Meer
Publicatiedatum: 01-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Onder deze tegel treft u de zeven paragrafen aan. Deze paragrafen geven met een andere dwarsdoorsnede informatie over het jaar 2018 weer. Het betreft de volgende zeven paragrafen: 

  • Lokale heffingen; 
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
  • Onderhoud kapitaalgoederen;
  • Financiering;
  • Bedrijfsvoering;
  • Verbonden partijen;
  • Grondbeleid. 

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • voor leges en retributies geldt het beleidsuitgangspunt van kostendekkende tarieven;
  • in het Bestuursprogramma 2015-2019 is bepaald dat de lokale lastendruk met maximaal 2% boven de inflatie stijgt;
  • in de Kaderbrief 2018 is voor de trendmatige stijging van de tarieven een percentage van 1,6% afgesproken;

Kwijtscheldingsbeleid

Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten

In deze tabel geven wij de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengsten uit belastingen en heffingen weer.

Belastingopbrengsten Begroot Werkelijk Verschil
(Bedragen*€ 1.000)
Ozb 8.390 8.170 -220
Afvalstoffenheffing 3.938 3.937 0
Rioolheffing 3.536 3.554 18
Toeristenbelasting 1.751 1.779 29
Bedrijven Investeringszone (BIZ) 130 112 -18
Forensenbelasting 94 92 -2
Reclamebelasting 80 82 2
Totaal 17.918 17.727 -191

 

Toelichting op het verschil op de Onroerende zaakbelastingen
De totale Ozb-inkomsten zijn in 2018 € 220.000 lager uitgevallen dan begroot. De totale werkelijke WOZ-waarde is lager dan medio 2017 berekend ten tijde van de samenstelling van de begroting. Dit komt door verschillen in de waardeontwikkeling van objecten, verminderingen van voorgaande jaren en effecten van bezwaar en beroep. Een deel van dit effect heeft een structureel karakter, waar wij bij de Programmabegroting 2019 op hebben geanticipeerd.


Overzicht belastingtarieven

Wij hebben de tarieven voor de diverse belastingen en heffingen van het afgelopen jaar in beeld gebracht in onderstaande tabel. Daarbij hebben we ook de tarieven van het jaar er voor (2017) weergegeven. 
 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2017 2018
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren woningen en niet-woningen 0,1902% 0,1891%
Gebruikers niet-woningen 0,1586% 0,1576%
Rioolheffing
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2017 en € 183.600 in 2018,
met een waterverbruik van 120 m3
Gebruikers: rioolheffing afvalwater,
categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 103,63 € 105,72
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 59,87 € 61,07
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0190% 0,0193%
0,0190% resp. 0,0193% van de WOZ-waarde € 34,20 € 35,43
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden € 226,12 € 233,41
Meerpersoonshuishouden € 272,38 € 281,17
Extra container GFT € 65,10 € 67,20
Extra container PMD € - € 67,20
Extra container Rest € 65,10 € 134,40
Reclamebelasting
1-3 aankondigingen € 440,85 € 447,90
4 en meer aankondigingen € 605,90 € 615,59
Toeristenbelasting € 1,25 € 1,25
Forensenbelasting
Forensenbelasting WOZ-waarde kleiner dan € 120.000 € 310,77 € 315,74
Forensenbelasting WOZ-waarde groter dan € 120.000 € 372,66 € 378,62

Exploitatieoverzicht riolering

Bij de begroting hebben wij de kosten voor de rioleringswerkzaamheden in 2018 berekend. Het tarief voor de rioolheffing is op deze kosten gebaseerd. Om de schommelingen in onze investeringen op te vangen, maken wij gebruik van de voorziening riolering. Door deze voorziening in te zetten, zijn wij op begrotingsbasis 100% kostendekkend.  Wij hebben een onttrekking aan de voorziening begroot van € 159.000. De daadwerkelijke kosten voor riolering zijn in 2018 lager uitgevallen. Wij hebben een bedrag van € 18.000 toegevoegd aan de voorziening riolering. 

EXPLOITATIEOVERZICHT RIOLERING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten 3.372 3.231 141
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen - - -
Onttrekking voorziening riolering 159 - 159
Directe kosten 3.213 3.231 -18
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 319 319 -
BTW - - -
Totale kosten 3.532 3.550 -18
Opbrengst heffingen 3.536 3.554 18
Saldo -4 -4 -
Dekkingspercentage 100% 100% 0%

Exploitatieoverzicht reiniging

Net zoals de hierboven geschetste methode bij de rioolheffing om de tarieven en de kostendekkendheid te bepalen, hebben wij bij de begroting het tarief voor de afvalstoffenheffing berekend. 
Bij de begroting was de kostendekkendheid 98%. Met de onttrekking van € 65.000 uit de algemene reserve, op grond van de motie 2017-06, waren de opbrengsten op begrotingsbasis kostendekkend. Gedurende het jaar 2018 hebben wij onderzoek verricht naar aanvullende mogelijkheden om een daling van de kosten te bewerkstelligen. In 2018 zijn wij bezig geweest met het ontwikkelen en wijzigen van beleid inzake afvalverwijdering en -verwerking. De uitvoering hiervan vindt plaats in 2019.

EXPLOITATIEOVERZICHT REINIGING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld reiniging, incl. rente en directe personeelskosten 3.675 3.691 -16
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen 500 476 -24
Directe kosten 3.175 3.215 -40
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 101 101 -
BTW 726 729 -3
Totale kosten 4.002 4.045 -43
Opbrengst heffingen 3.938 3.937 -0
Saldo -65 -108 -43
Dekkingspercentage 98% 97% 1%

Kwijtschelding

In 2018 hebben wij voor een bedrag van € 319.000 kwijtschelding van gemeentelijke belastingen verleend. Er waren net zoals het voorgaande jaar ruim 1000 kwijtscheldingsverzoeken. Van dit aantal verzoeken is 89% gehonoreerd. 

KWIJTSCHELDING
(Bedragen x € 1.000)
Kwijtschelding 2017 2018
Begroot 319 319
Werkelijk 318 300
Verschil 1 19
Aantallen
Ontvangen kwijtscheldingsverzoeken 1.042 1.064
Gehonoreerd 925 950

Gemeentelijke woonlasten

Gegevens ontleend aan het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO).

 

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:
‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het realiseren van een gezonde financiële positie;
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

 

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Wij maken daarbij onderscheid tussen incidentele en structurele risico’s.
 
Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 2,3
€ 500.000 - € 1.000.000 1,7
€ 200.000 - € 500.000 8 6
€ 50.000 - € 200.000
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties 4
kans kans kans kans kans
<1% <10% <25% <50% >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een vijftal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De vijf risico’s worden hieronder toegelicht.

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2018 2019 2020 2021
1. N34 500 25% 125 125 125 125
2. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
3. Grondexploitaties 12.978 22% 2.820 2.400 2.060 1.800
4. Garantstelling Dutch Techzone 0 0% 0 0 0 0
5. Faillissement CQ pm
6. Bijstelling accres Gemeentefonds 200 75% 150 pm pm pm
Totaal 17.178 3.620 3.050 2.710 2.450

1. N34

Om het project N34/Klooster te kunnen realiseren diende de (gemeentelijke) bodem vrij te worden gemaakt (saneren) van de aangetroffen asbest-spots. Met de provincie Drenthe zijn over de wijze van uitvoeren afspraken gemaakt en zijn de werkzaamheden gemeld aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. De financiële afrekening volgt in 2019. Wij zien op dit moment geen aanleiding om het ingeschatte risico zoals aangegeven in het Jaarverslag 2017 bij te stellen.   

2. Europark

De verkoop van een perceel grond aan Tuindeco heeft geleid tot een aanzienlijke verlaging van de schuldenstand tot ca. € 6,2 miljoen.  Hier tegenover staat de waarde van de resterende gronden. Per saldo is de financiële positie van het Europark verder verbeterd. De rente van geldleningen bij de BNG is langjarig vastgelegd. De lage rentestand heeft een positief effect op het resultaat van de Europark GmbH. 

Het uitgangspunt is dat Europark GmbH zich zonder een extra financiële bijdrage van onze gemeente ontwikkelt. Mocht zij op enig moment onverhoopt toch een beroep op de gemeente moeten doen voor financiële steun dan is het door ons ingeschatte maximale risico € 525.000.

3. Grondexploitaties

Ieder jaar herijken wij bij de samenstelling van de jaarrekening de risico’s van de grondexploitaties. Ondanks de actualisatie en afwaardering hanteren wij een risico van 22% over de boekwaarde van € 12,9 miljoen. Dit percentage is een gewogen gemiddelde van alle risico’s van alle grondexploitaties. De opbouw staat weergegeven in paragraaf Grondbeleid. In de periode tot en met 2021 voorzien wij een geleidelijke afname van de totale boekwaarde tot een niveau van € 8 miljoen. In de bovenstaande tabel houden wij rekening met deze afname.

De bovenstaande ontwikkeling is voor ons geen aanleiding om het risicoprofiel naar beneden bij te stellen. Alle prognosemodellen, zie woonvisie, geven aan dat vanaf omstreeks 2025 het aantal huishoudens in de gemeente zal afnemen. Het financiële risico neemt wel sterk af als gevolg van de daling van de boekwaarde. Omdat wij geen actief grondbeleid meer voeren zal het financiële risico de komende jaren afnemen naar een niveau van +/- € 1,8 miljoen. Voor een uitgebreide uiteenzetting over de grondexploitaties verwijzen wij u naar de paragraaf grondbeleid .

4. Sectorplan Vierkant voor Werk

Het sectorplan Vierkant voor Werk is afgerond in de zomer van 2018. Daarna is de verantwoordingsperiode gestart en recentelijk is er een bericht vanuit het Ministerie ontvangen dat de verantwoording is goedgekeurd. De garantstelling zal daarom niet worden aangesproken. Er is wel sprake van een klein tekort, maar dit tekort is uit de ESF reserve gedekt.

5. Faillissement CQ

De civielrechtelijke procedures rondom het faillissement van CQ zijn gestart en bevinden zich op dit moment nog in de procedurele fase. De inhoudelijke fase zal pas starten nadat de procedurele fase is afgerond. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het gevoegd behandelen van de dagvaardingsprocedures.

6. Bijstelling accres Gemeentefonds

Bij de decembercirculaire van het gemeentefonds werd duidelijk dat de uitgaven van het Rijk in 2018 achterlopen op schema. Er is sprake van zogenoemde 'onderuitputting'. Deze onderuitputting betekent: samen de trap af. Immers, als de uitgaven van het Rijk dalen, daalt de gemeentefondsuitkering ook. Op basis van de onderuitputting van het Rijk verwachten wij circa € 200.000 terug te moeten betalen over 2018. Deze inschatting is op basis van de Najaarsnota van het Rijk per 1 oktober. Landelijk circuleren verschillende bedragen over de onderuitputting over heel 2018.  De hoogte van het bedrag is dus nog onzeker. Het daadwerkelijke bedrag wordt duidelijk bij de meicirculaire 2019. Wij schatten het risico daarom in op 75%. In welke mate dit effect een structureel karakter heeft, is ook nog onzeker. Wij verwerken de effecten van de meicirculaires altijd in de Halfjaarrapportage. Het saldo van de Halfjaarrapportage brengen wij ten gunste van de stelpost vrije begrotingsruimte of ten laste van de algemene reserve. 

Structurele risico's

Structurele risico’s zijn risico’s die wij ieder jaar opnieuw lopen, ongeacht of wij in enig jaar een risico hebben genomen. Structurele risico’s die wij lopen zijn de decentralisaties in het Sociaal Domein, de EMCO-Groep. Onderstaande lichten wij deze risico`s toe en geven wij deze in een tabel weer.

 

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2018 2019 2020 2021
7. Sociaal Domein 600 50% 300 300 300 300
8. EMCO-groep 200 50% 100 100 100 100
Totaal 800 400 400 400 400

7. Sociaal domein

Sinds 2015 zijn wij verantwoordelijk voor drie decentralisaties in het Sociaal Domein namelijk Jeugd, Wmo en Participatie. De openeinderegeling die aan de betreffende wetten is verbonden maakt het lastig om risico`s te kwantificeren. Wij constateren daarnaast dat er de laatste tijd sprake is van een toenemende druk op de kosten van zowel de jeugdhulp als de Wmo. De kosten in het Sociaal Domein stijgen momenteel harder dan de Rijksbijdrage. Bij de jeugdhulp zien wij met name een toename in zorgzwaarte. De gemiddelde kosten per cliënt zijn gestegen. Bij de Wmo-voorzieningen is vanaf 01-01-2019 onder andere sprake van de invoering van een zogeheten gemaximeerd abonnementstarief. De verwachting is dat dit gaat leiden tot een kostentoename. Daarnaast heeft de wijziging van het lage Btw-tarief ook invloed op de kosten (met name bij de vervoerskosten). Om deze redenen hebben wij zowel het risicobedrag als ook de kans waarin dit risico zich voor kan doen verhoogd. Wij schatten het risico in totaliteit in op € 600.000 met een kans van 50%.

8. EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR. De EMCO-groep heeft de afgelopen jaren een aantal efficiencyslagen doorgevoerd. Wij vinden het daarom reëel om de omvang het financiële risico neerwaarts bij te stellen naar € 200.000. Niettemin blijft het exploitatieresultaat voor de komende jaren onder druk staan. Daarnaast is het nog altijd onduidelijk wat het rijk op termijn gaat doen met de rijksbijdrage. De kans dat dit risico werkelijkheid wordt schatten wij daarom (ongewijzigd) in op 50%.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken. Hierbij zetten wij eerst onze weerstandscapaciteit in die geen tot minimale effecten heeft op onze begroting en ons beleid. Onze weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit 2018 2019 2020 2021
Algemene reserve 23.894 23.671 26.971 31.071
Resultaat + reserve mutaties -223 3.300 4.100 4.300
Reserve grondexploitaties 0 0 0 0
Reserve verkoop aandelen Essent 8.667 8.667 8.667 8.667
Onbenutte belastingcapaciteit 634 500 500 500
Post onvoorzien 100 100 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 33.072 36.238 40.338 44.638

Weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen zetten
wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:
Beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

 

Ratio weerstandsvermogen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen weergegeven. De ratio weerstandsvermogen is uitstekend volgens de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.

WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2018 2019 2020 2021
Weerstandscapaciteit 33.072 36.238 40.338 44.638
Te verwachten risico’s 4.020 3.450 3.110 2.850
Weerstandsvermogen 29.052 32.788 37.228 41.788
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2018 2019 2020 2021
Ratio weerstandsvermogen 8,23 10,50 12,97 15,66

Financiële kengetallen

In onderstaande tabel geven wij, door middel van een aantal indicatoren, inzicht in de financiële situatie van de gemeente. Daarmee wordt beoogd de gemeenteraad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • voorraadquote;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen van onze financiële positie zijn als volgt:

Indicatoren Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie
2015 2016 2017 2018
- Netto schuldquote 100% 86% 72% 75%
- Idem gecorrigeerd voor verstrekte leningen 89% 79% 65% 69%
- Solvabiliteitsratio 17% 25% 31% 31%
- Voorraadquote 26% 21% 13% 14%
- Structurele exploitatieruimte 2% 2% 2% 2%
- Belastingcapaciteit 96% 100% 90% 92%

Toelichting kengetallen

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De gerealiseerde cijfers over 2018 geven voor deze indicatoren waarden die ruim binnen de signaleringswaarden van de provincie vallen. 

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio ligt met 31% boven de in de Nota Financieel Beleid vermeldde ondergrens van 30%.

Voorraadquote
Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is dat de grondexploitatie kan bijdragen aan verlaging van de schuld van onze gemeente. De gerealiseerde cijfers over 2018 geven voor deze indicator een waarde die ruim binnen de signaleringswaarde van de provincie valt. 

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten waarbij deze worden vergeleken met de totale baten.

Belastingcapaciteit
Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een zich voordoende financiële tegenvaller in het volgend begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid.

Signaleringswaarden Provincie

De provincie Drenthe heeft in december 2015 signaleringswaarden bepaald om de kengetallen in perspectief te kunnen plaatsen. De signaleringswaarden treft u aan in de onderstaande tabel. Wij hebben de categorieën A (minst risicovol), B (gemiddeld) en C (meest risicovol) van kleuren voorzien en deze categorisering in de tabel met financiële kengetallen toegepast.

 

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze goederen en het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau van de gemeente. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. 

Gebouwen

Op basis van de vastgoedvisie is in 2018 verder uitvoering gegeven aan het beheer van ons vastgoed. Wij hebben het accent gelegd op het onderhoud van ons kernbezit. Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van het meerjarenonderhoudsprogramma. In de uitvoering passen wij een scherpe prioritering toe. Bij het uitvoeren van zowel dagelijks- als grootonderhoud houden wij, daar waar mogelijk, rekening met duurzaamheid.

Onderhoudslasten in 2018
De totale onderhoudslasten in 2018, voor zowel dagelijks onderhoud als planmatig/groot onderhoud, komen uit op € 725.000.

Groen

Het totaal van de te beheren oppervlakte groen in de gemeente beslaat circa 898 hectare. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling van het areaal weer.

In de grafiek hieronder kunt u de verdeling van het areaal over de gebieden zien.

Door uw raad zijn in 2017 vragen gesteld over het bermonderhoud binnen de totale gemeente. Op basis hiervan is een bestuurlijke notitie geschreven die dieper ingaat op een aantal belangrijke elementen van de groenvoorziening. Het betreft de navolgende items:

1. Verbeteren kwaliteitsniveau groenvoorziening met instant houden van niveau-C
2. Stimuleren natuur technisch bermonderhoud
3. Verbeteren onderhoud bomen

Op basis van deze notitie heeft de raad besloten extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor het verbeteren van de groenvoorziening om niveau-C te kunnen handhaven. Hiervoor zullen gedurende 2 jaar diverse heestervakken gerenoveerd worden. In 2018 zijn wij gestart met de renovatie van de heestervakken. Daarnaast zijn er extra middelen beschikbaar gesteld om beheerplannen op te stellen voor het boomonderhoud en het natuur technisch bermonderhoud. Ten aanzien van het bermonderhoud is er extra budget beschikbaar gesteld om medewerking te verlenen bij het opstarten van 4-5 pilots om ervaring op te doen met natuur technisch bermbeheer. Deze pilots zullen gedurende een periode van 5 jaar gemonitord worden. In 2018 zijn zowel het  bermbeheerplan als het bomenbeheerplan in concept gereed. Deze plannen zullen begin 2019 ter vaststelling aan ons worden aangeboden. In 2018 zijn wij wel al gestart met de pilots “Natuur technisch bermbeheer” Hiervoor hebben zich 8 kernen aangemeld.

Lasten in 2018
In 2018 hebben wij € 1.049.000 uitgegeven aan het onderhoud van het openbaar groen en € 295.000  aan het onderhoud van de begraafplaatsen. Dit betreffen de kosten van goederen en diensten van derden (waaronder de inhuur van medewerkers van de EMCO-groep). De inzet van onze eigen man- en tractie-uren maken geen onderdeel uit van deze kosten.

Oeververbindingen

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte en daarmee ook voor de civiele kunstwerken binnen de gemeente. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen bij ontstane (letsel)schade geregeld. De gemeente dient bij geschillen aan te tonen dat inspectie en onderhoud met optimale zorg zijn uitgevoerd. Het is dan ook van groot belang ook het beheer van de civiele kunstwerken op orde te hebben. Om de kwaliteit van de civiele kunstwerken te monitoren dienen deze regelmatig geïnspecteerd worden. Op basis van deze inspecties is in 2018 een beheerplan opgesteld. Het beheerplan geeft antwoord op de volgende vragen:

  • Wat heeft de gemeente Coevorden in beheer?
  • Wat is de kwaliteit hiervan?
  • Wat is het benodigde budget om te voldoen aan de beoogde kwaliteit?
  • Welke onderhoudsmaatregelen zijn noodzakelijk?
  • Wanneer moet het onderhoud worden uitgevoerd?

In het beheerplan wordt inzicht gegeven in de bestaande kwaliteit, de planning van de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde financiële gevolgen. Ten aanzien van het onderhoud laat de doorgerekende situatie een geleidelijke, maar structurele kentering in het onderhoud van de civiele kunstwerken zien. Bestaande achterstanden worden binnen drie jaar weggewerkt, waardoor een situatie ontstaat die goed beheersbaar is. Dit vergt wel een eenmalige investering van 1,1 miljoen euro voor de komende drie jaar. Daarnaast dient het bestaande budget van € 136.000 structureel verhoogd te worden met € 22.000. Met deze verhoging en de kapitaal lasten van de investering komt het benodigde budget uit op een totaal bedrag van € 222.000 per jaar. Met dit structurele bedrag kan de veiligheid van onze civiele kunstwerken op een aanvaardbaar niveau gegarandeerd worden en de overige risico’s (waaronder het risico van kapitaalvernietiging) blijven op deze wijze binnen de perken. 

Lasten in 2018
In 2018 hebben wij een bedrag van € 81.000 uitgegeven aan het onderhoud van oeververbindingen. In verband met de bovengenoemde geplande vervanging is regulier onderhoud aan diverse oeververbindingen in 2018 niet uitgevoerd.

Openbare verlichting

De functie van de openbare verlichting is het verlichten van de openbare ruimte op een manier die past bij het gebruik van die ruimte. Het primaire doel van de openbare verlichting is het verlengen van de daglicht periode om op deze wijze de maatschappelijke groei te bevorderen.  

In 2017 is het beleidsplan “Openbare Verlichting” door uw raad vastgesteld. Sociale veiligheid en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s in dit beleidsplan. In 2018 zijn wij gestart met het verwijderen van de openbare verlichting, daar waar wij deze niet nodig achten. Goede verlichting op schoolroutes achten wij daarentegen juist van groot belang.

Hierover zijn wij in gesprek met belangenorganisatie om overeenstemming te krijgen over waar de schoolroutes lopen. Als we hierover overeenstemming hebben, gaan we in overleg met deze organisaties over de vorm en mate van verlichting. 

Aantallen
Het huidige beheerbestand kent 9.854 lichtmasten (2017: 9.950), 9.916 armaturen (2017: 10.176) en 10.213 lampen (2017: 10.544). Dit verschil in aantal ontstaat doordat er meerdere armaturen op 1 lichtmast kunnen zitten, en ook meerdere lampen in 1 armatuur.

In het beleidsplan is opgenomen dat er de komende jaren ingezet gaat worden op het vervangen van verouderde armaturen en het besparen op energie en onderhoud. Het overgrote deel van oude armaturen (20 jaar en ouder) bestaat uit armaturen met SOX en TL lampen. Door het vervangen van armaturen met SOX en TL lampen is er dus niet alleen gewerkt aan het vervangen van oude armaturen, maar ook aan de besparing op onderhoud en energie.

Zoals in het vastgestelde beleidsplan staat aangegeven gaan we in twintig jaar alle lichtmasten voorzien van LED-armaturen. De komende vijf jaar zullen alle SOX- en TL lampen als eerste vervangen worden. Het betreft hier 5.000 lichtmasten. Daarnaast zijn wij van plan alle armaturen uit te rusten met dimapparatuur, zodat de openbare verlichting gedurende de nachtperiode kan worden gedimd. Begin 2018 is hiervoor een planning, een handboek en een communicatieplan door ons goedgekeurd.

In 2018 zijn wij gestart met het vervangen van de bestaande armaturen door LED-armaturen aan de gebieds- en wijk ontsluitingswegen in Coevorden, in de woonwijk Ballast en een deel van Schoonoord.    

Lasten in 2018
In 2018 is € 127.000 uitgegeven aan het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Hiermee zijn de vervangingen, het beheer en onderhoud, de (nood)reparaties en de remplace bekostigd. Bij onderhoud en defecten is zoveel mogelijk rekening gehouden met de voortgang en uitvoering van het beleidsplan.

Riolering

De gemeentelijke riolering is een van de belangrijkste voorzieningen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Ook heeft de riolering een belangrijke functie als het gaat om het tegengaan van wateroverlast in de openbare ruimte.

In 2015 stelde uw raad het verbrede gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) vast voor de periode 2015-2019. Dit is een strategisch document waarin de beleidsvoornemens, de maatregelen en de kosten voor het rioolstelsel voor een bepaalde planperiode worden beschreven. In het vGRP zijn op basis van de nieuwe ontwikkelingen en de ambities van de gemeente, voor het stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater de volgende zes doelen geformuleerd:

  1. zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater;
  2. zorgen voor transport van stedelijk afvalwater;
  3. zorgen voor inzameling van regenwater (voor zover niet verzorgd door particulieren);
  4. zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater;
  5. zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;
  6. doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering.

DeltaProgramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Binnen de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen hebben we in 2018 een start gemaakt met de uitvoering van een gezamenlijke stresstest. In deze stresstest worden de potentiële kwetsbaarheden voor de verschillende klimaatthema’s (overstroming, hitte, droogte en wateroverlast) binnen een gebied geïdentificeerd. De test bestaat in de kern uit het verzamelen en creëren van informatie die beschrijft welke effecten klimaatverandering (de ‘stress’ die op het systeem wordt gezet) in de toekomst kan hebben, en uit het combineren van deze informatie met verzamelde gegevens over de gevoeligheid van objecten en functies voor deze effecten. Er wordt onderzocht waar, wanneer, welke knelpunten hierdoor kunnen ontstaan, onder een scala aan mogelijke klimaatontwikkelingen. De stresstest gaat over zowel het stedelijk als landelijk gebied en heeft specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. Daarnaast hebben we een eerste verkennende sessie georganiseerd met de verschillende professionele stakeholders (bv hulpverleningsdiensten, GGD, enz.) in het werkgebied om een beeld te krijgen van mogelijke risico’s en mogelijke oplossingen.

Volgens planning zouden wij in 2019 een nieuw vGRP 2020-2024 opstellen, wij zijn voornemens om de looptijd van het huidige vGRP met een jaar te verlengen, zodat we de uitkomsten van de stesstest in het nieuwe vGRP kunnen verwerken.

Aanschaf centrale Hoofdpost
De Samenwerking Noordelijke Vechtstromen heeft tot doel om binnen deze regio de kwaliteit in de waterketen te verbeteren, de gezamenlijke kosten terug te dringen, de kwetsbaarheid van de afzonderlijke organisaties terug te dringen en de duurzaamheid te vergroten (3 K's en D). Deze doelstellingen zijn vastgelegd in het Regionaal bestuursakkoord Waterketen Noordelijke Vechtstromen 2017-2020 en de daarbij behorende inspanningen zijn verwoord in een bijbehorend uitvoeringsprogramma.

Een belangrijke doelstelling van de samenwerking is meer inzicht in het functioneren van het waterstelsel te krijgen. Wanneer we meer inzicht hebben, kun we beter sturen in de waterketen. Dat leidt tot minder overstorten (meer milieuwinst), minder energieverbruik, betere investeringen en effectievere maatregelen.

Het telemetriesysteem van het rioolstelsel bestaat uit onderstations in de gemalen en overstortlocaties. Deze onderstations verzamelen data van de peilen van de afvalwaterniveau 's in het rioolstelsel en geven van de gemalen storingsmeldingen. De gegevens van deze onderstations worden dagelijks verzameld door de hoofdpost. Vanuit de hoofdpost kunnen deze gegevens worden geanalyseerd en gekalibreerd. Dit is noodzakelijk om het functioneren van het rioolstelsel te kunnen vergelijken met de theoretische ontwerp modellen.  Ook zijn deze gegevens belangrijk om te weten hoeveel berging in het stelsel aanwezig is, zodat eventuele toekomstige investeringen op een verantwoorde manier plaats kunnen vinden.

 

Om bovenstaande te realiseren is het noodzakelijk om een gezamenlijke regionale hoofdpost te implementeren voor de gemeenten binnen de samenwerking. Daarmee krijgen we (tezamen met informatie uit de hoofdpost van waterschap Vechtstromen) zicht en sturingsmogelijkheden voor het gehele regionale waterstelsel. De partijen hebben deze investering voorzien, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Noordelijke Vechtstromen én als onderdeel van de Gemeentelijke RioleringsPlannen (GRP's).

De gemeente Coevorden heeft op dit moment nog een contract voor 5 jaar voor haar eigen rioolsysteem. De aan te schaffen centrale hoofdpost wordt voorzien voor de komende 10 jaar. Na 5 jaar zal de gemeente Coevorden aansluiten bij het centrale systeem. In de tussenliggende periode zal er wel een technische koppeling tussen het centrale systeem van de samenwerking en het individuele systeem van de gemeente Coevorden, zodat de gegevens van de gemeente Coevorden vanuit het centrale systeem inzichtelijk worden. In 2019 zal de centrale hoofdpost aangeschaft en geïmplementeerd worden.

Om te bewaken dat deze doelen worden gehaald, stellen wij jaarlijks een rioolbeheerplan op, waarin wordt gerapporteerd over de voortgang van de gestelde doelen. Daarnaast voeren wij op basis van het vGRP en het rioolbeheerplan vervangings- en optimaliseringsprojecten uit. Voor een nadere toelichting op de projecten die in 2018 zijn uitgevoerd wordt verwezen naar programma 4 Openbare Ruimte.

Lasten en rioolheffing in 2018
De exploitatie- en kapitaallasten die samenhangen met het onderhoud van het rioleringsstelsel worden grotendeels bekostigd uit de rioolheffing. Aangezien deze heffing (nog) niet kostendekkend is, beschikken wij over een voorziening om het resterende gedeelte te bekostigen. Voor een nadere toelichting op dit systeem wordt verwezen naar paragraaf Lokale Heffingen. In 2018 bedroegen de totale kosten voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel € 3.551.000. De opbrengsten uit de rioolheffing van € 3.554.000 waren in 2018 kostendekkend. De begrote onttrekking van € 159.000 aan de voorziening riolering is derhalve niet gerealiseerd.

Wegen

Binnen onze gemeente hebben wij circa 700 kilometer aan verharde wegen in beheer. Net als alle civieltechnische constructies zijn wegen onderhevig aan slijtage en veroudering. Zonder regelmatig onderhoud zal een weg op een bepaald moment niet meer in staat zijn om zijn primaire functie (het veilig afwikkelen van verkeer) te vervullen. De wegbeheerder, in deze de gemeente, heeft op grond van de wegenwet de zorgplicht voor de wegverhardingen. Dit betekent dat wij ervoor moeten zorgen dat de verhardingen in een goede staat verkeren. Bij dit beheerproces spelen tal van randvoorwaarden een dwingende rol, die voortvloeien uit wet- en regelgeving.

Asfalt
Binnen onze gemeente gaat het om geasfalteerde rijbanen, fietspaden, parkeerplaatsen en enkele voetpaden. Het totale oppervlak aan asfaltverharding beslaat ultimo 2018 2.266.846 m².

Beton
In de gemeente ligt ook een bescheiden hoeveelheid aan betonwegen. Het betreft hier voornamelijk oude rijks- of provinciale wegen, die zijn overgedragen aan de gemeente en een aantal fietspaden. Het totale oppervlak aan betonverhardingen is ultimo 2018 127.902 m².

Elementen
De derde soort verharding is de elementenverharding. Dit is een verharding die bestaat uit losse elementen die in hun geheel een verharding vormen. De meest toegepaste elementen zijn gebakken klinkers, betonklinkers en betontegels. Het totale oppervlak aan elementenverhardingen beslaat ultimo 2018 1.606.119 m².

Onverhard
De onverharde wegen bestaan hoofdzakelijk uit zandwegen. Deze liggen voornamelijk in het noordelijke deel van de gemeente. De zandwegen dienen voor de ontsluiting van bospercelen en landerijen. In het zuidelijke deel van de gemeente komt dit soort wegen nauwelijks voor vanwege het feit dat de ondergrond daar veel veen bevat. Ultimo 2018 omvat het totale oppervlak van de onverharde wegen 329.900 m².

Areaal verharding
De oppervlakte asfaltverharding neemt door de jaren heen af en de hoeveelheid elementenverharding neemt toe. Steeds vaker worden asfaltwegen in de bebouwde kom vervangen door wegen met elementenverharding. De kwaliteit van beide types is nogal verschillend. Zo heeft asfaltverharding veel te lijden van zware vorstperioden, terwijl vorst geen invloed heeft op de kwaliteit van elementenverharding.

Onderhoudsniveaus
Besloten het onderhoudsniveau structureel weer op het niveau van 2010 terug te brengen. Op basis van de visuele inspectie en kwaliteitsbeoordeling is een beleidsadvies opgesteld met een aantal rekenscenario’s die in 2017 aan uw raad zijn voorgelegd. In dit beleidsadvies zijn de volgende uitgangspunten opgenomen:
-           Het onderhoudsniveau van 2010 vormt het referentiepunt (inclusief het destijds aanwezige niveau van 3% achterstallig onderhoud);
-           Kavelwegen worden niet meer onderhouden,
-           Werkzaamheden worden maximaal gecombineerd en geprioriteerd,
-           De onderhoudsmiddelen worden optimaal verdeeld tussen asfalt- en elementenverharding,
-           De trend van een toenemende verslechterende onderhoudssituatie van de wegen wordt in een periode van 5 jaar geleidelijk omgekeerd.

Zoals aangegeven in bovenstaande tabel hebben wij in 2018 fors geïnvesteerd in het onderhoud van de wegen. Zoals in de “Bestuurlijke notitie wegonderhoud 2017-2021” aangegeven hebben wij ingezet op het verbeteren van het asfaltonderhoud. Zoals blijkt uit onderstaande  grafiek zijn we in deze opzet geslaagd.

In de onderstaande tabellen zijn de ontwikkelingen in de kwaliteitsniveaus van de asfaltwegen en de elementenverhardingen weergegeven.

Onderhoud fietspaden
Bij de recreatieve fietspaden is, in met name in bosrijke omgeving, veel onderhoud noodzakelijk doordat het asfalt wordt “opgedrukt” door boomwortels. Niet alleen het fietscomfort neemt af, maar ook ontstaan er gevaarlijke situaties, mede doordat de snelheid (e-bike) van de fietser toeneemt. Jaarlijks moeten er onderhoudswerkzaamheden aan de recreatieve fietspaden worden uitgevoerd om het comfort en de veiligheid te kunnen garanderen. Het gaat om ongeveer 33 km aan fietspaden die als risicovol bestempeld kunnen worden. De komende jaren zullen wij voorstellen doen om op basis van de inspecties de verharding van een deel van de fietspaden om te vormen van asfalt naar beton.

In 2018 zijn de fietspaden langs de Dalerallee en het fietspad tussen Steenwijksmoer en Dalerpeel voorzien van een nieuwe betonverharding. Bij dit laatste fietspad is ook een proef gestart, in het kader van het beleidsplan “Openbare verlichting”, met het aanbrengen van “actieve wegmarkering”.

Combinatie met rioleringswerkzaamheden- en projecten
Vanuit bijzondere projecten wordt jaarlijks ook een deel van het wegennetonderhoud uitgevoerd. Het gaat hier om wegreconstructies in combinatie met rioleringswerkzaamheden of projecten in het kader van de verkeersveiligheid. Een voorbeeld hiervan is de reconstructie in Wachtum en de Goornstraat in Dalen.

Lasten in 2018
In 2018 hebben wij op het product verhardingen € 2.685.000 uitgegeven aan het onderhoud aan de gemeentelijke wegen. In het kader van de rioleringsprojecten Wachtum en de Goornstraat in Dalen zijn de kosten voor het ‘wegendeel’ van deze projecten reeds in 2017 meegenomen. Het rioleringsproject in Oosterhesselen (Boeren en Den Wan) is doorgeschoven naar 2019 waardoor de kosten voor het ‘wegendeel’ van het project ook doorschuift naar 2019.

 

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in en leggen wij verantwoording af over het gevoerde treasurybeheer in 2018. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Wij beperken het liquiditeitsgebruik door onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar en op onze liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

De wet financiering decentrale overheden (wet fido) bevat kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie door de decentrale overheden, waaronder de gemeenten. Om een grens te stellen aan kortlopende financiering is in de wet de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet is het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kort geld (financieringen met een looptijd van minder dan één jaar). De kasgeldlimiet wordt bepaald door het begrotingstotaal bij aanvang van het kalenderjaar te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van 8,5%. De kasgeldlimiet voor 2018 bedraagt € 8.483.000 (2017: € 8.093.000).

De onderstaande tabel geeft een vergelijking weer van onze liquiditeitspositie gedurende het verslagjaar met de voor dat jaar geldende kasgeldlimiet.

TOETSING AAN KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Limiet 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Begrotingstotaal 2018 99.800
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag 8,5
- in bedragen 8.483
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Schuld in rekening-courant -1.690 -96 -216 -2.059
Gestorte gelden door derden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
Totaal -1.690 -96 -216 -2.059
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 2 3 2 3
Tegoeden in rekening-courant 74 315 464 114
Overige uitstaande gelden, korter dan 1 jaar 984 130 3.064 0
Totaal 1.059 448 3.530 117
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld -631 352 3.314 -1.942
Toegestane kasgeldlimiet 8.483 8.483 8.483 8.483
Ruimte (+)/overschrijding (-) 7.852 8.835 11.797 6.541

Renterisicobeheer

Op grond van de wet fido is het renterisico dat de gemeente mag lopen op haar leningenportefeuille gemaximeerd op 20% van het begrotingstotaal. Renterisico’s kunnen zich manifesteren als gevolg van herfinancieringen en renteherzieningen in de bestaande leningenportefeuille.

De onderstaande tabel geeft de toetsing van de renterisico’s aan de voor ons geldende norm in het verslagjaar weer.  Hieruit blijkt dat wij in 2018 ruimschoots onder de gestelde norm zijn gebleven. In 2018 hebben wij conform de begroting afgelost. Wij hebben onze financieringsbehoefte dit jaar met kort geld kunnen financieren.

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
Begroting werkelijk verschil
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0
Aflossingen 8.467 8.467 0
Renterisico 8.467 8.467 0
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 99.800 99.800 0
Percentage conform regeling 20 20
Renterisiconorm 19.960 19.960 0
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 8.467 8.467 0
Renterisiconorm 19.960 19.960 0
Ruimte 11.493 11.493 0

Ontwikkelingen in 2018

De rentetarieven zijn ook in 2018 laag gebleven. Het gemiddelde rentetarief voor debetsaldi in rekening-courant in 2018 bedroeg 0,03%. In de begroting waren wij uitgegaan van een gemiddelde rente van 0,05%. In 2018 hebben wij geen gebruik gemaakt van een kasgeldlening.

Bij de opstelling van de begroting hebben wij rekening gehouden met de opname van een vaste geldlening van € 5 miljoen aan het einde van boekjaar 2018. Als gevolg van de ontvangst van vooruit ontvangen subsidie van Provincie Drenthe ten behoeve van het RSP-project was het afsluiten van een langlopende lening in 2018 niet nodig.

Doordat wij in 2018 geen nieuwe lening hoefden af te sluiten, bleef de gemiddelde rente van de leningenportefeuille ongewijzigd (3,96% versus 3,96% over 2017).

Schatkistbankieren

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren voor onze gemeente is 0,75% van ons begrotingstotaal; in 2018 kwam dit neer op € 748.500.

Dagelijks worden de saldi van bankrekeningen geraadpleegd. Ingevolgde de wet op het schatkistbankieren moeten vanaf 2015 banktegoeden boven het drempelbedrag (0,75% van begrotingstotaal) worden afgestort bij ’s Rijks schatkist. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald.

TOETS SCHATKISTBANKIEREN
Bedragen x € 1.000
Bedragen ultimo kwartaal
1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Omvang begroting 99.800
Drempelbedrag
- in percentage 0,75
- in bedragen 749 749 749 749
Omvang beschikbare middelen
Saldi middelen buiten 's Rijks schatkist -1.086 744 -1.308 405
Drempelbedrag
Ruimte onder het drempelbedrag 1.835 5 2.057 344
Overschrijding van het drempelbedrag 0 0 0 0
Saldo schatkistbankieren 0 3.324 0 0

Renteresultaat

Voor de toerekening van rente aan investeringen op de programma’s hanteerden wij in 2018 een voorgecalculeerd omslagpercentage van 3,0%. Dit is een gewogen gemiddelde waarbij wij in lijn met de landelijke notitie Rente bewegen binnen een bandbreedte van plus en min 0,5%. In de begroting hielden wij rekening met een rentepercentage van 3,24% en een rentenadeel van € 263.000. In werkelijkheid komt het omslagpercentage in 2018 uit op 3,30% en een nadelig renteresultaat van € 291.000.

 

RENTETOEREKENING 2018
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2.896.162
De externe rentebaten -/- -85.117
Saldo door te rekenen externe rente 2.811.045
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 423.328
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 74.964
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 74.964
Aan programma's toe te rekenen externe rente 2.387.718
Rente over eigen vermogen 767.024
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 3.154.742
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.863.764
Renteresultaat -290.978

Leningenportefeuilles

In het volgende overzicht geven wij het verloop van de portefeuille van opgenomen langlopende geldleningen weer. Hierin komt naar voren dat wij in 2018 geen langlopende lening hoefden aan te trekken.

OPGENOMEN LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Opname Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Algemeen 74.423 8.467 65.956
Woningbouw 1.013 539 474
Verzorgingstehuizen 546 126 421
Waarborgsommen 17 1 15
Totaal 75.999 0 9.133 66.866

Onderstaand volgt een overzicht van de door de gemeente aan derden verstrekte langlopende geldleningen.

AAN DERDEN VERSTREKTE LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Verstrekking Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Woningbouwcorporaties 1.559 0 664 895
Nutsbedrijven 364 0 0 364
ROC 2.511 0 0 2.511
Personeel 2.058 0 764 1.294
Overige instellingen 252 54 29 277
Totaal 6.744 0 1.457 5.064

Ontwikkeling van de financieringspositie

De volgende overzichten geven het verloop van de financieringspositie van de gemeente gedurende het verslagjaar weer. Uit het overzicht blijkt dat wij per ultimo 2018 62% van het geïnvesteerde vermogen financieren met vreemd vermogen. De verhouding tussen eigen en vreemd vermogen is ten opzichte van de situatie op 31 december 2017 (70%) gunstiger geworden. Uitgedrukt in een bedrag per inwoner bedraagt de schuld van onze gemeente € 2.087 (2017: € 2.332).

Ontwikkeling financieringspositie 2017 2018
bedragen * € 1.000
Boekwaarde investeringen
- immateriële vaste activa 0 0
- materiële vaste activa 95.748 95.608
- financiële vaste activa 8.220 6.824
A 103.968 102.432
Financiering
- eigen vermogen 36.022 39.188 *
- voorzieningen 2.248 2.484
- langlopende schulden 75.999 66.866
- rekeningresultaat 3.105 0
B 117.374 108.538
Financieringsoverschot B - A 13.406 6.106
Investeringen grondexploitatie 13.379 12.978
Financieringspositie incl. grondexploitatie -27 6.872
Toename financieringspositie 6.900
Herkomst en besteding middelen 2018
Herkomst
- afschrijving / aflossing 5.159
- storting in reserves 9.550
- storting in voorzieningen 463
- opname geldleningen 0
- desinvesteringen grondexploitatie 1.406
- toename rekeningsresultaat 0
A 16.579
Besteding
- saldo investeringen / desinvesteringen 3.624
- onttrekking aan reserves 4.494
- onttrekking aan voorzieningen 59
- aflossing opgenomen leningen 9.133
- investeringen grondexploitatie 1.174
- afname rekeningresultaat 3.105
B 23.479
B - A 6.900
* Het verschil met het eigen vermogen op de balans
is het rekeningresultaat 2018, deze wordt in 2019 onttrokken.

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de realisatie van de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering.
 

ICT

Het informatiebeleidsplan ‘Coevorden 2020’ beslaat de periode 2017 tot 2020. Het doel van het plan is dat de gemeente in 2020 beschikt over een betrouwbare, flexibele, toegankelijke informatiehuishouding. In 2018 hebben wij e-factureren geïmplementeerd. Dit maakt het geautomatiseerd verwerken van facturen eenvoudiger. Wij voldoen hiermee aan de wettelijke verplichting om per 18 april 2019 bij inkoopovereenkomsten e-facturen te kunnen ontvangen en verwerken. In 2018 is onderzoek gedaan naar de doorontwikkeling van Zaakgericht Werken. Binnen het zaaksysteem leggen we informatie vast, waardoor informatie vindbaar is en we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen zijn. Er is een nieuwe versie van het zaaksysteem geïmplementeerd, hierdoor is de  gebruikerservaring verbeterd. Ook zijn er voorbereidingen getroffen voor het optimaliseren van de werkprocessen in het zaaksysteem.  Jaarlijks wordt het Informatiebeleidsplan aangepast. Nieuwe inzichten en veranderende wetgeving kunnen aanleiding zijn om het informatiebeleidsplan (deels) te herzien.

Informatiebeveiliging

Informatiebeveiliging heeft in sterke mate te maken met het afwegen van risico’s en bewuste omgang met informatie in de organisatie. Met ons informatiebeveiligingsbeleid en -procedures willen we borgen dat informatie beschikbaar en betrouwbaar is en dat we er op een integere manier mee omgaan. Ons huidige beleid is zowel op strategisch als tactisch niveau gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG).  In verband met de aankondiging dat op 1 januari 2020 een nieuwe baseline: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht wordt, hebben we de actualisering van ons beveiligingsbeleid uitgesteld naar 2019. Het jaar 2019 is een overgangsjaar waarin wij ons, onder andere door het actualiseren van het beleid kunnen voorbereiden op de komst van de BIO. De BIO gaat gelden voor alle overheidsorganisaties en voldoet aan de nieuwste NEN/ISO norm voor informatiebeveiliging. Deze baseline richt zich, meer dan de BIG, op risicomanagement en de rol van bestuurders en leidinggevenden daarin.

In 2018 zijn maatregelen genomen om onze fysieke toegangsbeveiliging te verbeteren. Tevens is  er aandacht geweest voor bewustwording en de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Daarnaast hebben we, waar nodig, afspraken gemaakt met (software)leveranciers over de omgang met gegevens. Deze afspraken zijn vastgelegd in verwerkersovereenkomsten. Bij de aanschaf van nieuwe applicaties wordt het onderwerp informatiebeveiliging altijd nadrukkelijk meegenomen en een risico-inventarisatie gemaakt. Met de Plan Do Check Act-methodiek worden de risico's, passende maatregelen en prioriteiten bepaald.  

Verantwoording ENSIA
Jaarlijks voeren wij middels Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) een zelfevaluatie informatiebeveiliging uit. Deze zelfevaluatie is onder meer gericht op de beveiligingsnormen uit de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en op de normenstelsels die gelden voor de Basisregistratie Personen (BRP), Paspoort Uitvoeringsregeling Nederland (PUN), de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en nieuw dit jaar de Basisregistratie Ondergrond (BRO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Middels dit jaarverslag leggen wij horizontaal verantwoording af over informatiebeveiliging. Met een collegeverklaring ENSIA inzake DigiD en Suwinet leggen wij verticaal verantwoording af. De collegeverklaring over het jaar 2017, die op 1 mei 2018 is verstuurd aan de verticale toezichthouders, geeft aan dat we voldoen aan alle normen die gelden voor DigiD en Suwinet. In de collegeverklaring hebben wij verantwoording afgelegd over twee DigiD-aansluitingen. Daarnaast zijn er in 2018 nog twee andere DigiD aansluitingen onderzocht die buiten scope van ENSIA vielen, omdat het nieuwe aansluitingen betrof. Ook voor deze DigiD-aansluitingen geldt dat we voldoen aan alle gestelde normen.

Naast de ‘Collegeverklaring inzake DigiD en Suwinet 2017’ zijn er in 2018 verantwoordingsrapportages vastgesteld door ons over de BAG en de BGT. Hoewel het nog niet verplicht was om de verantwoordingsrapportages BAG en BGT over het jaar 2017 vast te laten stellen is er voor gekozen dit wel te doen. Deze rapportages geven namelijk een goede indruk van de status van de BAG en de BGT binnen onze gemeente. Voor de BAG voldoen we op de verschillende kwaliteitscriteria (borging proces, tijdigheid, volledigheid en juistheid) nog niet aan de gestelde norm. We scoren namelijk 60% op kwaliteit, terwijl de norm ligt op 75%. Met name voor de borging van het proces geldt dat we nog verbeteringen kunnen doorvoeren. Voor de BGT voldoen we wel aan de norm van 75%. Maar ook bij de  BGT geldt dat er nog verbetermogelijkheden zijn in het borgen van het proces. Omdat de rapportages nog niet verplicht zijn, zal de toezichthouder geen acties uitvoeren naar aanleiding van deze rapportages.

Naast deze specifieke verantwoordingsrapportages geeft de zelfevaluatie ENSIA ons inzicht in de activiteiten die we nog kunnen uitvoeren om onze informatiebeveiliging te verbeteren. Uit de zelfevaluatie ENSIA blijkt dat de implementatie van Information Security Management System om risico’s en maatregelen te monitoren een aandachtspunt is. Uit ENSIA komt naar vormen dat we goed scoren op de beveiliging van apparatuur, veilige uitwisseling van gegevens, beveiligingsbeleid, autorisatiebeheer en bewustwording. In het jaarverslag 2019 wordt verantwoording afgelegd over de resultaten van de Collegeverklaring ENSIA inzake DigiD en Suwinet 2018, de verantwoordingsrapportages BAG en BGT 2018 en de organisatiebrede verantwoording op basis van ENSIA.

Gegevensbescherming

Voortgang implementatie Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)
Met de inwerkingtreding op 25 mei 2018 van de nieuwe wet op de privacy , de Algemene Verordening Gegevensbescherming, heeft met name het tweede halfjaar van 2018 in het teken gestaan van vergroten van de bewustwording, het afronden van het register van verwerkingen en het behandelen van casussen in het kader van privacybescherming van inwoners. Het privacy team van de gemeente Coevorden monitort de opvolging van deze aangescherpte privacywetgeving. Het privacy team bestaat uit een Functionaris Gegevensbescherming (FG), een Privacy Officer (PO) en de Chief Information Security Officer (CISO).

Ter ondersteuning bij het optimaliseren van het register van verwerkingen is  BMC ingeschakeld om interviews af te nemen en op het juiste niveau de verwerkingen vast te leggen. Onze organisatie telt op hoofdniveau zo'n 170 verwerkingen. Het register geeft per cluster de meest kritische verwerkingen weer. De informatie die op te halen is vanuit het register van verwerkingen zijn het doel van de verwerking, de betrokkenen (zowel in- als extern), welke gegevens verwerkt worden, of er sprake is van gebruik BSN, gebruik bijzondere persoonsgegevens, de herkomst van de gegevens, de ontvangers, de rechtmatige grondslag, de applicatie, de verwerkers en de bewaartermijn.  Het register betreft een dynamisch document. Wanneer er zich wijzigingen in het proces voordoen (bijvoorbeeld het gebruik van een nieuwe applicatie) dan dient dit te worden verwerkt in het register.

Bewustwording
Het inventariseren van de verwerkingen binnen onze organisatie heeft bijgedragen aan  nadere bewustwording. Medewerkers vanuit alle segmenten zijn uitgenodigd voor de interviews die afgenomen zijn door BMC.  Er is kritisch gekeken naar de registratie van persoonsgegevens binnen de verschillende processen. Aanbeveling voortvloeiend uit deze interviews zijn teruggekoppeld richting de teams.  Naast deze interviews zijn er intern een tweetal informatiebijeenkomsten georganiseerd voor medewerkers.  Tijdens deze bijeenkomsten zijn de processen inzake het melden van een incident (mogelijk datalek), tot het verwerken en het omgaan met (bijzondere) persoonsgegevens aan de hand van casuïstiek met voldoende diepgang behandeld.

Naast deze interne activiteiten zijn in de maand mei informatiebijeenkomsten georganiseerd voor verenigingen en stichtingen.  Deze presentaties zijn gegeven door extern bureau dat zich specifiek richt op implementatie van de AVG voor verenigingen en stichtingen. Met maar liefst drie druk bezochte bijeenkomsten was dit een geslaagde activiteit in het kader van kennisdeling en bewustwording.

Informatiebeveiligingsincidenten
Als openbaar bestuursorgaan moeten datalekken gemeld worden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, tenzij het niet waarschijnlijk is dat het datalek een risico oplevert voor de personen waarvan de gegevens zijn gelekt. Het melden van een datalek moet gedaan worden in die situaties waarbij het lek een waarschijnlijk hoog risico voor de betrokkenen oplevert.  In 2018 zijn landelijk in totaal 20.881 datalekken gemeld, dit betreft een stijging ten opzichte van 2017 met 109%. Het type datalekken dat zich het meest voordoet zijn die in de categorie dat persoonsgegevens verstuurd worden aan een verkeerde ontvanger. Landelijk bedraagt dit percentage 63%.

In 2018 heeft de gemeente Coevorden één melding gedaan van een informatiebeveiligingsincident oftewel datalek bij de autoriteit persoonsgegevens. In deze casus is niet uit te sluiten dat er persoonsgegevens zijn geraadpleegd door een derde.  In 2018 zijn in totaal 7 incidenten gemeld binnen onze organisatie. Het privacy team beoordeelt deze incidenten nauwkeurig en in de gevallen (indien van toepassing) waar het een inwoner betrof is de betrokkene geïnformeerd.  Binnen de organisatie wordt continu aandacht gevraagd voor het alert zijn op het melden van incidenten.

Ontwikkelingen personeelsbeleid

Een nieuwe bestuursperiode is aangebroken en ook als ambtelijke organisatie staan we op het punt om door te pakken. We zijn in de afgelopen jaren opener en flexibeler geworden en staan veel meer open voor ideeën van buiten en nieuwe manieren van werken. Er is nog steeds ruimte voor verbetering. Door het vertrek van een concernmanager is opnieuw gekeken naar wat past bij die manier van werken. De keuze is gemaakt voor een Concern management team dat bestaat uit de unitmanager, de concernmanager en de algemeen directeur. De concernmanager zal het eerste aanspreekpunt zijn voor de teamleiders, de unitmanager voor de programmamanagers en de algemeen directeur voor het gemeentebestuur. De belangrijkste taak van de leidinggevenden en de programmamanagers is randvoorwaarden creëren, ondersteuning bieden en eenheid en aansluiting bij het bestuur borgen. Dit kunnen wij met elkaar en naast de structuur aanpassing vraagt het iets in de dingen die we doen en gaan laten zien. Om op de manier te werken die daarbij past is eind 2018 besloten om een organisatie ontwikkeling programma “Samen Doen” op te zetten.

Om meer flexibel te kunnen werken, meer de samenleving op te zoeken en daarbij ter plekke diensten te kunnen verlenen en door de verdergaande digitalisering is een projectplan 2018 “Werken beweegt” opgesteld. Er heeft inventarisatie plaatsgevonden hoe de werkplekken hierop ingericht moeten worden. De medewerkers zullen vanaf 2019 mobiel(er) uitgerust worden en interne werkplekken zullen aangepast worden op de verdergaande digitalisering.

Voor de ontwikkeling van de medewerkers wordt er via de BOCE academie diverse trainingen, cursussen en workshops aangeboden via een digitaal platform. Het aanbod, de aanmelding en registratie loopt nu via een gezamenlijk digitaal platform. Er wordt positief terugkeken naar het BOCE leiderschapscongres met een grote deelname.

Integriteit is een actueel onderwerp. Niet alleen bij de indiensttreding, maar zeker ook om  ongewenste omgangsvormen tegen te gaan. Met alle medewerkers is hier bewust bij stil gestaan tijdens een interactieve middag met medewerking van een theatergroep.

Het medewerkersonderzoek ‘Jij en je werk’ is na 2 jaar weer uitgezet onder de medewerkers. Het overall beeld, afgezet tegen de benchmark, is dat we een organisatie zijn met betrokken medewerkers die in een energierijke werkomgeving werken. De aandachtspunten verschillen per team en zullen in 2019 opgepakt worden.

Arbobeleid

De Arbocommissie heeft in 2018 regulier overleg gevoerd. Hierin zijn de lopende zaken voortvloeiend uit de risico-inventarisatie en evaluatie ('RI&E') besproken en gemonitord. Tevens is er een nieuwe RI&E uitgevoerd. Dit zal voor de komende 3 jaar het aandachtsgebied voor de Arbocommissie zijn. Ook heeft er in 2018 een arbeidsinspectie plaatsgevonden. De verbeterpunten vanuit deze inspectie zijn doorgevoerd.

Bedrijfshulpverlening (BHV)
De leden van de BHV hebben in december 2018 twee ontruimingsoefeningen gehouden. Naar aanleiding van deze oefeningen is geconcludeerd dat er behoefte is aan ploegleiders. Deze zullen in 2019 worden opgeleid. Verder hebben de leden de benodigde BHV-cursus (basis of herhaling) gevolgd. In 2018 is een start gemaakt met het moderniseren van het BHV-alarmeringssysteem door middel van een app. In 2019 zal deze app in gebruik worden genomen.

Akoestiek en klimaat
In 2018 is het onderzoek met betrekking tot de klimaat- en akoestische problemen in met name Hof van Coevorden afgerond. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn er diverse maatregelen getroffen, waaronder het plaatsen van wandpanelen, balieschermen en wijzigen van toegangsdeuren bij grand-café Heeren van Coevorden.

Rapportage juridische procedures

Vanaf 2017 verstrekken wij informatie over klachtbehandeling en Wob-verzoeken in het jaarverslag. De bezwaarschriftencommissie bracht jaarlijks separaat een jaarverslag uit met betrekking tot het aantal ingediende bezwaarschriften. De bezwaarschriftenverordening is op dit punt gewijzigd en dit betekent dat de commissie niet langer een jaarverslag uitbrengt, maar dat over bezwaarschriftafhandeling wordt gerapporteerd in de planning- en controldocumenten.

Hierna geven wij het aantal ingekomen klachten, Wob-verzoeken en bezwaarschriften weer. In de tabellen is de verdeling per team en afdeling weergegeven waarbij een vergelijk wordt gemaakt met de afgelopen vijf jaren.

Geregistreerde klachten
Er is een lichte stijging in het aantal klachten ten opzichte van vorig jaar. In vergelijking met de afgelopen vijf jaren, is het aantal klachten nagenoeg gelijk gebleven. Trends zijn hierdoor niet af te leiden. 

Nationale ombudsman
Er zijn twaalf verzoeken ontvangen bij de Nationale ombudsman. Negen verzoeken zijn zonder onderzoek afgedaan en drie zijn tussentijds beëindigd. Dit laatste houdt in dat na contact met ons, de Nationale ombudsman het dossier heeft gesloten omdat wij de klacht hebben afgehandeld. In het geval van de negen verzoeken die zonder onderzoek zijn afgedaan, heeft de Nationale ombudsman doorverwezen naar de juiste instantie. 

Geregistreerde Wob-verzoeken (Wet openbaarheid bestuur)
In 2018 hebben wij achttien Wob-verzoeken geregistreerd. In 2017 was dit aantal 27. De daling heeft ermee te maken dat er niet langer een dwangsom bij niet tijdig beslissen wordt uitgekeerd. De verzoeken die nu bij ons binnen komen, zijn verzoeken om informatie die onze gemeente treft en geen algemene verzoeken meer met het oog op het ontvangen van een dwangsom. Bij het aantal Wob-verzoeken van Publieksservice moet worden opgemerkt dat er zes verzoeken door dezelfde persoon zijn ingediend. Deze hebben betrekking op hetzelfde onderwerp.

Bezwaarschriften
In 2018 zijn 115 bezwaarschriften ontvangen. Hiervan zijn 24 ingetrokken nadat er contact is geweest. Er wordt onderscheid gemaakt in de procedure van afhandeling van bezwaarschriften. In het sociaal domein worden bezwaarschriften ambtelijk afgehandeld en bezwaarschriften die op de overige beleidsterreinen betrekking hebben, worden ter advisering voorgelegd aan de bezwaarschriftencommissie. In de tabellen die hierna volgen, worden alleen bezwaarschriften weergegeven die in behandeling zijn genomen. Dus de ingetrokken bezwaarschriften zijn achterwege gelaten.



Het team Omgevingsontwikkeling laat een stijging zien. Dit heeft te maken met zeventien bezwaarschriften die tegen één besluit zijn ingediend. Dit betreft de vergunning voor een vuurwerkopslag in het centrum van Coevorden. Bij het team Omgevingsontwikkeling zijn twaalf bezwaarschriften deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Dit betrof eveneens de vergunning voor een vuurwerkopslag in het centrum van Coevorden. Er is zowel bezwaar gemaakt tegen het verlenen van de vergunning als tegen het goedkeuringsbesluit. Het bezwaar tegen het verlenen van de vergunning is gegrond verklaard en het bezwaar gericht tegen het goedkeuringsbesluit is ongegrond verklaard.

In totaal zijn er negentien bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard. Dit kan te maken hebben met het niet tijdig indienen van een bezwaarschrift of bijvoorbeeld het ontbreken van een handtekening. Bezwaarmakers worden altijd in de gelegenheid gesteld om dit soort gebreken te herstellen. In deze negentien gevallen is dat niet gebeurd. In een aantal gevallen is bezwaar gemaakt tegen een brief van de gemeente waartegen geen bezwaar mogelijk is. In dat geval wordt geen bezwaarschriftprocedure gevolgd, maar wordt het bezwaarschrift op een andere manier behandeld.

Beroep
Er is elf keer beroep ingesteld bij de rechtbank tegen een beslissing op bezwaar. Het gaat hierbij om een kapvergunning, de vergunning inzake de weigering van de vuurwerkopslag, viermaal gaat het om een last onder dwangsom, PGB, bijzondere bijstand, niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, jeugdhulp en een maatregel waarbij een bijstandsuitkering is gekort. In deze zaken is nog geen uitspraak gedaan door de rechtbank.

Intern controleplan

Wij zijn verplicht (conform artikel 212/213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld.

Een goed opgezette interne controle is een belangrijke pijler waarop de gemeente Coevorden in het kader van planning en control moet kan steunen. Niet alleen voor wat betreft het controleren en signaleren van tekortkomingen in de uitvoering, maar zeker ook voor het bijsturen en het afleggen van verantwoording. Met een toereikend intern controleplan kan structuur aan de uitvoering worden gegeven. Interne controles worden tijdens het jaar uitgevoerd waardoor eventuele fouten snel(ler) aan het licht komen en bijsturende maatregelen kunnen worden getroffen. Het leereffect dat van geconstateerde fouten uit zal gaan zal hierdoor worden versterkt.

Het is de nadrukkelijke intentie van ons en het concernmanagement van de organisatie om de interne controle verder te optimaliseren. De doelstelling van de gemeente Coevorden is een zelf controlerende organisatie te zijn die ‘In Control’ is.

Het ICP  geeft een totaalbeeld van de financiële beheersing van de gemeentelijke organisatie. Het is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheershandelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. Het is van belang dat deze interne controles zichtbaar (in de vorm van bewijs) worden vastgelegd, intern voor management én extern voor de accountant. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van de verantwoordingsfunctie van het ICP.

Aan de hand van het ICP worden de financieel kritische processen systematisch gecontroleerd. Middels steekproeven wordt de kwaliteit van de interne beheersing getoetst. De bevindingen worden opgenomen in een rapportage die wordt opgesteld voor ieder afzonderlijk proces. De aanbevelingen die aan de hand van de gedane bevindingen zijn geformuleerd worden besproken met de proceseigenaar (teamleider). Op deze manier wordt kort-cyclische bijsturing ingezet en vormen deze interne controles de basis voor de interim-controle (procesgericht) die door de accountant wordt uitgevoerd. De adviseur administratieve organisatie & interne controle ondersteunt het segment bij het optimaliseren van de processen en het bijsturen daar waar van toepassing.

Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces.  In 2018 heeft de focus vooral gelegen op de procesverbeteringen binnen het sociaal domein (WMO, Jeugd, Actief voor Werk, Schuldhulpverlening) en de processen inzake subsidieverlening/ vaststelling.  Naar verwachting zullen de aanbevelingen in het derde kwartaal van 2019 geborgd zijn. De bevindingen die naar voren komen uit de interne controles liggen in lijn met de constateringen die zijn gedaan in de managemenletter die afgegeven is door Astrium Accountants.  

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

In de Programmabegroting 2018 hebben wij aangekondigd een onderzoek te gaan doen naar de mogelijkheden voor het toepassen van tariefdifferentiatie bij de onroerende zaakbelasting. Dit onderzoek geeft invulling aan de Verordening doelmatigheid en doeltreffendheid, waarin is vastgelegd dat wij jaarlijks minimaal één onderzoek uitvoeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een bepaald thema. Het onderzoek is in 2018 uitgevoerd. Wij hebben uw raad bij de aanbieding van de Programmabegroting 2019 al tarieven voor de Ozb voorgesteld, waarbij sprake is van tariefdifferentiatie. De nadere uitwerking van het onderzoek, mede op basis van de geïntroduceerde tariefdifferentiatie in november, heeft daarom de jaargrens gepasseerd. Dit voorjaar hebben wij u de onderzoeksresultaten aangeboden. 

Personeelsbegroting

In onderstaande tabel zijn per organisatieonderdeel de vastgestelde formatie en loonsom opgenomen voor 2018. Het betreft hier de begrote en werkelijke kosten voor salarissen en sociale lasten.

OVERZICHT PERSONELE STERKTE EN PERSONEELSLASTEN 2018
Bedragen x € 1.000
Begroting 2018 Begroting 2018 Jaarrekening
primitief na wijziging 2018
Formatie in fte Lasten in € Lasten in € Bezetting in fte* Lasten in €
Afdelingen
Directie 1,0 125 125 1,0 119
Unit Bestuurs- en Concernondersteuning 12,7 930 930 14,7 1.001
Bedrijfsvoering 59,1 3.925 3.612 54,6 3.365
Leefomgeving 107,8 6.699 6.429 108,4 6.606
Publieksservice 78,3 5.250 4.927 75,2 4.859
TOTAAL AFDELINGEN 258,9 16.929 16.023 253,9 15.950
Overig
B&W en voormalig bestuur 4,0 618 618 4,0 625
Raad 25,0 346 346 25,0 343
Griffie en Rekenkamer 2,4 192 192 2,4 202
Gastdames en BABS-en - 34 34 - 25
TOTAAL OVERIG 31,4 1.190 1.190 31,4 1.195
TOTAAL GENERAAL 290 18.119 17.213 285,3 17.145
* peildatum 31-12-2018

Verbonden Partijen

Inleiding

In deze paragraaf is een overzicht opgenomen van partijen waar wij als gemeente Coevorden aan zijn verbonden. Deze partijen voeren veelal taken voor ons uit, waar wij vanuit onze rol als gemeente  een wettelijke taak hebben. Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waar wij als gemeente een bestuurlijk en een financieel belang hebben. Dit bestuurlijke en financiële belang wordt vaak in samenwerking met andere gemeenten vervuld. Gemeenten zijn dan gezamenlijk eigenaar van de verbonden partij. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de aansturing van en de controle op deze verbonden partijen. 

In deze paragraaf is de informatie opgenomen over onze bijdrage aan de verbonden partijen, ons belang (aandeel) in de partij en de financiële positie van de verbonden partijen. Wij baseren ons daarbij op cijfers die in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) zijn vastgesteld. Indien de jaarverslagen over 2018 nog niet in de AVA's zijn vastgesteld, vermelden wij de jaarcijfers over 2017.
Beleidsinhoudelijke informatie over de uitvoering van taken door de verbonden partijen is opgenomen in de zes programma's. Kaderstellende informatie die niet aan jaarlijkse veranderingen onderhevig is, zoals de wijze waarop wij deelnemen in het bestuur van de verbonden partij, is opgenomen onder de tegel 'Bijlage'.  

De Nota Verbonden partijen is eind 2018 geactualiseerd. In deze nota zijn de kaders uitgewerkt voor toezicht, sturing, beheersing en verantwoording van onze verbonden partijen.

OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen- Gegevens vermogen en resultaat
schap 1-1-2018 31-12-2018
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1)
Bijdrage: € 95 8% EV € 675 EV € 670
VV € 682 VV € 685
Resultaat € 10
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van recreatie en toerisme
EMCO-groep (programma 2)
Bijdrage Rijk: € 4.074 25% EV € 0 EV € 0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 423 VV € 14.690 VV € 15.220
Resultaat € -3.149
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeentenop het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2)
Bijdrage: € 639 8% EV € 2.255 EV € 2.267
VV € 3.103 VV € 1.867
*cijfers jaarrekening 2017 Resultaat € 118
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5)
Bijdrage: € 703 8% EV € 699 EV € 817
VV € 3.793 VV € 4.362
Resultaat € 117
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving
van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5)
Bijdrage: € 1.774 8% EV € 2.598 EV € 1.827
VV € 19.208 VV € 24.436
Resultaat -88
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: Het behartigen van de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van brandweerzorg, geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing en het in stand houden en (laten) beheren van een
gemeenschappelijke meldkamer.
Euregio Enschede/Gronau (programma 5)
Bijdrage: € 9 2% EV € 1.607 EV € 1.607
VV € 47.295 VV € 34.244
Resultaat € 273
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maat-
schappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5)
Bijdrage: € 5 1% EV € 414 EV € 430
VV € 1.823 VV € 2.279
Resultaat € 16
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en
problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe (programma 2)
Bijdrage: € 39.032 3% EV € 0 EV -€ 478
VV € 0 VV € 787
Resultaat € -1.623
Over 2017 nog geen jaarverslag,
bijdrage is begroting 2018
Doel: Het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door de Bedrijfsvoeringsorganistatie van de
uitvoerende taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement van vervoer in het gebied van de deelnemers.
Bestuursacademie Noord-Nederland (BANN) (programma 6)
Bijdrage: - EV - EV -
VV - VV -
Resultaat -
Doel: De behartiging van het bestuursonderwijs in Noord-Nederland.
N.B. Deze gemeenschappelijke regeling is geprivatiseerd. De regeling bestaat uitsluitend als vangnet voor wachtgeldverplichtingen c.a.
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1)
Bijdrage: 29% EV € 716 EV € 647
VV € 6.945 VV € 6.916
Resultaat € -68
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH'
met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale
maatregelen die als doel hebben dit te bereiken. Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en
weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4)
Bijdrage: 33,30% EV € 5.666 EV € 6.044
Dividend: VV € 13.326 VV € 15.638
Resultaat € 730
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen
N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) (programma 6)
Dividend: 4,13% EV € 42.087 EV € 44.771
VV € 131.536 VV € 130.114
Resultaat € 2.537
*cijfers jaarrekening 2017
Doel: De zorg voor en de instandhouding van de (drink)watervoorziening in haar verzorgingsgebied en het verrichten van alle werkzaamheden
die daarmee in verband staan.
N.V. Rendo Holding (programma 6)
Dividend: 4,14% EV € 70.342 EV € 72.404
VV € 66.962 VV € 72.027
Resultaat € 10.001
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; beheer en onderhoud vaneen gas en elektriciteitsnetwerk.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (programma 6)
Dividend: 0,17% EV * € 4.687.000 EV € 4.991.000
VV € 135.041.000 VV € 132.518.000
Resultaat € 337.000
Doel: Het uitoefenen van het bedrijf van bankier voor overheden, waaronder gemeenten.
* Met ingang van 2018 rapporteert BNG Bank volgens IFRS9. Dat leidt tot een bijstelling van het eigen vermogen t.o.v. IAS39 met -/- 266 miljoen.
3. Deelnemingen verkoop aandelen Essent
Enexis Holding N.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 3.808.000 EV € 4.024.000
VV € 3.860.000 VV € 3.691.000
Resultaat € 243.000
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; het in stand houden van een betrouwbaar distributie en transportnet voor energie.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (50 % belang EPZ) (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 1.620 EV € 1.605
VV € 18 VV € 24
Resultaat € -15
Doel: In deze b.v. was het 50%-belang van Essent in de N.V. Elektriciteit Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) ondergebracht.
Deze was onder meer eigenaar van de kerncentrale te Borssele. PBE is belast met de afwikkeling van zaken
die voortvloeien uit de verkoop en verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de borging van het publiek belang.
Verkoop Vennootschap B.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 151 EV € 112
VV € 6 VV € 30
Resultaat € -39
Doel: Bij de verkoop van de aandelen Essent aan RWE AG hebben de verkopende aandeelhouders een
aantal garanties en vrijwaringen afgegeven aan RWE. Deze zijn overgedragen aan Verkoop Vennootschap B.V. Een deel van de verkoop-
opbrengst wordt een bepaalde tijd aangehouden in het General Escrow Fonds. De functie van deze vennootschap is daarmee tweeledig:
a. het namens de verkopende aandeelhouders van Essent voeren van eventuele garantieclaim- procedures tegen RWE;
b. het geven van instructies aan de escrow-agent.
Vordering op Enexis B.V. (programma 6)
0,16% EV € 9 EV € -2
VV € 356.320 VV € 356.324
Resultaat € -11
Doel: Het verkrijgen, beheren en administreren van leningen verband houdend met de financiering van het
netwerkbedrijf bij de splitsing van Essent in een netwerkbedrijf en een productie- en leveringsbedrijf.
CBL Vennootschap B.V. (programma 6)
0,16% EV € 147 EV € 137
VV € 17 VV € 22
Resultaat € -10
Doel: Het (mede) beheren van het CBL Escrow Fonds (CBL = cross border lease). Uit het fonds kunnen
eventuele aansprakelijkheden van de aandeelhouders uit CBL's worden gedekt. De vennootschap fungeert tevens als 'doorgeefluik' voor
betalingen namens de aandeelhouders ten laste en ten gunste van het CBL-fonds.
CSV Amsterdam B.V. (voorheen Claim Staat Vennootschap B.V.) (programma 6)
0,16% EV € 870 EV € 746
VV € 53 VV € 45
Resultaat € -124
Doelstellingen: a) namens verkopende aandeelhouders van Essent een eventuele schadeclaimprocedure
voeren tegen de staat als gevolg van de invoering van de WON; b) namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim-
procedures voeren tegen RECYCLECO B.V. (Waterland) naar aanleiding van de verkoop van de aandelen Attero aan Waterland;
c) het geven van instructies aan de escrow-agent voor wat betreft het beheer van het bedrag dat op een escrow-rekening is gestort.
4. Overige verbonden partijen
Regionaal Overslag Centrum (ROC) (programma 1)
EV - EV -
VV € 2.500 VV € 2.500
Resultaat -
Doel: het ontwikkelen van een Regionaal Overslag Centrum (ROC) in Coevorden. De gemeente en een
combinatie van drie aannemers werken samen in een PPS-constructie samen in het ROC-project.

Grondbeleid

Inleiding

Algemeen en koppeling met programma’s

In de gemeentelijke Nota Grondbeleid is onze visie op het gebied van grondbeleid als volgt verwoord: Binnen de kaders van wet- en regelgeving willen wij de vastgestelde ruimtelijke visie realiseren door middel van faciliterend grondbeleid. Door middel van het grondbeleid willen wij bijdragen aan de volgende ruimtelijke doelstellingen:
• het komen tot een evenwichtige ontwikkeling van woningbouw;
• het realiseren van werkgelegenheid door het ontwikkelen van industrieterreinen;
• het geven van een kwaliteitsimpuls aan de leef-, woon-, en werkomgeving.

Beleid

Conform het huidige beleid zal onze rol steeds meer faciliterend worden. Het voeren van een actief grondbeleid past nu veel minder bij de rol die wij in de samenleving willen spelen. De omvangrijke(financiële) inspanningen die wij de afgelopen jaren hebben gedaan om het risicoprofiel van het‘gemeentelijk grondbedrijf’ tot aanvaardbare proporties te reduceren, werpen hun vruchten af; onze financiële risico’s zijn fors teruggelopen en het “grondbedrijf” kent naar ons oordeel op dit mo