Uitgangspunten 2022-2025

Financieel beleid in de komende jaren

Financiële uitgangspunten 
Voor 2022 zijn wij tevreden met het positieve resultaat van deze Kaderbrief. Dit is een mooie opmaat naar de samenstelling van de Programmabegroting 2022. 

Wij blijven vast houden aan onze uitgangspunten in de nota financieel beleid. Bij het samenstellen van de Programmabegroting en het doen van voorstellen aan uw raad, beoordelen wij of onze inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn. Meerjarige kosten dekken wij af met meerjarige dekkingsmiddelen. Incidentele kosten kunnen met incidentele middelen worden afgedekt. Naast dit principe vinden wij een stabiele en beheersbare vermogenspositie van groot belang. Dat komt tot uitdrukking in de verhouding tussen het eigen vermogen en vreemd vermogen. Deze verhouding, de solvabiliteit, mag tussen de 30% en 40% zijn. Dit zijn belangrijke toetspunten in onze financiële beoordeling en advisering. 

Ruimte houden in de begroting 
Het saldo van deze kaderbrief is vanaf 2023 negatief.  Naast de ontwikkelingen die wij financieel hebben vertaald, noemen wij in de paragraaf 'overige ontwikkelingen' onderwerpen waarbij het nog onzeker is wat de financiële effecten en/of gevolgen zullen zijn. Ook hebben wij de onzekerheden rond de coronacrisis benoemd. In de Programmabegroting 2022 werken wij de onderwerpen uit die wij in het najaar financieel kunnen vertalen. In onze begroting hebben wij ruimte gehouden om te kunnen meebewegen met ontwikkelingen. Ook hebben wij in de begroting budgetten opgenomen waar wij nog geen verplichtingen voor zijn aangegaan. Het zijn stelposten die flexibiliteit en ruimte bieden om gedurende het jaar keuzes te maken.  Wij hebben een stelpost vrije begrotingsruimte waarmee wij invulling kunnen geven aan (toekomstige) ambities en doelstellingen. Deze loopt op naar € 1,0 miljoen miljoen in 2025. Wij hebben een stelpost onvoorzien om tijdens het begrotingsjaar tussentijdse tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de uitvoering van ons beleid onder druk komt te staan. Deze stelpost bevat elk jaar € 100.000. Voor toekomstige vervangingsinvesteringen hebben wij een stelpost die oploopt naar € 450.000 in 2025. Naast deze drie stelposten storten wij elk jaar € 2 miljoen in de algemene reserve om onze vermogenspositie gezond te houden.

Ontwikkeling reservepositie

Onze reservepositie is goed. Dat biedt ons flexibiliteit en ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en ambities. Ook is een goede reservepositie belangrijk om eventuele tegenvallers op te vangen, zonder dat de uitvoering van ons bestaande beleid onder druk komt te staan. In de komende jaren hebben wij de structurele storting in de reserve begroot. De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting als volgt. 

VERLOOP ALGEMENE RESERVE
(bedragen x € 1.000) Prognose Begroting
2021 2022 2023 2024 2025
Stand algemene reserve begin boekjaar 31.606 36.351 38.351 40.351 42.351
Toevoegingen aan de reserve
Structurele versterking vermogenspositie 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000
Resultaat jaarrekening 2020 na resultaatbestemming 2.386
Resultaat halfjaarrapportage 2021 p.m.
Totaal toevoegingen 4.386 2.000 2.000 2.000 2.000
Onttrekkingen aan de reserve
Conform Programmabegroting 2021, inclusief ontwikkelingen 359 - - -
Individuele raadsvoorstellen n.v.t.
Resultaat halfjaarrapportage 2021 p.m.
Totaal onttrekkingen 359
Stand algemene reserve eind boekjaar 36.351 38.351 40.351 42.351 44.351

Ontwikkeling solvabiliteit

De solvabiliteit is een belangrijke indicator voor onze financiële positie. In de Nota financieel beleid is vastgelegd dat deze indicator in de bandbreedte van 30% - 40% mag bewegen. Dat geeft ruimte om risico's af te dekken en ambities van dekking te voorzien. Wij hebben in het jaarverslag 2020 de solvabiliteit berekend. De solvabiliteit is eind 2020 33%. In de jaren er voor (2017, 2018 en 2019) was de solvabiliteit 31%. De solvabiliteit is dus stabiel en deze is gestegen in 2020. De percentages blijven binnen de vastgestelde bandbreedte. 

Bij de Programmabegroting 2022 berekenen wij de solvabiliteit voor de komende vier jaren. Wij houden daarbij oog voor de bandbreedte en streven er naar dat de solvabiliteit de 40% niet zal overschrijden.