Meer
Publicatiedatum: 29-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Onder deze tegel treft u de zeven paragrafen aan. Deze paragrafen geven met een andere dwarsdoorsnede informatie over het jaar 2019 weer. Het betreft de volgende zeven paragrafen: 

  • Lokale heffingen; 
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
  • Onderhoud kapitaalgoederen;
  • Financiering;
  • Bedrijfsvoering;
  • Verbonden partijen;
  • Grondbeleid. 

Lokale heffingen

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen met betrekking tot de lokale heffingen van de gemeente.

Beleid

Wij hebben voor het tarievenbeleid de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • voor leges en retributies geldt het beleidsuitgangspunt van kostendekkende tarieven;
  • in het Bestuursprogramma 2015-2019 is bepaald dat de lokale lastendruk met maximaal 2% boven de inflatie stijgt;
  • in de Kaderbrief 2019 is voor de trendmatige stijging van de tarieven een percentage van 1,5% afgesproken;

Kwijtscheldingsbeleid

Voor de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken hanteren wij de wettelijke normen overeenkomstig de bepalingen in de Invorderingswet 1990 en de Leidraad invordering bestuursrechtelijke geldschulden Coevorden. De kwijtscheldingsnorm die wij hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau voor kwijtschelding in aanmerking kunnen komen indien zij aan de normen voldoen. Kwijtschelding kan worden verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing (gebruikersdeel).

Belastingopbrengsten

In deze tabel geven wij de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengsten uit belastingen en heffingen weer.

Belastingopbrengsten Begroot Werkelijk Verschil
(Bedragen*€ 1.000)
Ozb 8.513 8.307 -206
Afvalstoffenheffing 4.038 4.050 12
Rioolheffing 3.631 3.657 26
Toeristenbelasting 1.750 1.766 16
Bedrijven Investeringszone (BIZ) 270 238 -32
Forensenbelasting 96 99 4
Reclamebelasting 0 0 0
Totaal 18.297 18.117 -180

Toelichting
Op de Ozb is sprake van een nadeel van € 206.000. In programma 6, Financiering en dekkingsmiddelen, hebben wij onder de verschillenanalyse het nadeel toegelicht. Ook komt daar het verschil op de BIZ aan de orde. 

Overzicht belastingtarieven

Wij hebben de tarieven voor de diverse belastingen en heffingen van het afgelopen jaar in beeld gebracht in onderstaande tabel. Daarbij hebben we ook de tarieven van het jaar er voor (2018) weergegeven. 
 

OVERZICHT BELASTINGTARIEVEN
2018 2019
Onroerende-zaakbelastingen
Eigenaren woningen 0,1891% 0,1853%
Eigenaren niet-woningen 0,1891% 0,1891%
Gebruikers niet-woningen 0,1576% 0,1576%
Rioolheffing
Op basis van een voorbeeld: eigenaar en gebruiker van een woning,
met een WOZ-waarde van € 180.000 in 2018 en € 187.200 in 2019,
met een waterverbruik van 120 m3
Gebruikers: rioolheffing afvalwater,
categorie 0 t/m 500 m3 waterverbruik € 105,72 € 107,83
Eigenaren:
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, vastrecht € 61,07 € 62,29
Rioolheffing hemel- & grondwaterafvoer, 0,0193% 0,0197%
0,0193% resp. 0,0197% van de WOZ-waarde € 34,74 € 36,88
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden € 229,74 € 242,95
Meerpersoonshuishouden € 276,74 € 292,65
Extra container GFT € 66,14 € 69,94
Extra container PMD € 66,14 € 69,94
Extra container Rest € 132,28 € 139,89
Reclamebelasting
1-3 aankondigingen € 447,90 € 455,07
4 en meer aankondigingen € 615,59 € 625,44
Toeristenbelasting € 1,25 € 1,25
Forensenbelasting
Forensenbelasting WOZ-waarde kleiner dan € 120.000 € 315,74 € 320,79
Forensenbelasting WOZ-waarde groter dan € 120.000 € 378,62 € 384,68

Exploitatieoverzicht riolering

Het uitgangspunt voor de rioolheffing was in 2019 dat de opbrengst van de tarieven, aangevuld met een onttrekking uit de voorziening van € 163.000, toereikend is om de kosten voor riolering te dekken. Doordat er sprake is van kleine verschillen op de kosten (een voordeel van € 27.000) en de opbrengsten (een voordeel van € 26.000), hebben wij € 53.000 minder uit de voorziening onttrokken dan was begroot. 

EXPLOITATIEOVERZICHT RIOLERING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld riolering, incl. rente en directe personeelskosten 3.475 3.448 27
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen - - -
Onttrekking voorziening riolering 163 110 53
Directe kosten 3.312 3.338 -26
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 319 319 -
BTW - - -
Totale kosten 3.631 3.657 -26
Opbrengst heffingen 3.631 3.657 26
Saldo 0 0 -
Dekkingspercentage 100% 100% 0%

Exploitatieoverzicht reiniging

Net zoals de hierboven geschetste methode bij de rioolheffing om de tarieven en de kostendekkendheid te bepalen, hebben wij bij de begroting het tarief voor de afvalstoffenheffing berekend. In 2019 zijn wij verder gegaan met het ontwikkelen en wijzigen van beleid inzake afvalverwijdering en -verwerking. Wij hebben de inzamelfrequentie van restafval en PMD gewijzigd om daarmee te besparen op de kosten voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Uit cijfers over 2019 en de eindafrekening van Area Reiniging blijkt dat er in 2019 meer PMD is ingezameld dan het jaar er voor. Ook is het aangeboden restafval minder dan het jaar er voor. Dit ligt in lijn met onze verwachtingen. Het financiële beeld over 2019 laat echter andere uitkomsten zien. Een van de oorzaken is een hoog percentage afgekeurde PMD vanwege vervuiling in het aangeboden PMD. Dit leidt tot een lagere vergoeding voor het door ons aangeboden PMD. Wij zijn over de effecten en de onderliggende mechanismen tussen inzameling en vergoedingen in gesprek met AREA om hier meer inzicht in te krijgen.

EXPLOITATIEOVERZICHT REINIGING
(Bedragen x € 1.000)
Begroot Werkelijk Verschil
Kosten taakveld reiniging, incl. rente en directe personeelskosten 3.835 4.229 394
Inkomsten taakveld, excl. Heffingen 651 759 108
Directe kosten 3.184 3.469 502
Toe te rekenen kosten
Overhead, inclusief rente 101 101 -
BTW 754 864 109
Totale kosten 4.040 4.434 -394
Opbrengst heffingen 4.038 4.050 12
Saldo 2 -384 -382
Dekkingspercentage 100% 91% 9%

Kwijtschelding

Het aantal kwijtscheldingsverzoeken dat wij hebben ontvangen, is ruim 13% hoger dan in 2018. Het aantal gehonoreerde verzoeken is ongeveer 6% hoger. Het gemiddelde bedrag waarvoor kwijtschelding wordt verleend, is wel lager. Er is vaker sprake van een gedeeltelijke kwijtschelding. Daardoor zijn de kosten voor kwijtschelding maar beperkt gestegen. 

KWIJTSCHELDING
(Bedragen x € 1.000)
2018 2019
Begroot 319 319
Werkelijk 300 308
Verschil 19 11
Aantallen
Ontvangen kwijtscheldingsverzoeken 1.064 1.208
Gehonoreerd 950 1.008

Gemeentelijke woonlasten

 

Gegevens ontleend aan het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden (COELO).

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Beleid

Onze visie ten aanzien van het weerstandsvermogen is:
‘Streven naar een goede beheersing van de risico’s en een goede balans tussen de bestuurlijke ambitie en de daarmee gepaard gaande risico’s. Uitgangspunt hierbij is een positief weerstandsvermogen’.

Onze doelstelling is:

  • het behouden van een gezonde financiële positie
  • het voorkomen van ingrijpende beleidswijzigingen die noodzakelijk worden bij het zich voordoen van niet afgedekte risico’s. Dit wordt gerealiseerd door middel van beheersing van de risico’s en een positief weerstandsvermogen.

Risicoprofiel

Onderstaand treft u in een tabel het risicoprofiel aan. Onder de tabel wordt het risicoprofiel per onderwerp beschreven. Wij maken daarbij onderscheid tussen incidentele en structurele risico’s. Risico's met een projectmatig karakter worden niet in deze tabel opgenomen. Tijdens het opstellen van deze jaarrekening ontwikkelde wereldwijd het coronavirus zich in snel tempo. Hierover informeren wij u in het hoofdstuk 'Gebeurtenissen na balansdatum ', dat onder de tegel 'Jaarrekening' is opgenomen.  
 
Risico in € Verantwoordelijke bestuurslaag
€ 1.000.000 en hoger 2,3
€ 500.000 - € 1.000.000 1 6
€ 200.000 - € 500.000 7
€ 50.000 - € 200.000
€ 1 - € 50.000
€ 0, geen financiële consequenties
kans kans kans kans kans
<1% <10% <25% <50% >50%
Team B&W
CMT Raad

Incidentele risico's

Op een vijftal onderwerpen lopen wij een incidenteel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De vijf risico’s worden hieronder toegelicht.

INCIDENTELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2019 2020 2021 2022
1. N34 500 25% 125 125 0 0
2. Europark 3.500 15% 525 525 525 525
3. Grondexploitaties 11.700 22% 2.567 2.333 1.906 1.488
4. Faillissement CQ pm
5. Bijstelling accres gemeentefonds pm
Totaal 15.700 3.217 2.983 2.431 2.013

1. N34

In mei 2019 is het project N34/Klooster (regie provincie Drenthe) gereed gekomen en opengesteld voor het verkeer. De provincie Drenthe moet nog een aantal activiteiten ter afronding van het project uitvoeren. Wij verwachten het project in 2020 af te sluiten. Wij zien op dit moment geen aanleiding om de ingeschatte risico's bij te stellen.

2. Europark

De schuldenstand is per eind 2019 verder gedaald naar circa € 5,9 miljoen (circa € 6,2 miljoen per ultimo 2018).  Hier tegenover staat de waarde van de resterende gronden. De rente van geldleningen bij de BNG is langjarig vastgelegd. De lage rentestand heeft een positief effect op het resultaat van de Europark GmbH. 

Het uitgangspunt is dat Europark GmbH zich zonder een extra financiële bijdrage van onze gemeente ontwikkelt. Mocht zij op enig moment onverhoopt toch een beroep op de gemeente moeten doen voor financiële steun dan is het door ons ingeschatte maximale risico € 525.000.

3. Grondexploitaties

Ieder jaar herijken wij bij de samenstelling van het Jaarverslag de risico’s van de grondexploitaties. Ondanks de actualisatie hanteren wij een risico van 22% over de boekwaarde (minus voorziening) van € 11,7 miljoen. Dit percentage is een gewogen gemiddelde van alle risico’s van alle grondexploitaties. De opbouw staat weergegeven in paragraaf Grondbeleid. In de periode tot en met 2022 voorzien wij een geleidelijke afname van de totale boekwaarde tot een niveau van € 6,8 miljoen. In de bovenstaande tabel houden wij rekening met deze afname.

De bovenstaande ontwikkeling is voor ons geen aanleiding om het risicoprofiel naar beneden bij te stellen. Alle prognosemodellen, zie ook de Woonvisie, geven aan dat vanaf omstreeks 2025 het aantal huishoudens in onze gemeente zal afnemen. Het financiële risico neemt wel sterk af als gevolg van de daling van de boekwaarde. Omdat wij geen actief grondbeleid meer voeren zal het financiële risico de komende jaren afnemen naar een niveau van +/- € 1,5 miljoen. Voor een uitgebreide uiteenzetting over de grondexploitaties verwijzen wij u naar de paragraaf grondbeleid .

4. Faillissement CQ

De inhoudelijke behandeling van de dagvaardingsprocedures zijn gestart. Op dit moment kunnen partijen schriftelijk over en weer reageren op het gestelde door de wederpartij. Daarna zal de rechter beslissen hoe het proces verder verloopt.

5. Bijstelling accres gemeentefonds

Het accres van het gemeentefonds is afhankelijk van de Rijksuitgaven. De gemeentefondsuitkering die wij in 2019 hebben ontvangen, is mede gebaseerd op de geschatte uitgaven van het Rijk. In de Najaarsnota 2019 (november 2019) meldde de Minister van Financiën dat de rijksuitgaven in 2019 naar verwachting iets hoger zijn ten opzichte van de Miljoenennota 2020. Er is weliswaar sprake van een onderuitputting van ruim € 1 miljard, maar de begrotingsruimte wordt ingezet voor urgente maatschappelijke problemen. Dit is extra geld voor onder andere het onderwijs en de stikstofproblematiek. In de decembercirculaire informeerde het Rijk de gemeenten dat er in 2019 geen sprake is van een 'trap-af'. Omdat de incidentele impuls een omvangrijk bedrag is waarover pas aan het eind van 2019 is besloten, achten wij dit het vermelden waard in deze risicoparagraaf. De fluctuaties in de algemene uitkering kunnen grote impact hebben op onze financiën. Of er in 2019 daadwerkelijk geen sprake zal zijn van 'samen de trap af', wordt in de meicirculaire 2020 bekend gemaakt.

Structurele risico's

Op een drietal onderwerpen lopen wij een structureel risico. Het risico wordt berekend over het totaalbedrag van het betreffende onderwerp waarover wij risico lopen, afgezet tegen de kans dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. De drie risico’s worden hieronder toegelicht.

STRUCTURELE RISICO'S
Bedragen x € 1.000
Totaal Kans 2019 2020 2021 2022
6. Sociaal Domein 650 50% 325 325 325 325
7. EMCO-groep 200 25% 50 50 50 50
8. herijking gemeentefonds pm
Totaal 850 375 375 375 375

6. Sociaal domein

Wij zien de kosten voor jeugdhulp en Wmo in 2019 verder stijgen. Hiervoor zijn in wij door het Rijk gedeeltelijk gecompenseerd. Hoe de kosten binnen het Sociaal Domein zich ontwikkelen ligt niet in alle gevallen binnen onze invloedssfeer. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals de invoering van het abonnementstarief in de Wmo, de herijking van het Gemeentefonds, eventuele kortingen op de Rijksbijdrage, correcties uit voorgaande jaren en andere onvoorziene situaties kunnen resulteren in financiële effecten. Een kostenverhogend effect als gevolg van de invoering van het abonnementstarief doet zich reeds voor. In principe is daarbij ook nog steeds sprake van open-einde-regelingen. Dit vraagt vervolgens om aanpassing van bestaande beleidskaders en inkoopcontracten. Om deze reden nemen wij in de risico-inventarisatie voor het Sociaal Domein een hoger bedrag op dan in voorgaande jaren.

7. EMCO-groep

De EMCO-Groep is een gemeenschappelijke regeling (GR) die uitvoering geeft aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Naast onze gemeente nemen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn deel aan deze GR. Alle bevoegdheden en taken met betrekking tot de uitvoering van de Wsw zijn door onze gemeente overgedragen aan de GR. De EMCO-groep heeft de afgelopen jaren een aantal efficiencyslagen doorgevoerd. Het exploitatieresultaat blijft voor de komende jaren onder druk staan. Tevens is het onduidelijk wat het Rijk op termijn gaat doen met de Rijksbijdrage. Wij verwachten echter wel dat de EMCO-Groep in staat is hier voldoende op te anticiperen. Het financiële risico hebben wij om deze reden ongewijzigd gesteld op € 200.000. De geschatte kans dat het risico werkelijkheid wordt hebben wij bijgesteld naar 25%.

8. Herijking gemeentefonds

Voor gemeenten is de grootste bron van inkomsten het gemeentefonds. Hoe het gemeentefonds vanuit het Rijk wordt verdeeld over gemeenten, zal worden herzien. De fondsbeheerders (de Minister van Binnenlandse Zaken en de staatssecretaris van Financiën) onderzoeken hoe het gemeentefonds het beste verdeeld kan worden. De herziening was beoogd voor 2021. Begin 2020 werd bekend dat dit een jaar wordt uitgesteld. Er wordt aanvullend onderzoek verricht omdat uit de onderzoeksresultaten grote verschuivingen tussen gemeenten bleken. Met name kleine en middelgrote gemeenten leken beduidend minder uit het gemeentefonds te ontvangen. Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken kunnen wij niet inschatten wat de herziening voor onze gemeente kan betekenen. Wij houden rekening met een structureel risico dat de algemene uitkering lager voor ons uit gaat vallen. 

Weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken. Hierbij zetten wij eerst onze weerstandscapaciteit in die geen tot minimale effecten heeft op onze begroting en ons beleid. Onze weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd.

WEERSTANDSCAPACITEIT
Bedragen x € 1.000
Bestanddeel weerstandscapaciteit 2019 2020 2021 2022
Algemene reserve 21.825 32.003 33.288 35.516
Resultaat + reserve mutaties 1.511 1.285 2.228 3.100
Reserve grondexploitaties 0 0 0 0
Reserve verkoop aandelen Essent 8.667 0 0 0
Onbenutte belastingcapaciteit 712 700 700 700
Post onvoorzien 100 100 100 100
Totaal weerstandscapaciteit 32.815 34.088 36.316 39.416

Weerstandsvermogen

Een gemeente is vrij om te bepalen welk deel van de weerstandscapaciteit wordt aangewend voor het weerstandsvermogen. Conform de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen zetten wij alleen onze algemene reserve in ter dekking van de mogelijke risico’s.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt als volgt bepaald:
Beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). Hieruit vloeit een ratio voort, die in te delen is in één van de categorieën A tot en met F.

 

Ratio weerstandsvermogen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de ratio weerstandsvermogen weergegeven. De ratio weerstandsvermogen is uitstekend volgens de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.


WEERSTANDSVERMOGEN
Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021 2022
Weerstandscapaciteit 32.815 34.088 36.316 39.416
Te verwachten risico’s 3.592 3.358 2.806 2.388
Weerstandsvermogen 29.223 30.730 33.510 37.028
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN
2019 2020 2021 2022
Ratio weerstandsvermogen 9,14 10,15 12,94 16,51

Financiële kengetallen

In onderstaande tabel geven wij, door middel van een aantal indicatoren, inzicht in de financiële situatie van onze gemeente. Daarmee wordt beoogd uw raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en op te vangen. Zij geven zodoende inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Het gaat daarbij om de volgende kengetallen:

  • netto schuldquote;
  • netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen;
  • solvabiliteitsratio;
  • voorraadquote;
  • structurele exploitatieruimte;
  • belastingcapaciteit.

Deze kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen van onze financiële positie zijn als volgt:

Indicatoren Realisatie Realisatie Realisatie Realisatie
2016 2017 2018 2019
- Netto schuldquote 86% 72% 75% 69%
- Idem gecorrigeerd voor verstrekte leningen 79% 65% 69% 64%
- Solvabiliteitsratio 25% 31% 31% 31%
- Voorraadquote 21% 13% 14% 13%
- Structurele exploitatieruimte 2% 2% 2% 2%
- Belastingcapaciteit 100% 90% 92% 86%

Toelichting kengetallen

In de periode 2014 – 2018 is zwaar ingezet op het herstellen en weer toegroeien naar een gezond financieel evenwicht. Dit zien wij terug in de cijfers van 2019. Wij hebben  op deze manier ruimte voor nieuw beleid en een gezonde financiële basis gecreëerd. De bestuurlijke lijn van de afgelopen jaren zien wij terug in de ontwikkeling van alle indicatoren en de uitkomsten onderschrijven het gevoerde beleid.

De indicatoren netto schuldquote (ook gecorrigeerd voor verstrekte leningen) en solvabiliteit zeggen iets over de manier waarop wij zijn gefinancierd. Deze indicatoren zeggen iets over de relatie eigen vermogen en vreemd vermogen.

De indicatoren voorraadquote, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit zeggen iets over de mogelijkheden aan de inkomstenkant om incidentele uitgaven op te kunnen vangen.

Alle kengetallen bevinden zich in of ontwikkelen zich naar de groene categorie A, minst risicovol. Voor de solvabiliteit is onze streefwaarde een percentage tussen 30% en 40%. Dit is vastgesteld in onze Nota financieel beleid.

Signaleringswaarden Provincie

De provincie Drenthe heeft in december 2015 signaleringswaarden bepaald om de kengetallen in perspectief te kunnen plaatsen. De signaleringswaarden treft u aan in de onderstaande tabel. Wij hebben de categorieën A (minst risicovol), B (gemiddeld) en C (meest risicovol) van kleuren voorzien en deze categorisering in de tabel met financiële kengetallen toegepast.

 

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Voor alle activiteiten die binnen onze gemeente plaatsvinden - zoals wonen, werken en recreëren - zijn kapitaalgoederen nodig. Hierbij valt te denken aan wegen, riolering, groen, openbare verlichting en gebouwen. In deze paragraaf gaan wij in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële gevolgen voor wat betreft de grotere kapitaalgoederen van de gemeente. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen gebouwen, groen, oeververbindingen, openbare verlichting, riolering en wegen. 

Gebouwen

Op basis van de vastgoedvisie is ook in 2019 verder uitvoering gegeven aan het beheer en onderhoud van ons vastgoed.  Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenonderhoudsprogramma. Voor de uitvoering van groot onderhoud is in 2019 enkel het noodzakelijke onderhoud uitgevoerd. In 2019 is een onderzoek opgestart naar de verduurzamingsmogelijkheden van het gemeentelijk kernbezit. De verduurzamingsopgave die uit het onderzoek naar voren zal komen, zal logischerwijs zoveel mogelijk in samenhang met groot onderhoud worden uitgevoerd.

Onderhoudslasten in 2019
De totale onderhoudslasten in 2019, voor zowel dagelijks onderhoud als planmatig/groot onderhoud, komen uit op € 782.000.

Groen

Het totaal van de te beheren oppervlakte groen in de gemeente beslaat circa 898 hectare. In deze hoeveelheid zit een grote variëteit. Wij onderhouden sierplantsoenen, bermen, maar bijvoorbeeld ook sloten, bossen en natuurterreinen. In onderstaande tabel geven wij de verdeling van het areaal groen.

In de grafiek hieronder kunt u de verdeling van het areaal over de gebieden zien.

Areaal groen 2019 verdeling

Door uw raad zijn in 2017 vragen gesteld over het bermonderhoud binnen de totale gemeente. Op basis hiervan is een bestuurlijke notitie geschreven die dieper ingaat op een aantal belangrijke elementen van de groenvoorziening. Het betreft de navolgende elementen: 

  1. Verbeteren kwaliteitsniveau groenvoorziening met instant houden van niveau-C;
  2. Stimuleren natuur technisch bermonderhoud;
  3. Verbeteren onderhoud bomen.

Op basis van deze notitie heeft uw raad besloten extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor het verbeteren van de groenvoorziening om niveau-C te kunnen handhaven. Hiervoor zijn de afgelopen twee jaar diverse heestervakken in de kernen gerenoveerd. Daarnaast heeft u middelen beschikbaar gesteld voor het boomonderhoud en heeft u in 2019 het bermbeheerplan vastgesteld om het natuurtechnisch bermonderhoud te bevorderen. Binnen het bermonderhoud lopen sinds 2018 acht pilots om ervaring op te doen met natuurtechnischbermbeheer. Deze pilots zullen vijf jaar gemonitord worden. In 2019 heeft een evaluatie met alle betrokken partijen plaats gevonden en op basis hiervan is een aantal kleine aanpassingen gedaan. De algehele indruk van de evaluatie is dat alle partijen positief zijn over het verloop van de pilots.

Lasten in 2019
In 2019 hebben wij € 1.592.000 uitgegeven aan het onderhoud van het openbaar groen en € 305.000  aan het onderhoud van de begraafplaatsen. Dit betreffen de kosten van goederen en diensten van derden (waaronder de inhuur van medewerkers van de EMCO-groep). De inzet van onze eigen man- en tractie-uren maken geen onderdeel uit van deze kosten.

Oeververbindingen

Beheer en onderhoud van de openbare ruimte is een kerntaak van de gemeente. Daaronder valt ook onze verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken. In het Burgerlijk Wetboek is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen bij ontstane (letsel)schade geregeld. Wij dienen bij geschillen aan te tonen dat de inspecties en het onderhoud met optimale zorg zijn uitgevoerd. Het is dan ook van groot belang het beheer van de civiele kunstwerken op orde te hebben. Onder civieltechnische kunstwerken verstaan wij de volgende objecten:

  • Bruggen;
  • Steigers;
  • Kademuren;
  • Tunnels;
  • Duikers.

Om de kwaliteit van de civiele kunstwerken te monitoren dienen deze regelmatig geïnspecteerd worden. Dit is in 2017 gebeurd. Op basis van deze inspecties is een beheerplan opgesteld.  In het beheerplan wordt inzicht gegeven in de bestaande kwaliteit, de planning van de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde financiële gevolgen.

Zoals in het beheerplan aangeven, is is in 2019 de Jan Kuipersbrug in Coevorden gerenoveerd, de loper tussen Markt en Kasteel in Coevorden voorzien van een slijtlaag en hebben we het bruggetje over de Ruimsloot in Dalerpeel gerestaureerd. Dit bruggetje heeft een monumentale status. Daarnaast zijn we begonnen met de voorbereiding voor het vervangen van de brug over het Oranjekanaal in Wezeperbrug. De uitvoering van dit werk wordt verschoven naar 2020 doordat er in het kader van het flora en fauna onderzoek is gebleken dat er oeverzwaluwen en een otter zijn aangetroffen. Daarnaast zijn we begonnen met de voorbereiding van het vervangen van de brug aan de Verlengde Hoogeveense vaart NZ tussen Geesbrug en Zwinderen. Deze wordt vervangen door een vaste duiker.

Lasten in 2019
In 2019 hebben wij een bedrag van € 288.000 uitgegeven aan het onderhoud van oeververbindingen.

Openbare verlichting

De functie van de openbare verlichting is het verlichten van de openbare ruimte op een manier die past bij het gebruik van die ruimte. Het primaire doel van de openbare verlichting is het verlengen van de daglicht periode om op deze wijze de maatschappelijke groei te bevorderen. 

In 2017 is het beleidsplan “Openbare Verlichting” door uw raad vastgesteld. Sociale veiligheid en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s in dit beleidsplan. In 2018 zijn wij gestart met het verwijderen van de openbare verlichting, daar waar wij deze niet nodig achten. Dit is voornamelijk op projectbasis beoordeeld. Goede verlichting op schoolroutes achten wij daarentegen juist van groot belang. Hierover zijn gesprekken gevoerd met belangenorganisatie om overeenstemming te krijgen over waar de schoolroutes lopen. De volgende stap is om te kijken hoe de verlichting langs deze routes vorm gegeven gaat worden en hoe wordt omgegaan naar verlichting buiten deze routes. 

Aantallen
Het huidige beheerbestand kent 9.836 lichtmasten, 9.863 armaturen en 10.143 lampen. Dit verschil in aantal ontstaat doordat er meerdere armaturen op een lichtmast kunnen zitten en ook meerdere lampen in een armatuur.

In het beleidsplan is opgenomen dat wij de komende jaren inzetten op het vervangen van verouderde armaturen en het besparen op energie en onderhoud. Het overgrote deel van oude armaturen (20 jaar en ouder) bestaat uit armaturen met SOX en TL lampen. Door het vervangen van armaturen met SOX en TL lampen wordt er dus niet alleen gewerkt aan het vervangen van oude armaturen, maar wordt ook gewerkt aan de besparing op onderhoud en energie.

In onderstaande tabel zijn de aantallen per lamptype opgenomen. Daarin is duidelijk zichtbaar dat verouderde verlichting is vervangen in 2018 en 2019. De aantallen van de lamptypes SOX, SON/SONT en TL zijn sterk gedaald en bij LED verlichting is een flinke stijging te zien.

OVL 2019

Zoals in het vastgestelde beleidsplan staat aangegeven, zullen we in twintig jaar alle lichtmasten voorzien van LED-armaturen. In de eerste vijf jaar zullen alle SOX- en TL lampen als eerste vervangen worden. Het betreft hier 5000 lichtmasten. Alle nieuwe LED armaturen worden uitgerust met dimapparatuur, zodat de openbare verlichting gedurende de nachtperiode kan worden gedimd. In 2019 zijn de kernen Meppen, Wezuperbrug aangepakt en enkele wijken in Coevorden (Buitenvree, Binnenvree, Lootuinen, Pikveld, Heege Noord, Poppenhare).

Lasten in 2019
In 2019 is € 170.000 uitgegeven aan het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Hiermee zijn de vervangingen, het beheer en onderhoud, de (nood)reparaties en de remplace bekostigd. Bij onderhoud en defecten is zoveel mogelijk rekening gehouden met de voortgang en uitvoering van het beleidsplan.

Riolering

De gemeentelijke riolering is een van de belangrijkste voorzieningen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Ook heeft de riolering een belangrijke functie als het gaat om het tegengaan van wateroverlast in de openbare ruimte.

In 2015 stelde uw raad het verbrede gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) vast voor de periode 2015-2019. Dit is een strategisch document waarin de beleidsvoornemens, de maatregelen en de kosten voor het rioolstelsel voor een bepaalde planperiode worden beschreven. In het vGRP zijn op basis van de nieuwe ontwikkelingen en de ambities van de gemeente, voor het stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater de volgende zes doelen geformuleerd:

  1. zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater;
  2. zorgen voor transport van stedelijk afvalwater;
  3. zorgen voor inzameling van regenwater (voor zover niet verzorgd door particulieren);
  4. zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater;
  5. zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert;
  6. doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering.

DeltaProgramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA)
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Binnen de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen hebben we in 2018 een start gemaakt met de uitvoering van een gezamenlijke stresstest. De stresstest gaat over zowel het stedelijk als landelijk gebied en heeft specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. In 2019 is de stresstest afgerond. Ook is in 2019 een reclamecampagne ontwikkeld om meer dit item onder de aandacht van inwoners, bedrijven en instellingen te krijgen. In 2020 zal de dialoog over dit item binnen de gemeentelijke organisatie, met inwoners, bedrijven en instellingen gevoerd moeten worden om in oktober 2020 een uitvoeringsagenda te krijgen.
In 2019 had een nieuw vGRP vastgesteld moeten worden. Door de ontwikkelingen in het kader van het DPRA heeft de raad in december ermee ingestemd de termijn van het huidige vGRP met een jaar te verlengen tot eind 2020. 

In het kader van rioolvervanging hebben we in 2019 nagenoeg de gehele kern van Wachtum voorzien van een nieuw vuil water riool. Gelijktijdig is een regenwaterriool aangelegd. In overleg met het waterschap hebben we gecombineerd het gemaal vervangen en een nieuwe persleiding aangelegd. Hierdoor zijn de totale kosten voor dit onderdeel voor zowel het waterschap als de gemeente lager uitgevallen

Lasten en rioolheffing in 2019
De exploitatie- en kapitaallasten die samenhangen met het onderhoud van het rioleringsstelsel worden grotendeels bekostigd uit de rioolheffing. Aangezien deze heffing (nog) niet kostendekkend is, beschikken wij over een voorziening om het resterende gedeelte te bekostigen. Voor een nadere toelichting op deze systematiek verwijzen wij naar paragraaf 5.1 Lokale Heffingen. In 2019 bedroegen de totale kosten voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel € 3.767.000. De opbrengsten uit de rioolheffing was in 2019  € 3.657.000 . De begrote onttrekking van € 163.000 aan de voorziening riolering is derhalve deels (€ 110.000) gerealiseerd.

Wegen

Binnen onze gemeente hebben wij circa 730 kilometer aan verharde wegen in beheer. Net als alle civieltechnische constructies zijn wegen onderhevig aan slijtage en veroudering. Zonder regelmatig onderhoud zal een weg op een bepaald moment niet meer in staat zijn om zijn primaire functie (het veilig afwikkelen van verkeer) te vervullen.

De wegbeheerder heeft op grond van de Wegenwet de zorgplicht voor de wegverhardingen. Dit betekent dat wij ervoor moeten zorgen dat de verhardingen in een goede staat verkeren. Bij dit beheerproces spelen tal van randvoorwaarden een dwingende rol, die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Wij hebben diverse soorten verhardingen in onze gemeente: 

Asfalt
Binnen onze gemeente gaat het om geasfalteerde rijbanen, fietspaden, parkeerplaatsen en enkele voetpaden. Het totale oppervlak aan asfaltverharding beslaat ultimo 2019 2.256.814 m².

Beton
In de gemeente ligt ook een bescheiden hoeveelheid aan betonwegen. Het betreft hier voornamelijk oude rijks- of provinciale wegen, die zijn overgedragen aan de gemeente en een aantal fietspaden. Het totale oppervlak aan betonverhardingen is ultimo 2019 132.926 m². 

Elementen
De derde soort verharding is de elementenverharding. Dit is een verharding die bestaat uit losse elementen die in hun geheel een verharding vormen. De meest toegepaste elementen zijn gebakken klinkers, betonklinkers en betontegels. Het totale oppervlak aan elementenverhardingen beslaat ultimo 2019 1.643.296 m².

Onverhard
De onverharde wegen bestaan hoofdzakelijk uit zandwegen. Deze liggen voornamelijk in het noordelijke deel van de gemeente. De zandwegen dienen voor de ontsluiting van bospercelen en landerijen. In het zuidelijke deel van de gemeente komt dit soort wegen nauwelijks voor vanwege het feit dat de ondergrond daar veel veen bevat. Ultimo 2019 omvat het totale oppervlak van de onverharde wegen 329.900 m².

Areaal verharding
De oppervlakte asfaltverharding neemt door de jaren heen af en de hoeveelheid elementenverharding neemt toe. Steeds vaker worden asfaltwegen in de bebouwde kom vervangen door wegen met elementenverharding. De kwaliteit van beide types is nogal verschillend. Zo heeft asfaltverharding veel te lijden van zware vorstperioden, terwijl vorst geen invloed heeft op de kwaliteit van elementenverharding.

Onderhoudsniveaus
In 2018 en 2019 is fors geïnvesteerd in het onderhoud van de wegen. Zoals in de “Bestuurlijke notitie wegonderhoud 2017-2021” aangegeven hebben wij ingezet op het verbeteren van het asfaltonderhoud. Zoals blijkt uit onderstaande  grafiek zijn we in deze opzet geslaagd. In de onderstaande tabellen zijn de ontwikkelingen in de kwaliteitsniveaus van de asfaltwegen en de elementenverhardingen weergegeven. 

Onderhoud fietspaden
In 2019 is de “Fietsnota” vastgesteld. Hierin is ook, in het kader van het onderhoud, de omvorming van de type verharding van fietspaden meegenomen.

Combinatie met projecten
Vanuit bijzondere projecten wordt jaarlijks ook een deel van het wegennetonderhoud uitgevoerd. Het gaat hier om wegreconstructies in combinatie met rioleringswerkzaamheden of projecten in het kader van de verkeersveiligheid. Een voorbeeld hiervan is de reconstructie in Wachtum. 

Lasten in 2019
In 2019 hebben wij op het product verhardingen € 3.098.000 uitgegeven aan het onderhoud aan de gemeentelijke wegen. Het rioleringsproject in Oosterhesselen (Boeren en Den Wan) is doorgeschoven naar 2019 waardoor de kosten voor het ‘wegendeel’ van het project ook doorschuift naar 2019.

Financiering

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in en leggen wij verantwoording af over het gevoerde treasurybeheer in 2019. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Saldobeheer en intern liquiditeitsbeheer

Met een liquiditeitsplanning houden wij inzicht in het verloop van onze liquiditeitspositie gedurende het jaar, we stemmen onze inkomende en uitgaande geldstromen op elkaar af. We streven er naar zo weinig mogelijk langlopende financieringsmiddelen aan te trekken. Hierbij zien wij er op toe dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat wij onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen.

Financieringsrisico's en rentebeheer

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken staan in de wet fido twee instrumenten: de rente risiconorm en de kasgeldlimiet.

Met de kasgeldlimiet is in de Wet fido een norm gesteld voor het maximum bedrag dat de gemeente mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen, dat wil zeggen negatieve stand op de rekening-courant en leningen met een looptijd van maximaal één jaar. De norm is 8,5% van het begrotingstotaal.  De kasgeldlimiet voor 2019 bedraagt € 9.080.000 (2018: € 8.475.000).

De onderstaande tabel geeft een vergelijking weer van onze liquiditeitspositie gedurende het verslagjaar met de voor dat jaar geldende kasgeldlimiet.

TOETSING AAN KASGELDLIMIET
Bedragen x € 1.000
Limiet 1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Begrotingstotaal 2019 106.818
Toegestane kasgeldlimiet
- in procenten van de grondslag 8,5
- in bedragen 9.080
Omvang vlottende korte schuld
Opgenomen gelden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Schuld in rekening-courant -4.349 -4.774 -3.475 -5.833
Gestorte gelden door derden, korter dan 1 jaar 0 0 0 0
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 0 0 0 0
Totaal -4.349 -4.774 -3.475 -5.833
Vlottende middelen
Contante gelden in kas 2 2 2 2
Tegoeden in rekening-courant 147 329 668 832
Overige uitstaande gelden, korter dan 1 jaar 0 0 809 0
Totaal 149 331 1.479 833
Toets kasgeldlimiet
Totaal netto vlottende schuld -4.200 -4.442 -1.996 -5.000
Toegestane kasgeldlimiet 9.080 9.080 9.080 9.080
Ruimte (+)/overschrijding (-) 4.880 4.638 7.084 4.080

Het tweede instrument om de rente- en de financieringsrisico’s te beperken is de zogenaamde renterisiconorm. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer zijn dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

De berekening van de renterisico’s op de vaste schuld vindt plaats volgens het onderstaande model. Het overzicht bevat eveneens de toetsing aan de voor ons geldende norm. Hieruit blijkt dat wij in 2019 ruimschoots onder de gestelde norm zijn gebleven. In 2019 hebben wij conform de begroting afgelost.

TOETSING AAN RENTERISICONORM
Bedragen x € 1.000
Begroting werkelijk verschil
Berekening renterisico
Renteherzieningen 0 0 0
Aflossingen 8.416 8.416 0
Renterisico 8.416 8.416 0
Berekening renterisiconorm
Begrotingstotaal 106.818 106.818 0
Percentage conform regeling 20 20
Renterisiconorm 21.364 21.364 0
Toetsing renterisico aan norm
Renterisico 8.416 8.416 0
Renterisiconorm 21.364 21.364 0
Ruimte 12.948 12.948 0

Ontwikkelingen in 2019

De rentetarieven zijn ook in 2019 laag gebleven. Het gemiddelde rentetarief voor debetsaldi in rekening-courant in 2019 was 0,25%. In 2019 hebben wij geen gebruik gemaakt van een kasgeldlening.

Bij de opstelling van de begroting hadden wij berekend geen langlopende leningen af te moeten sluiten in 2019. We hadden echter wel rekening gehouden met het afsluiten van een lening eind 2018. Deze is als gevolg van een vooruit ontvangen subsidie van de provincie Drenthe destijds niet afgesloten. Begin december 2019 hebben wij daarom alsnog een lening afgesloten van € 10 miljoen. Doordat het rentetarief voor deze lening erg laag ligt (0,03%) en leningen met hogere rente worden afgelost, is de gemiddelde rente van de leningenportefeuille gedaald van 3,96% in 2018 naar 3,80% over 2019.

In 2019 is de 10-jaarsrente onder het nulpunt gedaald. In Nederland is dit nog nooit eerder gebeurd. Vanwege deze zeer lage rentetarieven hebben wij onderzocht of het voor voor ons interessant is om de leningenportefeuille te herfinancieren tegen de huidige lage rentestanden. Op korte termijn levert dit aanzienlijke rentevoordelen op. De rente is lager en daarnaast wordt de aflossing van de huidige portefeuille opnieuw berekend over de looptijd van de nieuwe lening. Dit betekent dat ons huidige aflossingsschema daalt en naar de toekomst toe verschuift. Op de lange termijn en over de gehele looptijd van de nieuwe lening berekend, zijn de kosten hoger dan de huidige portefeuille. Herfinanciering is om die reden voor ons niet interessant.

Schatkistbankieren

Het drempelbedrag voor schatkistbankieren is 0,75% van ons begrotingstotaal; in 2019 kwam dit neer op € 801.000.

Dagelijks worden de saldi van onze bankrekeningen geraadpleegd. Alle tegoeden boven het drempelbedrag worden afgestort in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Deze afroming wordt automatisch door BNG geregeld. Indien de stand van de liquide middelen het toelaat worden deze tegoeden weer teruggehaald. Blijft ons liquiditeitssaldo beneden het drempelbedrag, dan hoeft er geen bedrag gestort te worden in de schatkist. In 2019 hadden wij tweemaal kortstondig een bedrag in ’s Rijks schatkist staan.

TOETS SCHATKISTBANKIEREN
Bedragen x € 1.000
Omvang begroting 106.818
Bedragen ultimo
1e kw 2e kw 3e kw 4e kw
Drempelbedrag
- in percentage 0,75
- in bedragen 801 801 801 801
Omvang beschikbare middelen
Saldi middelen buiten 's Rijks schatkist -1.086 750 -4.342 -4.091
Drempelbedrag
Ruimte onder het drempelbedrag 1.835 0 5.143 4.892
Overschrijding van het drempelbedrag 0 2.375 0 0
Saldo schatkistbankieren 0 2.427 0 0

Renteresultaat

Voor de toerekening van rente aan investeringen op de programma’s hanteerden wij in 2019 een voorgecalculeerd omslagpercentage van 3,0%. Dit is een gewogen gemiddelde waarbij wij in lijn met de landelijke notitie Rente bewegen binnen een bandbreedte van plus en min 0,5%. In de begroting hielden wij rekening met een rentepercentage van 3,04% en een rentenadeel van € 38.000. In werkelijkheid komt het omslagpercentage in 2019 uit op 3,08% en een nadelig renteresultaat van   € 72.000.

RENTETOEREKENING 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 2.535.217
De externe rentebaten -/- -83.112
Saldo door te rekenen externe rente 2.452.105
De aan grondexploitatie doorberekende rente -/- 416.358
De rente van projectfinanciering die aan het desbetreffende
programma moet worden toegerekend -/- 44.437
De rentebaat van doorverstrekte leningen die aan het
desbetreffende programma moet worden toegerekend + 44.437
Aan programma's toe te rekenen externe rente 2.035.747
Rente over eigen vermogen 817.006
Rente over voorzieningen 0
Totaal aan programma's toe te rekenen rente 2.852.754
De werkelijk aan programma's toegerekende rente (renteomslag) -/- 2.780.452
Renteresultaat 72.302

Leningenportefeuilles

In het volgende overzicht geven wij het verloop van de portefeuille van opgenomen langlopende geldleningen weer. Hierin komt naar voren dat wij in 2019 een langlopende lening hebben aangetrokken van € 10 miljoen.

OPGENOMEN LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Opname Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Algemeen 65.956 10.000 8.416 67.540
Woningbouw 474 474 0
Verzorgingstehuizen 421 133 288
Waarborgsommen 15 1 2 14
Totaal 66.866 10.001 9.024 67.842

Onderstaand volgt een overzicht van de door de gemeente aan derden verstrekte langlopende geldleningen.

AAN DERDEN VERSTREKTE LANGLOPENDE GELDLENINGEN
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde Verstrekking Aflossing Boekwaarde
01-01 31-12
Woningbouwcorporaties 895 0 607 288
Nutsbedrijven 364 0 364 0
ROC 2.511 0 11 2.500
Personeel 1.294 0 193 1.101
Overige instellingen 277 404 22 659
Totaal 5.341 404 1.197 4.548

EMU-saldo

In Europees verband is afgesproken dat het zogenaamde EMU-tekort voor ieder land beperkt blijft tot maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Gemeenten en provincies zijn verplicht hier een bijdrage aan te leveren. De Europese afspraken met betrekking tot het EMU-tekort zijn in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) vertaald naar nationale wetgeving. In de Wet hof is geen micronorm opgenomen voor individuele overheden; er is alleen sprake van een macronorm voor de totale Nederlandse overheid. Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo is voor de jaren 2019 t/m 2022 -0,4 procent van het bbp. Het aandeel voor gemeenten gezamenlijk is voor deze jaren vastgesteld op -0,27% van het bbp.  

De berekening in het hierna opgenomen overzicht resulteert in een positief totaalbedrag. Dit betekent dat wij een positieve bijdrage leveren aan de beperking van het EMU-tekort in Nederland.

BEREKENING EMU-SALDO
Bedragen x € 1.000
Omschrijving 2019
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
(zie BBV, artikel 17c) (bij "-" is saldo nadelig) 642
Mutatie (im)materiele vaste activa -905
Mutatie voorzieningen 100
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1.266
Verwachte boekwinst bij verkoop van effecten en verwachte
boekwinst bij verkoop (im)materiele vaste activa 0
Berekend EMU-saldo 2.913

Ontwikkeling van de financieringspositie

In onderstaand overzicht geven we het verloop en de ontwikkeling van onze financieringspositie weer. Het eerste overzicht geeft weer in welke mate wij onze vaste activa hebben gefinancierd met eigen vermogen en langlopende schulden. Wanneer wij de voorraden bouwgrond niet meetellen, is er sprake van een financieringsoverschot: wij hebben meer langlopend eigen en vreemd vermogen dan bezittingen met een lange gebruiksduur. Wanneer wij de investeringen in de grondexploitatie (de boekwaarde van de voorraden bouwgrond) meetellen, is er sprake van een financieringstekort. Dit tekort betekent dat wij een deel van onze vaste activa met 'kort geld' (rekening courant) financieren. Het financieringstekort is in 2019 afgenomen. 

Ontwikkeling financieringspositie 2018 2019
bedragen * € 1.000
Boekwaarde investeringen
- immateriële vaste activa 0 0
- materiële vaste activa 95.608 94.703
- financiële vaste activa 6.824 7.196
A 102.432 101.899
Financiering
- eigen vermogen 39.188 38.096
- voorzieningen 2.484 2.584
- langlopende schulden 66.866 67.842
- rekeningresultaat -223
B 108.315 108.522
Financieringsoverschot B - A 5.883 6.623
Investeringen grondexploitatie 12.978 11.712
Financieringspositie incl. grondexploitatie -7.095 -5.088
Toename financieringspositie -2.007

Herkomst en besteding middelen

Onderstaand overzicht laat de veranderingen op de balans en onze liquiditeitspositie zien. Daarmee geven we inzicht waar onze financiële middelen vandaan komen en waarvoor ze zijn ingezet.
De afname van posten die rechts op de balans staan (passivaposten) worden gezien als bestedingen, bijvoorbeeld de onttrekking aan reserves en voorzieningen en het aflossen van leningen. Daarnaast wordt de toename van van activaposten (links op de balans) gezien als bestedingen, zoals investeringen. Het tegenovergestelde daarvan wordt gezien als middelen, zoals de afschrijving en aflossing op activa en het aantrekken van nieuwe leningen. 

Herkomst en besteding middelen 2019
bedragen * € 1.000
Herkomst
- afschrijving / aflossing 4.918
- storting in reserves 11.290
- storting in voorzieningen 1.002
- opname geldleningen 10.000
- desinvesteringen grondexploitatie 2.143
- toename rekeningsresultaat
A 29.353
Besteding
- saldo investeringen / desinvesteringen 4.385
- onttrekking aan reserves 12.382
- onttrekking aan voorzieningen 149
- aflossing opgenomen leningen 9.024
- investeringen grondexploitatie 1.629
- afname rekeningresultaat -223
B 27.346
B - A -2.007

Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf informeren wij u over de realisatie van de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering.

ICT

Het informatiebeleidsplan ‘Coevorden 2020’ beslaat de periode 2017 tot en met 2020. Het doel van het plan is dat onze gemeente in 2020 beschikt over een betrouwbare, flexibele, toegankelijke informatiehuishouding. In 2019 hebben we een flinke slag geslagen als het gaat om zaakgericht werken. Binnen het zaaksysteem leggen we informatie vast, waardoor informatie vindbaar is en we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen zijn. In 2019 hebben we de werkprocessen in het zaaksysteem geoptimaliseerd. Ook zijn de eerste stappen gezet om aan te sluiten op het nieuwe Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Op 1 januari 2021 moet elke gemeente hierop zijn aangesloten. Eén digitaal loket voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Binnen het sociaal domein is in 2019 gestart met de implementatie van het regiesysteem. Wij werken hierin samen met Maatschappelijk Welzijn Coevorden. Met het regiesysteem ontstaat er een integraal beeld van cliënten. Het is een belangrijk middel voor de sociale teams die bestaan uit medewerkers vanuit verschillende disciplines én vanuit verschillende organisaties. Tenslotte volgen we nieuwe ontwikkelingen, zoals common ground, en spelen we daar zelf en vanuit verschillende samenwerkingsverbanden (BOCE en Dimpact) op in.

Informatiebeveiliging

Informatieveiligheid heeft in sterke mate te maken met het afwegen van risico's en de bewuste omgang met informatie in de organisatie. Met ons informatieveiligheidsbeleid en onze informatiebeveiligingsprocedures willen we borgen dat informatie beschikbaar en betrouwbaar is en dat we er op een integere manier mee omgaan. 

In 2019 is het strategisch informatieveiligheidsbeleid geactualiseerd en opgesteld. Hierin is de Plan, Do, Check, Act (PDCA) cyclus opgenomen en zijn de rollen en verantwoordelijkheden beschreven. Een grote verandering hierin is dat leidinggevenden meer verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid binnen hun processen krijgen. Ook is sinds 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. Dit normenkader geldt voor de gehele overheid en is gebaseerd op de internationale standaard voor informatieveiligheid, de NEN-ISO 27000 serie. Het normenkader gaat uit van risicomanagement en de rol en verantwoordelijkheid van leidinggevenden en bestuurders daarin. Er is een start gemaakt met een nulmeting op basis van de BIO. Op deze manier wordt inzicht verkregen hoe de organisatie ervoor staat ten opzichte van de BIO en kunnen maatregelen genomen worden om de informatieveiligheid naar een nog hoger niveau te tillen.  

Gedurende het jaar is ook aandacht besteed aan het stimuleren van informatieveilig gedrag bij onze medewerkers en de leden van uw raad. Verschillende activiteiten voor bewustwording zijn georganiseerd, waaronder een phishingmailactie, een mystery guest bezoek en een informatiebijeenkomst waarin aandacht geweest is voor het leven van de hacker. 

Verantwoording ENSIA
Jaarlijks wordt er middels de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) een zelfevaluatie op de informatieveiligheid uitgevoerd. Deze zelfevaluatie is onder meer gericht op de wet- en regelgeving en beveiligingsnormen.

Middels de collegeverklaring inzake DigiD en Suwinet en diverse rapportages wordt verantwoording afgelegd aan de verticale toezichthouders over informatiebeveiliging. Voor de horizontale verantwoording worden deze documenten ondersteund met een aparte toelichtingsrapportage. In de collegeverklaring inzake DigiD en Suwinet over 2019 wordt aangegeven dat voor drie DigiD aansluitingen niet voldaan wordt aan alle normen. Inmiddels zijn er al zaken in gang gezet om de beveiliging te verbeteren en voor 2020 wel volledig te voldoen aan de normen. 

Naast deze specifieke verantwoordingsrapportages geeft de zelfevaluatie ENSIA ons inzicht in de activiteiten die we nog kunnen uitvoeren om onze informatiebeveiliging te verbeteren. Uit de zelfevaluatie ENSIA blijkt dat de borging van het Information Security Management System (PDCA cyclus) om risico’s en maatregelen te monitoren een aandachtspunt is. Afgelopen jaar is deze methodiek geïmplementeerd en dit moet het aankomend jaar geborgd worden. Een ander aandachtspunt is dat veel maatregelen worden genomen, maar niet schriftelijk zijn vastgelegd. Er is met een daadwerkelijke audit geen bewijsmateriaal dat aantoont dat de maatregel ook daadwerkelijk plaatsvindt. Uit ENSIA komt ook naar voren dat wij goed scoren op de beveiliging van apparatuur, beveiligingsbeleid en bewustwording en dat op het gebied van ICT al veel maatregelen getroffen zijn. 

Gegevensbescherming

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is vastgelegd dat wij een Functionaris Gegevensbescherming in onze organisatie aanwijzen. De taak van deze functionaris is onder andere het informeren en adviseren van medewerkers over naleving van de AVG.  De FG voert de dagelijkse werkzaamheden uit samen met de Privacy Officer van Juridische Zaken en de CISO (Chief Information Security Officer) die zich richt op de informatiebeveiliging.

In 2019 hebben wij ingezet op de volgende onderdelen om te voldoen aan de eisen van de AVG: 

  1. Bewustwording: In samenwerking met de CISO en de Privacy Officer is er binnen de organisatie veel aan aandacht voor bewustwording. Onderdeel daarvan zijn de activiteiten in de maand oktober (ofwel 'hacktober'). Onlangs is een mystery guest op bezoek geweest en de bevinding hiervan zijn gedeeld met de medewerkers. 
  2. Recht van betrokkenen:
    De rechten van de inwoners zijn kenbaar gemaakt op onze website
  3. Het register van verwerkingen:
    Ondersteund door BMC is het register van verwerkingen opgesteld. De borging van het actualiseren van het register is als aandachtspunt genoteerd voor 2020.
  4. Gegevens effectbeoordelingen (PIA):
    Een methode is beschikbaar om deze beoordelingen uit te voeren, echter in 2020 moeten wij nog substantiële inspanning verrichten om deze te borgen.
  5. Privacy by design en privacy by default:
    Dit betreft het betrekken van privacyaspecten als dataminimalisatie en opslagbeperkingen (beginselen AVG art. 5) bij het ontwerpen van nieuwe processen en systemen. Onlangs is een regiesysteem binnen het sociaal domein aanbesteed, hierin zijn deze aspecten meegewogen. 
  6. Functionaris Gegevensbescherming:
    Deze is aanwezig binnen onze gemeente en werkt nauw samen met de Privacy Officer en de CISO. Daarnaast is deze aangesloten bij het FG netwerk binnen de Drentse gemeenten.
  7. Meldplicht Datalekken:
    Er is een vastgestelde procedure voor het onderzoeken en registreren van meldingen van mogelijke datalekken (incidenten). De FG houdt daarvan een register bij. Het aantal meldingen is relatief gezien laag. 
  8. Verwerkersovereenkomsten:
    Het standaard format, geadviseerd door VNG, wordt gehanteerd binnen onze gemeente. Bij het aangaan van inkoopopdrachten wordt er kritisch gekeken of een verwerkersovereenkomst eveneens moet worden toegepast. 
  9. Toestemming betrokkenen:
    Voor de meest voorkomende, primaire diensten die wij leveren bestaat de grondslag veelal uit de uitvoering van een wettelijke verplichting of het algemeen belang. Toch zijn er situaties waarbij toestemming expliciet gevraagd en aantoonbaar gemaakt moet worden. Denk daarbij onder meer aan toestemming voor doeleinden zoals nieuwsbrieven, andere voorzieningen of producten, het doen van tevredenheidsonderzoeken en enquêtes en het doorbreken van geheimhoudingsplicht. Bij het inventariseren van de verwerkingen wordt dit aspect wel benoemd, maar daarmee is nog niet vastgesteld dat dit daadwerkelijk aan de orde is, of dat aantoonbaar gemaakt kan worden dat deze toestemming actief is gegeven. Daarnaast moet in geval van toestemming binnen gedeelten van het proces aandacht zijn voor het intrekken van deze gegeven toestemming. Dit moet te herleiden zijn.

Samenvattend kan gesteld worden dat ten opzichte van 2018, de implementatie en borging van de AVG, wij voldoende stappen hebben gezet voor de naleving van de AVG. In de uitvoering zal het komende jaar aandacht gegeven worden aan het updaten en onderhouden van het register van verwerkingen en de registratie van verwerkersovereenkomsten. 

Feiten en Cijfers 2019
Het aantal verwerkingen opgenomen in het register van verwerkingen bedraagt: 169
Incidenten opgenomen in het lokale register: 7
Incidenten gemeld bij de AP: 5 van de 7
Verzoek tot inzage (bekend bij het privacy team): 3
Verwerkersovereenkomsten 2019: 4

Ontwikkelingen personeelsbeleid

De strategische koers van onze gemeente is, naast de uitvoering van het Bestuursprogramma 2018-2022,  gericht op het realiseren van verbindend besturen in de ambtelijke organisatie. Metafoor voor de toekomstige organisatie is ‘Coevorden 2022’. Het gaat hierbij om de vertaling van verbindend besturen naar de dagelijkse samenwerking met onze inwoners en groepen in de samenleving. De wijze van (samen)werken en de dienstverlening van alle medewerkers die voor onze gemeente werken. De ontwikkeling zit in ons denken, onze benadering, onze aanpak en onze processen en vindt vooral plaats in de dagelijkse activiteiten in de teams en clusters. Dichtbij en in concrete situaties die zich voordoen. Hiervoor organiseren we onder andere klantreizen waarbij we vanuit ervaringen van inwoners naar onze dienstverlening kijken, trainingen projectmatig werken met als onderdeel participatie van inwoners en werken we in diverse sessies aan dagelijkse casuïstiek met verdieping op het vraagstuk en de rol die we als gemeente hebben. Via een leiderschapsprogramma ontwikkelen we naar verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie, zodat medewerkers het verbindend besturen ook daadwerkelijk in de praktijk kunnen vormgeven.

Dat betekent ook dat ons strategisch P&O beleid de komende jaren volledig gericht is op het bijdragen aan de ontwikkeling naar Coevorden 2022. Het P&O team is in de loop van 2019 hierop ingericht. Faciliterend leiderschap en verantwoordelijkheden laag vraagt om een herbezinning op de huidige methode, vorm en inzet van de P&O instrumenten en het Personeelsinformatiesysteem/E-HRM, omdat rollen veranderen. De uitwerking van de planning zal in 2020-2021 plaatsvinden.

Door de krapte op de arbeidsmarkt is het P&O instrument voor het werkgeversmerk en –identiteit in 2019 opgepakt en in december gelanceerd. Hiermee willen we de zichtbaarheid van onze organisatie vergroten door te laten zien wie we zijn en willen we opvallen en gewenst zijn bij de doelgroep die we willen aantrekken. Zodra de arbeidsmarktcommunicatie als de webpagina, de vacatureformats gereed zijn wordt dit ingezet bij de zoektocht naar nieuwe collega’s.

De implementatie van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, die per 1 januari 2020 in werking is getreden is zorgvuldig en succesvol uitgevoerd. Met als resultaat dat iedere medewerker een voortzettingsovereenkomst heeft ondertekend en dat het personeelshandboek met alle regelingen in overeenstemming zijn gebracht met de landelijke afspraken (CAR-UWO) en met de regels uit het burgerlijk wetboek.

Volgens het projectplan “werken beweegt” zijn de medewerkers mobiel(er) uitgerust en zijn voorzien van een laptop, zodat ze nog meer flexibel kunnen werken en zijn interne werkplekken hierop aangepast. Daarnaast is de nieuwe locatie Hofspot geopend. Een ruimte om te leren, te ontmoeten en samen te werken op nét even een andere manier dan op onze andere locaties. 

Arbobeleid

Arbocommissie
De Arbocommissie heeft in 2019 regulier overleg gevoerd. Hierin zijn plannen van aanpak opgesteld, voortvloeiend uit de risico-inventarisatie en evaluatie ('RI&E').  Ook heeft er een informatief bezoek van de arbeidsinspectie plaatsgevonden.

Bedrijfshulpverlening (BHV)
In 2019 is de alameringsapp (Multibel) aangeschaft en geïmplementeerd. Ook zijn er extra BHV-ploegleiders aangesteld en opgeleid. Deze behoefte kwam naar voren vanuit de ontruimingsoefeningen 2018. In 2019 hebben de leden van de BHV wederom twee ontruimingsoefeningen gehouden. 

Rapportage juridische procedures

Vanaf 2017 verstrekken wij informatie over klachtbehandeling en Wob-verzoeken in het jaarverslag. De bezwaarschriftencommissie bracht jaarlijks separaat een jaarverslag uit met betrekking tot het aantal ingediende bezwaarschriften. De bezwaarschriftenverordening is op dit punt gewijzigd en dit betekent dat de commissie niet langer een jaarverslag uitbrengt, maar dat over bezwaarschriftafhandeling wordt gerapporteerd in de planning- en controldocumenten.

Hierna geven wij het aantal ingekomen klachten, Wob-verzoeken en bezwaarschriften weer. In de tabellen is de verdeling per team en afdeling weergegeven waarbij een vergelijk wordt gemaakt met de afgelopen vijf jaren.

Geregistreerde klachten
Er is een daling in het aantal klachten ten opzichte van vorig jaar. Hieruit is op dit moment geen trend af te leiden.

Nationale ombudsman
In 2019 zijn er 17 verzoeken ingediend bij de Nationale ombudsman. Er waren nog 3 klachten in behandeling uit 2018. Van de in totaal 20 klachten zijn er 17 afgedaan zonder onderzoek. In deze gevallen heeft de Nationale ombudsman de verzoeker doorverwezen naar de juiste instantie. Eénmaal heeft de Nationale ombudsman een onderzoek ingesteld en de klacht met een brief afgedaan. In een ander geval heeft de verzoeker zijn klacht gedurende de procedure ingetrokken en is het dossier gesloten. Tenslotte heeft de Nationale ombudsman een klacht kennelijk ongegrond verklaard.

Geregistreerde Wob-verzoeken
Het aantal Wob-verzoeken daalt sinds enkele jaren. Dit heeft ermee te maken dat niet langer een dwangsom wordt uitgekeerd bij het niet tijdig beslissen op een Wob-verzoek. In 2018 is bij de afdeling Publieksservice zes keer een verzoek door dezelfde persoon ingediend. Dit is de reden van de afwijking tussen het jaar 2018 en 2019.

Bezwaarschriften
Er zijn zestien bezwaarschriften minder ingediend dan in het jaar 2018. In 2019 is over de gehele linie een lichte daling te zien.



Intern controleplan

Wij zijn verplicht (conform artikel 212/213 van de Gemeentewet) zorg te dragen voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van beheershandelingen. Om hier invulling aan te geven wordt jaarlijks een Intern Controle Plan (ICP) opgesteld. Interne controles worden tijdens het jaar uitgevoerd waardoor eventuele fouten snel(ler) aan het licht komen en bijsturende maatregelen kunnen worden getroffen. 

Het ICP geeft een totaalbeeld van de financiële beheersing van de gemeentelijke organisatie. Het is een leidraad voor de organisatie om te waarborgen dat financiële beheershandelingen getrouw en rechtmatig door de daartoe bevoegde personen worden uitgevoerd. De accountant maakt bij haar controlewerkzaamheden ook gebruik van de verantwoordingsfunctie van het ICP.

Het optimaliseren van de interne controles betreft een dynamisch, steeds terugkerend proces. In 2019 heeft de focus vooral gelegen op de procesverbeteringen binnen het sociaal domein (WMO, Jeugd, Actief voor Werk, Schuldhulpverlening) en de processen inzake subsidieverlening/vaststelling. Naar verwachting zullen de aanbevelingen in het derde kwartaal van 2020 geborgd zijn. De bevindingen die naar voren komen uit de interne controles liggen in lijn met de constateringen die zijn gedaan in de managementletter die afgegeven is door onze accountant.  

Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid

Op grond van de verordening doelmatigheid en doeltreffendheid voeren wij jaarlijks minimaal één onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van een thema. In de verordening is tevens opgenomen dat uw raad in de paragraaf Bedrijfsvoering van de begroting wordt geïnformeerd over dit onderzoek.

In de Programmabegroting 2019 hebben wij een onderzoek naar de mogelijkheden voor nieuw beleid voor de begraafplaatsrechten aangekondigd. Bij de behandeling van de Kaderbrief 2019 in uw raad in juli 2018, hebben wij motie 2018-10 overgenomen. De achtergrond van de motie is dat wij in het jaarverslag 2017 hebben gerapporteerd dat steeds minder gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid tot begraven. Dit zet de opbrengst van de begraafplaatsrechten onder druk. Op basis van de huidige tariefstelling en kosten is 100% kostendekkendheid niet eenvoudig te realiseren. Dit is wel het uitgangspunt voor onze tarieven. Daarom vraagt de ontwikkeling van de inkomsten uit grafrechten een nader onderzoek naar de kosten, de kostentoerekening, het tariefstelsel en de te verwachten inkomsten in de komende jaren. 

In 2019 hebben wij onderzoek verricht naar een integraal begraafplaatsenbeleid voor alle begraafplaatsen. Het onderzoek is afgerond en het begraafplaatsenbeleid is in concept gereed. Wij bieden dit in 2020 ter vaststelling aan uw raad aan. Input voor het beleid is onder andere de waardering en inventarisatie van de begraafplaatsen in Coevorden, Schoonoord en Oosterhesselen. 

Personeelsbegroting

In onderstaande tabel zijn per organisatieonderdeel de vastgestelde formatie en loonsom opgenomen voor 2019 . Het betreft hier de begrote en werkelijke kosten voor salarissen en sociale lasten.

 
OVERZICHT PERSONELE STERKTE EN PERSONEELSLASTEN 2019
Bedragen x € 1.000
Begroting 2019 Begroting 2019 Jaarrekening
primitief na wijziging 2019
Formatie in fte Lasten in € Lasten in € Bezetting in fte* Lasten in €
Afdelingen
Directie 1,0 125 125 1,0 119
Unit Bestuurs- en Concernondersteuning 12,7 930 930 14,7 1.001
Bedrijfsvoering 59,1 3.925 3.612 54,6 3.365
Leefomgeving 107,8 6.699 6.429 108,4 6.606
Publieksservice 78,3 5.250 4.927 75,2 4.859
TOTAAL AFDELINGEN 258,9 16.929 16.023 253,9 15.950
Overig
B&W en voormalig bestuur 4,0 618 618 4,0 625
Raad 25,0 346 346 25,0 343
Griffie en Rekenkamer 2,4 192 192 2,4 202
Gastdames en BABS-en - 34 34 - 25
TOTAAL OVERIG 31,4 1.190 1.190 31,4 1.195
TOTAAL GENERAAL 290 18.119 17.213 285,3 17.145
* peildatum 31-12-2019

Verbonden Partijen

Inleiding

In deze paragraaf hebben wij een overzicht opgenomen van de partijen waar wij als gemeente aan zijn verbonden. Deze partijen voeren veelal taken voor ons uit, waar wij vanuit onze rol als gemeente een wettelijke taak hebben. Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waar wij een bestuurlijk en financieel belang in hebben. Deze twee belangen worden vaak samen met andere gemeenten vervuld. De gemeenten zijn in die gevallen samen eigenaar van de verbonden partij.  Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de aansturing van en controle op deze verbonden partijen. 

In onderstaand overzicht treft u met name de financiële informatie over de verbonden partijen aan. Wij baseren ons daarbij op de cijfers die in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) zijn vastgesteld. Als een jaarverslag over 2019 nog niet is vastgesteld, laten wij de cijfers van 2018 zien. Informatie over de uitvoering van taken door de verbonden partijen hebben wij opgenomen in de zes beleidsinhoudelijke programma's. Informatie die niet jaarlijks verandert, zoals de manier waarop wij deelnemen in het bestuur, staat in het overzicht Verbonden Partijen in de tegel 'Bijlagen'. 

Regeling voormalige Bestuursacademie Noord-Nederland (BANN) opgeheven 
In de Programmabegroting 2019 hadden wij in het overzicht de BANN opgenomen. Deze regeling is opgeheven en maakt daarom geen onderdeel meer uit van het overzicht. De regeling betrof de behartiging van rechten van oud-medewerkers van de Bestuursacademie Noord Nederland. De gemeenschappelijke regeling is in het verleden geprivatiseerd. Als vangnet voor wachtgeldverplichtingen was de regeling nog van kracht. Omdat de beschikbare middelen voldoende waren om aan eventuele verplichtingen te voldoen, was er geen sprake van een (jaarlijkse) bijdrage aan de regeling. Nadat de Programmabegroting 2019 door uw raad was vastgesteld, ontvingen wij in december 2018 bericht dat er geen wachtgeldverplichtingen meer lopen en de laatste uitkering is beëindigd. 

Nieuwe verbonden partij: Glasvezel Zuidenveld B.V. 
Na besluitvorming in uw raadsvergadering op 18 december 2018 over de voornemens deel te nemen in de op te richten B.V. 'Glasvezel Zuidenveld' en een lening te verstrekken aan deze B.V., is op 28 februari 2019 de vennootschap opgericht. Samen met de provincie Drenthe en Rendo zijn wij investeerder in de B.V. Wij hebben een lening verstrekt en hebben een deelneming in de vorm van aandelenkapitaal. Via de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) hebben wij zeggenschap in de B.V. De informatie en voorlopige jaarcijfers van deze B.V. zijn toegevoegd aan het overzicht in deze paragraaf. 

OVERZICHT VERBONDEN PARTIJEN
Bedragen x € 1.000
Verbonden partij Bijdrage / opbrengst Zeggen- Gegevens vermogen en resultaat
schap 1-1-2019 31-12-2019
1. Gemeenschappelijke regelingen
Recreatieschap Drenthe (programma 1)
Bijdrage: € 118 8% EV € 665 EV € 697
VV € 1.222 VV € 705
Resultaat € 4
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het terrein van recreatie en toerisme
EMCO-groep (programma 2)
Bijdrage Rijk: € 4.062 25% EV € 0 EV € 0
Bijdrage in tekort exploitatie: € 454 VV € 15.220 VV € 15.118
Resultaat € -3.396
*voorlopige jaarrekening 2019
Doel: Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeentenop het gebied van de sociale werkvoorziening.
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD Drenthe) (programma 2)
Bijdrage: € 988 8% EV € 2.603 EV € 2.650
VV € 2.369 VV € 2.379
*cijfers jaarrekening 2019, bijdrage is inclusief bijdrage VTD Resultaat € 252
Doel: Het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de volksgezondheid in brede zin.
Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) (programma 5)
Bijdrage: € 795 8% EV € 797 EV € 173
VV € 5.527 VV € 5.472
Resultaat € -26
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het uitvoeren van de gemeentelijke taken van de deelnemende gemeenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving
van de milieuvoorschriften krachtens de Wabo en overige milieuwet- en regelgeving.
Veiligheidsregio Drenthe (VRD) (programma 5)
Bijdrage: € 1.912 8% EV € 1.600 EV € 2.305
VV € 22.479 VV € 19.509
Resultaat 484
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het behartigen van de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van brandweerzorg, geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing en het in stand houden en (laten) beheren van een
gemeenschappelijke meldkamer.
Euregio Enschede/Gronau (programma 5)
Bijdrage: € 9 2% EV € 1.607 EV € 1.607
VV € 47.295 VV € 34.244
Resultaat € 273
*cijfers jaarrekening 2018
Doel: Het bevorderen van grensoverschrijdende ontwikkelingen op het terrein van infrastructuur, economie, cultuur, recreatie en andere maat-
schappelijke taken en het behartigen van de belangen van haar gebied en de inwoners daarvan bij de bevoegde overheidsinstanties en instellingen.
Eems Dollard Regio (EDR) (programma 5)
Bijdrage: € 5 1% EV € 430 EV € 466
VV € 2.279 VV € 2.888
Resultaat € 36
*cijfers jaarrekening 2018
Doel: Het adviseren van deelnemers, burgers, ondernemers, verenigingen, overheden en anderen bij grensoverschrijdende activiteiten en
problemen. Het uitvoeren van projecten, verzoeken om en verdeling van subsidies.
Bedrijfsvoeringsorganisatie Publiek Vervoer Groningen Drenthe (programma 2)
Bijdrage: € 23 3% EV -€ 478 EV € 5
VV € 787 VV € 332
Resultaat € 5
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het bewerkstelligen van een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering door de Bedrijfsvoeringsorganistatie van de
uitvoerende taken in het kader van doorontwikkeling en contractmanagement van vervoer in het gebied van de deelnemers.
2. Vennootschappen en coöperaties
GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH (programma 1)
Bijdrage: 29% EV € 647 EV € 782
VV € 6.928 VV € 6.257
Resultaat € 135
*cijfers jaarrekening 2018
Doel: Ontwikkeling en promotie van het grensoverschrijdend industrie- en bedrijvenpark 'GVZ Europark Coevorden-Emlichheim GmbH'
met als doel de structuurverbetering in het grensgebied Drenthe/Grafschaft Bentheim. Bevordering en ondersteuning van alle regionale
maatregelen die als doel hebben dit te bereiken. Voor het risico van onze borgstelling verwijzen wij naar de paragraaf risico's en
weerstandsvermogen.
N.V. Area reiniging (programma 4)
Bijdrage: 33,30% EV € 6.032 EV € 6.339
Dividend: VV € 14.650 VV € 15.440
Resultaat € 660
Doel: De inzameling, verwerking en recycling van (huishoudelijke) afvalstoffen, straatreiniging en kolkenzuigen
N.V. Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) (programma 6)
Dividend: 4,13% EV € 44.771 EV € 34.225
VV € 130.114 VV € 130.283
Resultaat -€ 4.173
*cijfers jaarrekening 2018
Doel: De zorg voor en de instandhouding van de (drink)watervoorziening in haar verzorgingsgebied en het verrichten van alle werkzaamheden
die daarmee in verband staan.
N.V. Rendo Holding (programma 6)
Dividend: 4,14% EV € 70.342 EV € 72.404
VV € 66.962 VV € 72.027
Resultaat € 10.001
*cijfers jaarrekening 2018
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; beheer en onderhoud vaneen gas en elektriciteitsnetwerk.
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) (programma 6)
Dividend: 0,17% EV € 4.991.000 EV € 4.887.000
VV € 132.518.000 VV € 144.802.000
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € 163.000
Doel: Het uitoefenen van het bedrijf van bankier voor overheden, waaronder gemeenten.
Glasvezel Zuidenveld B.V. (programma 6)
Dividend: 40,00% EV € 0 EV € 2.264
VV € 0 VV € 2.138
* BV is opgericht op 28 februari 2019. Resultaat -€ 78
Doel: Aanleg glasvezelnetwerk.
3. Deelnemingen verkoop aandelen Essent
Enexis Holding N.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 4.024.000 EV € 4.112.000
VV € 3.691.000 VV € 4.146.000
Resultaat € 210.000
*cijfers jaarrekening 2019
Doel: Het transporteren en distribueren van energie; het in stand houden van een betrouwbaar distributie en transportnet voor energie.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V. (50 % belang EPZ) (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 1.605 EV € 1.590
VV € 24 VV € 455
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € -15
Doel: In deze b.v. was het 50%-belang van Essent in de N.V. Elektriciteit Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ) ondergebracht.
Deze was onder meer eigenaar van de kerncentrale te Borssele. PBE is belast met de afwikkeling van zaken
die voortvloeien uit de verkoop en verplichtingen die zijn aangegaan in het kader van de borging van het publiek belang.
Verkoop Vennootschap B.V. (programma 6)
Dividend: 0,16% EV € 112 EV € 71
VV € 30 VV € 16
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € -41
Doel: Bij de verkoop van de aandelen Essent aan RWE AG hebben de verkopende aandeelhouders een
aantal garanties en vrijwaringen afgegeven aan RWE. Deze zijn overgedragen aan Verkoop Vennootschap B.V. Een deel van de verkoop-
opbrengst wordt een bepaalde tijd aangehouden in het General Escrow Fonds. De functie van deze vennootschap is daarmee tweeledig:
a. het namens de verkopende aandeelhouders van Essent voeren van eventuele garantieclaim- procedures tegen RWE;
b. het geven van instructies aan de escrow-agent.
Vordering op Enexis B.V. (programma 6)
0,16% EV € -2 EV € -9
VV € 356.324 VV € 9.083
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € -7
Doel: Het verkrijgen, beheren en administreren van leningen verband houdend met de financiering van het
netwerkbedrijf bij de splitsing van Essent in een netwerkbedrijf en een productie- en leveringsbedrijf.
CBL Vennootschap B.V. (programma 6)
0,16% EV € 137 EV € 125
VV € 22 VV € 5
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € -12
Doel: Het (mede) beheren van het CBL Escrow Fonds (CBL = cross border lease). Uit het fonds kunnen
eventuele aansprakelijkheden van de aandeelhouders uit CBL's worden gedekt. De vennootschap fungeert tevens als 'doorgeefluik' voor
betalingen namens de aandeelhouders ten laste en ten gunste van het CBL-fonds.
CSV Amsterdam B.V. (voorheen Claim Staat Vennootschap B.V.) (programma 6)
0,16% EV € 746 EV € 452
VV € 45 VV € 84
*cijfers jaarrekening 2019 Resultaat € -294
Doelstellingen: a) namens verkopende aandeelhouders van Essent een eventuele schadeclaimprocedure
voeren tegen de staat als gevolg van de invoering van de WON; b) namens de verkopende aandeelhouders eventuele garantieclaim-
procedures voeren tegen RECYCLECO B.V. (Waterland) naar aanleiding van de verkoop van de aandelen Attero aan Waterland;
c) het geven van instructies aan de escrow-agent voor wat betreft het beheer van het bedrag dat op een escrow-rekening is gestort.
4. Overige verbonden partijen
Regionaal Overslag Centrum (ROC) (programma 1)
EV - EV -
VV € 2.500 VV € 2.500
Resultaat -
Doel: het ontwikkelen van een Regionaal Overslag Centrum (ROC) in Coevorden. De gemeente en een
combinatie van drie aannemers werken samen in een PPS-constructie samen in het ROC-project.

Grondbeleid

Inleiding

Algemeen en koppeling met programma’s

In de gemeentelijke Nota Grondbeleid is onze visie op het gebied van grondbeleid als volgt verwoord: Binnen de kaders van wet- en regelgeving willen wij de vastgestelde ruimtelijke visie realiseren door middel van faciliterend grondbeleid. Door middel van het grondbeleid willen wij bijdragen aan de volgende ruimtelijke doelstellingen:
• het komen tot een evenwichtige ontwikkeling van woningbouw;
• het realiseren van werkgelegenheid door het ontwikkelen van industrieterreinen;
• het geven van een kwaliteitsimpuls aan de leef-, woon-, en werkomgeving.

Beleid

Binnen de kaders van wet- en regelgeving willen wij de vastgestelde ruimtelijke visie realiseren door middel van faciliterend grondbeleid. De omvangrijke(financiële) inspanningen die wij de afgelopen jaren hebben gedaan om het risicoprofiel van het ‘gemeentelijk grondbedrijf’ tot aanvaardbare proporties te reduceren, werpen hun vruchten af; onze financiële risico’s zijn fors teruggelopen en het “grondbedrijf” kent naar ons oordeel op dit moment een alleszins aanvaardbaar en voor ons behapbaar risicoprofiel. Dat neemt niet weg, dat de gemeente nog steeds een aantal risicodragende grondposities in ontwikkeling heeft,  lopende ontwikkelafspraken met private partijen heeft gemaakt die ook nu nog nakoming behoeven en de uitwerking van de woonvisie van invloed zal zijn op de plannen.

Ondanks onze minder actieve en meer terughoudende gemeentelijke rol houden wij de verplichtingen van de bestaande projecten en de daarbij behorende risico’s. Bij nieuwe projecten wegen wij goed af wat onze rol het best kan zijn en welke instrumenten (zelf aankopen, pps-constructie / andere samenwerkingsvorm, exploitatieplan / anterieure overeenkomst) hiervoor kunnen worden ingezet. Voor nieuwe projecten kopen wij slechts in uitzonderlijke situaties gronden aan en zal onze rol in de regel meer faciliterend en regisserend zijn. Omvangrijke nieuwe woningbouwprojecten zullen zich – mede gelet op de nog resterende plancapaciteit voor nieuwbouw én gelet op de demografische ontwikkelingen- naar verwachting niet of nauwelijks nog voordoen. Ondanks de moeilijke marktomstandigheden hebben in 2019 meerdere grondtransacties plaatsgevonden. Wij hebben het afgelopen jaar:
• 10.949 m² woonkavels verkocht en geleverd (27 kavels);
• 618 m² grond op bedrijventerreinen verkocht.

Prognoses

De in deze tabel opgenomen aantallen zijn de in de grondexploitaties opgenomen kavels na actualisatie die volgt uit de woonvisie. De aantallen kunnen afwijken van het huidige aanbod in verband met de faseringen in sommige plannen.
Project Nog beschikbaar
B.001 Aalden Aelderhooghe 6
B.005 Dalerpeel Steigerwijk 4
B.008 Geesbrug uitbreiding II 6
B.011 Dalen Molenakkers II 14
B.100 Coevorden Ossehaar 24
B.017 Sleen Jongbloed 16
Totaal 70

Resultaatverwachting – systematiek en aannames
 
Voor gronden in exploitatie zijn de verwachte resultaten per project weergegeven. De resultaten worden weergegeven in een netto contante waarde. Hiermee wordt het verwachte resultaat weergegeven op dit moment. Bij de bepaling van de netto contante waarde zijn de volgende variabelen meegenomen:
1. gerealiseerde kosten en opbrengsten in de boekwaarden;
2. rente;
3. verwachte kosten;
4. verwachte opbrengsten.
 
In overleg met de projectleiders van deze projecten zijn bij de actuele waardebepaling de volgende criteria meegewogen:
 
1. Gerealiseerde kosten en opbrengsten in de boekwaarden
• De gerealiseerde kosten en opbrengsten van een project zijn beoordeeld door de projectleider en na goedkeuring op basis van een uniforme codering in de projectadministratie geboekt.
 
2. Rente
• De interne rekenrente is toegepast voor de toerekening van de financieringslasten per project en om de kasstromen contant te maken.
 
3. Verwachte kosten
• De geplande kosten en opbrengsten zijn vergeleken met de werkelijke bedragen en zijn geactualiseerd;
• De hoogte van de kosten in de toekomst is gebaseerd op het huidige niveau vermeerderd met inflatie;
• De inflatie voor de verwachte kostenstijging is gebaseerd op extrapolatie van het langetermijngemiddelde van de inflatie.
 
4. Verwachte opbrengsten
• De verkoop van bouwkavels gebeurt tegen marktconforme prijzen;
• De hoogte van de grondprijzen wordt jaarlijks bepaald op basis van vastgestelde methoden; deze methoden zijn per categorie vastgelegd in de Nota Grondprijzen;
• De hoogte van de opbrengsten in de toekomst is gebaseerd op het huidige niveau en is vermeerderd met inflatie;
• De inflatie voor de verwachte opbrengstenstijging is gebaseerd op extrapolatie van het lange-termijngemiddelde van de inflatie.
 
Hieronder volgt een overzicht van de verwachte resultaten van de bestemmingsplannen die in exploitatie zijn gebracht. Voor de waardering van het resultaat hanteren wij de netto contante waarde met als peildatum 31 december 2019.

Grondexploitaties
bedragen * €1.000
Realisatie tm boekjaar Netto Contante Waarde
2019 (inclusief rente) per 31-12-2019
Projectsoort