Meer
Publicatiedatum: 19-11-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiële begroting

Samenvatting financieel meerjarenperspectief 2020-2023

Wij hebben de begroting opgebouwd vanuit de Kaderbrief 2020. In de Kaderbrief is een vooruitblik op hoofdlijnen op de financiën in 2020-2023 opgenomen. Deze hoofdlijnen hebben wij nader uitgewerkt in de Programmabegroting 2020 die voor u ligt. Waar er in de uitwerking verschillen optreden of nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan, laten wij onderstaand de effecten ten opzichte van de Kaderbrief zien.

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Saldo Kaderbrief 2020 -135 -304 -636 -319
Saldo Halfjaarrapportage 2019 -10 -10 -10 -10
Ontwikkeling inkomsten
Septembercirculaire 302 856 1.010 829
Belastingen, huren en pachten -66 -66 -66 -66
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -73 -300 -300 -300
Autonome ontwikkelingen 0 0 0 0
Verbonden partijen 0 0 0 0
Mutaties tariefproducten 0 0 0 0
Meerjaren investerings programma -92 -219 -192 -191
Overige ontwikkelingen 879 879 879 760
Financiering 455 437 364 395
Geprognosticeerd saldo 1.260 1.273 1.049 1.098

Ontwikkeling inkomsten

Gemeentefonds, belastingen en leges

Wij hebben de inkomsten voor 2020 geactualiseerd. Dit betreft onder andere de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire. Ook hebben wij de inkomsten uit belastingen en leges geactualiseerd, op basis van bijvoorbeeld het aantal woningen en bedrijfspanden en de Woz-waarde van deze panden. Onderstaand treft u de ontwikkeling van de inkomsten aan, zoals deze zijn gewijzigd ten opzichte van het beeld dat wij bij de Kaderbrief 2020 hadden. 

De septembercirculaire

Meestal verschijnen jaarlijks drie gemeentefondscirculaires: in mei, september en december. De circulaire van mei vertaalt de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september vertaalt de Miljoenennota en de circulaire van december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af.  De septembercirculaire is dus de tweede circulaire van dit jaar.

De septembercirculaire laat positieve financiële effecten zien voor de jaren 2020 en volgend. De voornaamste reden hiervoor is een stijging van het accres. Deze stijging wordt veroorzaakt door onder andere het pensioenakkoord en het woningmarktpakket. Deze effecten hebben een voordelig resultaat door het “samen trap-op-trap-af principe”.

Onderstaand geven wij de effecten van de septembercirculaire weer. Wij lichten de belangrijkste ontwikkelingen in deze circulaire toe. 

EFFECTEN SEPTEMBERCIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling 398 799 863 719
Nominale ontwikkeling -36
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -36
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis 109 254 324 323
Hoeveelheidsverschillen -52 -80 -60 -60
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven -117 -117 -117 -117
Subtotaal centraal 302 856 1.010 829
Taakmutaties
Correctie loon- en prijsstijging jeugdhulp -23 -23 -23 -23
Correctie loon- en prijsstijging WMO -1 -1 -1 -1
Ambulantisering GGZ 39 48 56 56
Invoering Wet verplichte GGZ -19 -19 -19 -19
Wettelijke taak i-standaarden wmo/jeugdhulp -2 -2 -2 -2
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrecht jeugdhulp -15 - - -
Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrecht WMO -47
Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang 4 4 4 4
Roerende voorzieningen Wlz -2 -2 -2 -2
Mobilietshulpmiddelen Wlz -16 -24 -28 -32
bbz-levensvatbaarheidsonderzoeken 19 19 19 19
Donorwet 6 12 12 12
3D's in het sociaal domein
Participatie -14 -13 -12 -11
Subtotaal decentraal -71 -1 4 1
Totaal effecten meicirculaire 231 855 1.014 830


Toelichting op de septembercirculaire 

Accressen
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse voeding van het gemeentefonds (positief of negatief) wordt het accres genoemd en wordt uitgedrukt in een percentage.

Het accres 2019 is nadeliger, ten opzichte van de mei-circulaire 2018 gaat er € 218 miljoen af. Dat komt door lagere rijksuitgaven dan de raming op het gebied van infrastructuur en defensie. De daling van het accres is vooralsnog eenmalig omdat genoemde investeringswerken worden doorgeschoven naar volgende jaren.

Het uitkeringsjaar 2020 is positief. Het gaat om een toename van € 409 miljoen ten opzichte van de mei-circulaire 2019. Dat komt vooral door de hiervoor beschreven kasschuif uit 2019. Daarnaast door het pensioenakkoord en het woningmarktpakket. Tot slot zijn in 2020 de indices voor loon- en prijsstijgingen iets verhoogd. Door de doorwerking van het nadeel in 2019 wordt de accresmutatie in 2020 per saldo ( - 218 + 409 = ) € 190 miljoen.

Wat betreft de meerjarenraming zijn alle jaren behalve 2023 positief ten opzichte van de meicirculaire 2019. De cumulatieve verschillen ten opzichte van de meicirculaire 2019 zijn wel in alle jaren positief.  Ze worden vooral veroorzaakt door de kasschuif van investeringswerken.

De Studiegroep Begrotingsruimte zal de normeringssystematiek (samen de trap op en af) opnieuw evalueren. Hierbij wordt ook gekeken naar de beoogde stabiliteit. Er worden varianten uitgewerkt voor de normering van de fondsen vanaf 2022. In de tussentijd zal het kabinet bezien of het mogelijk en wenselijk is voor de jaren 2020 en 2021 maatregelen te treffen die de schommelingen gedurende een lopend begrotingsjaar kunnen voorkomen of dempen.  

3D-taken sociaal domein
De verdeelmodellen sociaal domein worden geëvalueerd, net als de verdeling van het ‘klassieke’ gemeentefonds. Dat moet leiden tot een integrale nieuwe verdeling van de middelen per 2021.

Wat betreft Beschermd Wonen is opgenomen dat in tien jaar tijd tot een objectief verdeelmodel en algehele doordecentralisatie naar alle gemeenten wordt gekomen. In 2021 is nog 100% historisch, in 2022 wordt een deel van de middelen voor het eerst objectief verdeeld. De centrumgemeenten blijven verantwoordelijk voor bestaande cliënten. Over een eventuele doordecentralisatie van de Maatschappelijke Opvang zal op basis van een evaluatie in 2026 een beslissing worden genomen.

Er gelden enkele taakmutaties in het sociaal domein met omvang groter dan € 10 miljoen.

  • Ambulantisering in de GGZ. Dat leidt tot een groter beroep op de zorg en begeleiding in het gemeentelijk domein. We praten over een compensatie van € 50 miljoen in 2019 oplopend naar structureel € 95 miljoen vanaf 2022.
  • Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten, in 2019 eenmalige uitname algemene uitkering € 26 miljoen;
  • Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen Wet langdurige zorg. Hulpmiddelen als een rolstoel of scootmobiel worden verstrekt vanuit de WLZ en niet meer via de gemeente, in case WMO. Daarom wordt nu geld overgeheveld van het gemeentefonds naar de WLZ.  Uitname algemene uitkering in 2020 bedraagt € 7,5 miljoen oplopend naar structureel € 15 miljoen vanaf 2024;
  • BBZ-levensvatbaarheidonderzoeken. Met ingang van 2020 wordt de financieringssystematiek van de BBZ vernieuwd. Onderdeel daarvan is dat de levensvatbaarheidsonderzoeken worden bekostigd niet meer via een specifieke uitkering maar via het gemeentefonds. Het gaat immers om uitvoeringskosten. We praten over afgerond € 10 miljoen.

Daarnaast is er informatie over enkele integratie- en decentralisatie uitkeringen die betrekking hebben op het sociaal domein. Ze worden in het onderdeel ‘Integratie- en decentralisatieuitkeringen’ genoemd.

Taakmutaties
Een drietal taakmutaties zijn al genoemd bij het item sociaal domein. De overige hebben een omvang kleiner dan macro € 10 miljoen waardoor toelichting in deze achterwege blijft.
Wij ramen deze compensaties (en onttrekkingen) tevens aan de lastenzijde van de begroting waardoor deze mutatie budgettair neutraal verloopt.

Belastingen en leges

In de kaderbrief hebben wij de opbrengsten uit de belastingen en leges verhoogd met 1,5% prijsindex. Dit leidt tot een verhoging van de inkomsten met € 129.000. Dit is de verhoging van de Ozb en forensenbelasting en leidt tot vrije begrotingsruimte. Deze inkomsten dienen als algemeen dekkingsmiddel. Wij hebben eveneens de huren en pachten met 1,5% prijsindex verhoogd conform de kaderbrief. Hier is een bedrag van € 20.000 mee gemoeid. De opbrengst van de toeristenbelasting is incidenteel met € 70.000 naar beneden bijgesteld, vanwege het besluit het tarief in 2020 op € 1,25 te houden, in afwachting van de uitkomsten van een Drents onderzoek naar de toeristenbelasting.   

Voor de Ozb hebben wij voor 2020 tarieven berekend op basis van de ontwikkeling van de Woz-waarde van panden en de verwachte waardeontwikkeling. Wij hebben daarbij de uitkomsten uit het 213a-onderzoek naar tariefdifferentiatie betrokken. Het onderzoeksrapport is voor de zomer van dit jaar aan uw raad en aan de rekenkamer aangeboden. In de commissievergaderingen van 2 juli en 10 september is het onderzoeksrapport besproken. Wij hebben de besprekingen betrokken bij onze afwegingen om te komen tot nieuwe tarieven voor 2020. Wij stellen voor het tarief voor eigenaren van woningen te laten dalen met 3% en de tarieven voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen te laten stijgen met 7%. Deze tarieven moeten in samenhang met de waardeontwikkeling van panden worden bezien. In de paragraaf lokale heffingen gaan wij nader in op de ontwikkeling van de tarieven en laten wij een aantal rekenvoorbeelden zien. 

Het effect van deze tariefstelling is dat de opbrengst voor de Ozb, inclusief de prijsindexatie van 1,5% die bij de Kaderbrief 2020 is berekend, een structureel nadeel laat zien van 66.000. 

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Lagere inkomsten Ozb -66 -66 -66 -66
Totaal -66 -66 -66 -66

Ontwikkeling uitgaven

Welke uitgaven lichten we toe?

Wij informeren u over de ontwikkeling van de volgende uitgaven: 

  • Loon- en prijsontwikkelingen;
  • Autonome ontwikkelingen; 
  • Verbonden partijen; 
  • Mutaties tariefproducten; 
  • Meerjaren Investerings Programma; 
  • Overige ontwikkelingen;
  • Reeds geakkordeerd nieuw beleid; 
  • Nieuw beleid najaar 2019;
  • Financiering. 

Lonen en prijzen

Loonontwikkeling, structureel nadeel

De huidige cao liep tot 1 januari 2019. Ten tijde van de kaderbrief waren de gesprekken over een nieuwe nog gaande en lag er een loonbod van de VNG van 4,9%. Op basis van dit loonbod hebben wij de loonontwikkeling doorgerekend en een voorbehoud gemaakt ten aanzien van de uitkomsten en daadwerkelijke effecten. Tijdens de samenstelling van de Programmabegroting 2019 liepen de gesprekken over een nieuwe cao al en hielden we al rekening met een loonindexcijfer van 1,4%. We hadden al € 254.000 opgenomen. In de Kaderbrief 2020 is vervolgens een bedrag van € 634.000 opgenomen. Tezamen is dit een bedrag van € 888.000 dat vanaf 2020 in het meerjarenperspectief is opgenomen.

Inmiddels ligt er een nieuwe cao met een definitieve status. De financiële effecten van de cao zijn als volgt:

  • Per 1 oktober 2019 een salarisstijging van 3,25%;
  • Per 1 januari 2020 een salarisstijging van 1,0%;
  • Per 1 juli 2020 een salarisstijging van 1,0%;
  • Per 1 oktober 2020 een salarisstijging van 1,0%;
  • Werkgevers betalen een bijdrage aan de vakbonden, € 21,04 per fulltime medewerker
  • Alle medewerkers hebben recht op een vergoeding in de kosten voor een ziektekostenverzekering;
  • In 2019 vindt een eenmalige uitkering plaats.

De lonen zullen in de komende twee jaren met 6,25% stijgen. Dit is meer dan waar wij bij de Kaderbrief rekening mee hielden. Omdat de stijging stapsgewijs wordt doorgevoerd, stijgen de loonkosten in 2020 naar rato. Het effect hiervan is dat het tekort in 2020 beperkt is, maar vanaf 2021, wanneer de volledige stijging van 6,25% van toepassing is, het tekort € 250.000 bedraagt.

Naast de effecten van de cao doet zich een structureel effect voor vanwege functiewaarderingen. Functies in het klantcontactcentrum (KCC) en in het sociaal domein zijn gewaardeerd. De uitkomst is dat de salarisschalen van een aantal functies naar boven zijn aangepast om aan te sluiten bij de werkzaamheden. Het structurele effect hiervan is €50.000.


ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Cao -23 -250 -250 -250
Functiewaarderingen -50 -50 -50 -50
Totaal -73 -300 -300 -300

Autonome ontwikkelingen

De autonome ontwikkelingen van de kaderbrief hebben wij verwerkt. Het betreft hogere kosten voor leerlingenvervoer en de bestrijding van de eikenprocessierups en lagere uitvoeringskosten voor inkomensvoorzieningen (uitkeringen) door de Gemeente Emmen.

Verbonden partijen

De budgetten voor de verbonden partijen hebben wij geactualiseerd naar aanleiding van de Kaderbrief 2020. Daarin hebben wij de kaderbrieven en ontwerpbegrotingen van de verbonden partijen weergegeven. Ten opzichte van de kaderbrief hebben zich geen wijzigingen of aanvullingen voorgedaan. 

Mutaties tariefproducten

Wij hebben de inkomsten en uitgaven van de tariefproducten geactualiseerd. Dit betreft bijvoorbeeld de rioolheffing, afvalstoffenheffing, leges omgevingsvergunningen, begraafplaatsrechten en leges voor burgerzaken zoals rijbewijzen en reisdocumenten.

De aanpassing van de interne rekenrente leidt tot lagere kapitaallasten, die vooral zichtbaar zijn op het product riolering. Het tarief voor de rioolheffing kan dalen met 7,0% en wij hoeven maar zeer beperkt een beroep te doen op de voorziening riolering. Dit betekent dat een groot deel van de voorziening riolering vrij kan vallen. Vooruitlopend op de actualisatie van het vGRP, stellen wij voor om € 1 miljoen vrij te laten vallen uit de voorziening. Gezien de wijze waarop de voorziening riolering - en de voorloper daarvan de 'reserve riolering' - op niveau is gebracht, stellen wij voor dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve. In jaren vanaf 2006, toen de reserve is ingesteld, was het tarief verre van kostendekkend en is vanuit de algemene middelen aangevuld om de kosten voor het beheer, onderhoud en vervanging van rioleringen te dekken. De onderuitputting in die jaren is toegevoegd aan de reserve en voorziening. 
Na de vrijval van € 1 miljoen blijft ruimte over om nieuwe investeringen te doen en kan na actualisatie van het vGRP aangesloten worden op het daadwerkelijk benodigde volume in de voorziening.

Meerjaren Investerings Programma (MIP)

Meerjaren investeringsprogramma (MIP)

Wij hebben het MIP geactualiseerd. De actualisatie van deze investeringen leidt tot gewijzigde kapitaallasten voor 2020-2023. De vrijval van kapitaallasten is ingezet ter dekking van nieuwe investeringen. De verschillen tussen de vrijval en de nieuwe kapitaallasten is beperkt en treft u in onderstaand overzicht aan.

Het Integraal Huisvestings Plan (IHP) voor het onderwijs heeft een effect op de stelpost vervangingsinvesteringen. Voor de zomer heeft uw raad ingestemd met dit vernieuwde IHP. Het IHP bevat een aantal omvangrijke investeringen en daarmee gemoeide kapitaallasten. Bij de besluitvorming over het IHP is daarom voorgesteld de  financiële verwerking te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020. Onderstaand treft u onder het kopje (Onderwijs)huisvesting het totaal van de mutaties op het vastgoed aan. 

n.b. Wij hebben alle toekomstige investeringen doorgerekend tegen een rentepercentage van 1,5%. In de Programmabegroting 2019 hebben wij met een rentepercentage van 3,0% gerekend. De aanpassing van deze interne rekenrente lichten wij toe in de paragraaf financiering. De investeringsvoorstellen die wij eerder dit jaar aan uw raad hebben voorgelegd, zoals het IHP en het Esdalcollege, hebben wij opnieuw doorgerekend met het lagere rentepercentage. Dit betekent dat toekomstige investeringen goedkoper zijn geworden.

MEERJARENINVESTERINGSPROGRAMMA
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Tractie 23 2 43 65
(Onderwijs)huisvesting -2 -53 -126 -125
Facilitair -15 -14
Openbare ruimte -3 11 11 -11
Overig (sportinventaris) -19 -19 -19 -19
Totaal -1 -59 -106 -104


De effecten van bovenstaande schommelingen in de kapitaallasten verwerken wij op de stelpost vervangingsinvesteringen. Onderstaand geven wij het aanvankelijke volume van de stelpost aan, het effect van de mutaties van bovenstaande kapitaallasten en het bedrag dat nodig is om de stelpost weer op het gewenste niveau van € 200.000 te brengen. 

VERVANGINGSINVESTERINGEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Volume stelpost vervangingsinvesteringen 249 230 299 349
- waarvan beschikbaar voor mobiliteit 90 90 90 90
- ingezet voor mobiliteit (ambitie Progr.begr.2019) -55 -54
- waarvan beschikbaar voor sport 50 100 150 200
Netto besteedbaar 109 40 114 113
Mutatie: saldo mutaties investeringen -1 -59 -106 -104
Saldo stelpost 108 -19 8 9
Mutatie: Aanvulling stelpost tot € 200.000 92 219 192 191

De aanvulling van de stelpost tot een volume van € 200.000 heeft effect op het financieel meerjarenperspectief en is opgenomen in de samenvattende tabel bovenaan dit hoofdstuk. Na het aanvullen van de stelpost zijn de volgende bedragen beschikbaar voor het doen van investeringen. 

STELPOST VERVANGINGSINVESTERINGEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Volume stelpost 340 390 385 436
Beschikbaar voor:
Vervangingsinvesteringen 200 200 200 200
Mobiliteit 90 90 35 36
Sport 50 100 150 200

Overige ontwikkelingen

Wij hebben de meerjarige prognose van de uitkeringverstrekking berekend. In de Halfjaarrapportage 2019 hebben wij incidenteel een deel van het eigen risico, dat wij lopen op de uitkeringverstrekking, vrij laten vallen. In de Programmabegroting 2020 nemen wij een structureel effect op. Op basis van de inschattingen over het lopende jaar 2019 en de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage, dekken wij nog 2,5% eigen risico op de uitkeringverstrekking af. Dit leidt tot een structureel voordeel van € 864.000. De rijksbijdrage is gebaseerd op de voorlopige budgetten, zoals het Ministerie deze in september 2019 bekend heeft gemaakt. 

Ook hebben wij de schijf 2023 geactualiseerd. De basis hiervoor is het doortrekken van de jaarschijf 2022. De driejaarlijkse subsidie voor de Havendagen maakt hier onderdeel van uit en leidt tot een uitzet van € 10.000. De gratificaties voor ambtsjubilea van medewerkers hebben wij eveneens berekend. Dit is een bedrag van € 9.000 in 2023. De provinciale subsidie voor het bibliotheekwerk is toegekend tot en met 2022. Dit betekent dat wij deze inkomsten niet ramen in 2023. 

De kleine verschillen leiden tot een structureel voordeel van € 15.000. 

OVERIGE ONTWIKKELINGEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Uitkeringverstrekking, verlaging eigen risico 864 864 864 864
Actualisatie schijf 2023
Subsidie Havendagen -10
Gratificaties -9
Verlaging subsidie Provincie Drenthe bibliotheekwerk -100
Kleine verschillen 15 15 15 15
Totaal 879 879 879 760

Reeds geaccordeerd nieuw beleid

Wij hebben het reeds geaccordeerde beleid, zoals dat in de kaderbrief is gepresenteerd, verwerkt in de begroting. Dit betreft de Economische visie, de Regiodeal Zuid Oost Drenthe en groot onderhoud en verduurzaming van de Drostenhal. Deze laatste twee besluiten worden gedekt door onttrekkingen aan reserves. Ten aanzien van de economische visie is besloten het benodigde budget in 2019 aan de algemene reserve te onttrekken en de bedragen voor 2020 tot en met 2022 te betrekken bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020.

Het budget voor de economische visie van € 182.000 voor de komende drie jaren maakt onderdeel uit van het saldo van de Kaderbrief. Wij hebben deze budgetten verwerkt in de Programmabegroting.

In de Kaderbrief 2020 hebben wij toegezegd bij de Programmabegroting 2020 een toelichting te geven op de economische visie. Wij verwachten in de komende jaren voort te bouwen op de eerste, positieve ervaringen met de uitvoering van de dynamische werkagenda. Wij boeken voortgang op de verschillende thema’s ondernemersdienstverlening, ondernemersklimaat, ruimte & infra en personeel van de toekomst. Het samenwerkingsproces met Ondernemend Coevorden - conform het gesloten convenant - en andere stakeholders verloopt goed. Een dergelijke samenwerking vraagt van ons en onze partners dat wij rekening houden met elkaar en doorlopend investeren in de onderlinge relaties. Dit zorgt voor draagvlak en resultaat, maar vraagt ook tijd. Daarom is het voorstel de realisatie van de doelstellingen enigszins te temporiseren en het beoogde projectenbudget van €545.000 voor 2020-2022 uit te smeren over de periode 2020-2024.

Financiering

Aanpassing interne rekenrente en de toerekening van rente aan reserves 
Wij hebben de interne rekenrente aangepast van 3,0% naar 1,5%. Op grond van het BBV mag de interne rekenrente slechts met 0,5% afwijken van het werkelijke gemiddelde rentepercentage. Door de ontwikkelingen op de geldmarkt, de ontwikkeling van onze leningenportefeuille en de verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen moeten wij onze interne rekenrente naar beneden bijstellen. Met de huidige interne rekenrente van 3,0% blijven wij namelijk niet binnen de bandbreedte van 0,5%. In de paragraaf Financiering gaan wij nader in op de ontwikkeling van de rente. 

De aanpassing van de interne rekenrente heeft een positief effect op de begroting. De structurele voordelen  variëren tussen € 750.000 en € 850.000. Daarnaast zijn er structurele voordelen op de tariefproducten (met name op riolering). Deze voordelen zijn ten gunste van de inwoners gekomen door het verlaagde kostenniveau en de daaraan gekoppelde tarieven.

Door ook de inzet van de weggevallen dividendinkomsten van Essent te beëindigen, valt dit algemene dekkingsmiddel van structureel € 390.000 weg. Het netto voordeel van deze aanpassingen varieert tussen € 365.000 en € 455.000. 
 

FINANCIERING
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Aanpassing interne rekenrente 845 827 754 785
Effect rente reserve 'Aandelen Essent' -390 -390 -390 -390
Totaal 455 437 364 395

Structureel evenwicht en vrije begrotingsruimte

Vrije begrotingsruimte

Bij de Programmabegroting 2019 hebben wij de stelpost vrije begrotingsruimte geïntroduceerd. Op deze stelpost ramen wij de begrotingsoverschotten. In het verleden verwerkten wij de begrotingsoverschotten als storting in de algemene reserve. Door de vrije begrotingsruimte separaat in beeld te brengen en te monitoren, kan eenvoudig inzicht worden verkregen in de ruimte in de begroting. Gedurende het begrotingsjaar kunnen voorstellen voor nieuw beleid en/of tussentijdse resultaten van de Halfjaarrapportage ten gunste of ten laste van deze stelpost gebracht worden. Aan het eind van het begrotingsjaar valt het eventuele voordelige saldo vrij in de jaarrekening. 

De vrije begrotingsruimte is inclusief de voordelige saldi in voorliggende begroting als volgt. 

STELPOST VRIJE BEGROTINGSRUIMTE
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Stelpost vrije begrotingsruimte 716 1.225 1.225
Doortrekken ambitie nr. 9, kapitaallasten sport -50
Saldo nieuw meerjarenperspectief 2020-2023 1.260 1.273 1.049 1.098
Vrije begrotingsruimte Programmabegroting 2020 1.260 1.989 2.274 2.273

Structureel en reëel begrotingsevenwicht

Een gezonde financiële positie betekent onder andere dat onze inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn, waarbij budgetten reëel (volledig, realistisch en haalbaar) geraamd zijn. Dit is structureel en reëel begrotingsevenwicht. Om vast te kunnen stellen dat onze begroting in evenwicht is, brengen wij in beeld welk deel van onze inkomsten uitgaven een incidenteel karakter hebben. Immers; structurele uitgaven dienen met structurele inkomsten te zijn afgedekt. De tabel met incidentele baten en lasten draagt bij aan dit inzicht. Deze tabel hebben wij opgenomen onder de tegel 'Bijlagen' en in samengevatte vorm in deze tegel 'Financiële begroting' opgenomen. 

Begrotingsevenwicht van belang voor provincie  
Op grond van de gemeentewet houdt de provincie toezicht op de financiën van gemeenten. Normaal gesproken houdt de provincie repressief toezicht. Dit betekent dat wij onze begroting direct kunnen uitvoeren. Als onze begroting niet aan de wettelijke vereisten voldoet, dan kan de provincie preventief toezicht instellen. Dat betekent dat de provincie de begroting en begrotingswijzigingen eerst moet goedkeuren voordat wij deze kunnen uitvoeren. 
De provincie bepaalt aan de hand van een aantal criteria welke vorm van toezicht van toepassing is. Een belangrijk criterium is dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is.  

Het structurele begrotingssaldo ontwikkelt zich meerjarig als volgt. De vrije begrotingsruimte is, ook nadat wij de incidentele baten en lasten hier uit filteren, in alle jaarschijven positief. Wij merken daarbij op dat wij naast onderstaande vrije begrotingsruimte ook jaarlijks € 2 miljoen aan de algemene reserve toevoegen, de beschikking hebben over een stelpost onvoorzien van jaarlijks € 100.000 en wij de stelpost vervangingsinvesteringen op niveau hebben gebracht zoals wij hierboven onder het kopje 'Ontwikkeling uitgaven' hebben weergegeven. Dit samen maakt dat wij een begroting kunnen presenteren die meerjarig gezond is.   

STRUCTUREEL BEGROTINGSSALDO
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Geprognosticeerd saldo
Stelpost vrije begrotingsruimte 1.260 1.989 2.274 2.273
Saldo meerjarenraming 1.260 1.989 2.274 2.273
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) -833 -85 -159 0
Structureel begrotingssaldo 427 1.904 2.115 2.273

Uitgangspunten van deze begroting

  • Voor de ontwikkeling van prijzen en subsidies hebben wij de budgetten geïndexeerd met 1,5%. Dit is het vastgestelde indexcijfer in de Kaderbrief 2020. 
  • De loonsom is gebaseerd op de cao gemeenteambtenaren. Rond de zomer van 2019 is een nieuw akkoord gesloten tussen bonden en werkgevers. De nieuwe cao heeft een looptijd van 24 maanden; van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. 
  • Onze inkomsten uit belastingen, leges, heffingen, huren en pachten hebben wij geïndexeerd met 1,5%. Ook dit is vastgesteld in de Kaderbrief 2020. Waar wij in de uitwerking in deze begroting afwijken van dit percentage, hebben wij dit vermeld en toegelicht. 
  • Onze begroting is gebaseerd op constante prijzen. Dat betekent dat wij onze inkomsten en uitgaven voor de komende vier jaren hebben begroot op basis van het prijspeil van 2020. Jaarlijks berekenen en begroten wij het effect van inflatiecorrectie op onze inkomsten en uitgaven. 
  • De rente die wij toerekenen aan investeringen is 1,5%. Dit is onze vaste interne rekenrente. 
  • De langlopende leningen die wij verwachten aan te moeten trekken, zijn € 5 miljoen in 2020 en € 5 miljoen in 2021. Meer informatie hierover staat in de paragraaf financiering.
  • Wij hebben het structurele effect van de Halfjaarrapportage 2019 verwerkt in de Programmabegroting 2020.
  • De effecten van de septembercirculaire van het gemeentefonds zijn eveneens in de Programmabegroting 2020 verwerkt. 
  • De ramingen voor uitkeringverstrekking zijn gebaseerd op het voorlopige budget 2020, zoals dat op 30 september bekend is gemaakt door het Rijk. 
  • De tijdelijke extra middelen voor jeugdhulp (meicirculaire 2019) zijn incidenteel verwerkt in de begroting in de jaren 2020 en 2021. Wij hebben deze middelen niet structureel verwerkt, omdat er nog onderzoek wordt verricht of deze middelen ook na 2022 worden toegekend. 
  • De jaarschijf 2022 vormde de basis voor de nieuwe jaarschijf 2023. Wij hebben cyclische ritmes en kapitaallasten geactualiseerd.
     

Stelpost voor onvoorziene uitgaven
Wij hebben een stelpost voor uitgaven die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn. Deze stelpost bevat jaarlijks € 100.000. Bij uitgaven gedurende het jaar, die aan de hier genoemde criteria van de drie 'O's  voldoen, kunnen wij een beroep doen op dit budget. Als dit aan de orde is, dan informeren wij uw gemeenteraad hierover in de Halfjaarrapportage 2020, een separaat raadsvoorstel of in de verslaggeving in het Jaarverslag 2020.

Stelpost vervangingsinvesteringen 
Wij hebben een stelpost voor vervangingsinvesteringen. Het volume van deze stelpost is in de basis € 200.000. Dit bedrag is beschikbaar voor reguliere vervangingsinvesteringen in onze openbare ruimte, tractiemiddelen, huisvesting, facilitaire zaken en ICT. Daarnaast is er voor investeringen in mobiliteit € 90.000 beschikbaar. Een deel van dit bedrag is bij de Programmabegroting 2019 ingezet voor de dekking van onze ambitie voor de zuidelijke ontsluitingsweg (ambitie nr. 11). Voor investeringen in sportaccommodaties is bij de Programmabegroting 2019 structureel middelen beschikbaar gesteld voor het doen van investeringen.  Dit bedrag is € 50.000 in 2019 en stijgt jaarlijks met € 50.000. Een overzicht van het totaal beschikbare budget voor investeringen hebben wij opgenomen onder het kopje 'Ontwikkeling uitgaven', Meerjaren Investerings Programma, op deze pagina. 

Ontwikkeling reserves

Algemene reserve

Wij monitoren de ontwikkeling van onze algemene reserve om financieel gezond te blijven. Een algemene reserve met voldoende omvang geeft ruimte om incidentele uitgaven te dekken en incidentele tegenvallers op te vangen. Dat betekent dat wij niet direct in structurele uitgaven hoeven te snijden om incidentele effecten op te lossen. Wij vinden dat de omvang van de algemene reserve voldoende is als de solvabiliteit tussen de 30% en 40% beweegt. Wij kijken ook nadrukkelijk naar de ratio om risico's op te kunnen vangen. Dit is de ratio weerstandsvermogen, deze treft u aan in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting in de komende jaren als volgt. 

VERLOOP ALGEMENE RESERVE
(bedragen x € 1.000)
Realisatie Prognose Begroting Begroting Begroting Begroting
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Stand algemene reserve begin boekjaar 20.306 23.895 20.432 30.896 32.710 34.710
Toevoegingen aan de reserve
Rente 1,5% 305 358 - - - -
Storting resultaat jaarrekening 2017 3.105 - - - - -
Storting resultaat halfjaarrapportage 2018 1.158 - - - - -
Resultaat jaarrekening 2018 - -223 - - - -
Reguliere stortingen, zoals verkoopopbrengsten 3.265 521 - - - -
Vrijval reserve verkoop aandelen Essent 8.667
Toevoeging middelen reserve sociaal domein - 2.000 - - - -
Structurele versterking vermogenspositie - 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000
Deel vrijval voorziening riolering - - 1.000 - - -
Totaal toevoegingen 7.833 4.656 11.667 2.000 2.000 2.000
Onttrekkingen aan de reserve -4.244 -8.119 -1.203 -186 - -
Stand algemene reserve eind boekjaar 23.895 20.432 30.896 32.710 34.710 36.710

Incidentele en structurele mutaties in de reserves en voorzieningen

Van de reservemutaties in 2020 geven wij in onderstaand overzicht weer of ze een incidenteel of structureel karakter hebben. 

Bedragen x € 1.000
Naam reserve/voorziening Toevoeging* Toelichting Onttrekking Toelichting
Structurele mutaties
Reserves
Algemene reserve 2.000 Structurele versterking vermogenspositie
Vastgoed 83 Groot onderhoud
Plopsaland 20 Jaarlijkse onttrekking
Voorzieningen
Voorziening oud-wethouders 42 Pensioenuitkeringen
Totaal structurele mutaties 2.083 62
Incidentele mutaties
Reserves
Algemene reserve 8.667 Vrijval reserve verkoop 1.203 Dekking ambities 2019
aandelen Essent
1.000 Gedeeltelijke vrijval voorziening riolering
Reserve verkoop aandelen Essent 8.667 Toevoeging aan algemene reserve
Vastgoed 25 Nulmeting duurzaamheid
Regio Specifiek Pakket (RSP) 426 Laatste jaar 2021 879 Laatste jaar 2021
Kapitaallasten Hof van Coevorden 70 Laatste jaar 2021
Dutch TechZone 255 Budget uitvoeringsplan + projecten
Herstructuringsfonds 1.000 Ambitie begroting 2019
Regiodeal 243
Voorzieningen
Riolering 1.000 Gedeeltelijke vrijval
Totaal incidentele mutaties 11.093 12.342
Totaal mutaties 13.176 12.403
* Toevoegingen exclusief € 98.000 rente

Bestemmingsreserves

Bij de Programmabegroting 2019 zijn drie nieuwe bestemmingsreserves in het leven geroepen en gevoed om invulling te geven aan een drietal ambities. Onderstaand schetsen wij de kaders en stand van zaken rondom het beleidskader voor deze reserves.  

Herstructureringsfonds
Om de leefbaarheid in de dorpen te behouden en dorpen toekomstbestendig te maken is in de Woonvisie aangegeven dat er een herstructureringsfonds wordt ontwikkeld. Dit fonds is in te zetten bij ruimtelijke vraagstukken die spelen wanneer bepaalde functies wegvallen en zogenaamde ‘rotte kiezen’ kunnen ontstaan. Mogelijke oplossingen worden vaak gezocht in het herschikken van functies, herstructurering en of functieverandering van de locaties, zodat er weer een compact dorp ontstaat. Vaak zijn de financiële mogelijkheden voor de herontwikkeling van deze locaties beperkt. Het herstructureringsfonds dient de aanpak van dergelijke locaties te stimuleren en derden te verleiden te investeren in de kwaliteit van de dorpen.
In 2020 worden de spelregels voor de regeling vastgesteld, zodat een beroep op de regeling kan worden gedaan. Hierbij wordt ook gekeken naar de aansluiting bij reeds bestaande regelingen van andere partijen, zoals Rijk en Provincie.

Ten behoeve van de RegioDeal is in 2019 een bedrag van € 428.000 ingezet vanuit deze reserve.

Accommodaties in de samenleving
Uitgangspunt is dat het maatschappelijk debat en de behoefte van de bevolking bepalend dient te zijn voor het op te stellen accommodatiebeleid. Daarbij willen we de behoefte niet tot zo weinig mogelijk inperken door vooraf opgestelde uitgangspunten. We gaan eerst de maatschappelijke dialoog aan over de betekenis, invulling en (toekomstige) behoefte van de voorzieningen (accommodaties). Dit zal in 2020 en verder vorm gegeven worden.

Vooruitlopend op nog te ontwikkelen beleid, zal er als basis voor investeringen een subsidieregeling investeringen maatschappelijke accommodaties opgesteld worden. De gedachte is dat eigenaren/beheerders hierop een beroep kunnen doen voor investeringen in groot onderhoud. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat een eventuele subsidie van de gemeente een aanvulling is op zelfwerkzaamheid en eigen middelen, op bijdragen van sponsoren en fondsen en op rijks- en /of provinciale subsidies. Waarbij in de afwegingen over de te plegen investeringen steeds de relatie gelegd wordt met onze duurzaamheidsambities.

Innovaties in de zorg
Wij stimuleren innovatie, waarbij wij onder andere inzetten op het meer gebruik maken van digitale en technologische ontwikkelingen. Wij volgen ontwikkelingen en onderzoeken kansen en risico’s. Daarbij betrekken wij voorlopers die al gebruik maken van nieuwe technieken. Onze ambitie is dat meer inwoners gebruik maken van digitale mogelijkheden van onze dienstverlening en de dienstverlening van onze partners. Daarnaast zetten wij actief in om inwoners, ondernemers, partners en aanbieders te stimuleren om te innoveren. Als wij nieuwe technieken en methodieken kunnen gebruiken om inwoners beter en efficiënter te helpen, dan doen wij dat. Wij kijken bij innovatie verder dan het sociaal domein om van andere kennis te leren en daardoor te innoveren.

Ten behoeve van de RegioDeal is in 2019 een bedrag van € 143.000 ingezet vanuit deze reserve.

Overhead

Welke overhead hebben wij begroot?

Directe kosten, die een rechtstreekse relatie hebben met producten en diensten voor onze inwoners, rekenen wij toe aan de programma's waar zij betrekking op hebben. Kosten die niet een directe relatie hebben met onze dienstverlening, vallen onder overhead. Overhead is formeel gedefinieerd als 'het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces'. Dit betreft de kosten van ondersteunende functies in de bedrijfsvoering zoals leidinggevenden, secretariaat, post en archief, facilitaire kosten, huisvesting, ICT, medewerkers personeelszaken, inkoop, juridische zaken en financiën, en tot slot personele kosten zoals werving & selectie en opleidingen. Onderstaand geven wij de begrote overhead in de meerjarenraming weer. 

De huisvestingskosten maken onderdeel uit van onze budgetten voor Vastgoed, begroot in programma 3. De overige kosten in onderstaande tabel maken onderdeel uit van de budgetten voor Bedrijfsvoering, begroot in programma 5. In het overzicht van de taakveldenindeling zijn deze kosten geraamd onder taakveld 0.4 Overhead. Dit overzicht treft u aan in bijlage 5

OVERZICHT OVERHEAD
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Ondersteuning organisatie 6.998 7.003 6.932 6.932
Automatiseringskosten 1.786 1.739 1.739 1.739
Kosten facilitair 723 721 692 691
Huisvestingskosten 356 356 356 356
Overige personele kosten 405 405 487 488
Totaal overhead 10.268 10.224 10.205 10.206

Toelichting incidentele baten en lasten

In de komende vier jaren maken de volgende incidentele baten en lasten onderdeel uit van onze begroting. Deze baten en lasten met een tijdelijk en eindig karakter maken een beperkt deel van onze begroting uit. Dit overzicht hebben wij ook betrokken bij het bepalen van het structurele begrotingsevenwicht. Dit overzicht treft u aan onder deze tegel 'Financiële begroting' onder het kopje 'Samenvatting financieel meerjarenperspectief. 
Een gedetailleerd overzicht van incidentele baten en lasten is opgenomen onder de tegel 'Bijlagen'. 

OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
Bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023
Programma Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten Lasten Baten
Economie, onderwijs en cultuur 720 497 479 297 569 387 - -
Werk, jeugd en zorg - - - - - - - -
Ruimte en leefomgeving 2.350 2.109 137 218 137 160 - -
Openbare ruimte - 1.000 - - - - - -
Bestuur en organisatie - - - - - - - -
Financiering en dekkingsmiddelen 9.769 10.066 77 263 - - - -
Totaal 12.839 13.672 693 778 706 547 - -


Toelichting op de incidentele baten en lasten 


In de Programmabegroting 2019 hebben wij diverse ambities voor deze bestuursperiode benoemd. Deze ambities kennen soms een tijdelijk (incidenteel) karakter. Waar de ambities en/of de dekking met incidentele middelen worden gedekt, hebben wij dit weergegeven in het overzicht in de bijlage. Dit sluit aan bij de voorgestelde dekkingsbronnen in de Programmabegroting 2019. Naast deze incidentele baten en lasten van de ambities, bevatten de programma's de volgende baten en lasten met een incidenteel karakter. 

Economie, onderwijs en cultuur 
Wij zijn samen met ondernemers, onderwijs en mede-overheden partner in Dutch TechZone (DTZ). Wij hebben een bestemmingsreserve ter dekking van de kosten. De looptijd van DTZ is tot en met het jaar 2020. Een van de subsidies binnen DTZ loopt door tot en met 2022 en dekken wij uit de bestemmingsreserve Dutch TechZone.
In 2019  heeft besluitvorming over de economische visie plaatsgevonden. Er is ingestemd met het beleidsplan 'Coevorden onderneemt'. De benodigde middelen voor de uitvoering van projecten in de periode 2020-2022 zijn € 546.000.  Deze zijn geraamd in 2020, 2021 en 2022. 
De Regiodeal kent een looptijd tot en met 2022. Hiervoor hebben wij een nieuwe bestemmingsreserve 'Regiodeal' ingesteld en gevoed. In de komende drie jaren zullen wij de benodigde middelen onttrekken uit deze reserve. 

Ruimte en leefomgeving 
Binnen het Regio Specifiek Pakket (RSP) ontvangen wij tot en met 2022 een bijdrage van de Bentheimer Eisenbahn. Deze bijdrage storten wij in de bestemmingsreserve van het RSP. In 2020 is er sprake van een incidentele afschrijving die wij dekken uit de reserve RSP. Dit is conform de besluitvorming over het RSP, waar is besloten de niet-activeerbare kosten van het project ineens af te schrijven. 
In 2020 vindt een storting van € 1 miljoen in de bestemmingsreserve 'Herstrucureringsfonds' plaats. Dit bedrag onttrekken wij uit de algemene  reserve. 
Tot en met 2021 onttrekken wij een deel van de kapitaallasten voor de nieuwbouw van het Hof van Coevorden uit de bestemmingsreserve 'Kapitaallasten Hof van Coevorden'. Dit betreft het deel dat in 10 jaar tijd afgeschreven wordt, namelijk de inventaris. Doordat deze afschrijvingstermijn korter is dan van de nieuwbouw van het pand in 2011, heeft dit in de eerste 10 jaren tot hogere afschrijvingslasten geleid. Deze piek wordt ten laste van de reserve gebracht. Per 2022 zijn de afschrijvingslasten voor de nieuwbouw in lijn met de begroting en is de reserve 'Kapitaallasten Hof van Coevorden' niet meer benodigd. Het saldo van de reserve is dan nihil. 

Openbare ruimte 
Wij stellen in deze begroting voor om incidenteel een bedrag van € 1,0 miljoen vrij te laten vallen uit de voorziening riolering. Dit hebben wij nader toegelicht onder het kopje 'mutaties tariefproducten', eerder in dit hoofdstuk. 

Financiering en dekkingsmiddelen
Wij stellen voor om de incidentele vrijval van de voorziening riolering te storten in de algemene reserve. 
Ook stellen wij voor om de middelen in de 'algemene reserve aandelen Essent' vrij te laten vallen en deze reserve op te heffen. Wij storten de vrijval van € 8,6 miljoen in de algemene reserve. 

Recapitulatie van de programma's

Samenvatting van al onze inkomsten en uitgaven: de recapitulatie

Bedragen x € 1.000
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Lasten (exclusief toevoegingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 3.594 5.470 4.235 4.041 4.108 3.835
PR 2. Werk, jeugd en zorg 39.856 40.261 39.884 39.760 38.824 38.695
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 12.265 11.027 11.228 10.443 11.002 9.728
PR 4. Openbare ruimte 11.915 12.447 11.047 11.090 10.943 11.027
PR 5. Bestuur en organisatie* 20.311 20.624 21.876 22.050 22.009 21.994
Totaal lasten 87.941 89.829 88.270 87.384 86.885 85.278
Baten (exclusief onttrekkingen reserves)
PR 1. Economie, onderwijs en cultuur 931 1.570 1.197 1.179 1.269 1.079
PR 2. Werk, jeugd en zorg 13.097 12.622 11.733 11.733 11.733 11.733
PR 3. Ruimte en leefomgeving* 7.189 6.819 6.778 6.420 7.455 6.017
PR 4. Openbare ruimte 8.549 9.027 10.044 9.087 9.152 9.214
PR 5. Bestuur en organisatie* 1.207 896 677 646 515 515
Totaal baten 30.973 30.933 30.428 29.064 30.124 28.559
PR 6. Financiering en dekkingsmiddelen, lasten 71 2.027 274 1.275 2.187 2.291
PR 6. Financiering en dekkingsmiddelen, baten 66.974 69.192 71.556 72.554 72.379 72.331
Overhead lasten 10.501 9.775 10.385 10.341 10.239 10.238
Overhead baten 627 102 117 117 34 32
Saldo exclusief reservemutaties 61 -1.405 3.172 2.734 3.227 3.116
Toevoegingen reserves 6.445 5.186 13.274 2.314 2.506 2.174
Onttrekkingen reserves 6.384 6.501 11.362 853 329 155
Saldo reservemutaties -61 1.315 -1.912 -1.461 -2.177 -2.018
Saldo inclusief reservemutaties 0 -90 1.260 1.273 1.050 1.098
* exclusief overhead

Geprognosticeerde balans

BALANS PER 31 DECEMBER
Bedragen x € 1.000
ACTIVA 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Vaste activa
Immateriële vaste activa 0 0 - 0 0 0
Materiële vaste activa 95.608 94.962 96.615 99.047 97.502 95.749
Financiële vaste activa 6.824 8.730 8.493 8.248 8.021 7.836
Totaal vaste activa 102.432 103.692 105.108 107.295 105.523 103.585
Vlottende activa
Voorraden 12.978 11.570 10.065 8.892 7.042 6.119
Uitzettingen korter dan één jaar 8.001 6.000 6.000 6.000 6.000 6.000
Overlopende activa 1.895 1.500 1.500 1.500 1.500 1.500
Liquide middelen 426 0 - 0 0 0
Totaal vlottende activa 23.300 19.070 17.565 16.392 14.542 13.619
Totaal-generaal 125.732 122.762 122.673 123.687 120.065 117.204
PASSIVA 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Vaste financieringsmiddelen
Eigen vermogen 38.965 38.766 42.678 46.139 50.316 54.354
Voorzieningen 2.484 2.283 1.241 1.156 1.006 794
Langlopende schulden 66.866 67.483 63.620 60.053 52.466 46.127
Totaal vaste financieringsmiddelen 108.315 108.532 107.539 107.348 103.788 101.275
Vlottende passiva
Kortlopende schulden 4.161 7.000 7.000 7.000 7.000 7.000
Overlopende passiva 13.256 7.230 8.134 9.339 9.277 8.929
Totaal vlottende passiva 17.417 14.230 15.134 16.339 16.277 15.929
Totaal-generaal 125.732 122.762 122.673 123.687 120.065 117.204