Meer
Publicatiedatum: 25-08-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 2 | Werk, jeugd en zorg

Bestuurlijke samenvatting

Sociaal domein
Ondanks de coronacrisis zien we dat we met het uitvoeren van de voornemens zoals we die hebben opgenomen in de begroting 2020 goed op weg zijn. Er zijn weinig tot geen doelstellingen die wegvallen, hoogstens wordt de realisatie hiervan wat vertraagd. Natuurlijk heeft de coronacrisis effect op dit begrotingsjaar, maar wij verwachten dat dit effect vooral zijn beslag krijgt in 2021 en verder. Wij zien wel een aantal ontwikkelingen waarvan we nu al kunnen zeggen dat we hier de komende jaren de gevolgen nog van zullen voelen. In welke mate dat zal zijn is afwachten, maar wij monitoren dit nauwgezet en informeren u hierover via de gebruikelijke kanalen. Het gaat, voor zover we dat nu kunnen overzien, vooral over de effecten op de arbeidsmarkt en lokale en regionale economie.

Met het aflopen van de steunmaatregelen van het Rijk (de TOZO en de NOW) per 1 oktober 2020, zijn ondernemers weer op zichzelf aangewezen. De kans is groot dat niet elk bedrijf het redt en faillissementen en/ of ontslagen liggen dan voor de hand. Vaak is er dan voor werknemers eerst de voorliggende voorziening van de WW, maar wanneer dat afloopt is het laatste vangnet de bijstand. We zien sinds het begin van de coronacrisis al wel dat de aanvragen voor de WW oplopen. Met name de kortdurende WW (0 tot 6 maanden) loopt meer op dan in vergelijking met vorig jaar. Dit komt met name door een stijging van de werkloosheid onder jongeren en zij die een flexibel contract hebben. We schatten de stijging van ons klantenbestand op dit moment met 2% in. Dat zou betekenen dat we eind van dit jaar op ongeveer 850 uitkeringen uitkomen.

Voor de zorgaanbieders is het ook een moeilijke tijd (geweest). De zorg is vaak doorgegaan, maar op een andere manier. De effecten daarvan laten zich moeilijk voorspellen. Ook hiervoor geldt dat wij dit nauw monitoren en zijn we in goed gesprek met onze partners.

Sport en verenigingsleven
Voor het accommodatiebeleid hebben wij in juni de eerste kaders vastgesteld. Deze werken wij in de tweede helft van het jaar uit. Het project gasloos van Stichting de Swaneburg wordt, ondanks de vertraging en de extra tussenrapportages, dit jaar uitgevoerd en is in 2021 volledig operationeel.

De kwaliteitsimpuls buitensportaccommodaties is wat betreft de velden en de ledveldverlichting in uitvoering. De toegankelijkheid en verdere invulling van de kwaliteitsimpuls wordt samen met de verenigingen verder uitgewerkt. De verbetering van de velden is voor de helft gerealiseerd. De overige velden worden in het voorjaar 2021 aangepakt. De ledverlichting wordt in september gerealiseerd. Uitzondering hierop is de nieuwe ledverlichting bij de v.v. Dalen. Vanwege het geldende bestemmingsplan dient een andere en langere procedure doorlopen te worden.

Doelstellingen

Aanpakken laaggeletterdheid

Actief deelnemen aan de samenleving



Kinderen en jongeren groeien gelukkig, gezond en veilig op

Onze ondersteuning is passend en toegankelijk

Vitale inwoners

Zo gaan we dat doen

Voorkomen van financiële problemen

Zo gaan we dat doen

Financiën

De financiële afwijkingen zijn als volgt:

PROGRAMMA 2
Bedragen x € 1.000
Product Onderwerp 2020 2021 2022 2023
Inkomen Uitkeringverstrekking (BUIG) -402
Individuele voorzieningen Jeugdhulp -290
Wmo -500
Participatie EMCO-groep 120
Sport De Swaneburg nadeel 2019 -56
Totaal -1.128

Toelichting op de financiële afwijkingen

Inkomen

TOZO
Het kabinet heeft een aantal maatregelen genomen om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) is één van deze maatregelen en ligt in lijn met het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). De uitvoering van de TOZO-regeling gebeurt in BOCE-verband en wordt uitgevoerd door Menso NV. Het Rijk heeft gemeenten een voorschot verstrekt om de kosten van de TOZO-regeling op te vangen. Dit voorschot is vooralsnog toereikend.
Met het aflopen van de steunmaatregelen van het Rijk per 1 oktober 2020, zijn ondernemers weer op zichzelf aangewezen. De kans is groot dat niet elk bedrijf het redt en faillissementen en/of ontslagen liggen dan voor de hand. Dit zal leiden tot meer Bbz-aanvragen. 

Uitkeringverstrekking, nadeel € 402.000
Op basis van de meest recente prognose verwachten we voor dit jaar een nadelig netto resultaat op het budget voor uitkeringverstrekking in het kader van de Wwb, Bbz, Ioaw en Ioaz (het 'BUIG'budget'). Het Rijk heeft op basis van de gebruikelijke methodiek (t-1) de inkomsten neerwaarts bijgesteld met € 402.000. In 2019 was echter sprake van een positief resultaat en was er nog geen sprake van een coronacrisis.
Recentelijk is in opdracht van de Vereniging  van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderzoek gedaan naar de financiële bijwerkingen van corona. Uit dit onderzoek blijkt dat de lasten van de bijstandsuitkering in de tweede helft van 2020 naar verwachting sterk zullen stijgen. Omdat de precieze effecten nog erg onzeker zijn, is de bandbreedte die gemeenten melden behoorlijk groot. Met de kennis van nu is de verwachting dat het resultaat op de BUIG in 2020 circa € 800.000 tot € 1.200.000 negatief zal zijn. 
Het uiteindelijke resultaat blijft afhankelijk van de verdere ontwikkelingen dit jaar, waaronder in het uitkeringsvolume en het definitieve BUIG-budget dat in de septembercirculaire bekend wordt gemaakt. Of en in hoeverre er steunmaatregelen van Rijk zullen volgen is op dit moment nog niet bekend. Wij verwachten dat de kosten voor de bijstand ook in de komende jaren significant hoger zullen liggen dan voor de coronacrisis. Vanwege de grote onzekerheid op dit punt geven wij wel een winstwaarschuwing af, maar nemen wij behoudens de bijstelling van onze inkomsten nog geen bedrag op in de halfjaarrapportage. Bij de vaststelling van de jaarrekening zal de definitieve balans worden opgemaakt. 

Sport

Zwembaden, incidenteel nadeel € 56.000
Over 2019 heeft Stichting De Swanebrug een tekort van € 56.000. De opbrengsten laten een positieve ontwikkeling zien en liggen 5,5% (€ 22.000) hoger dan begroot. Hier staat tegenover dat de kosten 4,6% (€ 75.000) hoger zijn dan begroot. Het grootste deel van de stijging van de kosten is autonoom. Hierop heeft stichting De Swaneburg geen invloed. Denk hierbij aan stijging van toeslagen op energie, stijging van onderhoudskosten door grote storingen, stijging van de salarissen conform CAO en gestegen ziekteverzuim. De noodzakelijke versterking van het midden management is wel een bewuste keuze. De kosten hiervan zijn circa € 19.000. Conform art. 4.4. van de exploitatieovereenkomst met de stichting De Swaneburg wordt een aan het beheer van het sportcomplex toerekenbaar exploitatietekort door de gemeente gefinancierd en gedragen.

Individuele voorzieningen

Corona
Het Rijk heeft in afstemming met de VNG, een dringend beroep gedaan op gemeenten om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden. Zij hebben het onderwerp continuïteit van financiering uitgewerkt in de ‘Uitwerking continuïteit van financiering Jeugdwet en WMO – VNG en Rijk’.  De kern van deze uitwerking is dat financiering van de omzet wordt doorgezet op het niveau van voor de corona crisis. Op deze manier zijn aanbieders niet gedwongen personeel te ontslaan en blijven personeel en expertise tijdens de coronacrisis zoveel mogelijk van waarde en ook na de crisis beschikbaar en zijn aanbieders ervan verzekerd dat de kosten die zij maken vergoed blijven. Na afloop zal er verantwoording plaatsvinden op basis van de feitelijk gerealiseerde kosten die een aanbieder heeft gemaakt.

De verlening van zorg en ondersteuning leidt soms ook tot meerkosten als gevolg van de coronacrisis, in het bijzonder door het volgen van de richtlijnen van het RIVM. Ook hier hebben het Rijk en de VNG afspraken over gemaakt. De meerkosten die direct voortkomen uit het volgen van deze maatregelen zullen vergoed worden.  Het Rijk zal gemeenten compenseren voor de meerkosten die zij aan hun aanbieders betalen ten behoeve van de extra maatregelen vanwege corona.

Jeugdhulp, structureel nadeel € 290.000
Los van effect als gevolg van corona staan budgetten is het Sociaal Domein onder grote druk. In onze inkoopstrategie kijken wij daarom per onderdeel naar het zorglandschap, de door ons gewenste ontwikkelingen en de belangrijkste stakeholders. Per vorm van jeugdhulp wordt daarbij gekeken welke inkoopstrategie bijdraagt aan het zoveel mogelijk afschalen van duurdere vormen van jeugdhulp, het kunnen sturen op (de kwaliteit van) aanbieders en de doorontwikkeling van het voorveld.  Wij streven daarbij naar integratie van de verschillende leefdomeinen en het vermijden van perverse financiële prikkels.  Voor diverse vormen van jeugdhulp maken wij met jeugdhulpaanbieders contractafspraken en vinden er onderhandelingen plaats over het tarief en de omzet in 2020. Dit betreft geen gegarandeerde omzet, maar wel een maximale omzet. Voor andere vormen van jeugdhulp stellen we op voorhand tarieven vast en mogen alle partijen inschrijven die aan de gestelde kwaliteitseisen kunnen voldoen.
Niettemin blijft de druk op de kosten van Jeugdhulp hoog. Dit heeft met name betrekking op de kosten van ambulante GGZ, specialistisch verblijf en de kosten voor maatwerkoplossingen. Daarnaast is de aanvullende bijdrage die het Rijk beschikbaar heeft gesteld ter dekking van de kostentoename in 2020 ongeveer € 200.000 lager dan in 2019. Het totale negatieve effect schatten wij op dit moment in op € 290.000.  De structurele effecten zullen wij verwerken in de meerjarenbegroting.

Wmo, structureel nadeel € 500.000

Naast het bovengenoemde heeft de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2019 tot gevolg dat onze inkomsten uit Eigen Bijdrage structureel ongeveer € 160.000 lager zijn geworden. Daarnaast heeft de invoering van het abonnementstarief geleid tot meer aanvragen voor voorzieningen in deze categorie (met name huishoudelijke hulp en schoonmaakhulp). De stijging bedroeg in 2019 ongeveer 7%. De toename in voorzieningen leidt tot structureel hogere kosten. Deze nadelige financiële effecten proberen wij onder andere op te vangen met een beweegprogramma voor ouderen, waardoor het beroep op huishoudelijke ondersteuning wordt voorkomen of een paar jaar uitgesteld.  We zien nu dat het aantal voorzieningen over de eerste zes maanden van 2020 vooralsnog niet verder is gestegen. De inzet van het beweegprogramma lijkt hiermee een positief effect te hebben. Het (meerjarige) voordeel van de uitgespaarde Wmo-kosten is groter dan de interventiekosten van het beweegprogramma. Wij schatten het netto effect op ongeveer € 450.000. Daarbij ontvangen wij van het Rijk een compensatie voor de extra kosten als gevolg van het Wmo-abonnementstarief. Deze compensatie geldt echter alleen voor de bestaande cliënten op peildatum 1 januari 2019. De compensatie bedraagt voor onze gemeente ongeveer € 200.000.  Wij zien verder dat de kosten van Wmo-Begeleiding over het eerste half jaar zijn toegenomen. Dit betreft met name de Begeleidingskosten ten aanzien mensen met een PGB. De leidt vooralsnog tot een nadeel van ongeveer € 90.000. De structurele effecten zullen wij verwerken in de meerjarenbegroting.

Participatie

Emco, incidenteel voordeel € 120.000
Als gevolg van een begrotingswijziging sluit de begroting 2020 van de EMCO-groep met een negatief resultaat van € 4.174.000. Dit is € 892.000 lager (voordeliger) dan in de primaire begroting is geprognosticeerd. Voor 2020 wordt onze bijdrage in het exploitatietekort hierdoor met € 120.000 verlaagd. Emco heeft de corona-crisis de afgelopen periode goed doorstaan. Er is besloten om niet volledig alle werkzaamheden stil te leggen maar in afgeslankte vorm door te werken. Daarnaast vallen de bedrijfslasten op een aantal onderdelen lager uit dan begroot. Als gevolg hiervan is het resultaat tot nu toe zelfs iets beter dan begroot. Of en in welke mate dit resultaat zich doorzet in de rest van 2020 laat zich op dit moment lastig inschatten. Wij nemen daarom naast de voornoemde begrotingswijziging nog geen bedrag in deze halfjaarrapportage. 

Risico's

Abonnementstarief Wmo

De invoering van het Wmo abonnementstarief in 2019 leidt tot structureel lagere inkomsten uit Eigen Bijdragen. Daarnaast hebben wij geconstateerd dat het aantal aanvragen voor voorzieningen in deze categorie (met name huishoudelijke hulp) met ongeveer 7% is toegenomen. Wij proberen de nadelige financiële effecten onder andere op te vangen met een beweegprogramma voor ouderen, waardoor het beroep op huishoudelijke ondersteuning wordt voorkomen of een paar jaar uitgesteld.  Wij constateren dat het aantal voorzieningen over de eerste helft van 2020 ongeveer gelijk is aan de tweede helft van 2019. De inzet van het beweegprogramma lijkt hiermee een positief effect te hebben.

Overige ontwikkelingen

Kwaliteitsimpuls Sport

Bij de decemberwijziging 2019 zijn er door uw raad de eerste investeringskredieten beschikbaar gesteld in het kader van fase 1 van de kwaliteitsimpuls Sport. Deze kredieten zijn voor ledveldverlichting en de onderbouw en toplaag van de velden voor een totaal brutobedrag van € 2,6 miljoen. De omvang van de investeringen was op dat moment gebaseerd op een globale inschatting van de werkzaamheden en richtbedragen van mogelijk in te schakelen bedrijven. Nadien hebben de bedrijven nader onderzoek gedaan en offertes opgesteld. De uitvoering is inmiddels in volle gang en de investeringen in ledveldverlichting en de onderbouw en de toplaag van de velden blijken circa € 300.000 hoger te zijn dan het in december 2019 beschikbaar gestelde investeringskrediet. Deze verhoging van het investeringskrediet nemen wij mee in de begrotingswijziging van de Halfjaarrapportage 2020. De werkzaamheden voor de ledveldverlichting en de onderbouw en toplaag van de velden zullen in 2021 afgerond worden. De met deze investeringen gepaard gaande kapitaallasten zijn reeds in de Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 opgenomen. Hierin is een opbouw van € 50.000 per jaar aan kapitaallasten opgenomen startend met € 50.000 in 2020 en oplopend naar een maximale kapitaallast van € 250.000 in 2024. Ook de verhoging van het investeringskrediet voor de ledveldverlichting en de onderbouw en toplaag van de velden kan hierin worden opgevangen. Deze verhoging betekent echter wel dat het aan te vragen investeringskrediet voor fase 2 van de kwaliteitsimpuls lager zal zijn om de totale kapitaallast van € 250.000 in 2024 voor de kwaliteitsimpuls sport niet te overschrijden.

Voor het onderdeel toegankelijkheid (fase 1) en fase 2 komen wij te zijner tijd bij u terug voor de aanvraag van de desbetreffende investeringskredieten.