Paragrafen

Inleiding

Op deze pagina treft u 7 paragrafen aan. Deze paragrafen geven informatie over het beleid en de belangrijkste beheersmatige onderwerpen van onze gemeente. Het is een andere dwarsdoorsnede van de begroting van de zes programma's. De paragrafen zijn verplicht voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid een aantal uitgangspunten geformuleerd. De volgende uitgangspunten liggen ten grondslag aan de berekeningen van onze tarieven en heffingen:

  • de lokale lastendruk dient in overeenstemming te zijn met de bestuurlijke ambities en het voorzieningenniveau in de gemeente;
  • lokale heffingen zijn kostendekkend;
  • lokale heffingen worden vastgesteld conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in het bestuursakkoord en de kaderbrief.

Kwijtscheldingsbeleid
Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing (met uitzondering van de extra container) en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten en tarieven

De begrote opbrengsten uit de belastingen en de lokale lasten (afvalstoffenheffing en rioolheffing) zijn als volgt. 

BELASTINGOPBRENGSTEN
Bedragen × € 1.000
2021 2022 Verschil Verdeling
Onroerende-zaakbelastingen 8.991 9.117 126 47%
Afvalstoffenheffing 4.407 4.280 -127 22%
Rioolheffing 3.484 3.584 100 19%
Toeristenbelasting 1.820 1.890 70 10%
Forensenbelasting 99 100 1 1%
BIZ-bijdrage 237 237 0 1%
Totaal geraamde opbrengst 19.038 19.208 171


De tarieven voor de lokale lasten hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. Daarbij laten wij de huidige tarieven in 2021 en de voorgestelde tarieven voor 2022 zien. 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2021 2022
Onroerende-zaakbelastingen woningen -7,5%, niet-woningen +4,25%
Eigenaren woningen 0,1797% 0,1662%
Eigenaren niet-woningen 0,2095% 0,2184%
Gebruikers niet-woningen 0,1746% 0,1820%
Rioolheffing +1,4%
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2020 en € 194.000 in 2021,
met een waterverbruik van 150 m3
Gebruikers:
Rioolheffing afvalwater categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 101,53 € 102,95
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 58,65 € 59,47
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0185% 0,0188%
0,0185% resp. 0,0188% van de WOZ-waarde € 33,30 € 36,47
Afvalstoffenheffing -3,5%
Eenpersoonshuishouden € 255,03 € 246,10
Meerpersoonshuishouden € 307,20 € 296,45
Extra container GFT € 73,42 € 70,85
Extra container PMD € 73,42 € 70,85
Extra container Rest € 146,84 € 141,70
Toeristenbelasting, + € 0,05 € 1,30 € 1,35
Forensenbelasting +1,4%
Forensenbelasting < WOZ-waarde € 120.000 € 331,14 € 335,78
Forensenbelasting > WOZ-waarde € 120.000 € 397,09 € 402,65

Toelichtingen

KOSTENDEKKENDHEID RIOLERING
Bedragen x € 1.000
2021 2022
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten -3.162 -3.210
Inkomsten taakveld, excl. heffingen - -
Onttrekking voorziening riolering 25 -27
Directe kosten -3.137 -3.237
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -347 -347
BTW - -
Totale kosten -3.484 -3.584
Opbrengst heffingen 3.484 3.584
Dekkingspercentage 100% 100%
KOSTENDEKKENDHEID AFVAL
Bedragen x € 1.000
2021 2022
Kosten taakveld afval, incl. rente en directe personeelskosten -3.946 -3.950
Inkomsten taakveld, excl. heffingen 435 554
Directe kosten -3.511 -3.396
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -103 -103
BTW -793 -781
Indirecte kosten -896 -884
Totale kosten -4.407 -4.280
Opbrengst heffingen 4.408 4.280
Dekkingspercentage 100% 100%
KOSTENDEKKENDHEID OMGEVINGSVERGUNNING
Bedragen x € 1.000
Kosten omgevingsvergunningen, incl. rente en directe personeelskosten -583
Inkomsten taakveld, excl. heffingen -120
Netto kosten taakveld -702
Toe te rekenen kosten
Overhead, incl. rente -319
BTW -
Totale kosten -1.021
Opbrengst heffingen 1.021
Dekkingspercentage 100%


Berekening tarieven
Conform de nieuwe vereisten van het BBV rondom de kostendekkende tarieven geven wij in deze paragraaf inzicht in de wijze waarop wij bewerkstelligen dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan onze tariefberekeningen, verwoordden wij al bij aanvang van deze paragraaf. De wijze waarop wij deze uitgangspunten bij de tariefstelling hebben gehanteerd, is als volgt: "In de integrale kostprijsberekeningen bepalen wij aan de hand van de vastgestelde formatie voor de betreffende producten het aantal toe te rekenen uren. Jaarlijks beoordelen wij of een herziening van de toe te rekenen uren noodzakelijk is. Het uurtarief dat wordt gehanteerd, bevat naast de directe loonkosten ook een opslag voor de kosten van overhead."

Kruissubsidiëring leges
Voor diverse diensten en producten heffen wij leges. Deze leges zijn bedoeld om de kosten die wij maken voor het verlenen van deze diensten en het verstrekken van deze producten te dekken. Wettelijke bepalingen (Gemeentewet) verbieden het ons dat de inkomsten van deze leges de gemaakte kosten overtreffen. Daarmee wordt voorkomen dat wij met deze leges ook andere activiteiten financieren. Opbrengsten mogen hooguit kostendekkend zijn. Dit wordt berekend bij de samenstelling van de begroting en dus voordat de belasting- en legesverordeningen zijn vastgesteld. Bij leges waarbij de tarieven voor verschillende diensten en producten in één verordening worden geregeld, is het uitgangspunt dat de kostendekkendheid wordt beoordeeld op totaalniveau van de verordening. De totale kosten van de activiteiten worden gedekt door de totale baten van de leges. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht voordeel c.q. overschot bij de ene dienst mag worden gebruikt voor de dekking van een verwacht  tekort bij een andere dienst. Er zijn twee uitzonderingen op dit uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring: 

  • de Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen
  • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten

Onze legesverordening (Verordening leges Coevorden) bestaat uit drie onderdelen, namelijk:

  • titel I: Algemene Dienstverlening (o.a. Rijbewijzen, Reisdocumenten, Burgerlijke stand)
  • titel II: Fysieke leefomgeving (o.a. Omgevingsvergunningen, Structuur- en ontwikkelplannen)
  • titel III: Europese Dienstenrichtlijn (o.a. Marktgelden)

Wij hebben daarom van de legesverordening per titel de kostendekkendheid in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat binnen de legesverordening geen sprake is van kruissubsidiëring. Bij geen van de drie titels is namelijk sprake van overdekking. Op totaalniveau is de legesverordening 75%.

Kostendekkendheid leges, per titel
Bedragen x € 1.000
Titel I Titel II Titel III Totaal
Kosten taakvelden incl. rente en directe personeelskosten 651 694 111 1.455
Toe te rekenen overhead 220 334 38 592
Totale kosten 871 1.028 149 2.047
Opbrengsten 379 1.115 44 1.538
Saldo 492 -87 105 509
Kostendekkendheid 44% 108% 29% 75%
Rekenvoorbeeld 1 Rekenvoorbeeld 2
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Eigenaar en gebruiker
2021 2022 2021 2022
OZB € 323 € 322 OZB € 323 € 322
Rioolheffing € 193 € 199 Rioolheffing € 193 € 199
Afvalstoffenheffing € 307 € 296 Afvalstoffenheffing € 255 € 246
Totaal € 824 € 818 Totaal € 772 € 767
Effect lokale lasten -0,8 % Effect lokale lasten -0,6 %
Rekenvoorbeeld 4
Meerpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden
Huurder en gebruiker Huurder en gebruiker
2021 2022 2021 2022
Rioolheffing € 102 € 103 Rioolheffing € 102 € 103
Afvalstoffenheffing € 307 € 296 Afvalstoffenheffing € 255 € 246
Totaal € 409 € 399 Totaal € 357 € 349
Effect lokale lasten -2,3 % Effect lokale lasten -2,1 %

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:

‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het realiseren van een gezonde financiële positie;
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Hieronder worden de in het risicoprofiel weergegeven risico’s nader omschreven. Wij maken hierbij onderscheid in incidentele en structurele risico’s.

Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 1, 2 4, 5
€ 500.000 - € 1.000.000
€ 200.000 - € 500.000
€ 50.000 - € 200.000
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties
kans kans kans kans kans
<1% <10% <25% <50% >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een drietal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor doet. De risico’s worden hieronder toegelicht.

Europark

GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH heeft een financieringsfaciliteit van maximaal € 7 miljoen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) afgesloten. Voor deze faciliteit staan wij samen met de Samtgemeinde Emlichheim elk voor de helft garant. Het uitgangspunt is dat Europark GmbH zich zonder een extra financiële bijdrage van onze gemeente ontwikkelt. Mocht zij op enig moment onverhoopt toch een beroep op de gemeente moeten doen voor financiële steun dan is het door ons ingeschatte maximale risico € 525.000 (15% kans x 50% van € 7 miljoen).

De restant schuld bedraagt per eind 2020 € 5,75 miljoen (31-12-2019: € 5,86 miljoen). Hier tegenover staat de waarde van ruim 65 hectare aan gronden. De rentepercentages van de leningenportefeuille liggen vast tot december 2021 voor € 3 miljoen, juli 2022 voor € 2 miljoen en januari 2023 voor € 0,75 miljoen.

Grondexploitaties

In het kader van voorliggende begroting hebben wij de risico’s van de grondexploitaties geanalyseerd. De totaal per eind 2022 verwachte boekwaarde bedraagt circa € 7,0  miljoen. Dit resulteert in een maximaal risico voor 2022 van circa € 1,03 miljoen. De totale boekwaarde zal op basis van de op dit moment beschikbare informatie in de komende periode (tot eind 2025) afnemen naar een niveau van circa € 500.000. Als gevolg daarvan zal ook het risico de komende jaren afnemen.

Faillissement CQ

Medio 2014 is CQ failliet verklaard. De Kustenbond heeft een bedrag van € 5,6 miljoen gevorderd vermeerderd met de wettelijke rente. Deze claim heeft betrekking op de ambtenarenstatus van de voormalig medewerkers van CQ en de daaraan gekoppelde afdracht van onder meer pensioenpremies aan het ABP. Op 31 maart jl. heeft de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan en heeft de vordering afgewezen en de Kustenbond veroordeeld in de vergoeding van de proceskosten. De Kustenbond is niet tegen de uitspraak in hoger beroep gegaan. Het faillissement van CQ is nog niet afgewikkeld. Dit is een aparte procedure welke bij de curator ligt en dat proces moet nog plaatsvinden.

Tabel incidentele risico's

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2022 2023 2024 2025
1. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
2. Grondexploitatie 7.000 15% 1.025 749 310 60
3. Faillissement CQ PM
Totaal 10.500 1.550 1.274 835 585

Structurele risico's

Er zijn twee onderwerpen waarover wij een structureel risico lopen. Dit betreffen het sociaal domein en de Emco-groep. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De risico’s worden hieronder toegelicht.

Sociaal domein

Met de ervaring van de afgelopen jaren hebben wij ons meerjarenbeleid opgesteld. Wij hebben de budgetten voor Jeugd, Participatie en Wmo aangepast aan de nieuwste prognoses. Daarmee zijn deze budgetten voor de komende jaren naar verwachting op niveau. Hiermee in lijn richten wij onze uitvoeringsorganisatie in. De afgelopen jaren hebben wij de kosten voor jeugdhulp en Wmo sterk zien stijgen. De kostenstijging als gevolg van de invoering van het abonnementstarief lijkt momenteel wat af te vlakken. De gevolgen van Corona-pandemie hebben echter, met name in de jeugdzorg, tot extra problemen en kostenstijgingen geleid. 
Hoe de kosten binnen het Sociaal Domein zich ontwikkelen ligt niet in alle gevallen binnen onze invloedssfeer. Inmiddels heeft het Rijk (meerjarig) extra middelen beschikbaar gesteld en is de VNG met het Rijk in gesprek over aanpassing van beleid en wetgeving. De kabinetsformatie is hier zeer waarschijnlijk op van invloed. Daarnaast is bijvoorbeeld moeilijk in te schatten wat de Corono-pandemie op langere termijn voor effect op de zorg heeft. Verder zal de herijking van het Gemeentefonds en de wijziging van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet, invloed hebben op de inkomsten en kosten. In principe is daarbij ook nog steeds sprake van open-einde-regelingen. Om de voornoemde redenen nemen wij in de risico-inventarisatie voor het gedeelte Jeugdwet een bedrag op van € 1.000.000 met een kans van 50% en voor het gedeelte Wmo een bedrag van € 1.000.000 met een kans van 25%.

EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR. Voor de uitvoering van de Wsw ontvangen wij een lumpsumbedrag in het Participatiebudget. Sinds de invoering van de Participatiewet is er geen nieuwe instroom in de Wsw meer mogelijk. Hierdoor neemt de Wsw-populatie door natuurlijk verloop gestaag af. Als gevolg van de bovenstaande ontwikkelingen is de verwachting dat het exploitatietekort van de EMCO-Groep jaarlijks zal toenemen. Hiermee is rekening gehouden in ons meerjarenperspectief. De EMCO-Groep benoemt in haar risicoparagraaf in de begroting 2022 de volgende risico’s: effecten Corona-crisis, netto-opbrengsten (wegvallen van klanten/opdrachten), inkomsten uit landelijke subsidies, de invoering en gedeeltelijke afschaffing van de Lage Inkomensvoordeel, cao-afspraken voor de SW-sector en het recente pensioenakkoord. Wij schatten het financiële risico voor Coevorden in op  € 100.000 met een kans van 25%.

Tabel structurele risico's

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2022 2023 2024 2025
4. Sociaal Domein 750 750 750 750
Jeugdwet 1.000 50% 500 500 500 500
Wmo 1.000 25% 250 250 250 250
Participatie PM
5. EMCO-groep 100 25% 25 25 25 25
Totaal 2.100 775 775 775 775

Overige ontwikkelingen met een mogelijk financieel risico

Wij zien een aantal ontwikkelingen die van betekenis gaan zijn voor onze gemeente, maar waarbij wij nog niet kunnen inschatten of dit - al dan niet financiële - risico's met zich meebrengt. We willen deze ontwikkelingen wel in deze risicoparagraaf onder de aandacht brengen.

Als gemeente kunnen wij altijd worden geconfronteerd met een bezwaar of beroep dat wordt aangetekend tegen een door ons genomen besluit. Dit geldt ook voor mogelijke aansprakelijkstellingen. Op dit moment heeft onze verzekeraar er een in behandeling.

Bestrijding van invasieve uitheemse exoten (plant en dier)
Al sinds enkele jaren neemt het aantal soorten aan invasieve exoten (plant en dier) toe. Een invasieve exoot is een plant of dier dat een risico vormt voor onze natuur, welzijn van mens of dier en of agrarische sector. Deze risico’s bestaan uit het verdringen van inheemse plant- en diersoorten, vanwege toxische eigenschappen of beiden. In 2021 heeft de provincie Drenthe aangegeven Provinciaal beleid op te stellen over de bestrijding/beheersing van invasieve exoten. In een digitale bijeenkomst is aangegeven dat dit beleid een verplicht karakter zal kennen. Het is aannemelijk dat de kosten voor bestrijding / beheersing van invasieve exotische plant- en diersoorten fors zal zijn. Daarbij is het op dit moment niet duidelijk welke rol de provincie hierin in gaat nemen en of zij de gemeenten en grondeigenaren financieel tegemoet komen.

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te vangen. Hierbij zetten wij eerst het gedeelte van onze weerstandscapaciteit in dat geen of minimale effecten heeft op ons beleid en onze begroting.
In onze weerstandscapaciteit hebben wij geen bestemmingsreserves en  stille reserves opgenomen. Het tijdsbestek waarin stille reserves vrijgespeeld kunnen worden ter dekking van risico’s ligt hieraan ten grondslag. Voor bestemmingsreserves is het argument dat bij de inzet van deze reserves de uitvoering van het beleid mogelijk onder druk komt te staan.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit prognose 2021 2022 2023 2024 2025
Algemene reserve 33.291 33.291 33.291 33.291 33.291
Resultaat + reserve mutaties (voor bestemming cumulatief) 194 2.063 3.767 5.801 7.777
Onbenutte belastingcapaciteit 247 89 89 89 89
Post onvoorzien 100 100 100 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 33.832 35.543 37.247 39.281 41.257

Ratio weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en Weerstands­vermogen zetten wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s. Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:

Beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
Waarderingscijfer Ratio weerstandsvermogen Betekenis
A 2,0 < X Uitstekend
B 1,4 < X < 2,0 Ruim voldoende
C 1,0 < X < 1,4 Voldoende
D 0,8 < X < 1,0 Matig
E 0,6 < X < 0,8 Onvoldoende
F X < 0,6 Ruim onvoldoende



WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Weerstandscapaciteit 35.543 37.247 39.281 41.257
Te verwachten risico’s 2.325 2.049 1.610 1.360
Weerstandsvermogen 33.218 35.198 37.671 39.897
De ratio weerstandsvermogen kan als volgt worden berekend:
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2022 2023 2024 2025
Ratio weerstandsvermogen 15,29 18,18 24,40 30,34

Financiële kengetallen

Op grond van het BBV nemen wij in deze paragraaf een aantal kengetallen op die de  beoordeling van onze financiële positie ondersteunen. Daarmee wordt beoogd uw raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van onze  gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • de netto schuldquote;
  • de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • de solvabiliteitsratio;
  • de grondexploitatie;
  • de structurele exploitatieruimte, en
  • de belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente.

KENGETALLEN FINANCIËLE POSITIE
Realisatie Prognose Begroot Begroot Begroot Begroot
2020 2021 2022 2023 2024 2025
Netto schuldquote (%) 66 71 67 66 58 58
Idem gecorrigeerd voor verstrekte leningen (%) 59 65 62 61 53 53
Solvabiliteitsratio (%) 33 33 34 36 39 41
Grondexploitatie (%) 11 8 6 5 2 1
Structurele exploitatieruimte (%) 2 2 2 2 2 2
Belastingcapaciteit (%) 94 101,7 100,7

De provincie hanteert voor de kengetallen de volgende signaleringswaarden, waarbij categorie A als 'minst risicovol' en categorie C als 'meest risicovol' wordt geduid.

SIGNALERINGSWAARDEN PROVINCIE
Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
Netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
b. met correctie doorgeleende gelden <90%> 90-130% >130%
Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%>
Grondexploitatie <20%> 20-35% >35%
Structurele exploitatieruimte Begr >0% Begr = 0% Begr <0%>
Belastingcapaciteit <95%> 95-105% >105%

Toelichting op de betekenis van de kengetallen

De netto schuldquote (ook gecorrigeerd voor verstrekte leningen) zegt iets over de relatie tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen. De schuldquote daalt in deze begrotingsperiode als gevolg van reguliere aflossingen op de leningenportefeuille.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De ratio stijgt omdat wij blijven werken aan de versterking van onze vermogenspositie door middel van structurele stortingen in de algemene reserve.

De indicatoren voorraadquote, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zeggen iets over de mogelijkheden aan de inkomstenkant om incidentele uitgaven op te kunnen vangen.

Ontwikkeling van onze kengetallen
Sinds enkele jaren zitten wij weer een gezond financieel evenwicht. Wij creëren door het hierop inzetten ruimte voor nieuw beleid en een gezonde financiële basis. De bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren zien wij terug in de ontwikkeling van alle indicatoren en de uitkomsten onderschrijven het gevoerde beleid.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze goederen en het niveau van onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau van de gemeente. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. De in deze paragraaf opgenomen bedragen zijn exclusief de kosten voor de inzet van ons eigen personeel en materieel.

Gebouwen

Algemeen
Het gemeentelijk vastgoed is faciliterend aan verschillende beleidsdoelstellingen van het gemeentelijk beleid. We hebben daarbij verschillende soorten vastgoed in beheer die we tot ons kernbezit rekenen. Dit kernbezit is noodzakelijk om op middellange en lange termijn de gemeentelijke beleidstaken te blijven uitvoeren. Hierbij moet gedacht worden aan gebouwen voor de gemeentelijke huisvesting, maar ook bijvoorbeeld aan sporthallen en multifunctionele accommodaties. Naast het kernbezit beschikken we nog over circa 20 gebouwen/locaties die wij hebben aangemerkt als ‘af te stoten bezit’. Deze gebouwen hebben of gaan hun gemeentelijke beleidsfunctie verliezen, waardoor ze afgestoten kunnen worden. De afgelopen jaren hebben we ongeveer 20 gebouwen/locaties afgestoten.

Beleidskader
In december 2016 stelde uw raad de “Visie, strategie en beheer van vastgoed” vast. Uitgangspunt hierin is dat wij streven naar een vastgoedportefeuille die zich beperkt tot vastgoed dat nodig is voor efficiënte uitvoering van de gemeentelijke taken. Voor de conditiemeting van de gebouwen sluiten wij aan bij de NEN 2767 standaard. Binnen deze standaard is sprake van een conditiescore tussen 1 en 6. Daarbij is 1 zeer goed en 6 zeer slecht. Een conditiescore van 3 is naar de maatstaf voldoende. Voor het kernbezit is een onderhoudsscore van 3 het uitgangspunt (bij nieuwe panden hebben we een gemiddelde score van 2). Bij de prioritering van het onderhoud wordt rekening gehouden met de impact en het risico op verval. Het toekomstig planmatig onderhoud wordt zoveel mogelijk combineert met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed.

BUDGETTEN ONDERHOUD GEBOUWEN
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Dagelijks onderhoud 393 393 393 393
Planmatig onderhoud 192 523 300 458
Totaal 585 916 693 851

Groen

De gemeente beheert een groot oppervlakte groen. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling weer.

KERNCIJFERS GROEN
Heesters en rozen 17 ha
Gazon 163 ha
Bos (windsingels, houtwallen en bosjes) 167 ha
Bermgras 394 ha
Natuurterrein 12 ha
Waterpartijen 35 ha
Sloten en greppels 608 km
Bomen 55.135 st
Halfverharding en zandwegen 36 ha

Beleidskader
In het kader van de perspectiefnota 2015 (takendiscussie) en de programmabegroting 2015 heeft de raad besloten het onderhoudsniveau van het openbaar groen te verlagen van A/B naar onderhoudsniveau C. Dit is bevestigd met de vaststelling van de notitie Duurzaam Groenonderhoud in 2017. In 2019 is akkoord gegaan met het beschikbaar stellen van extra middelen voor boomonderhoud en natuurtechnisch bermbeheer. Invoering van natuurtechnisch bermbeheer zal in 2022 een vervolg krijgen.
 
Financiën
Voor het onderhoud van het openbaar groen zijn de volgende budgetten beschikbaar:

BUDGETTEN OPENBAAR GROEN
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Onderhoud openbaar groen 884 718 718 718
Onderhoud begraafplaatsen 261 261 261 261
Totaal 1.145 979 979 979

Openbare verlichting

Voor het verwijderen van de lichtmasten in het buitengebied heeft de nadere inventarisatie van de schoolroutes plaats gevonden. .Hierdoor is duidelijk welke lichtmasten verwijderd kunnen worden. Na overleg met de betrokken Plaatselijk belangen zullen wij overgaan tot het verwijderen van de lichtmasten in het landelijk gebied  in 2022. De lichtmasten die we zullen handhaven in het landelijk gebied zullen voorzien worden van LED- verlichting. Daarnaast gaan we 2022 verder met vervangen van de SOX  verlichting in Dalerpeel . De termijn van het huidige verlichting plan loopt eind 2022 af. In de loop van 2022 zullen wij de raad een geactualiseerd beleidsplan "Openbare verlichting" aanbieden.

BUDGETTEN OPENBARE VERLICHTING
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Electra 159 159 159 159
Onderhoud & remplace 97 97 97 97
Sanering lichtmasten 55 55 55 55
Vervanging armaturen & lichtmasten 358
Totaal 669 311 311 311

Oeververbindingen

In het kader van de uitvoering van het beheerplan civieltechnische kunstwerken 2019-2023 zullen in 2022 de brug in Wezuperbrug (Brugstraat) en de brug in Oosterhesselen (Klenckerweg) vervangen worden. De brug in Oosterhesselen wordt voorbereid samen met het waterschap in het kader van het project "Nieuwe Drostendiep" . Naast het vervangen van deze twee bruggen zal er ook groot onderhoud worden uitgevoerd aan de brug over het Zwinderse kanaal in Geesbrug.(brug verlengde Hoogeveense Vaart ZZ). Het huidige beheerplan loopt tot eind 2023. Eind 2022 zullen we starten met het actualiseren van het huidige beleidsplan

Riolering

In het  kader van de DPRA (Delta Plan Ruimtelijke Adaptie) is in 2019 de stresstest uitgevoerd in het gebied van de Noordelijke Vechtstromen. Door de coronacrisis heeft het vervolg, onder andere een risicodialoog met inwoners, instellingen en bedrijven te voeren, niet plaats kunnen vinden. In 2021 is een concept uitvoeringsagenda opgesteld.  Dit concept uitvoeringsprogramma wordt meegenomen in het nieuwe verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). Door problemen met de leverantie van grondstoffen zijn een aantal voorgenomen rioleringswerken doorgeschoven naar 2022. Het gaat om de Boerhoorn-Schulp in Oosterhesselen en de reconstructie Dalerpeel.

BUDGETTEN RIOLERING
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Onderhoud 751 751 750 751
Planvorming en begeleiding 255 255 255 255
Kapitaallasten 1.444 1.507 1.571 1.570
Totaal 2.450 2.513 2.576 2.576

Wegen

Het onderhoud van de wegen is in 2021 planmatig uitgevoerd. Uit de inspectie van 2021 blijkt dat de kwaliteit van de elementverharding door de droogte van de afgelopen jaren versneld achteruit is gegaan. Voor 2022 zal een groter deel van het budget besteed worden aan het groot onderhoud van de elementverhardingen.  Daar waar noodzakelijk zijn de bermen hersteld en ingezaaid met een bloemmengsel ter bevordering van de biodiversiteit. . Het huidige wegen beleidsplan loop in 2021 af. In 2022 zal een geactualiseerd wegenbeleidsplan ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.

BUDGETTEN ONDERHOUD WEGEN
bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Planmatig onderhoud 1.470 1.470 1.470 1.470
Klein onderhoud (reparaties) 30 30 30 30
Onderhoud zandwegen 30 30 30 30
Onkruidbestrijding verhardingen 130 130 130 130
Kapitaallasten 299 306 378 374
Totaal 1.959 1.966 2.038 2.034

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s die daarmee samenhangen. Tevens informeren wij u over de verwachte ontwikkelingen op het gebied van rente en financiering. Tenslotte is in deze paragraaf informatie opgenomen over het verplicht Schatkistbankieren en het verwachte EMU-saldo van de gemeente.

Onder treasury verstaan wij het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de inkomende en uitgaande geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De wet financiering decentrale overheden (wet fido) bevat kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie door de decentrale overheden. Deze kaders zijn verder uitgewerkt in het Financieringsstatuut dat wij in 2016 hebben vastgesteld.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie gedurende het jaar, we stemmen onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar af. We streven er naar zo weinig mogelijk langlopende financieringsmiddelen aan te trekken. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

Financieringsrisico's en rentebeheer

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de wet fido twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De norm is 8,5% van het begrotingstotaal. Voor het jaar 2022 bedraagt de kasgeldlimiet € 9.087.000.

BEREKENING KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Begrotingstotaal 2022 109.440
relevant percentage 8,5
Kasgeldlimiet 9.302

Renterisiconorm

Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken is de zogenaamde renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Wij hebben geen opgenomen geldleningen in onze portefeuille waarop een renteherzieningsclausule van toepassing is.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Uit het overzicht blijkt dat wij in de komende jaren ruimschoots voldoen aan de norm.

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0 0
Aflossingen -9.254 -8.505 -8.672 -7.644
Renterisico 9.254 8.505 8.672 7.644
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 109.440 108.249 110.053 107.052
Percentage conform regeling 20 20 20 20
Renterisiconorm 21.888 21.650 22.011 21.410
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 9.254 8.505 8.672 7.644
Renterisiconorm 21.888 21.650 22.011 21.410
Ruimte 12.634 13.145 13.339 13.766

Verwachte ontwikkelingen

Financieringsbehoefte

Jaarlijks berekenen wij onze financieringsbehoefte. Wij  berekenen dit op basis van het meerjarig investeringsprogramma, de contractuele aflossingen op het bestaande leningenpakket en de voorziene ontwikkelingen binnen de reserves en de voorzieningen. Daarnaast maken wij volop gebruik van de kasgeldlimiet. Daarbij hanteren wij een liquiditeitsplanning. Op basis hiervan verwachten wij de volgende langlopende leningen aan te moeten trekken tegen een gemiddelde rente van 0,25%:

2022          €   7.500.000;
2023          €   7.500.000;
2024          €   0;
2025          €   7.500.000.
Wij verwachten dat de marktrente voor de nieuw aan te trekken leningen in de komende jaren laag zal blijven. 

In de onderstaande tabel geven wij het verloop van de leningenportefeuille van de gemeente weer.

VERLOOP LENINGENPORTEFEUILLE
Bedragen x € 1.000
Algemeen Waarborgsommen Totaal
Boekwaarde 01-01-2022 67.329 13 67.342
Opname 7.500 7.500
Aflossing 9.254 0 9.254
Boekwaarde 31-12-2022 65.575 13 65.588
Opname 7.500 7.500
Aflossing 8.505 0 8.505
Boekwaarde 31-12-2023 64.570 13 64.583
Opname 0 0
Aflossing 8.672 0 8.672
Boekwaarde 31-12-2024 55.898 13 55.911
Opname 7.500 7.500
Aflossing 7.644 0 7.644
Boekwaarde 31-12-2025 55.754 13 55.767

Interne rekenrente en renteresultaat

Op grond van wijzigingen in het BBV mag de interne rekenrente, die wij toerekenen aan onze investeringen, met maximaal 0,5% afwijken van het werkelijke gemiddelde rentepercentage.

Wij verwachten dat onze rentelasten ten opzichte van onze activa zich als volgt zal ontwikkelen (de zogenoemde ‘omslagrente’):

2022 1,44%
2023 1,24%
2024 1,10%
2025 1,06%
De rente die moet worden toegerekend aan de grondexploitatie heeft een andere grondslag binnen het BBV (zie ook de Notitie Grondexploitaties - september 2019). Het rentepercentage mag niet meer afwijken dan 0,5% boven of onder het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille. Om te voorkomen dat deze renteparameter ook elk jaar fluctueert is het mogelijk om te kiezen voor het rekenen met een stabiel rentepercentage in de meerjarenprognose. De komende jaren blijven wij daardoor aan de grondexploitaties 3% rente toerekenen.

Doordat wij 1,5% rente toerekenen aan onze investeringen minus grondexploitaties, rekenen wij in alle jaarschijven te veel rente toe aan onze investeringen (in het jaar 2021 was het effect tegenovergesteld). Omdat de omslagrente een percentage is dat fluctueert, leidt dit tot renteresultaten. Deze voor- en nadelen ten opzichte van de interne rekenrente willen we niet van invloed laten zijn op onze meerjarenraming. De voor- en nadelen vangen wij daarom op in een zogenaamde stelpost renteresultaat.
De saldi op deze stelpost zijn (het zogenoemde 'renteresultaat'):

2022 + €   60.544 voordelig;
2023 + € 258.000 voordelig;
2024 + € 415.000 voordelig;
2025 + € 446.000 voordelig.

BEREKENING RENTERESULTAAT
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.750.079
De externe rentebaten -/- 167.469
Saldo door te rekenen externe rente 1.582.610
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 299.388
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 8.380
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 8.380
Aan programma's toe te rekenen externe rente 1.283.222
Rente over eigen vermogen 116.582
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 1.399.804
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 1.460.347
Renteresultaat 60.544



VERLOOP FINANCIERINGSPOSITIE
Bedragen x € 1.000
2022 2023 2024 2025
Geïnvesteerd vermogen
Totaal vaste activa 112.432 113.643 110.934 112.438
Voorraden bouwgrond 6.826 4.937 1.924 706
Totaal geïnvesteerd vermogen 119.258 118.580 112.858 113.144
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 43.728 45.432 47.466 49.443
Voorzieningen 1.548 1.343 1.075 807
Langlopende leningen 65.588 64.582 55.910 55.767
Totaal financieringsmiddelen 110.864 111.357 104.451 106.017
Financieringstekort 8.394 7.223 8.407 7.127

Schatkistbankieren

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren is 2% van ons begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen; in 2022 is dit € 2.188.800.

Dagelijks worden de saldi van onze bankrekeningen geraadpleegd. Alle tegoeden boven het drempelbedrag worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden het drempelbedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist.

Wij hebben echter gekozen om alles boven de € 500.000 al af te storten naar de schatkist, dit om de rentekosten te drukken. 

EMU-saldo

Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen, hebben de lidstaten van de Europese Unie afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen. In dit maximale tekort hebben, naast de Rijksoverheid, ook gemeenten en provincies een aandeel. Er is afgesproken dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,4% van het bbp bedraagt. Het collectieve aandeel van de gemeenten is 0,27% van het bbp.

In de berekeningen in het hierna opgenomen overzicht lijkt onze gemeente de komende jaren weer een positieve bijdrage te leveren aan het EMU-tekort in Nederland. 

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2021 2022 2023
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) -2.713 4.049 3.147
Mutatie (im)materiele vaste activa 4.001 1.717 1.410
Mutatie voorzieningen -60 -142 -205
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -2.166 -1.501 -1.889
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten en verwachte - - -
boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa
Berekend EMU-saldo -4.608 3.691 3.421

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.

ICT/ Informatiemanagement

Informatie en ICT-systemen vormen steeds meer de ruggengraat voor de kwaliteit van dienstverlening van onze organisatie. Het is belangrijk dat onze informatiehuishouding modern, veilig, beheersbaar en efficiënt is. Automatisch stijgen de eisen en verwachtingen ten aanzien van informatiesystemen. Nieuwe wet- en regelgeving zorgt voor uitbreiding, vervanging en aanschaf van nieuwe systemen, terwijl er niet evenveel weggaat en kan. Denk bijvoorbeeld aan de Omgevingswet, Modernisering Archiefwet, AvG, Wet open Overheid en een continue veranderend speelveld in het Sociaal Domein. Ook staan er omvangrijke aanbestedingen op het programma voor kernsystemen in het Sociaal Domein en bij de afdeling Burgerzaken. Deze trajecten vragen omvangrijke inzet en kosten, niet alleen tijdens de aanbesteding, maar ook zodra deze systemen ingevoerd moeten worden.

Updates volgen elkaar sneller op en systemen raken meer en meer met elkaar verweven middels koppelingen, waardoor de complexiteit ten aanzien van beheer en doorontwikkeling toeneemt. Tegelijkertijd zien we een toenemende vraag naar informatie, zowel van binnen als buiten onze gemeente. In 2021 is het Informatiebeleidsplan 2021-2022 vastgesteld. In dit plan wordt aan de hand van zes sporen (Dienstverlening, Informatieveiligheid, Data en informatie, Duurzame toegankelijkheid en bewaring, Werkplek van de Toekomst, Doorontwikkeling I-organisatie) aangegeven hoe we onze informatiehuishouding organiseren. Als I-organisatie willen we nog efficiënter en transparanter werken. We werken aan een verdere professionalisering en centralere positionering van de I-organisatie bij veranderingen in het informatiestromen en applicaties. Ook vraagt het dat onze organisatie ‘digifitter’ wordt en dat we processen in de organisatie anders organiseren om mee te kunnen in de digitale transformatie

Informatieveiligheid

Informatieveiligheid is één van de belangrijke thema’s van deze tijd. De aanhoudende digitalisering maakt de overheid efficiënt, maar ook kwetsbaar. We gaan daarom in 2022 verder met het doorvoeren van en het werken met de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Met de BIO wordt de nadruk gelegd op risico gebaseerd maatregelen nemen. Informatieveiligheid is een verantwoordelijkheid van de hele organisatie. Door de BIO wordt deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk bij de organisatie neergelegd.

In de voorgaande zijn de eerste stappen voor de implementatie van de BIO gezet. Zo is er gewerkt aan de actualisatie van het informatieveiligheidsbeleid en zijn er onderdelen uit de BIO structureel ingevoerd. Informatieveiligheid is een continue proces waarbij aan de hand van risico’s beslissingen en maatregelen genomen moeten worden. Het grootste risico als het gaat om informatieveiligheid is menselijk gedrag. In 2021 is de gemeente gestart met een bewustwordingstraject gedurende het gehele jaar. Daarom worden er in 2022 ook weer verschillende activiteiten georganiseerd met als doel om medewerkers bewust te maken van hun gedrag en de risico’s.
In 2022 wordt geoefend met een digitale crisisoefening. Om onze processen en systemen zo spoedig mogelijk weer in de lucht te krijgen na een cyberaanval is het belangrijk om te weten wie je als gemeente dient in te schakelen en wat je moet doen om de bedrijfsvoering weer te starten.

Ook wordt in 2022 wederom verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad en externe toezichthouders over informatieveiligheid. Dit wordt gedaan door middel van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA).  Met ENSIA wordt verantwoording afgelegd over informatieveiligheid van onder andere de Basisregistratie Personen (BRP), Paspoorten en Nederlandse Identiteitskaarten (PNIK), Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), DigiD en WOZ (Waardering Onroerende Zaken). Jaarlijks vragen wij ons college een collegeverklaring vast te stellen over de geldende normenkaders voor DigiD en Suwinet. Deze collegeverklaring wordt ook gecontroleerd door een externe auditor en wij gebruiken deze ook om verticaal verantwoording af te leggen aan het Rijk. Daarnaast worden verschillende rapportages voor basisregistraties vastgesteld door ons college en gebruikt voor verantwoording richting het Rijk. Deze collegeverklaring en rapportages worden ook aan uw raad aangeboden, zodat u op de hoogte bent van de resultaten uit ENSIA.

Van data naar informatie

Van data informatie maken krijgt steeds meer vorm. Als gemeente werken wij er hard aan om door middel van monitoring het mogelijk te maken om gemaakt beleid en gestelde doelen te toetsen op de realisatie. Dit zal leiden tot een efficiëntere werkwijze en hierdoor zullen we de inzet van onze middelen gerichter kunnen bepalen.

Uit eerder gestarte projecten zijn diverse verzoeken gekomen welke geleid hebben tot nieuwe BI projecten. Dit heeft erin geresulteerd dat er in 2021 in totaal zeven lopende BI projecten zijn die zich elk in een ander stadium in het proces bevinden. Naast projectrealisatie heeft het BI cluster ook een professionaliseringsslag gekend welke heeft bijgedragen aan de totstandkoming van één uniforme werkwijze.

De uniforme werkwijze in BI projecten zal de komende periode ook verder worden door vertaald in de organisatie. Aan data gedreven werken zal meer aandacht worden besteed. Het inbedden van deze werkwijze in de organisatie is een randvoorwaarde om BI projecten succesvol te kunnen laten zijn. Ook zal de professionaliseringsslag die is ingezet verder worden ontwikkeld. Naast de  professionalisering die is ingezet op het werkproces en de interne organisatie zal de komende periode tevens in het teken staan van technische professionalisering. Er zal onder andere worden ingezet op een toekomstbestendige datawarehouse oplossing en het toegankelijk maken van externe bronnen. 

Gegevensbescherming

Veiligheid en vertrouwen vormen de basis voor een succesvolle transformatie naar een digitale economie en samenleving. Het borgen van privacy is een continu proces. Het gaat niet om het eenmalig treffen van een aantal privacy maatregelen. Verwerkingen van gegevens, doelgroepen, technische mogelijkheden, privacy regels en maatschappelijke opvattingen kunnen veranderen. De effectiviteit van de maatregelen moet daarom regelmatig worden beoordeeld en waar nodig aangepast. Wanneer een datalek zich voordoet, wordt zo snel mogelijk gehandeld. Dit houdt een melding bij het AVG-team (bestaande uit Functionaris Gegevensbescherming, Privacy Officer en Chief Information Security Officer ) in, zodat deze meteen nader onderzoek in kan stellen. Het delen van voorgevallen datalekken moet bijdragen aan extra scherpte en een lerend vermogen binnen onze organisatie. De datalekken registreren wij in het incidentenregister.

In 2022 zullen wij ons met name richten op het optimaliseren van het verwerkingenregister, het blijvend onder de aandacht brengen van juiste verwerkersovereenkomsten met gegevensverwerkers en het beleggen van de uitvoering van PIA's (Privacy Impact Assessment) binnen het Sociaal Domein en Burgerzaken. Het initiatief inzake het uitvoeren van PIA moet meer vanuit de lijn ontstaan. Het afgelopen jaar werd dit met name aangestuurd vanuit het Privacy team. Hier willen wij een ommekeer in aanbrengen. Het uitvoeren van PIA's draagt bij aan de scherpte die er moet zijn als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens.
Ultimo 2022 willen wij:

- het verwerkingenregister volledig hebben geactualiseerd;
- verwerkersovereenkomsten opgeslagen hebben in onze contractendatabase;
- PIA's uit laten voeren in de lijn (Sociaal Domein & Burgerzaken);
- privacy ambassadeurs per afdeling benoemen;
- informatie met betrekking tot bovenstaande onderdelen gepubliceerd hebben op het intranet.

Verwerkingenregister
Het verwerkingenregister zoals wij dat nu kennen is aan een update toe. Hier zullen wij de focus op leggen en onderzoeken welke methodieken toe te passen zijn om het up to date houden nog efficiënter maken. Indien nodig zullen wij hiervoor specialisten inschakelen.

Verwerkersovereenkomsten
Er zijn veel verwerkersovereenkomsten opgesteld de afgelopen tijd. Veel van deze overeenkomsten zijn inmiddels opgeslagen in onze contractendatabase. Onze doelstelling is om per afdeling een privacy ambassadeur te benoemen zodat wij sneller informatie kunnen delen en opvragen. Op deze manier willen wij ook de nog 'zwervende' verwerkersovereenkomsten op de juiste manier archiveren.

Data Privacy Impact Assessment (DPIA) oftewel Gegevensbescherming effectbeoordeling (GEB)
Naast de wettelijke verplichting van een PIA heeft het simpelweg veel voordelen. Een PIA draagt bij aan de bewustwording ('privacy awareness') binnen onze organisatie, risico’s worden ondervangen en beperkt en de systemen worden beter ingericht.
Door per afdeling een privacy ambassadeur te benoemen willen wij, beginnend bij het Sociaal Domein en Burgerzaken, het initiatief tot uitvoeren van een PIA beleggen op de afdeling. Onze medewerkers kennen onze processen als geen ander en kunnen goed inschatten of er sprake is van 'hogere' risico's. Hogere risico ten aanzien van de privacy doen zich voor in processen waar veel gewerkt wordt met bijzondere persoonsgegevens.

Interne bewustwording over privacy
Zorgen voor bewustwording blijft een continu proces. Wij willen deze bewustwording blijven prikkelen door het intranet nog actiever in te zetten. Bijvoorbeeld door het plaatsten van een poll, kennisquiz, kort en bondige privacy nieuwsberichten maar ook het publiceren van uitgevoerde PIA's en het geactualiseerde register van verwerkingen.

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

Op grond van de verordening doelmatigheid en doeltreffendheid voeren wij jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een thema. In de verordening is opgenomen dat wij de gemeenteraad in de paragraaf bedrijfsvoering in de Programmabegroting informeren over het onderwerp van het onderzoek. In 2022 zullen wij een onderzoek uitvoeren naar het personeelsverloop. We merken dat het verloop aan de hoge kant is en willen weten of ons beleid met betrekking tot werving en behoud van medewerkers doelmatig en doeltreffend is.

Intern controleplan

Ons college is verplicht (conform artikel 212 en 213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld.

Aan de hand van het ICP worden de financieel kritische processen systematisch gecontroleerd. Middels steekproeven wordt de kwaliteit van de interne beheersing getoetst. De bevindingen worden opgenomen in een rapportage die wordt opgesteld voor ieder afzonderlijk proces. De aanbevelingen die aan de hand van de gedane bevindingen zijn geformuleerd worden besproken met de proceseigenaar (teamleider). Op deze manier wordt kort-cyclische bijsturing ingezet en vormen deze interne controles de basis voor de interim-controle (procesgericht) die door de accountant wordt uitgevoerd. Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces. Wij willen een zelf controlerende organisatie zijn die ‘In Control’ is.

Invoering rechtmatigheidsverantwoording in 2022
Met ingang van het verslagjaar 2022 gaan colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten en colleges van gedeputeerde staten van provincies en dagelijkse besturen van gemeenschappelijke regelingen zelf een rechtmatigheidsverantwoording opstellen, die opgenomen zal worden in de jaarrekening. Hiermee leggen decentrale overheden zelfstandig verantwoording af over de naleving van geldende wet- en regelgeving bij de totstandkoming van de baten en lasten en balansmutaties in de jaarrekening. Onze accountant zal dan geen uitspraak richting de raad doen over het financieel rechtmatig handelen binnen de gemeente. Wel zal de accountant de juistheid en volledigheid van de rechtmatigheidsverantwoording blijven controleren. Dit heeft gevolgen voor de werkwijze in onze organisatie en de herinrichting van een interne controle functie binnen onze organisatie. Daarbij wordt de gemeente geacht in staat te zijn om tot de rechtmatigheidsverantwoording te komen. Om te voldoen aan deze vereisten zal in samenwerking met de accountant een presentatie worden verzorgd om betrokkenen te informeren inzake de veranderingen. De medewerkers van control zullen workshops en cursussen bijwonen zodat het kennis niveau op peil is en daarnaast zullen zij zich toeleggen op de voorbereidingen die nodig zijn om tot een rechtmatigheidsverantwoording te komen. De volgende stap is te werken aan de "In Control Statement" (ICS)

Van rechtmatig naar ICS
Gemeenten en provincies moeten vanaf 2022 een rechtmatigheidsverantwoording afleggen in hun jaarstukken, ter vervanging van de huidige rechtmatigheidsverklaring van de accountant. Een mooie stap naar meer eigenaarschap van gemeenten voor het 'in control' zijn. Ze kunnen dit nog breder trekken door zich niet te beperken tot een rechtmatigheidsverantwoording, maar een ICS te maken. Met een ICS verklaren het bestuur en management dat de interne beheersings- en controlesystemen van een gemeente adequaat en effectief zijn. Dat de gehele bedrijfsvoering bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelstellingen er geen grote onverwachte verrassingen optreden. Het gaat dan ook om borging van een diversiteit aan processen én om de competenties van de medewerkers. Veel breder dus dan 'we hebben de financiën en de rechtmatigheid onder controle'. Gemeente Coevorden zal stapsgewijs te werk gaan richting de In Control Statement.

Ontwikkelingen personeelsbeleid

Op het gebied van personeel is er veel beweging. In het omgaan met de krapte op de arbeidsmarkt enerzijds en het invullen van onze taken en ambities anderzijds is het zoeken naar balans. Maar ook de snelle doorstroom, de over enkele jaren verwachte uitstroom (als gevolg van vergrijzing), digitalisering en het verbinden op afstand zijn ontwikkelingen waar we niet omheen kunnen. Op P&O gebied is het een uitdaging om ervoor te zorgen dat de organisatie gezond is en blijft. Daarbij spelen ook in 2022 diverse thema's een rol.

Het jaar 2021 stond, net als 2020 in het teken van Corona. Het thuiswerken, hybride vergaderen en leidinggeven op afstand is op dit moment niet meer weg te denken. De gemeente Coevorden heeft - binnen de landelijke regelgeving - zowel thuis als op kantoor werken toegestaan. Daardoor kregen medewerkers de kans om te ontdekken wat voor hen werkt. In de zomer is er vanuit de projectgroep “Werken Beweegt” een vragenlijst uitgezet onder alle medewerkers van de gemeente Coevorden. Wat hebben zij nodig om hun werk op een goede en efficiënte manier te kunnen blijven doen? De uitkomsten vormen, samen met de praktijkervaringen, in 2022 leidraad om een nieuwe balans te vinden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar fysieke arbeidsomstandigheden, onderlinge relaties en communicatie.

Het delen van kennis en het verbinden van medewerkers met de organisatie vraagt extra aandacht nu het thuiswerken is toegenomen. Ook bij de begeleiding en het inwerken van nieuwe medewerkers is dat van belang. In 2020 en 2021 is er hard gewerkt aan het digitaliseren van P&O-processen. Zo vergroten we de mogelijkheden voor medewerkers om binnen Youforce zelf hun P&O zaken te regelen. Ook is er een app geïntroduceerd die ons helpt bij het verwelkomen van nieuwe collega’s. In 2022 wordt het introductie traject verder ingevuld, met ondersteuning van deze instrumenten. Doel is ervoor zorgen dat nieuwe medewerkers goed hun weg leren kennen in de organisatie en in de manier waarop we werken binnen de gemeente Coevorden. Dat maakt hen beter en sneller in staat om bij te dragen aan onze taken en ambities.

Een ander belangrijk thema is de krapte op de arbeidsmarkt. Er zijn meer vacatures dan werkzoekenden. Daardoor wordt het voor verschillende functies steeds moeilijker om de juiste mensen te vinden. In 2021 heeft P&O veel tijd besteed aan werving en selectie van kandidaten. Ook hebben we in samenwerking met inkoop een aanbesteding gedaan voor de inhuur van uitzendkrachten en professionals. In 2022 gaan we de processen van werving en selectie en inhuur nog verder aanscherpen. We onderzoeken of we - door creatief gebruik te maken van beschikbare middelen - méér resultaat kunnen behalen. Daarnaast is het belangrijk om ook na te denken over alternatieven. Wat doen we als vacatures, ondanks alle inspanningen, in de toekomst niet kunnen worden ingevuld?

In 2022 schenken we ook tijd en aandacht aan een aantal - al lopende - thema’s. Via verschillende lijnen, zowel op inhoud als op proces, werken we verder aan het thema organisatieontwikkeling. Ook is er aandacht voor Arbeidsomstandigheden. Zo houden we het beleid actueel en geven we opvolging aan de RI&E. Daarnaast organiseren we trainingen en opleidingen zodat onze medewerkers veilig kunnen werken. Het onderzoek Openbare Ruimte is in 2021 afgerond. In 2022 geven we verder vorm en inhoud aan het hierbij behorende programma. En ook rondom de omgevingswet ligt er in 2022 nog een opgave. De landelijke invoering staat, na enige vertraging, gepland voor 1 juli 2022.

Tenslotte werken we in 2022 verder aan de invulling en uitrol van Strategische Aanpak Personeelsbeleid (SAP). Dit is een bredere en Coevorden-specifieke variant op Strategische Personeelsplanning (SPP). In 2021 hebben we vorm gegeven aan de kaders hiervan. Daarbij is er ook een eerste inventarisatie gedaan van knelpunten die (dreigen te gaan) spelen in de organisatie. In 2022 en 2023 geven we verder vorm aan SAP. Er wordt een cyclus gecreëerd waarmee we knelpunten op het gebied van HR vroegtijdig signaleren. Met behulp van die cyclus ontstaat een aanpak waarbij voortdurend en heel gericht kan worden gewerkt aan het gezond houden van de organisatie. Een organisatie die niet alleen nu, maar ook in de toekomst goed in staat is haar taken en ambities te vervullen.

Personeelsbegroting

Ten opzichte van de primitieve begroting 2021 neemt de vastgestelde formatie met 0,08 fte toe. Het budget dat gemoeid is met de personeelsbegroting neemt ten opzichte van 2021 met circa € 0,1 miljoen toe. Deze wijziging wordt veroorzaakt door wijzigingen in de premies. Ten tijde van het opmaken van deze programmabegroting liggen de CAO onderhandelingen stil. Wij hebben bij de programma begroting 2021 een bedrag voor het jaar 2022 en verder ter grootte van € 604.000 op een stelpost geplaatst ter dekking van de verwachte CAO verhoging. 

PERSONEELSBEGROTING 2022
Bedragen x € 1.000
Organisatieonderdeel Fte 2021 Fte 2022 Bedrag 2021 Bedrag 2022
Directie / algemeen management 8,46 8,46 940 936
Griffie (incl. rekenkamer) 2,39 2,39 209 210
Unit Bestuurs- en concernondersteuning 70,45 70,45 5.068 5.091
Bedrijfsvoering 118,61 118,61 8.016 8.069
Leefomgeving 77,12 77,21 5.672 5.698
Publieksservice
637 649
College van B&W 366 373
Gemeenteraad en raadscommissies 34 34
Ambtenaren burgerlijke stand
Totaal 277,03 277,12 20.942 21.058

Verbonden Partijen

Inleiding

Gemeenten werken steeds meer en steeds vaker samen met andere organisaties. Taken worden uitbesteed via inkoop, uitgevoerd met een subsidie of worden via verbonden partijen uitgevoerd. Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin wij als gemeente een bestuurlijk en een financieel belang hebben. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van en controle op deze verbonden partijen. In onderstaand overzicht geven wij onze verbonden partijen weer, welke financiële bijdrage wij in 2022 doen, welk belang (zeggenschap) wij in deze partijen hebben en hoe de vermogenspositie van de verbonden partij is. 

Wij baseren ons op de begrotingen voor 2022 van deze partijen. Als deze cijfers nog niet bekend zijn, zijn de meest recente cijfers opgenomen. De bedragen zijn dan grijs gemarkeerd. 

Ten aanzien van de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) merken wij op dat de opgenomen bijdrage van € 894.000 is gebaseerd op conceptcijfers. Daarom is dit bedrag onder voorbehoud. Wij hebben namelijk een concept Ontwerpbegroting ontvangen. Deze ontwerpbegroting is niet bestuurlijk vastgesteld. In dit concept gaat de jaarlijkse bijdrage van onze gemeente met ongeveer € 200.000 omhoog. Deze verhoging hebben wij opgenomen in de Kaderbrief 2022, die door uw raad voor de zomer is vastgesteld, en maakt onderdeel uit van € 894.000 zoals in onderstaand overzicht opgenomen. 
Door de gemeenteraden van de betrokken gemeenten kan tot medio oktober zienswijzen ingediend worden. Daarna wordt de begroting, al dan niet in aangepaste vorm, vastgesteld. Dit is na vaststelling van voorliggende Programmabegroting in ons college. Wij informeren uw raad in dit najaar 2021 over de vastgestelde begroting van de RUD.  

Tabel verbonden partijen

OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen- Gegevens vermogen en resultaat
schap begin begrotingsjaar einde begrotingsjaar
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1)
Bijdrage: € 130 8% EV € 822 EV € 829
VV € 810 VV € 805
Resultaat € 0
*cijfers Begroting 2022
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van recreatie en toerisme
EMCO-groep (programma 2)
Bijdrage Rijk: -€ 3.811 25% EV € 0 EV € 0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 520 VV € 15.265 VV € 14.090
Resultaat
*cijfers Begroting 2022
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeentenop het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2)
Bijdrage: € 1.164 8% EV € 3.167 EV € 3.194
VV € 2.073 VV € 2.250
Resultaat € 0
*cijfers Begroting 2022, inclusief bijdrage VTD
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5)
Bijdrage: € 894 8% EV € 36 EV € 58
VV € 4.353 VV € 4.352
Resultaat € 22
*cijfers concept Begroting 2022
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving
van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5)
Bijdrage: € 2.162 8% EV € 2.859 EV € 2.867
VV € 33.755 VV € 29.160
Resultaat 0
*cijfers Begroting 2022
Doel: Veiligheidsregio Drenthe is een netwerkorganisatie ter ondersteuning van de gemeentelijke taken op het gebied van brandweer, crisisbeheersing
en geneeskundige hulpverlening voor twaalf Drentse gemeenten.
Euregio Enschede/Gronau (programma 5)
Bijdrage: € 9 2% EV € 2.078 EV € 2.164
VV € 1.036 VV € 1.053
Resultaat € 85
*cijfers Begroting 2021
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maat-
schappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5)
Bijdrage: € 5 1% EV € 727 EV € 729
VV € 2.425 VV € 3.022
Resultaat € 2
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en
problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe (programma 2)
Bijdrage: € 30 3% EV € 22 EV € 23
VV € 344 VV € 344
Resultaat € 1
*cijfers Begroting 2022
Doel: Het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door de Bedrijfsvoeringsorganistatie van de
uitvoerende taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement van vervoer in het gebied van de deelnemers.
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1)
Bijdrage: € - 29% EV € 887 EV € 899
VV € 5.121 VV € 5.774
Resultaat € 12
*cijfers Begroting 2021
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH'
met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale
maatregelen die als doel hebben dit te bereiken. Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en
weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4)
Dividend: 33,30% EV € 6.339 EV € 6.335
VV € 15.440 VV € 14.321
Resultaat € 656
*cijfers jaarrekening 2020
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen
N.V. Waterbedrijf Drenthe (WMD) (programma 6)