprake van een nadeel van ongeveer € 210.000. De hiervoor genoemde opbrengstverschuiving heeft hier een nadelig effect. Daarnaast betekent deze wijziging ook dat er geen gebruikersheffing meer is voor dit object. Tot slot is er sprake van een grotere waardedaling dan verwacht en is het aandeel van de leegstand groter geweest dan bij de begroting is meegenomen. 

Als gevolg van de Corona-pandemie is het aantal overnachtingen in onze gemeente fors lager geworden dan begroot. Voor zover bekend bedraagt dit een aantal van ruim 430.000 overnachtingen. Als gevolg hiervan zijn de inkomsten uit de toeristenbelasting ongeveer € 540.000 lager. Daar staat een voordeel van ongeveer € 45.000 door de definitieve afrekening uit 2019. Per saldo bedraagt het tekort € 496.000. Het Rijk heeft ons voor het verlies aan inkomsten op dit onderdeel, gecompenseerd met een bedrag van € 426.000.

In programma 6, Financiering en dekkingsmiddelen, hebben wij onder de verschillenanalyse het nadeel toegelicht. 

Overzicht belastingtarieven

Wij hebben de tarieven voor de diverse belastingen en heffingen van het afgelopen jaar in beeld gebracht in onderstaande tabel. Daarbij hebben we ook de tarieven van het jaar er voor (2019) weergegeven. 
 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2019 2020
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren woningen 0,1853% 0,1797%
Eigenaren niet-woningen 0,1891% 0,2023%
Gebruikers niet-woningen 0,1576% 0,1686%
Rioolheffing
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2019 en € 189.900 in 2020,
met een waterverbruik van 120 m3
Gebruikers: rioolheffing afvalwater,
categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 107,83 € 100,28
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 62,29 € 57,93
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0197% 0,0183%
0,0197% resp. 0,0183% van de WOZ-waarde € 36,88 € 34,75
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden € 235,48 € 239,02
Meerpersoonshuishouden € 283,66 € 287,91
Extra container GFT € 67,79 € 68,81
Extra container PMD € 67,79 € 68,81
Extra container Rest € 135,59 € 137,62
Toeristenbelasting € 1,25 € 1,25
Forensenbelasting
Forensenbelasting WOZ-waarde kleiner dan € 120.000 € 320,79 € 325,60
Forensenbelasting WOZ-waarde groter dan € 120.000 € 384,68 € 390,45

Exploitatieoverzicht riolering

Het uitgangspunt voor de rioolheffing was in 2020 dat de opbrengst van de tarieven toereikend is om de kosten voor riolering te dekken. Doordat er sprake is van voordeel op de kosten, hebben wij € 191.000 in de voorziening kunnen storten. Daarnaast was er een klein voordeel op de inkomsten (€ 22.000). 

EXPLOITATIEOVERZICHT RIOLERING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten 3.085 2.916 169
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen -
Storting voorziening riolering 191 191-
Directe kosten 3.085 3.107 -22
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 321 321 -
BTW -
Totale kosten 3.406 3.428 -22
Opbrengst heffingen 3.406 3.428 22
Saldo -0 0 0
Dekkingspercentage 100% 100% 0%

Exploitatieoverzicht reiniging

In april 2020 heeft er een wijziging plaatsgevonden inzake de afrekening van de vergoeding van PMD. De opbrengsten zijn hierdoor in 2020 lager dan begroot. Hier staat tegenover dat de kosten voor inzameling zijn ook lager. Op andere terreinen zijn wij echter geconfronteerd met hogere (verwerkingskosten) dan vooraf begroot door negatieve marktontwikkelingen. De kosten voor inzameling oud-papier zijn € 58.000 hoger dan begroot. Dit komt doordat de garantieprijs die wij betalen aan verenigingen hoger is dan de vergoeding die wij zelf ontvangen voor de inzameling. Ook zijn de kosten van inzameling van GFT en de kosten voor de milieustraten hoger dan begroot. Deze kosten bedragen circa € 112.000. Hier tegenover staat een hogere inkomst van de milieustraten van € 30.000. Daarnaast is er nog de invloed van Covid-19. Deze heeft geresulteerd in extra aanbod van grondstoffen waar deze maar gedeeltelijk worden gecompenseerd door extra inkomsten. Voor de meerkosten door de Covid-19 pandemie wordt nog een vergoeding vanuit het Rijk uitgewerkt.

EXPLOITATIEOVERZICHT REINIGING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld reiniging, incl. rente en directe personeelskosten 4.176 4.126 50
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen 1.000- 654- -346
Directe kosten 3.176 3.472 -296
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 104 104 -
BTW 824 817 7
Totale kosten 4.103 4.393 -289
Opbrengst heffingen 4.103 4.120 17
Saldo 0 -273 -273
Dekkingspercentage 100% 94% 6%

Kwijtschelding

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken dat wij hebben ontvangen, is ongeveer 6% lager dan in 2019. Het aantal gehonoreerde verzoeken is ongeveer 8% lager. Het gemiddelde bedrag waarvoor kwijtschelding wordt verleend, is eveneens lager. Dit ligt in lijn met de verlaging van het tarief van de rioolheffing.  Voor belastingjaar 2020  was deze met 7% verlaagd. Er is daarnaast vaker sprake van een gedeeltelijke kwijtschelding. Per saldo zijn de kosten voor kwijtschelding hierdoor gedaald. 

KWIJTSCHELDING
(Bedragen x € 1.000)
2019 2020
Begroot 319 319
Werkelijk 308 287
Verschil 11 32
Aantallen
Ontvangen kwijtscheldingsverzoeken 1.104 1.034
Gehonoreerd 938 863

Gemeentelijke woonlasten

JV2020 Woonlasten

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:
‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het behouden van een gezonde financiële positie
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Wij maken daarbij onderscheid tussen incidentele en structurele risico’s. Risico's met een projectmatig karakter worden niet in deze tabel opgenomen.
Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 2
€ 500.000 - € 1.000.000 1 4
€ 200.000 - € 500.000
€ 50.000 - € 200.000 5
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties
kans kans kans kans kans
<1% <10% <25% <50% >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een drietal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De drie risico’s worden hieronder toegelicht.

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2020 2021 2022 2023
1. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
2. Grondexploitaties 10.500 15% 1.529 1.310 1.035 596
3. Faillissement CQ PM
Totaal 14.000 2.054 1.835 1.560 1.121

1. Europark

GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH heeft een financieringsfaciliteit van maximaal € 7 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Het uitgangspunt is dat Europark GmbH zich zonder een extra financiële bijdrage van onze gemeente ontwikkelt. Mocht zij op enig moment onverhoopt toch een beroep op de gemeente moeten doen voor financiële steun dan is het door ons ingeschatte maximale risico € 525.000 (15% kans x 50% van € 7 miljoen).

De restant schuld bedraagt per eind 2020 € 5,75 miljoen (31-12-2019: € 5,86 miljoen). Hier tegenover staat de waarde van ruim 65 hectare aan gronden. De rentepercentages van de leningenportefeuille liggen vast tot december 2021 voor € 3 miljoen, juli 2022 voor € 2 miljoen en januari 2023 voor € 0,75 miljoen.

2. Grondexploitaties

Ieder jaar herijken wij bij de samenstelling van het Jaarverslag de risico’s van de grondexploitaties. Het risicoprofiel voor de grondexploitatie Molenakkers II hebben wij naar beneden bij kunnen stellen. De te verwachten kosten in verband met archeologie zijn opgenomen in deze grondexploitatie en hoeven daarom niet meer als projectspecifiek risico te worden opgenomen. Wij hanteren een risico van 15% over de boekwaarde (minus voorziening) van circa € 10,5 miljoen. Dit percentage is een gewogen gemiddelde van alle risico’s van alle grondexploitaties. De opbouw staat weergegeven in paragraaf Grondbeleid. In de periode tot en met 2023 voorzien wij een geleidelijke afname van de totale boekwaarde tot een niveau van circa € 4,0 miljoen. In de bovenstaande tabel houden wij rekening met deze afname.

Alle prognosemodellen, zie ook de Woonvisie, geven aan dat vanaf omstreeks 2025 het aantal huishoudens in onze gemeente zal afnemen. Het financiële risico neemt wel sterk af als gevolg van de daling van de boekwaarde. Omdat wij geen actief grondbeleid meer voeren zal het financiële risico de komende jaren afnemen naar een niveau van +/- € 600.000. Voor een uitgebreide uiteenzetting over de grondexploitaties verwijzen wij u naar de paragraaf grondbeleid.

3. Faillissement CQ

De rechtbank Noord-Nederland heeft op 31 maart jl. uitspraak gedaan inzake CQ. Het betrof twee dagvaardingsprocedures. De Kunstenbond heeft een bedrag van (afgerond) 5,6 miljoen euro gevorderd vermeerderd met wettelijke rente wegens onrechtmatig handelen omdat bepaalde garanties niet zouden zijn nagekomen. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen en de Kunstenbond veroordeeld in de vergoeding van de proceskosten.

De curator heeft de gemeente aangesproken voor het faillissementstekort. De hoogte van het faillissementstekort is nog niet bekend omdat het faillissement nog afgehandeld moet worden. Ook deze vordering is door de rechtbank afgewezen en de curator is veroordeeld voor de vergoeding van de proceskosten.

Het faillissement van de stichting CQ is dus nog niet afgewikkeld. Dat proces moet nog plaatsvinden. Ook is het op het moment van schrijven nog mogelijk voor zowel de Kunstenbond als de curator om hoger beroep in te stellen tegen de uitspraken van de rechtbank.

Structurele risico's

Op een drietal onderwerpen lopen wij een structureel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De drie risico’s worden hieronder toegelicht.

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2020 2021 2022 2023
4. Sociaal Domein 1.000 50% 500 500 500 500
5. EMCO-groep 200 25% 50 50 50 50
6. Herijking gemeentefonds pm
Totaal 1.200 550 550 550 550

4. Sociaal domein

In 2020 zijn de kosten voor Jeugdhulp en Wmo in verder gestegen. Dit is een landelijk beeld en Coevorden vormt hierop geen uitzondering.  Maatschappelijke ontwikkelingen kunnen resulteren in financiële effecten. Hierbij kan gedacht worden aan de invoering van het abonnementstarief in de Wmo in 2019, de aanstaande herijking van het Gemeentefonds, wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet, correcties uit voorgaande jaren en andere onvoorziene situaties zoals de Corona-pandemie.  Wij proberen hier zo goed mogelijk op te anticiperen, onder andere door aanpassing van bestaande beleidskaders en inkoopcontracten en een beweegprogramma voor ouderen om  de instroom in de Wmo af te remmen of uit te stellen. Hoe de kosten binnen het Sociaal Domein zich ontwikkelen ligt  echter niet altijd binnen onze invloedssfeer. In principe is daarbij ook nog steeds sprake van open-einde-regelingen.  Vanwege de toenemende druk op in de afgelopen jaren, nemen wij in de risico-inventarisatie voor het Sociaal Domein een hoger bedrag op dan in voorgaande jaren.

5. EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR. De EMCO-groep heeft de afgelopen jaren een aantal efficiencyslagen doorgevoerd. Het exploitatieresultaat blijft voor de komende jaren onder druk staan. Tevens is het onduidelijk wat het Rijk op termijn gaat doen met de Rijksbijdrage. Wij verwachten echter wel dat de EMCO-Groep in staat is hier voldoende op te anticiperen. Zij heeft ook tijdens deze Corona-pandemie laten zien over veerkracht te beschikken. Het financiële risico hebben voor onze gemeente schatten wij om deze reden ongewijzigdd gesteld op € 200.000. De, met een geschatte kans dat het risico werkelijkheid wordt hebben wij bijgesteld naar van 25%.

6. Herijking gemeentefonds

Voor gemeenten is de grootste bron van inkomsten het gemeentefonds. Hoe het gemeentefonds vanuit het Rijk wordt verdeeld over gemeenten, zal worden herzien. De fondsbeheerders (de Minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Financiën) onderzoeken hoe het gemeentefonds het beste verdeeld kan worden. De herziening was beoogd voor 2021. Begin 2020 werd bekend dat dit een jaar wordt uitgesteld. Er wordt aanvullend onderzoek verricht omdat uit de onderzoeksresultaten grote verschuivingen tussen gemeenten bleken. Met name kleine en middelgrote gemeenten leken beduidend minder uit het gemeentefonds te ontvangen.

Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken kunnen wij niet inschatten wat de herziening voor onze gemeente kan betekenen. Wij houden rekening met een structureel risico dat de algemene uitkering lager voor ons uit gaat vallen. 

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken. Hierbij zetten wij eerst onze weerstandscapaciteit in die geen tot minimale effecten heeft op onze begroting en ons beleid. Onze weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit 2020 2021 2022 2023
Algemene reserve 31.306 33.652 35.297 37.826
Resultaat + reserve mutaties 2.346 1.645 2.529 2.226
Reserve grondexploitaties 0 0 0 0
Onbenutte belastingcapaciteit 528 700 700 700
Post onvoorzien 100 50 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 34.280 36.047 38.626 40.852

Weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen zetten wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:
Beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

 

Ratio weerstandsvermogen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen weergegeven. De ratio weerstandsvermogen is uitstekend volgens de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.

WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023
Weerstandscapaciteit 34.280 36.047 38.626 40.852
Te verwachten risico’s 2.604 2.385 2.110 1.671
Weerstandsvermogen 31.676 33.662 36.516 39.181
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2020 2021 2022 2023
Ratio weerstandsvermogen 13,16 15,11 18,31 24,45

Financiële kengetallen

In onderstaande tabel geven wij, door middel van een aantal indicatoren, inzicht in de financiële situatie van onze gemeente. Daarmee wordt beoogd uw raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • voorraadquote;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen van onze financiële positie zijn als volgt:

Indicatoren Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie
2017 2018 2019 2020
- Netto schuldquote 75% 70% 69% 66%
- Idem gecorrigeerd voor verstrekte leningen 69% 65% 64% 59%
- Solvabiliteitsratio 31% 31% 31% 33%
- Voorraadquote 13% 14% 13% 11%
- Structurele exploitatieruimte 2% 2% 2% 2%
- Belastingcapaciteit 90% 92% 86% 94%

Toelichting kengetallen

In de periode 2014 – 2018 is zwaar ingezet op het herstellen en weer toegroeien naar een gezond financieel evenwicht. Dit zien wij terug in de cijfers van 2020. Wij hebben  op deze manier ruimte voor nieuw beleid en een gezonde financiële basis gecreëerd. De bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren zien wij terug in de ontwikkeling van alle indicatoren en de uitkomsten onderschrijven het gevoerde beleid.

De indicatoren netto schuldquote (ook gecorrigeerd voor verstrekte leningen) en solvabiliteit zeggen iets over de manier waarop wij zijn gefinancierd. Deze indicatoren zeggen iets over de relatie eigen vermogen en vreemd vermogen.

De indicatoren voorraadquote, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zeggen iets over de mogelijkheden aan de inkomstenkant om incidentele uitgaven op te kunnen vangen.

Alle kengetallen bevinden zich in of ontwikkelen zich naar de groene categorie A, minst risicovol. Voor de solvabiliteit is onze streefwaarde een percentage tussen 30% en 40%. Dit is vastgesteld in onze Nota financieel beleid.

Signaleringswaarden Provincie

De provincie Drenthe heeft in december 2015 signaleringswaarden bepaald om de kengetallen in perspectief te kunnen plaatsen. De signaleringswaarden treft u aan in de onderstaande tabel. Wij hebben de categorieën A (minst risicovol), B (gemiddeld) en C (meest risicovol) van kleuren voorzien en deze categorisering in de tabel met financiële kengetallen toegepast.

 

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen gebouwen, groen, oeververbindingen, openbare verlichting, riolering en wegen. 

Gebouwen

Verkoop panden
Het afstoten van niet kernbezit, zoals is opgenomen in de vastgoedvisie, is in 2020 voortgezet. In 2020 zijn de volgende panden verkocht:
• Voormalig wijkgebouw Buitenvree, Graaf van Heiden Reinesteinlaan 2, Coevorden
• Voormalig bibliotheek, Burg. de Kockstraat 57, Oosterhesselen
• Voormalig basisschool Piramide, Bakkersteeg 1 Erm
• Woning Thyakkerstraat 22, Dalen

In 2020 zijn de volgende panden gesloopt:
• Dr. Picardtlaan 5, Coevorden, voormalig Mijndert van der Thijnenschool
• Jan Steenstraat 1a, Coevorden, voormalig kleuterschool
• Julianastraat 25a, Coevorden, voormalig inkorflocatie duivenvereniging.

Voor een aantal locaties worden gesprekken gevoerd met initiatiefnemers:
• Voormalig basisschool De Klimop, Wethouder H. Euvingstraat 6, Gees. Plaatselijk Belang Gees onderzoekt de behoefte en mogelijkheden voor realisatie woningbouw via collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).
• Voormalig Mijndert van der Thijnenschool, Dr. Picardtlaan 5, Coevorden. Pand is reeds gesloopt. Gemeente is in gesprek met initiatiefnemer voor realisatie van een woon-zorglocatie.


Afronding overdracht molens

In 2018 is besloten om zeven molens binnen gemeente Coevorden gefaseerd over te dragen aan Stichting Het Drentse Landschap. In 2020 zijn de laatste twee molens formeel overgedragen: De Hoop in Sleen en Jan Pol in Dalen. De molens dienen in goede staat van onderhoud overgedragen te worden. De kosten om de molens in goede staat van onderhoud te brengen worden vergoed aan stichting Het Drentse Landschap.
Met de formele overdracht en de vergoeding is het traject om de molens onder te brengen bij Stichting Het Drentse Landschap succesvol afgerond. Stichting Het Drentse Landschap is gespecialiseerd in erfgoedbeheer. Het behoud van de molens in de gemeente Coevorden is hierdoor voor de toekomst geborgd.

Onderhoud
In 2020 is uitvoering gegeven aan het beheer en onderhoud van ons gemeentelijk vastgoed. Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenonderhoudsprogramma. In 2020 is gestart met het actualiseren van de meerjarenonderhoudsprogramma’s. Daarin worden de uitkomsten van het verduurzamingsonderzoek voor het gemeentelijk kernbezit meegenomen. De komende jaren wordt in samenhang met het onderhoud de verduurzamingsopgave bij het gemeentelijk kernbezit zoveel mogelijk meegenomen.

Onderhoudslasten in 2020
De totale onderhoudslasten in 2020, voor zowel dagelijks onderhoud als planmatig/groot onderhoud, komen uit op € 874.000.

Groen

Het totaal van de te beheren oppervlakte groen in de gemeente beslaat circa 898 hectare. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling van het areaal groen.

In de grafiek hieronder kunt u de verdeling van het areaal over de gebieden zien.

Door uw raad zijn in 2017 vragen gesteld over het bermonderhoud binnen de totale gemeente. Op basis hiervan is een bestuurlijke notitie geschreven die dieper ingaat op een aantal belangrijke elementen van de groenvoorziening. Het betreft de navolgende elementen: 

  1. Verbeteren kwaliteitsniveau groenvoorziening met instant houden van niveau-C;
  2. Stimuleren natuur technisch bermonderhoud;
  3. Verbeteren onderhoud bomen.

Op basis van deze notitie heeft uw raad besloten extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor het verbeteren van de groenvoorziening om niveau-C te kunnen handhaven. Hiervoor zijn in 2018 en 20219 diverse heestervakken in de kernen gerenoveerd. In 2020 hebben de laatste inboet werkzaamheden plaats gevonden en is dit deel van de bestuurlijke notitie afgrond. Daarnaast heeft u middelen beschikbaar gesteld voor het boomonderhoud en heeft u in het bermbeheerplan vastgesteld om het natuurtechnisch bermonderhoud te bevorderen. Binnen het bermonderhoud lopen sinds 2018 acht pilots om ervaring op te doen met natuurtechnischbermbeheer. Deze pilots zullen vijf jaar gemonitord worden. 

In totaal worden er 30 locaties gemonitord. Tot nu toe zijn de bermen drie keer gemonitord. Uit de resultaten van de afgelopen drie jaar blijkt dat gemiddeld genomen een lichte toename in de biodiversiteit van vegetatie en van insecten is te zien. Hoewel het op dit moment nog te vroeg is om harde conclusies te trekken lijkt het aangepaste maaibeheer een positief effect op de ontwikkeling van de bermen te hebben.

Het bermonderhoud is in 2020  voor 60 % natuur technisch uitgevoerd in de komende 2 jaar zal dit conform het bermbeheerplan opgeschaald worden naar 100% . Ten aanzien van het boomonderhoud is in 2020 groot onderhoud uitgevoerd in o.a. Diphoorn , Burg ten Holteweg en Legroweg. Dit komt neer 6400 st bomen.  Om de biodiversiteit van de houtwallen en wind- en bossingels te verbeteren zijn dunning- en aanplant werkzaamheden aan 6,8 ha uitgevoerd.
 
Lasten in 2020
In 2020 hebben wij € 994.000 uitgegeven aan het onderhoud van het openbaar groen en € 317.000 aan het onderhoud van de begraafplaatsen. Dit betreffen de kosten van goederen en diensten van derden (waaronder de inhuur van medewerkers van de EMCO-groep). De inzet van onze eigen man- en tractie-uren maken geen onderdeel uit van deze kosten.

Oeververbindingen

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Daaronder valt ook onze verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen bij ontstane (letsel)schade geregeld. Wij dienen bij geschillen aan te tonen dat de inspecties en het onderhoud met optimale zorg zijn uitgevoerd. Het is dan ook van groot belang het beheer van de civiele kunstwerken op orde te hebben. Onder civieltechnische kunstwerken verstaan wij de volgende objecten:

  • Bruggen;
  • Steigers;
  • Kademuren;
  • Tunnels;
  • Duikers.

Om de kwaliteit van de civiele kunstwerken te monitoren dienen deze regelmatig geïnspecteerd worden. Dit is in 2017 gebeurd. Op basis van deze inspecties is een beheerplan opgesteld.  In het beheerplan wordt inzicht gegeven in de bestaande kwaliteit, de planning van de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde financiële gevolgen.

Zoals in het beheerplan aangeven is er groot onderhoud uitgevoerd aan de fietsbrug over de Lutterhoofdwijk en de Monierbrug. Ook zijn er aanpassingen aan de Leeuwerikenbrug uitgevoerd. Hierdoor is het geplande groot onderhoud aan een aantal civiele kunstwerken verschoven naar 2021. De voorbereiding voor het vervangen van de brug over het Oranjekanaal in Wezeperbrug heeft vertraging opgelopen, de reden hiervoor is dat er over het model nog geen overeenstemming is met de diverse belangen verenigingen. De uitvoering van dit werk wordt verschoven naar 2021. Daarnaast is de voorbereiding van het vervangen van de brug aan de Verlengde Hoogeveense vaart NZ tussen Geesbrug en Zwinderen afgerond. Deze brug wordt in 2021 vervangen door een vaste duiker.

Lasten in 2020
In 2020 hebben wij een bedrag van € 150.000 uitgegeven aan het onderhoud van oeververbindingen.

Openbare verlichting

De functie van de openbare verlichting is het verlichten van de openbare ruimte op een manier die past bij het gebruik van die ruimte. Het primaire doel van de openbare verlichting is het verlengen van de daglicht periode om op deze wijze de maatschappelijke groei te bevorderen. 

In 2017 is het beleidsplan “Openbare Verlichting” door uw raad vastgesteld. Sociale veiligheid en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s in dit beleidsplan. In 2018 zijn wij gestart met het verwijderen van de openbare verlichting, daar waar wij deze niet nodig achten. Dit is voornamelijk op projectbasis beoordeeld. Goede verlichting op schoolroutes achten wij daarentegen juist van groot belang. Hierover zijn gesprekken gevoerd met belangenorganisatie om overeenstemming te krijgen over waar de schoolroutes lopen. De volgende stap is om te kijken hoe de verlichting langs deze routes vorm gegeven gaat worden en hoe wordt omgegaan naar verlichting buiten deze routes. 

Aantallen
Het huidige beheerbestand kent 9.925 lichtmasten, 9.952 armaturen en 10.232 lampen. Dit verschil in aantal ontstaat doordat er meerdere armaturen op een lichtmast kunnen zitten en ook meerdere lampen in een armatuur.

In het beleidsplan is opgenomen dat wij de komende jaren inzetten op het vervangen van verouderde armaturen en het besparen op energie en onderhoud. Het overgrote deel van oude armaturen (20 jaar en ouder) bestaat uit armaturen met SOX en TL lampen. Door het vervangen van armaturen met SOX en TL lampen wordt er dus niet alleen gewerkt aan het vervangen van oude armaturen, maar wordt ook gewerkt aan de besparing op onderhoud en energie.

In onderstaande tabel zijn de aantallen per lamptype opgenomen. Daarin is duidelijk zichtbaar dat verouderde verlichting is vervangen in 2018 , 2019 en 2020. De aantallen van de lamptypes SOX, SON/SONT en TL zijn sterk gedaald en bij LED verlichting is een flinke stijging te zien. De PLL zijn is een traditionele zuinige lamp die goedkoop te vervangen is. Deze zullen in een later stadium vervangen worden.

Zoals in het vastgestelde beleidsplan staat aangegeven, zullen we in twintig jaar alle lichtmasten voorzien van LED-armaturen. In de eerste vijf jaar zullen alle SOX- en TL lampen als eerste vervangen worden. Het betreft hier 5000 lichtmasten. Alle nieuwe LED armaturen worden uitgerust met dimapparatuur, zodat de openbare verlichting gedurende de nachtperiode kan worden gedimd. In 2020 is de kern Dalen en Dalerveen  vervangen en de resterende wijken in Coevorden (centrum, de Heege, de Loo, Holwert en Leeuwerkenveld) .

Lasten in 2020
In 2020 is € 221.000 uitgegeven aan het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Hiermee zijn de vervangingen, het beheer en onderhoud, de (nood)reparaties en de remplace bekostigd. Bij onderhoud en defecten is zoveel mogelijk rekening gehouden met de voortgang en uitvoering van het beleidsplan.

Investeringskrediet 2020
Voor het vervangingsplan van de openbare verlichting is in 2020 een investeringskrediet van €  498.000 beschikbaar gesteld. De gerealiseerde kosten in 2020 zijn € 503.000.

Riolering

De gemeentelijke riolering is een van de belangrijkste voorzieningen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Ook heeft de riolering een belangrijke functie als het gaat om het tegengaan van wateroverlast in de openbare ruimte.

In 2015 stelde uw raad het verbrede gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) vast voor de periode 2015-2019. Dit is een strategisch document waarin de beleidsvoornemens, de maatregelen en de kosten voor het rioolstelsel voor een bepaalde planperiode worden beschreven. In het vGRP zijn op basis van de nieuwe ontwikkelingen en de ambities van de gemeente, voor het stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater de volgende zes doelen geformuleerd:

  1. zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater;
  2. zorgen voor transport van stedelijk afvalwater;
  3. zorgen voor inzameling van regenwater (voor zover niet verzorgd door particulieren);
  4. zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater;
  5. zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;
  6. doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering.


DeltaProgramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Binnen de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen hebben we in 2018 een start gemaakt met de uitvoering van een gezamenlijke stresstest. De stresstest gaat over zowel het stedelijk als landelijk gebied en heeft specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. In 2019 is de stresstest afgerond. Ook is in 2019 een reclamecampagne ontwikkeld om meer dit item onder de aandacht van inwoners, bedrijven en instellingen te krijgen. In 2020 zal de dialoog over dit item binnen de gemeentelijke organisatie, met inwoners, bedrijven en instellingen gevoerd moeten worden om in oktober 2020 een uitvoeringsagenda te krijgen. Aan dit voornemen was het niet mogelijk vanwege Corona hieraan uitvoering gegeven. In 2021 wordt dit indien dit mogelijk is weer opgepakt.

In 2019 had een nieuw vGRP vastgesteld moeten worden. In 2019 is de termijn door de raad verlengd tot eind 2020. Aanvullend hierop is besloten om het nieuwe vGRP in het kader van de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen op te stellen. Op grond hiervan heeft de raad ermee ingestemd de termijn van het huidige vGRP met nog eens een jaar te verlengen tot eind 2021. 

In het kader van rioolvervanging hebben we in 2020 de riolering in de Schoolstraat in Dalen vervangen i n combinatie met het verkeersveilig maken van de schoolomgeving. Tijdens de herinrichting van de winkelstraten en Schoolstraat en het verbeteren van de Stationsomgeving aan de centrumzijde zijn infiltratieriolen aangelegd om het hemelwater ter plaatse zoveel mogelijk in de bodem te infiltreren. Ook is bij het de reconstructie van de Bente in Dalen een infiltratie riool aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan het doel in het vGRP om af te koppelen bij kansen

Lasten en rioolheffing in 2020
De exploitatie- en kapitaallasten die samenhangen met het onderhoud van het rioleringsstelsel worden grotendeels bekostigd uit de rioolheffing. In 2020 bedroegen de totale kosten voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel € 3.237.000. De opbrengsten uit de rioolheffing was in 2020 € 3.428.000 . Per saldo hebben wij € 191.000 teruggestort aan de voorziening riolering.

Wegen

Binnen onze gemeente hebben wij circa 730 kilometer aan verharde wegen in beheer. Net als alle civieltechnische constructies zijn wegen onderhevig aan slijtage en veroudering. Zonder regelmatig onderhoud zal een weg op een bepaald moment niet meer in staat zijn om zijn primaire functie (het veilig afwikkelen van verkeer) te vervullen. De wegbeheerder heeft op grond van de Wegenwet de zorgplicht voor de wegverhardingen. Dit betekent dat wij ervoor moeten zorgen dat de verhardingen in een goede staat verkeren. Bij dit beheerproces spelen tal van randvoorwaarden een dwingende rol, die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Wij hebben diverse soorten verhardingen in onze gemeente: 

Asfalt
Binnen onze gemeente gaat het om geasfalteerde rijbanen, fietspaden, parkeerplaatsen en enkele voetpaden. Het totale oppervlak aan asfaltverharding beslaat ultimo 2020 2.256.814 m².

Beton
In de gemeente ligt ook een bescheiden hoeveelheid aan betonwegen. Het betreft hier voornamelijk oude rijks- of provinciale wegen, die zijn overgedragen aan de gemeente en een aantal fietspaden. Het totale oppervlak aan betonverhardingen is ultimo 2020 132.926 m². 

Elementen
De derde soort verharding is de elementenverharding. Dit is een verharding die bestaat uit losse elementen die in hun geheel een verharding vormen. De meest toegepaste elementen zijn gebakken klinkers, betonklinkers en betontegels. Het totale oppervlak aan elementenverhardingen beslaat ultimo 2020 1.643.296 m².

Onverhard
De onverharde wegen bestaan hoofdzakelijk uit zandwegen. Deze liggen voornamelijk in het noordelijke deel van de gemeente. De zandwegen dienen voor de ontsluiting van bospercelen en landerijen. In het zuidelijke deel van de gemeente komt dit soort wegen nauwelijks voor vanwege het feit dat de ondergrond daar veel veen bevat. Ultimo 2020 omvat het totale oppervlak van de onverharde wegen 329.900 m².

Areaal verharding
De oppervlakte asfaltverharding neemt door de jaren heen af en de hoeveelheid elementenverharding neemt toe. Steeds vaker worden asfaltwegen in de bebouwde kom vervangen door wegen met elementenverharding. De kwaliteit van beide types is nogal verschillend. Zo heeft asfaltverharding veel te lijden van zware vorstperioden, terwijl vorst geen invloed heeft op de kwaliteit van elementenverharding.

Onderhoudsniveaus
In 2018 en 2019 is fors geïnvesteerd in het onderhoud van de wegen. Zoals in de “Bestuurlijke notitie wegonderhoud 2017-2021” aangegeven hebben wij met prioriteit ingezet op het verbeteren van het asfaltonderhoud. De kwaliteit van ons asfalt is de laatste jaren hierdoor omhoog gegaan.

Begin 2021 zal er een gerichte weginspectie van asfaltwegen plaatsvinden om de winterschade inzichtelijk te maken.

In 2020 hebben we meer onderhoud aan de element verharding uitgevoerd. Voorbeeld hiervan is de Looweg tussen Dalen en Coevorden.

De kwaliteit van de elementverharding is in de afgelopen jaren achteruit gegaan. Oorzaak is de droogte in relatie met de worteldruk. Dit is een landelijke trend. In de gemeente Coevorden is het effect dit jaar fors. Vergelijking van inspectiecijfers met voorgaande jaren is niet mogelijk omdat vanwege de invoering van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) grote zijn wegvakken opgedeeld in kleinere wegvakken.

Onderhoud fietspaden
In 2019 is de “Fietsnota” vastgesteld. Hierin is ook, in het kader van het onderhoud, de omvorming van de type verharding van fietspaden meegenomen.

Combinatie met projecten
Vanuit bijzondere projecten wordt jaarlijks ook een deel van het wegennetonderhoud uitgevoerd. Het gaat hier om wegreconstructies in combinatie met rioleringswerkzaamheden of projecten in het kader van de verkeersveiligheid. In dit kader is de Schoolstraat en omgeving in Dalen verbeterd 

Lasten in 2020
In 2020 hebben wij op het product verhardingen € 1.687.000 uitgegeven aan het onderhoud aan de gemeentelijke wegen.

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in en leggen wij verantwoording af over het gevoerde treasurybeheer in 2020. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie gedurende het jaar, we stemmen onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar af. We streven er naar zo weinig mogelijk langlopende financieringsmiddelen aan te trekken. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

Financieringsrisico's en rentebeheer

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de wet fido twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De norm is 8,5% van het begrotingstotaal.  De kasgeldlimiet voor 2020 bedraagt € 9.644.000 (2019: € 9.080.000).

De onderstaande tabel geeft een vergelijking weer van onze liquiditeitspositie gedurende het verslagjaar met de voor dat jaar geldende kasgeldlimiet.

TOETSING AAN KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Limiet 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Begrotingstotaal 2020 113.463
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag 8,5%
- in bedragen 9.644
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden, korter dan 1 jaar 0 -1.666 0 0
Schuld in rekening-courant -6.154 -5.187 -2.012 -3.704
Gestorte gelden door derden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
Totaal -6.154 -6.853 -2.012 -3.704
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 2 2 2 2
Tegoeden in rekening-courant 1.217 1.046 1.106 1.035
Overige uitstaande gelden, korter dan 1 jaar 0 681 6.330 3.074
Totaal 1.219 1.729 7.437 4.111
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld 4.935 5.124 -5.426 -407
Toegestane kasgeldlimiet 9.644 9.644 9.644 9.644
Ruimte (+)/overschrijding (-) 4.710 4.520 15.070 10.051


Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken is de zogenaamde renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Hieruit blijkt dat wij in 2020 ruimschoots onder de gestelde norm zijn gebleven. In 2020 hebben wij door nieuw aangetrokken leningen per kwartaal af te lossen, meer afgelost dan begroot.

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
Begroting werkelijk
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0
Aflossingen 9.224 10.432
Renterisico 9.224 10.432
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 113.463 113.463
Percentage conform regeling 20% 20%
Renterisiconorm 22.693 22.693
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 9.224 10.432
Renterisiconorm 22.693 22.693
Ruimte 13.469 12.260

Schatkistbankieren

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren is 0,75% van ons begrotingstotaal; in 2020 kwam dit neer op € 851.000.

Dagelijks worden de saldi van onze bankrekeningen geraadpleegd. Alle tegoeden boven het drempelbedrag worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden het drempelbedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist. In 2020 hadden wij in de tweede helft van het jaar een bedrag in ’s Rijks schatkist staan. We hebben de norm niet overschreden in 2020.

TOETS SCHATKISTBANKIEREN
Bedragen x € 1.000
Omvang begroting 113.463
Bedragen ultimo
1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Drempelbedrag
- in percentage 0,75%
- in bedragen 851 851 851 851
Omvang beschikbare middelen
Saldi middelen buiten 's Rijks schatkist -3.748 852 -2.569 -3.083
Drempelbedrag
Ruimte onder het drempelbedrag 4.599 0 0 3.934
Overschrijding van het drempelbedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Saldo schatkistbankieren 0 6.031 6.099 0

Renteresultaat

Voor de toerekening van rente aan investeringen op de programma’s hanteerden wij in 2020 een voorgecalculeerd omslagpercentage van 1,5%. Dit is een gewogen gemiddelde waarbij wij in lijn met de landelijke notitie Rente van de commissie BBV bewegen binnen een bandbreedte van plus en min 0,5%. In de begroting hielden wij rekening met een rentepercentage van 1,95% en een rentenadeel van € 426.000. In werkelijkheid komt het omslagpercentage in 2020 uit op 1,97% en een nadelig renteresultaat van   € 430.000. Onder de tabel lichten wij dit toe. 

RENTETOEREKENING 2020
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2.205.671
De externe rentebaten -/- 51.880
Saldo door te rekenen externe rente
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 400.936
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 16.311
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 16.311
Aan programma's toe te rekenen externe rente
Rente over eigen vermogen 43.802
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.366.645
Renteresultaat -430.012


De systematiek en richtlijnen voor de interne rekenrente 

Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020 hebben wij de interne rekenrente van 3,0% naar 1,5% verlaagd omdat het rentepercentage van 3,0% voor de komende jaren niet meer voldeed aan de richtlijnen van het BBV. Relatief dure, oude leningen worden afgelost en daar komen nieuwe leningen tegen een heel laag rentetarief voor terug. Het aanpassen van de interne rekenrente is een ingreep met gevolgen op vele beleidsterreinen. Daarom proberen wij met de interne rekenrente het tarief zo te bepalen, dat het voor de komende jaren houdbaar is. Dat wil zeggen, dat het binnen de bandbreedte van 0,5% blijft. Voor 2020 was het berekende rentepercentage  1,95%. Ten opzichte van de interne rekenrente van 1,5% blijft dit binnen de toegestane afwijking (bandbreedte) van 0,5%. In de komende jaren daalt het gemiddelde rentepercentage van onze leningenportefeuille en verwachten wij dat de rente zich zal ontwikkelen richting 1,14% in 2023. Doordat wij geen 1,95% maar 1,5% rente toerekenen aan de programma's, blijft een deel van de rentekosten centraal (in programma 6) staan. Dat is een nadeel. Dit nadeel, het renteresultaat, was begroot op € 426.000. 

De werkelijke rente over 2020
De werkelijke rente was geen 1,95% maar 1,97%. Dat betekent dat wij binnen de bandbreedte blijven. Het rentenadeel was geen € 426.000 maar € 430.000. Dit wijkt maar zeer beperkt af van de begroting, maar hiervoor hebben wij wel een incidentele aanpassing op onze rentetoevoeging aan de reserves moeten doen.
Omdat dit een afwijking is van het vastgestelde rentebeleid, hebben wij dit in het raadsvoorstel bij de besluitvorming over dit jaarverslag opgenomen.
Wanneer wij de begrote rente toerekenen aan de bestemmingsreserves, was de afwijking ten opzichte van het begrote resultaat te groot. Dat wil zeggen, dat de afwijking zodanig is dat wij de rentetoerekening aan de producten in de zes programma's nacalculatorisch moeten aanpassen. Wij zijn hiertoe verplicht als de werkelijke rente in geld meer dan 25% afwijkt van het begrote bedrag. Dit is aan de orde en heeft meerdere oorzaken.
De werkelijke betaalde rente was hoger door het aantrekken van de langlopende lening. Ook was de beginstand van de bestemmingsreserves op 1 januari hoger dan verwacht. Dit komt door onderuitputting op de bestemmingsreserves, soms door vertraging in de uitvoering. Doordat de beginstand van de reserves hoger is, is de toe te voegen rente ook hoger. De bezittingen, de activa, waarover de rente kan worden omgeslagen, was lager dan begroot. Door dezelfde vertraging op de investeringen, is het totaalbedrag van de bezittingen lager dan begroot. De kosten waren dus hoger, en het bedrag waarover deze kosten kon worden verdeeld, is lager. Doordat dit zogenaamde teller en noemer effect beide een kant op bewogen, kwam de rente buiten de bandbreedte. 
Het achteraf, nacalculatorisch, aanpassen van de rente op de programma's heeft grote gevolgen. De kosten op de producten stijgen. Met name voor kostendekkende tariefproducten zoals de rioolheffing heeft dit gevolgen. Een tekort op de rioolheffing komt ten laste van de voorziening riolering. Om uit deze technische exercitie te blijven, hebben wij besloten om de werkelijke rentelasten te verlagen. Door eenmalig minder rente toe te voegen aan de bestemmingsreserves, blijft de werkelijke rente in 2020 binnen de bandbreedte. 

Rentetoevoeging aan bestemmingsreserves
De begrote toevoeging van rente aan bestemmingsreserves was €  98.000. Wij hebben € 44.000 toegevoegd. Aan de vier relatief nieuwe bestemmingsreserves Herstructureringsfonds, Innovaties zorg, Accommodaties in de samenleving en Regiodeal hebben wij geen rente toegevoegd. Aan de andere bestemmingsreserves hebben wij geen 1,5% rente maar 1% rente toegevoegd. Hierbij merken wij op dat aan de reserve RSP altijd al met 1% rente wordt gerekend en de reserve Grondexploitaties op 1 januari geen saldo had en derhalve daarvoor ook geen rentetoevoeging was begroot. Deze aanpassing betekent in feite dat er eenmalig geen inflatiecorrectie aan de vier genoemde reserves wordt toegevoegd en de toevoeging aan de overige reserves geen 1,5% is maar 1%. 

De begrote rente in 2021 is 1,65% en bevindt zich dichter bij de gehanteerde interne rekenrente. Daarom is deze aanpassing van de rente op de reserves van eenmalige aard. 


Ontwikkelingen in 2020

Financieringsbehoefte 

Wij hebben in 2020 twee nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Een lening van € 5 miljoen (rente 0,105%) en een lening van € 10 miljoen (rente 0,045%), beide met een looptijd van 10 jaar. Op basis van het meerjarig investeringsprogramma, aflossingen en de maximale inzet van de kasgeldlimiet hadden wij rekening gehouden met het aantrekken van één nieuwe lening van € 5 miljoen. 
Veel ondernemers zijn getroffen door de coronacrisis. In maart en april van 2020 hebben wij besloten de ondernemers aanvullend te steunen, door onder andere de belastingen uit te stellen en de inkomende facturen direct na goedkeuring te betalen. Deze maatregelen resulteerde in een extra financieringsbehoefte, in mei waren wij genoodzaakt een langlopende lening aan te trekken. In verband met de onzekerheid die de crisis met zich mee bracht hebben wij € 10 miljoen opgenomen. We hebben gekozen om de aflossingen van onze laatste leningen verspreid, per kwartaal, te laten verlopen. Dit betekent dat we van de leningen die we in 2020 hebben aangetrokken ook al € 875.000,- hebben afgelost in 2020.

Leningenportefeuilles

In het volgende overzicht geven wij het verloop van de portefeuille van opgenomen langlopende geldleningen weer. Hierin komt naar voren dat wij in 2020 langlopende leningen hebben aangetrokken van totaal € 15 miljoen.

OPGENOMEN LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Opname Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Algemeen 67.540 15.000 10.292 72.248
Verzorgingstehuizen 288 0 140 148
Waarborgsommen 14 0 1 13
Totaal 67.842 15.000 10.434 72.409

Onderstaand volgt een overzicht van de door de gemeente aan derden verstrekte langlopende geldleningen.

AAN DERDEN VERSTREKTE LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Verstrekking Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Woningbouwcorporaties 288 0 140 148
Nutsbedrijven 0 519 0 519
ROC 2.500 0 0 2.500
St. Glasvezel Zuidenveld 0 1.646 0 1.646
Personeel 1.101 0 470 631
Overige instellingen 727 130 92 765
Totaal 4.616 2.295 702 6.209

EMU-saldo

In Europees verband is afgesproken dat het zogenaamde EMU-tekort voor ieder land beperkt blijft tot maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Gemeenten en provincies zijn verplicht hier een bijdrage aan te leveren. De Europese afspraken met betrekking tot het EMU-tekort zijn in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) vertaald naar nationale wetgeving. In de Wet hof is geen micronorm opgenomen voor individuele overheden; er is alleen sprake van een macronorm voor de totale Nederlandse overheid. Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo is voor de jaren 2019 t/m 2022 -0,4 procent van het bbp. Het aandeel voor gemeenten gezamenlijk is voor deze jaren vastgesteld op -0,27% van het bbp.  

De berekening in het hierna opgenomen overzicht resulteert in een positief totaalbedrag. Dit betekent dat wij een positieve bijdrage leveren aan de beperking van het EMU-tekort in Nederland.

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2020
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) (bij "-" is saldo nadelig) 4.016
Mutatie (im)materiele vaste activa 4.015
Mutatie voorzieningen -834
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1.219
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten en verwachte
boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa 0
Berekend EMU-saldo 386

Ontwikkeling van de financieringspositie



Ontwikkeling financieringspositie 2019 2020
bedragen * € 1.000
Boekwaarde investeringen
- immateriële vaste activa 0 0
- materiële vaste activa 94.703 98.718
- financiële vaste activa 7.196 9.112
A 101.899 107.831
Financiering
- eigen vermogen 38.096 41.277
- voorzieningen 2.584 1.750
- langlopende schulden 67.842 72.410
- rekeningresultaat 1.511
B 110.034 115.437
Financieringsoverschot B - A 8.135 7.606
Investeringen grondexploitatie 11.712 10.493
Financieringspositie incl. grondexploitatie -3.577 -2.886
Afname financieringspositie -690

Herkomst en besteding middelen

Onderstaand overzicht laat de veranderingen op de balans en onze liquiditeitspositie zien. Daarmee geven we inzicht waar onze financiële middelen vandaan komen en waarvoor ze zijn ingezet.
De afname van posten die rechts op de balans staan (passivaposten) worden gezien als bestedingen, bijvoorbeeld de onttrekking aan reserves en voorzieningen en het aflossen van leningen. Daarnaast wordt de toename van van activaposten (links op de balans) gezien als bestedingen, zoals investeringen. Het tegenovergestelde daarvan wordt gezien als middelen, zoals de afschrijving en aflossing op activa en het aantrekken van nieuwe leningen. 

Herkomst en besteding middelen 2020
bedragen * € 1.000
Herkomst
- afschrijving / aflossing 4.583
- storting in reserves 16.830
- storting in voorzieningen 228
- opname geldleningen 15.009
- desinvesteringen grondexploitatie 2.626
- toename rekeningsresultaat
A 39.276
Besteding
- saldo investeringen / desinvesteringen 10.514
- onttrekking aan reserves 13.649
- onttrekking aan voorzieningen 1.063
- aflossing opgenomen leningen 10.441
- investeringen grondexploitatie 1.407
- afname rekeningresultaat 1.511
B 38.586
B - A -690

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de realisatie van de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering.

ICT

Voor onze informatievoorziening stond het jaar 2020 in het teken van meegroeien, vernieuwen en onverwachtse wendingen. Meegroeien en vernieuwen omdat we nieuwe instrumenten hebben ontwikkeld en systemen in gebruik hebben genomen, die ons een beter overzicht geven en laten houden op onze IT-architectuur en het snel veranderende informatielandschap.

Vernieuwend is ook onze samenwerking in voorbereiding op de Omgevingswet in Drents en BOCE-verband. Door interbestuurlijk samen te werken op verschillende informatiekundige terreinen ontwikkelen we sneller kennis en oplossingen. Zo bieden we het hoofd aan de uitdagingen die komen kijken bij het organiseren van informatievoorziening in de keten.

Voor Dimpact hebben we de principiële keuze gemaakt om het lidmaatschap voor dit samenwerkingsverband te continueren. Binnen Dimpact werken we met 38 gemeenten samen aan de publieke dienstverlening van morgen. In 2020 hebben we als vereniging gekeken hoe we, op basis van het common Ground gedachtegoed, de toekomst ingaan. Dit heeft geleid tot een nieuwe strategische koers waar we gezamenlijk aan gaan bouwen. We trekken binnen Dimpact samen op als BOCE gemeenten; dat geldt ook voor het in te zetten transitietraject.

Dan de onverwachtse wendingen. De corona-pandemie zorgde ervoor dat we moesten zorgen dat vrijwel de hele organisatie van de een op andere dag thuis moest kunnen werken, zonder hinder voor onze dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Het heeft gezorgd voor extra implementaties van onder andere online vergadersystemen, thuiswerkfaciliteiten en een sterke versnelling van initiatieven om straks volledig in ‘the cloud’ te kunnen werken. 

Er staat een sterk team dat klaar is om ook in 2021 verder te bouwen aan een veilige, moderne, wendbare en robuuste informatievoorziening.

Informatiebeveiliging

Informatieveiligheid heeft in sterke mate te maken met het afwegen van risico's en de bewuste omgang met informatie in de organisatie. Met ons informatieveiligheidsbeleid en onze informatiebeveiligingsprocedures willen we borgen dat informatie beschikbaar en betrouwbaar is en dat we er op een integere manier mee omgaan. Er heeft door corona een verschuiving plaatsgevonden van werken op kantoor naar werken thuis. Dit heeft invloed op de veiligheid van informatie en gegevens die medewerkers thuis kunnen benaderen. Wij hebben dit goed en tijdig opgepakt door thuiswerkers veilige apparatuur te bieden vanuit de gemeente.

In oktober vond er de afgelopen jaren binnen de gemeente “hacktober” plaats, een maand waarin richting medewerkers aandacht werd besteed aan informatieveiligheid en privacy. In 2020 heeft deze niet plaatsgevonden en is de keuze gemaakt om in 2021 een jaar lang aandacht te besteden aan informatieveiligheid en privacy. De bewustwording wordt op deze manier een doorlopend traject.

Sinds 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. Dit normenkader geldt voor de gehele overheid en is gebaseerd op de internationale standaard voor informatieveiligheid, de NEN-ISO 27000 serie. Het normenkader gaat uit van risicomanagement en de rol en verantwoordelijkheid van leidinggevenden en bestuurders daarin. Er is verdere invulling gegeven aan de BIO zodat de informatieveiligheid naar een nog hoger niveau wordt getild.

Verantwoording ENSIA
Jaarlijks wordt er middels de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) een zelfevaluatie op de informatieveiligheid uitgevoerd. Deze zelfevaluatie is onder meer gericht op de wet- en regelgeving en beveiligingsnormen.

Middels de collegeverklaring inzake DigiD en Suwinet en diverse rapportages wordt verantwoording afgelegd aan de verticale toezichthouders over informatiebeveiliging. Voor de horizontale verantwoording worden deze documenten ondersteund met een aparte toelichtingsrapportage. In de collegeverklaring inzake DigiD en Suwinet over 2019 wordt aangegeven dat voor drie DigiD aansluitingen niet voldaan wordt aan alle normen. Na het implementeren van verbeteracties heeft de gemeente Coevorden na een heraudit de akkoordverklaringen voor de DigiD aansluitingen ontvangen. Inmiddels heeft de audit over 2020 ook plaatsgevonden. We zijn nog in afwachting van de resultaten.

Naast deze specifieke verantwoordingsrapportages geeft de zelfevaluatie ENSIA ons inzicht in de activiteiten die we nog kunnen uitvoeren om onze informatiebeveiliging te verbeteren. Uit de zelfevaluatie ENSIA 2020 blijkt dat de borging van het Information Security Management System (PDCA cyclus) om risico’s en maatregelen te monitoren een aandachtspunt is. Afgelopen jaar is deze methodiek geïmplementeerd en dit moet het aankomend jaar geborgd worden. Een ander aandachtspunt is dat veel maatregelen worden genomen, maar niet schriftelijk zijn vastgelegd. Er is met een daadwerkelijke audit geen bewijsmateriaal dat aantoont dat de maatregel ook daadwerkelijk plaatsvindt. Wij zijn bezig deze processen te verbeteren door meer schriftelijk vast te leggen en te sturen op controle van deze maatregelen. Ook is ons autorisatiebeheer voor verbetering vatbaar, autorisaties dienen alleen uitgegeven of aangepast te worden na schriftelijke toestemming van een eigenaar of gemandateerde. Dit punt komt vaker terug in meerdere audits. In 2021 gaan we het autorisatiebeheer strakker inrichten door het beschrijven en vaststellen van verantwoordelijkheden, taken en rollen. Uit ENSIA komt ook naar voren dat wij goed scoren op de beveiliging van apparatuur en beveiligingsbeleid.

Gegevensbescherming

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is vastgelegd dat wij een Functionaris Gegevensbescherming in onze organisatie aanwijzen. De taak van deze functionaris is onder andere het informeren en adviseren van medewerkers over naleving van de AVG.  De FG voert de dagelijkse werkzaamheden uit samen met de Privacy Officer van Juridische Zaken en de CISO (Chief Information Security Officer) die zich richt op de informatiebeveiliging.

In 2020 hebben wij ingezet op de volgende onderdelen om te voldoen aan de eisen van de AVG: 

  1. Bewustwording: In samenwerking met de CISO en de Privacy Officer is er binnen de organisatie veel aan aandacht voor bewustwording. Voor 2021 zal er een jaarplanning worden opgesteld en uitgevoerd. In 2020 is er met name veel aandacht geweest hoe om te gaan met privacy in tijden van Corona. Op de speciaal daarvoor opgestelde intranetpagina is uitgebreid toegelicht hoe om te gaan met informatieveiligheid met betrekking tot het thuiswerken.
  2. Recht van betrokkenen:
    De rechten van de inwoners zijn kenbaar gemaakt op onze website
  3. Het register van verwerkingen:
    Ondersteund door BMC is het register van verwerkingen opgesteld. De borging van het actualiseren van het register is als aandachtspunt genoteerd voor 2021.
  4. Gegevens effectbeoordelingen (PIA):
    In 2021 hebben wij op twee onderdelen een DPIA uitgevoerd, te weten de implementatie van het regiesysteem binnen het sociaal domein en het inzetten van de webwinkel voor o.a. de doe mee pas etc.
  5. Privacy by design en privacy by default:
    Dit betreft het betrekken van privacyaspecten als dataminimalisatie en opslagbeperkingen (beginselen AVG art. 5) bij het ontwerpen van nieuwe processen en systemen. Onlangs is een regiesysteem binnen het sociaal domein aanbesteed, hierin zijn deze aspecten meegewogen. 
  6. Functionaris Gegevensbescherming:
    Deze is aanwezig binnen onze gemeente en werkt nauw samen met de Privacy Officer en de CISO. Daarnaast is deze aangesloten bij het FG netwerk binnen de Drentse gemeenten.
  7. Meldplicht Datalekken:
    Er is een vastgestelde procedure voor het onderzoeken en registreren van meldingen van mogelijke datalekken (incidenten). De FG houdt daarvan een register bij. Het aantal meldingen is relatief gezien laag. 
  8. Verwerkersovereenkomsten:
    Het standaard format, geadviseerd door VNG, wordt gehanteerd binnen onze gemeente. Bij het aangaan van inkoopopdrachten wordt er kritisch gekeken of een verwerkersovereenkomst eveneens moet worden toegepast. 
  9. Toestemming betrokkenen:
    Voor de meest voorkomende, primaire diensten die wij leveren bestaat de grondslag veelal uit de uitvoering van een wettelijke verplichting of het algemeen belang. Toch zijn er situaties waarbij toestemming expliciet gevraagd en aantoonbaar gemaakt moet worden. Denk daarbij onder meer aan toestemming voor doeleinden zoals nieuwsbrieven, andere voorzieningen of producten, het doen van tevredenheidsonderzoeken en enquêtes en het doorbreken van geheimhoudingsplicht. Bij het inventariseren van de verwerkingen wordt dit aspect wel benoemd, maar daarmee is nog niet vastgesteld dat dit daadwerkelijk aan de orde is, of dat aantoonbaar gemaakt kan worden dat deze toestemming actief is gegeven. Daarnaast moet in geval van toestemming binnen gedeelten van het proces aandacht zijn voor het intrekken van deze gegeven toestemming. Dit moet te herleiden zijn.

Samenvattend kan gesteld worden dat ten opzichte van 2019, de borging van de AVG van voldoende niveau is en dat wij voldoende stappen hebben gezet voor de naleving van de AVG. In de uitvoering zal het komende jaar aandacht gegeven worden aan het updaten en onderhouden van het register van verwerkingen en de registratie van verwerkersovereenkomsten. 

Feiten en Cijfers 2020
Het aantal verwerkingen opgenomen in het register van verwerkingen bedraagt: 169
Incidenten opgenomen in het lokale register: 4
Incidenten gemeld bij de AP: 1 van de 4
Verzoek tot inzage (bekend bij het privacy team): 1

Afgesloten verwerkersovereenkomsten worden opgenomen in het contractenregister van onze gemeente. Op dit moment is het (nog) niet mogelijk om management informatie hieromtrent te verschaffen.

Ontwikkelingen personeelsbeleid

De strategische koers van onze gemeente is ook voor de ambtelijke organisatie, in aansluiting op het bestuursprogramma 2018-2022, gericht op verbindend besturen onderling en met ‘Coevorden 2022’ als metafoor. Wij werken steeds meer integraal, door aan te sluiten bij de dagelijkse activiteiten in de teams om zo de verandering in te zetten die voor Coevorden 2022 nodig is. Dichtbij en in concrete werksituaties met verdieping op het vraagstuk en de rol die we als gemeente hebben. Een voorbeeld hiervan is het Omgevingslab waarin aanvragen benaderd worden vanuit de gedachte van de Omgevingswet. Ook verbinden wij ons vaker en beter met elkaar door vraagstukken te delen en door collega’s te vragen om mee te denken en mee te doen. Dit deden we via Hofnet, door zeepkistsessies en klantreizen, door trainingen en ook door elkaar buiten te ontmoeten. En zo bleef het werk doorgaan en zochten wij nieuwe manieren van verbinding in dit bijzondere jaar 2020. Snel was de ommezwaai naar digitaal werken gemaakt en lukte het ons om voortgang te waarborgen in alle teams. Zoveel mogelijk gefaciliteerd en met aandacht voor elkaar vanuit het management, vanuit de ondersteunende team, met activiteiten vanuit de corona-werkgroep en zeker ook vanuit onszelf als medewerker.

Waar vorig jaar vanuit Coevorden 2022 de koers is uitgezet, geldt voor 2020 en 2021 dat dit de jaren zijn waarin we de geplande en nieuwe activiteiten uitvoeren en het HR-team op gewenste en volle sterkte brengen. Het HR-beleid is in 2020 verder uitgevoerd en wij hebben de personeelsinstrumenten laten aansluiten bij de ontwikkeling van de organisatie en Coevorden 2022.

Zo is een grote stap gezet in het digitaliseren van HR-processen, zoals het instroomproces van nieuwe medewerkers, waarna het doorstroom- en uitstroomproces volgen. Er is een eerste stap gezet naar HR-analytics door het realiseren van een dashboard, waar op elk moment de gewenste managementinformatie te zien is. Qua dienstverlening zijn wij wendbaar gebleken door snel in te spelen op Coronamaatregelen door onze faciliterende rol op te pakken. Reiskosten woon-werk, de werkgeversverklaring i.v.m. de avondklok en activiteiten gericht op de mentale en fysieke gezondheid zijn hier voorbeelden van.

Ons werkgeversmerk wordt goed ontvangen en zorgt bij de werving en selectie voor een bijdrage aan het positieve imago van Coevorden. Dit horen wij terug uit de reacties op onze vacatures en de telefoon- en sollicitatiegesprekken waarin wij de match tussen mens en organisatie verkennen.

Als instrument om thema’s en projecten in goede banen te leiden en voor een eenduidige aanpak te zorgen, is de training projectmatig creëren door ongeveer 50 collega’s gevolgd, staan er nieuwe trainingen op stapel en houden wij dit gedachtengoed levend door terugkomsessies te organiseren.

Het HR-team heeft in 2020 een kwaliteitsimpuls gekregen door een nieuwe verdeling van taken passend bij Coevorden 2022 en het aantrekken van nieuwe collega’s voor drie specifieke rollen. Wij hebben een coördinator dienstverlening aangesteld evenals een projectleider/ beleidsmedewerker en zijn op dit moment bezig met de procedure organisatieadviseur/HR. Hiermee beogen wij de HR-dienstverlening en de organisatieontwikkeling in de volle breedte en toekomstbestendig in te vullen.

Naast het verder uitbouwen van ons werkgeversmerk maken we in 2021 de stap naar een passende en samenhangende arbeidsmarktcommunicatie en een goed introductiebeleid en inwerktraject voor nieuwe medewerkers. Zodat het beeld bij van Coevorden als werkgever naar buiten overeenkomt met de werkelijkheid na indiensttreding. Vanuit opleiden en ontwikkelen werken wij met een jaarlijks aanbod van opleidingen, zowel gezamenlijk vanuit de BOCE-academie als ook een eigen aanbod met opleidingen en trainingen die in samenspraak met de leidinggevenden of op verzoek van medewerkers aangeboden worden en die passen bij onze visie op opleiden en ontwikkelen of de actualiteit.

Het onderwerp Arbo en gezondheid is vormgegeven zodat het past bij de duurzame inzetbaarheid van medewerkers met een werkwijze die uitnodigt voor meer betrokkenheid bij de gehele organisatie. In de aanbesteding van de Arbodienst hebben wij ingezet op preventie, snelle hulp waar nodig en eigen regie. Wij hebben nadrukkelijk gezocht naar een partij die met ons mee denkt in onze ontwikkeling en flexibel is in de dienstverlening. Per 1 januari 2021 werken wij op de nieuwe manier en zijn de eerste resultaten positief. De arbo-coördinatie is belegd bij de beleidsmedewerker en met de instelling van de arbocommissie en meerdere preventiemedewerkers beogen we een breder gedragen en een goed werkende arbostructuur.

Rapportage juridische procedures

Vanaf 2017 verstrekken wij informatie over klachtbehandeling en Wob-verzoeken in het jaarverslag. De bezwaarschriftencommissie bracht jaarlijks separaat een jaarverslag uit met betrekking tot het aantal ingediende bezwaarschriften. De bezwaarschriftenverordening is op dit punt gewijzigd en dit betekent dat de commissie niet langer een jaarverslag uitbrengt, maar dat over bezwaarschriftafhandeling wordt gerapporteerd in de planning- en controldocumenten.

Hierna geven wij het aantal ingekomen klachten, Wob-verzoeken en bezwaarschriften weer. In de tabellen is de verdeling per team en afdeling weergegeven waarbij een vergelijk wordt gemaakt met de afgelopen vijf jaren.

Geregistreerde klachten
Er is een daling in het aantal klachten ten opzichte van vorig jaar. De daling die is ingezet in 2018 lijkt door te zetten. Wij blijven dit monitoren.

Nationale ombudsman
Er zijn 13 verzoeken bij de ombudsman ingediend. De ombudsman heeft in 1 zaak bemiddelend opgetreden en de zaak is alsnog naar tevredenheid afgedaan. De overige 12 verzoeken zijn ofwel terugverwezen naar de gemeente, of doorverwezen naar een andere procedure. Bijvoorbeeld de bezwaarschriftprocedure of een handhavingsprocedure.

Geregistreerde Wob-verzoeken
Het aantal Wob-verzoeken daalt sinds enkele jaren. Dit heeft ermee te maken dat niet langer een dwangsom wordt uitgekeerd bij het niet tijdig beslissen op een Wob-verzoek.

Bezwaarschriften
Er zijn in 2020 meer bezwaarschriften ingediend bij team Actief voor Werk, dit verschil wordt veroorzaakt doordat er 8 bezwaarschriften met betrekking tot de TOZO ingediend zijn.

Intern controleplan

Wij zijn verplicht (conform artikel 212/213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld. Interne controles worden tijdens het jaar uitgevoerd waardoor eventuele fouten snel(ler) aan het licht komen en bijsturende maatregelen kunnen worden getroffen. 

Het ICP geeft een totaalbeeld van de financiële beheersing van de gemeentelijke organisatie. Het is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheershandelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van de verantwoordingsfunctie van het ICP.

Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces. In 2020 heeft de focus vooral gelegen op de procesverbeteringen binnen de processen inzake subsidieverlening/vaststelling. Dit project is eind 2020 afgerond.  Naar verwachting zullen de aanbevelingen in het derde kwartaal van 2021 geborgd zijn. Ook is er veel aandacht besteed aan de procesbeschrijvingen met betrekking tot de implementatie van het regiesysteem binnen het sociaal domein.  2020 stond daarnaast ook in het teken van de voorbereidingen op de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording en het verder digitaliseren van de interne controles. De bevindingen die naar voren komen uit de interne controles liggen in lijn met de constateringen die zijn gedaan in de managementletter die afgegeven is door onze accountant.  

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

Op grond van de verordening doelmatigheid en doeltreffendheid voeren wij jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een thema. In de verordening is tevens opgenomen dat uw raad in de paragraaf Bedrijfsvoering van de begroting wordt geïnformeerd over dit onderzoek.

In de Programmabegroting 2020 hebben wij een onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van onze trimodale functie aangekondigd. De trimodale functie van onze gemeente betreft onze bereikbaarheid via weg, water en spoor.  De uitvoering van dit onderzoek in 2020 is vertraagd als gevolg van de coronacrisis. Wij leveren u de onderzoeksresultaten in het eerste halfjaar van 2021 op. 

Personeelsbegroting

In onderstaande tabel zijn per organisatieonderdeel de vastgestelde formatie en loonsom opgenomen voor 2020 . Het betreft hier de begrote en werkelijke kosten voor salarissen en sociale lasten.

 
OVERZICHT PERSONELE STERKTE EN PERSONEELSLASTEN 2020
Bedragen x € 1.000
Begroting 2020 Begroting 2020 Jaarrekening
primitief na wijziging 2020
Formatie in fte Lasten in € Lasten in € Bezetting in fte* Lasten in €
Afdelingen
Directie 4,7 520 416 3,0 238
Unit Bestuurs- en Concernondersteuning 12,7 996 1.146 15,8 1.366
Bedrijfsvoering 58,6 4.103 3.992 58,0 3.669
Leefomgeving 112,2 7.446 7.484 111,7 7.073
Publieksservice 77,1 5.561 5.206 81,2 5.473
TOTAAL AFDELINGEN 265,3 18.626 18.244 269,6 17.819
Overig
B&W en voormalig bestuur 4,0 637 637 4,0 635
Raad 25,0 366 366 25,0 376
Griffie en Rekenkamer 2,4 204 204 2,5 204
Gastdames en BABS-en 0,0 34 34 - 20
TOTAAL OVERIG 31,4 1.241 1.241 31,5 1.235
TOTAAL GENERAAL 297 19.867 19.485 301 19.054
* peildatum 31-12-2020

Verbonden Partijen

Inleiding

In deze paragraaf hebben wij een overzicht opgenomen van de partijen waar wij als gemeente aan zijn verbonden. Deze partijen voeren veelal taken voor ons uit, waar wij vanuit onze rol als gemeente een wettelijke taak hebben. Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waar wij een bestuurlijk en financieel belang in hebben. Deze twee belangen worden vaak samen met andere gemeenten vervuld. De gemeenten zijn in die gevallen samen eigenaar van de verbonden partij.  Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de aansturing van en controle op deze verbonden partijen. 

In onderstaand overzicht treft u met name de financiële informatie over de verbonden partijen aan. Wij baseren ons daarbij op de cijfers die in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) zijn vastgesteld. Als een jaarverslag over 2020 nog niet is vastgesteld, laten wij de cijfers van 2019 zien. Informatie over de uitvoering van taken door de verbonden partijen hebben wij opgenomen in de zes beleidsinhoudelijke programma's. Informatie die niet jaarlijks verandert, zoals de manier waarop wij deelnemen in het bestuur, staat in het overzicht Verbonden Partijen in de tegel 'Bijlagen'. 


OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen- Gegevens vermogen en resultaat
schap 1-1-2020 31-12-2020
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1)
Bijdrage: € 129 8% EV €697 EV €1.386
VV €705 VV €829
Resultaat €577
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van recreatie en toerisme
EMCO-groep (programma 2)
Bijdrage Rijk: € 4.195 25% EV €0 EV €0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 237 VV €15.018 VV €15.843
Resultaat (€1.734)
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeentenop het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2)
Bijdrage: € 1.108 8% EV €2.650 EV €2.913
VV €2.380 VV €6.672
*cijfers jaarrekening 2020, bijdrage is inclusief bijdrage VTD Resultaat €99
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5)
Bijdrage: € 844 8% EV €173 EV €91
VV €5.712 VV €4.628
Resultaat (€82)
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving
van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5)
Bijdrage: € 2.018 8% EV € 2.305 EV € 3.483
VV € 23.387 VV € 33.226
Resultaat € 855
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Veiligheidsregio Drenthe is een netwerkorganisatie ter ondersteuning van de gemeentelijke taken op het brandweer, crisisbeheersing
en geneeskundige hulpverlening voor twaalf Drentse gemeenten
Euregio Enschede/Gronau (programma 5)
Bijdrage: € 9 2% EV € 2.064 EV € 2.064
VV € 31.584 VV € 23.389
Resultaat € 241
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maat-
schappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5)
Bijdrage: € 5 1% EV € 727 EV € 729
VV € 2.425 VV € 3.023
Resultaat € 2
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en
problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe (programma 2)
Bijdrage: € 24 3% EV € 5 EV € 41
VV € 334 VV € 352
Resultaat € 36
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door de Bedrijfsvoeringsorganistatie van de
uitvoerende taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement van vervoer in het gebied van de deelnemers.
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1)
Bijdrage: 29% EV € 781 EV € 877
VV € 5.952 VV € 5.972
Resultaat € 96
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH'
met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale
maatregelen die als doel hebben dit te bereiken. Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en
weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4)
Bijdrage: 33% EV € 6.032 EV € 6.339
Dividend: VV € 14.650 VV € 15.440
Resultaat € 660
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen
N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) (programma 6)
Dividend: 4,13% EV € 34.225 EV € 38.733
VV € 130.283 VV € 123.084
Resultaat € 2.181
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: De zorg voor en de instandhouding van de (drink)watervoorziening in haar verzorgingsgebied en het verrichten van alle werkzaamheden
die daarmee in verband staan.
N.V. Rendo Holding (programma 6)
Dividend: 4,14% EV € 72.405 EV € 74.600
VV € 62.388 VV € 72.995
Resultaat € 9.501
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; beheer en onderhoud vaneen gas en elektriciteitsnetwerk.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (programma 6)
Dividend: 0,17% EV € 65.505 EV € 74.378
VV € 84.184 VV € 85.981
*cijfers jaarrekening 2020 Resultaat € 221.000
Doel: Het uitoefenen van het bedrijf van bankier voor overheden, waaronder gemeenten.
Glasvezel Zuidenveld B.V. (programma 6)
Dividend: 40,00% EV € 0 EV € 1.568
VV € 0 VV € 1.745
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat -€ 78
Doel: Aanleg glasvezelnetwerk.
3. Deelnemingen verkoop aandelen Essent
Enexis Holding N.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 4.112.000 EV € 4.116.000
VV € 3.047.000 VV € 4.199.000
Resultaat € 108.000
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; het in stand houden van een betrouwbaar distributie en transportnet voor energie.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (50 % belang EPZ) (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 1.590 EV €1.569
VV € 455 VV €20
*cijfers jaarrekening 2020 Resultaat -20
Doel: In deze b.v. was het 50%-belang van Essent in de N.V. Elektriciteit Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) ondergebracht.
Deze was onder meer eigenaar van de kerncentrale te Borssele. PBE is belast met de afwikkeling van zaken
die voortvloeien uit de verkoop en verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de borging van het publiek belang.
Verkoop Vennootschap B.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV €71 EV €0
VV €16 VV €0
Resultaat €0
Doel: Bij de verkoop van de aandelen Essent aan RWE AG hebben de verkopende aandeelhouders een
aantal garanties en vrijwaringen afgegeven aan RWE. Deze zijn overgedragen aan Verkoop Vennootschap B.V. Een deel van de verkoop-
opbrengst wordt een bepaalde tijd aangehouden in het General Escrow Fonds. De functie van deze vennootschap is daarmee tweeledig:
a. het namens de verkopende aandeelhouders van Essent voeren van eventuele garantieclaim- procedures tegen RWE;
b. het geven van instructies aan de escrow-agent.