Uitgaven

8,96%
€ 10.915
x € 1.000
8,96% Complete

Inkomsten

67,39%
€ 83.671
x € 1.000
67,39% Complete

Saldo

3100,79%
€ 72.755
x € 1.000

Programma 6 | Financiering en alg. dekkingsmiddelen

Uitgaven

8,96%
€ 10.915
x € 1.000
8,96% Complete

Inkomsten

67,39%
€ 83.671
x € 1.000
67,39% Complete

Saldo

3100,79%
€ 72.755
x € 1.000

Bestuurlijke samenvatting

Terug naar navigatie - Bestuurlijke samenvatting

2020 was een bijzonder jaar. In de voorgaande programma’s is stilgestaan bij wat dit beleidsmatig heeft betekend. Natuurlijk zijn er ook financiële consequenties. Door continue vinger aan de pols te houden en de verschillende steunpakketten van het Rijk zijn wij in staat geweest om dit in goede banen te leiden. Wij sluiten het boekjaar 2020 af met een netto resultaat van € 190.000 miljoen. Dit is het resultaat van de halfjaarrapportage (€ 1.621.000 negatief), de jaarrekening (€ 2.346.000 postief) en de voorgestelde resultaatbestemming van de coronamiddelen (€ 535.000). Het resultaat voegen wij toe aan onze algemene reserve. Daarnaast hebben wij het vaste bedrag van € 2 miljoen ook gestort. Samen met een toename van de bestemmingsreserves zien wij dat ons eigen vermogen dit jaar is gegroeid met € 4 miljoen.

Onze vreemd vermogen positie is toegenomen met € 4,5 miljoen. Dit is het resultaat van aflossen op de bestaande leningenportefeuille voor een bedrag van ruim € 10 miljoen en het aantrekken van twee nieuwe langlopende leningen met een totale omvang van € 15 miljoen.

In onze financiële beleidskaders (Nota financieel beleid) is opgenomen dat de solvabiliteit zich binnen een bandbreedte van 30% - 40% mag bewegen. De solvabiliteit is een kengetal die de verhouding aangeeft tussen het eigen vermogen (algemene -en bestemmingsreserves) en het vreemde vermogen (korte en langlopende leningen). De solvabiliteit bedraagt per 31 december 2020: 33%.

De fondsbeheerders (ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën) hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met, en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. Dit, opdat hiermee bij de wijze van invoering rekening kan worden gehouden.

Ondanks het positieve financiële resultaat zien wij ook risico’s. Zo zijn de tekorten binnen het sociaal domein weer toegenomen en blijkt het doorgronden van de afvalketen een uitdaging. Wat gaat er gebeuren met de economie wanneer het Rijk stopt met alle steunmaatregelen? Een mogelijke stijging van het aantal faillissementen en mensen met een uitkering? Daarnaast zien wij dat veel bestuurlijke ambities en doelstellingen zijn vertraagd en doorgeschoven naar 2021. In welke mate is de samenleving en onze organisatie in staat om, onder (deels) blijvende Corona-omstandigheden, deze te realiseren?

Toelichting op de belangrijkste verschillen

Terug naar navigatie - Toelichting op de belangrijkste verschillen


Algemene baten en lasten, incidenteel voordeel € 373.000

Hieronder vallen nadelen op reservemutaties en voordelen op een aantal centraal begrote stelposten:

  • Ambities Programmabegroting 2019
    Ter dekking van de ambities in de Programmabegroting, met de middelen voor de jaarschijf 2020, is een onttrekking aan de algemene reserve van € 1.203.000 begroot. Wij hebben niet alle middelen ingezet. Daarom hebben wij € 417.000 minder onttrokken. Dat leidt op dit programma tot een nadeel van € 417.000. Daar staan de voordelen op de andere vijf programma’s tegenover.
  • Ontwikkelingen Programmabegroting 2020
    Bij het pakket aan nieuwe ontwikkelingen voor 2020 is een deel van de dekking een onttrekking aan de algemene reserve voor een bedrag van € 560.000. Vele ontwikkelingen zijn in 2020 anders gelopen dan bij de begroting gepland. Door de coronamaatregelen is de uitvoering anders gelopen of heeft deze vertraging opgelopen. Daardoor zijn de uitgaven ook achtergebleven. Wij hebben daarom minder onttrokken dan begroot. Wij hebben € 58.000 onttrokken, € 502.000 lager. Dat leidt op dit programma tot een nadeel van € 502.000. Daar staan de voordelen op de andere vijf programma’s tegenover.
  • Stelpost vrije begrotingsruimte: € 863.000
    In de decemberwijziging hebben wij de diverse wijzigingen verwerkt. De ontvangen coronacompensatie en de bestrijding van de eikenprocessierups leidden tot een verschil dat is toegevoegd aan de stelpost. Het verwerken van de ontvangen coronacompensatie door het Rijk en overige elementen in de septembercirculaire leidde netto tot een voordeel van € 1.103.000. Het verwerken van het nadeel op de bestrijding van de eikenprocessierups leidde tot een nadeel van € 240.000. Het netto-effect van de wijziging was € 863.000. Dit bedrag is toegevoegd aan de stelpost vrije begrotingsruimte. Dit bedrag valt nu vrij in het jaarrekeningresultaat. Omdat wij de niet-bestede middelen voor coronacompensatie in de algemene reserve storten, blijft het restant beschikbaar in 2021.
  • Stelpost vervangingsinvesteringen: € 270.000
    De omvang van de stelpost vervangingsinvesteringen bedroeg in 2020 € 340.000. Een bedrag van € 90.000 is ingezet ter dekking van de ontwikkelingen ‘Onderzoekskosten De Nieuwe Veste’ en ‘onderzoek fietsnota en fietspaden’. Het beschikbare bedrag was nog € 250.000. Bij de Halfjaarrapportage is hier € 20.000 aan toegevoegd omdat de vervanging van een tractor is geactiveerd in plaats van ineens afgeschreven wordt. Het bedrag van € 270.000 is gedurende het jaar niet ingezet voor spoedinvesteringen. Dit bedrag is nu een voordeel en valt nu vrij in het jaarrekeningresultaat.
  • Stelpost onvoorzien: € 100.000
    De stelpost onvoorzien heeft een omvang in 2020 van € 100.000 Er is in 2020 geen beroep gedaan op deze stelpost. Het bedrag is een voordeel en valt vrij in het jaarrekeningresultaat.
  • Afrondingsverschillen: € 59.000
    Ook is er een voordeel van € 59.000 door diverse kleine afrondingsverschillen.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds, voordeel € 308.000
Op de algemene uitkering is sprake van een verschil als gevolg van de decembercirculaire en eindafrekeningen over voorgaande jaren. Vanwege het verschijningsmoment van de decembercirculaire kunnen wij deze cijfers niet meer verwerken in de begrote bedragen. In 2020 zijn daarnaast een aantal matstaven geactualiseerd die gevolgen hebben voor de algemene uitkering over de jaren 2018, 2019 en 2020. Dit leidt tot incidentele voordelen. Het totale effect is € 308.000 voordelig. 

Financiering en dividend, incidenteel nadeel € 402.000

  • Doordat wij werken met meerjarig stabiele rekenrentes, vanaf 2020 1,5%, belasten wij minder door naar de programma’s dan zou moeten. In de programmabegroting hebben wij een stelpost renteresultaat opgenomen voor dit nadeel ten opzichte van de interne rekenrente, zodat dit niet van invloed was op onze meerjarenraming. Het nadelige renteresultaat was in 2020 € 430.000.
  • In 2020 heeft de afwikkeling van de verkoop van Attero plaatsgevonden. Wij hebben een bedrag van € 12.800 ontvangen.  Aangezien wij door de afwikkeling van de verkoop geen risico meer lopen hebben wij de opgenomen voorziening van € 21.300 vrij laten vallen. Per saldo levert dit een positief resultaat van € 34.100 op. 
    Hierbij merken wij op dat het beheer van de Escrow, die was geplaatst uit de verkoop van Attero , was ondergebracht bij advocatenkantoor Pels Rijcken. In het voorjaar van 2021 kwam dit kantoor in het nieuws vanwege vermeend misbruik van derdengelden. De Escrow uit de verkoop van Attero is hier mogelijk ook in betrokken. Dit kan betekenen dat er sprake is van misgelopen rente-inkomsten. 
  • Door de COVID-19 pandemie heeft de BNG Bank maar een gedeelte van de in april 2020 toegezegde dividenden uitgekeerd, er is nog geen zekerheid over de resterende  € 77.000,- . Wij nemen dit in 2020 mee als incidenteel nadeel. Hier staat een incidenteel voordeel aan dividend van Area tegenover van € 68.000 tegenover.                   
  • Daarnaast is er voor € 3.000 aan kleine verschillen.

Heffing gemeentelijke belastingen, incidenteel / structureel nadeel € 627.000

Onroerende zaakbelasting, incidenteel nadeel 78.000
Bij de OZB op de woningen is sprake van een voordeel van ongeveer € 132.000. Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een opbrengstverschuiving. Een groot recreatiepark wordt nu grotendeels als woning aangeslagen. Daarnaast is de waardestijging van de woningen groter geweest bij de begroting is ingeschat. Bij de OZB op de niet-woningen is sprake van een nadeel van ongeveer € 210.000. De hiervoor genoemde opbrengstverschuiving heeft hier een nadelig effect. Daarnaast betekent deze wijziging ook dat er geen gebruikersheffing meer is voor dit object. Tot slot is er sprake van een grotere waardedaling dan verwacht en is het aandeel van de leegstand groter geweest dan bij de begroting is meegenomen.

Toeristenbelasting, incidenteel nadeel € 496.000
Wij hebben bij enkele grote recreatieparken een uitvraag gedaan naar het aantal overnachtingen in 2020. Op basis hiervan schatten wij in dat het aantal overnachtingen in 2020 ongeveer 430.000 lager zal zijn dan begroot. Op basis van de nu beschikbare gegevens verwachten wij over 2020 een inkomstenderving van ongeveer € 540.000. Hier staat nog een voordeel van ongeveer € 45.000 over boekjaar 2019 tegenover. Per saldo is het nadeel € 496.000. Het Rijk heeft ons over 2020 voor een bedrag van € 426.000 gecompenseerd. 

De overige kleine verschillen in de gemeentelijke belastinginkomsten zijn de BIZ en de uitvoeringskosten voor de wet WOZ.