Meer
Publicatiedatum: 25-08-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 6 | Financiering en dekkingsmiddelen

Bestuurlijke samenvatting

Wij zijn het jaar 2020 gestart met een gezonde financiële positie. In de Programmabegroting 2020 hebben wij uw raad ontwikkelingen geschetst die wij voor 2020 tot en met 2023 op ons af zien komen, waarbij wij de focus op 2020 hebben gelegd. De ontwikkelingen betreffen onder andere het intensiveren van bestaand beleid en het nader uitwerken van ambities uit de Programmabegroting 2019. Wel is het hebben en op orde houden van een gezond huishoudboekje een voorwaarde. Wij zien dit jaar dat het ons meer moeite kost om ons huishoudboekje gezond te houden. De eerste tekenen zagen wij in de structurele doorwerking van het Jaarverslag 2019. Dat betrof een nadeel op het sociaal domein. Ook in de Kaderbrief 2021 is dit structurele effect aan de orde gekomen. In 2020 doet dit nadeel zich ook voor. Landelijk zien we deze nadelen op het sociaal domein al langer. Ook in Coevorden tekenen deze signalen zich nu af.
Wij hebben weliswaar ruimte in onze begroting en beschikken over een ruime algemene reserve, maar het behouden van het structurele en reële begrotingsevenwicht vraagt onze aandacht. Dat valt af te lezen aan het incidentele en structurele resultaat van deze halfjaarrapportage: dit jaar en komende jaren zijn er financiële tegenvallers en de herverdeling van het gemeentefonds in dit najaar is een risico. 

Het gemeentefonds is onze belangrijkste inkomstenbron. De herverdeling van het Gemeentefonds zou in 2021 ingaan, maar is uitgesteld tot 2022. Uit de uitkomsten van het onderzoek naar de herverdeling bleek namelijk dat de financiële effecten van de herverdeling fors zouden zijn. Er wordt aanvullend onderzoek verricht. Wij verwachten dat gemeenten in het najaar duidelijkheid krijgen over de uitkomsten. Mogelijk worden de effecten van de herverdeling iets gedempt, maar wij verwachten dat de herverdeling voor ons negatief uit zal pakken.

Tevens is er vanuit de Vereniging Drentse Gemeenten een lobby gaande om de omvang van het gemeentefonds te onderzoeken. Wij hebben zitting genomen in zowel de werkgroep die zich bezighoud met de herstructurering van het Gemeentefonds, als in de lobbygroep.

Financiën

De financiële afwijkingen zijn als volgt:

PROGRAMMA 6
Bedragen x € 1.000
Product Onderwerp 2020 2021 2022 2023
Financiering en dividend Dividend uitkering BNG Bank -105
Algemene uitkering Gemeentefonds Meicirculaire -340
Totaal -445

Toelichting op de financiële afwijkingen

Financiering en dividend

Dividend, incidenteel nadeel € 105.000
Tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van BNG Bank N.V. is ingestemd met het voorstel van de BNG Bank om per aandeel € 1,27 aan dividend uit te keren. Wij hebben 94.926 aandelen. Voor ons komt de dividenduitkering daarmee op € 120.000. In de begroting 2020 is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 225.000. Het incidentele nadeel bedraagt € 105.000 in 2020. Het verschil met voorgaande jaren wordt veroorzaakt door een lager resultaat financiële transacties en hogere voorzieningen voor kredietverliezen.

Algemene uitkering

Meicirculaire, incidenteel nadeel € 340.000
In de Kaderbrief 2021 informeerden wij u over de effecten van de meicirculaire voor de jaren 2021 tot en met 2024 en hebben wij deze toegelicht. In onderstaande tabel richten wij ons op de effecten voor het begrotingsjaar 2020. Wij hebben de volledige toelichting op de meicirculaire opgenomen onder de tegel met bijlagen.

De effecten binnen de algemene uitkering hebben een effect op het saldo van de halfjaarrapportage. Dit betekent een nadeel van € 340.000. De effecten die rechtstreeks een relatie hebben met een beleidsterrein verwerken wij één op één in de budgetten en hebben dus geen effect op het saldo van de halfjaarrapportage. Dit betreft de integratie-uitkeringen (IU)/decentralisatie-uitkeringen (DU)/specifieke uitkeringen (SU), de taakmutaties en de 3D’s in het sociaal domein. De financiële effecten voor de jaren 2021 en verder nemen wij mee bij de samenstelling van de Programmabegroting 2021 en de meerjarenraming 2022-2024.

EFFECTEN MEICIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2020
Uitkeringsfactor 110
Ontwikkeling uitkeringsbasis -450
Subtotaal centraal -340
Taakmutaties 7
IU/DU/SU 113
3D's in het sociaal domein 184
Subtotaal decentraal 304
Totaal effecten meicirculaire -36

Risico's

Risico's

Opbrengst Onroerende zaakbelasting (Ozb)
Wij hebben de opbrengsten van de Ozb geanalyseerd. Op dit moment verwachten wij dat de begrote opbrengst niet volledig wordt gerealiseerd. Dit heeft te maken met de 'reguliere' systematiek en de gevolgen van de coronacrisis. Normaliter hebben wij gedurende het jaar te maken met aanpassingen van Ozb-aanslagen vanwege bijvoorbeeld bezwaar, beroep, sloop en nieuwbouw. Vanwege de coronacrisis hebben ondernemers uitstel gekregen van betaling en mogen zij in termijnen betalen. Wij ontvangen een deel van de Ozb dus later in het jaar. De laatste betaaltermijn van de Ozb vervalt in december. Daarnaast kan sprake zijn van afwaardering van objecten omdat zij door veranderende marktomstandigheden in waarde dalen. Wij kunnen op dit moment nog niet inschatten wat het effect van de coronacrisis op in het tweede halfjaar gaat zijn. 

Overige ontwikkelingen

Algemene baten en lasten

Post onvoorzien
Voor de uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onvermijdbaar zijn, beschikken wij over een post onvoorzien. Dit is een structureel bedrag van € 100.000 per jaar. Er is dit jaar nog geen beroep gedaan op deze stelpost. 

Stelpost vervangingsinvesteringen
Voor investeringen beschikken wij over een stelpost vervangingsinvesteringen. Het bedrag op deze stelpost is dit jaar € 340.000. Bij de dekking van de ontwikkelingen in de Programmabegroting 2020 is € 90.000 ingezet ter dekking van de onderzoekskosten voor de fietsnota en de huisvesting voor De Nieuwe Veste (ontwikkelingen nummer 16 en 17). Er is nadien nog geen beroep gedaan op dit budget. Er is nog € 250.000 beschikbaar. 

Omdat beide stelposten bedoeld zijn voor onvoorziene, tussentijdse uitgaven, houden wij de bedragen op deze twee stelposten beschikbaar voor de tweede helft van dit jaar. De bedragen die aan het eind van het jaar resteren, vallen vrij in het resultaat van de jaarrekening. 

Voorziening dubieuze debiteuren

Wij hebben een voorziening om het debiteurenrisico af te dekken. Daarmee beperken wij het financiële risico wanneer debiteuren bijvoorbeeld hun gemeentelijke belastingen niet voldoen. In de meerjarenraming hebben wij een jaarlijkse storting van € 100.000 in deze voorziening opgenomen. Op die manier houden wij de voorziening op peil. Wij hebben de openstaande vorderingen geanalyseerd en beoordeeld of de voorziening toereikend is. Op dit moment is de voorziening op peil en is de begrote storting van € 100.000 niet volledig nodig. 

Omdat één van onze maatregelen voor ondernemers in de coronacrisis is dat zij de gemeentelijke belastingen gespreid en later dit jaar kunnen voldoen, is het openstaande saldo van de gemeentelijke belastingen hoger dan in andere jaren. Wij laten de toevoeging van € 100.000 daarom nu niet vrijvallen, maar maken aan het eind van het jaar, bij het opmaken van de jaarrekening, de balans op. Dan bepalen we met welk bedrag de voorziening aangevuld moet worden. Het eventuele restant valt dan vrij in de jaarrekening.