Financiën

Samenvatting financiën

Overzicht meerjarenperspectief 2022-2025

Wij hebben een nieuw meerjarenperspectief voor 2022 tot en met 2025 samengesteld. Wij baseren ons daarbij op de bestaande meerjarenraming voor 2022 tot en met 2024. Daar hebben wij de jaarschijf 2025 aan toegevoegd. Ontwikkelingen die effect hebben op dit meerjarenperspectief zijn met name de meicirculaire van het gemeentefonds, de prijsontwikkeling en de autonome ontwikkelingen in het sociaal domein.

In 2022 is het saldo positief met € 713.000. In de jaren 2023 tot en met 2025 is het saldo negatief. De samenvatting van ons nieuwe meerjarenperspectief is als volgt. 

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(Bedragen x € 1.000)
2022 2023 2024 2025
Ontwikkeling inkomsten
Circulaire gemeentefonds 1.206 978 763 654
Extra middelen jeugdzorg 2.000 p.m. p.m. p.m.
Belastingen en huren 146 146 146 146
Overige inkomsten -100 -100 -100 -100
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -1.163 -1.163 -1.163 -1.163
Autonome ontwikkelingen -1.147 -1.247 -1.247 -639
Verbonden partijen -229 -223 -230 -163
Nieuw beleid: kapitaallasten De Nieuwe Veste -1.100 -1.100
Dekking uit stelpost vervangingsinvesteringen 200 200
Saldo Kaderbrief 713 -1.609 -2.731 -2.165

Het positieve saldo voor 2022 betekent dat wij in de basis een sluitende Programmabegroting 2022 hebben voorliggen. Voor de jaren vanaf 2023 is het meerjarenperspectief nog niet sluitend. Ons uitgangspunt is een sluitende meerjarenraming. Daar gaan wij mee aan de slag. Een belangrijke en bepalende factor daarin is de zeer recente uitspraak over de Rijksmiddelen voor de jeugdzorg. Wij hebben deze middelen nu incidenteel verwerkt in 2022. Hier gaan wij later in dit hoofdstuk verder op in. 


Ontwikkeling inkomsten

Meicirculaire gemeentefonds

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. Het zijn de middelen die we ontvangen van het Rijk. Hoeveel wij van het Rijk ontvangen, wordt bekend gemaakt door middel van circulaires.  Naast de meicirculaire verschijnen in september en december ook circulaires. De uitkomsten van de meicirculaire hebben wij onderstaand samengevat. Onder de tabel lichten wij de effecten toe. 

EFFECTEN MEICIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2022 2023 2024 2025
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling -252 -503 -721 -781
Nominaal effect 757 749 749 749
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -72 -68 -64 -39
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis 793 821 821 749
Hoeveelheidsverschillen -192 -193 -194 -196
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 172 172 172 172
Subtotaal centraal 1.206 978 763 654
Taakmutaties
Ketensystemen Jeugd -1 -1 - -
Rijksvaccinatieprogramma meningokokken 7 7 8 8
Handhaving energielabel C kantoren 3 3 3 3
Handelsregister -2
Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 14 14 14 14
Verrekening Voogdij/18+ -15 -15 -15 -15
Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg 9 9 9 9
Kinderopvang toezicht en handhaving 1 1 1 1
Wet Open Overheid (structureel) 51 64 77 91
Wet Open Overheid (incidenteel) 61 61 61 62
IU/DU/SU
Suppletie-uitkering integratie sociaal domein 7 7 7 7
Inburgering 20 9 5 1
Armoedebestrijding kinderen 5 5 5 5
3D's in het sociaal domein
Participatie 156 147 142 137
Voogdij/18+ 1.081 1.081 1.081 1.081
Subtotaal decentraal 1.397 1.392 1.398 1.404
Totaal effecten meicirculaire 2.603 2.370 2.161 2.058

Uitkeringsfactor
De hoogte van de algemene uitkering wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk. Als het Rijk meer uitgeeft, dan ontvangen gemeenten meer middelen. Als het Rijk minder uitgeeft, ontvangen gemeenten ook minder. Dit is een systeem van 'samen de trap op, samen de trap af’. Dit betekent dat de hoogte van de algemene uitkering wisselt. De toename of afname van het gemeentefonds heet 'accres'. In de meicirculaire 2020 is aangekondigd dat de accressen voor de uitkeringsjaren 2020 en 2021 vast te klikken op het niveau dat toen is gepubliceerd. Dit als onderdeel van het compensatiepakket corona. Dat geeft rust en stabiliteit in een roerige tijd. 

In deze circulaire zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Bij dit instapmoment naar de normale systematiek vallen alle jaren helaas negatief uit. In alle jaren zijn de lagere accressen het gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaartse bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten.

Aangezien wij onze begroting baseren op constante prijzen, stapelen (cumuleren) wij niet jaar op jaar het effect van prijsstijgingen (inflatie) in de begroting. Dit doen wij één keer per jaar en voegen wij dan voor alle vier de jaren toe. Hiermee verwerken wij de inflatie in de algemene uitkering en hebben wij jaarlijks een structureel voordeel onder het kopje “nominale effecten”.

Ontwikkeling uitkeringsbasis
Wat betreft de bijstandsontvangers wordt een driejaars-gemiddelde gepresenteerd. Er is in deze circulaire sprake van een sterke daling ten opzichte van de stand september 2020. Het effect van de corona-pandemie is bij nader inzien minder groot dan gedacht. Dat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor.  De jaarlijkse aanpassing van de gewichten van de maatstaf Ozb is doorgevoerd. Dit wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenoemde rekentarief.

Taakmutaties
Er is sprake van negen taakmutaties in 2022. Één taakmutatie is groter dan € 10 miljoen (landelijk), Dat betreft de Wet Open Overheid. Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO.

Integratie-uitkeringen / Decentralisatie-uitkeringen / Specifieke uitkeringen (IU/DU/SU)
Voor de drie genoemde uitkeringen is sprake van kleine verschillen. Dit heeft te maken met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds, de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringsplichtig zijn onder de Wet inburgering 2013) en de jaarlijkse verdeling van armoedegelden op basis van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Sociaal domein
Voor de omvang van de integratie-uitkering voor Participatie heeft loon- en prijsbijstelling en volume-indexatie plaatsgevonden. 
De integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt in 2022 voor het eerst verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente. Tegenover deze stijging van de inkomsten staat een stijging van de kosten vanwege dit woonplaatsbeginsel. 

Extra middelen jeugdzorg

Het kabinet stelt voor 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dat komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor 2022. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Het kabinet en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben dat met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen. 

De Commissie van Wijzen, ook wel de arbitragecommissie genoemd, is door de VNG gevraagd om een uitspraak te doen in de impasse tussen de gemeenten en het kabinet. Onderzoeksbureau AEF concludeerde dat het tekort voor gemeenten € 1,7 miljard betrof. Het Rijk vulde de middelen echter niet aan. Het kabinet en de VNG zijn nu overeengekomen om voor 2022 incidenteel extra budget beschikbaar te stellen en een nieuw kabinet neemt een besluit over extra middelen vanaf 2023. 

Het is nog niet duidelijk op basis van welke verdeelsleutel het bedrag over gemeenten wordt verdeeld. Wij hebben op basis van een aanname een berekening gemaakt welk bedrag dit voor onze gemeente kan zijn. Met dezelfde verdeelsleutel als de eerder toegekende € 300 miljoen betekent de toegekende € 1,3 miljard voor onze gemeente een extra inkomst van circa € 2.487.000. Wij hebben uit voorzichtigheid een marge ingebouwd door in deze kaderbrief te rekenen met een bedrag van € 2 miljoen. 

In de afgelopen jaren hebben wij in onze planning- & controldocumenten telkens berekend welke aanvullende middelen nodig zijn om de loon- en prijscompensatie aan zorgaanbieders en de stijging van het aantal cliënten te bekostigen. Dit zijn kortweg de prijseffecten en de volume-effecten. Deze hebben wij samen met de prijs- en volume-effecten op andere budgetten ten laste van de algemene middelen gebracht.
Ook in deze kaderbrief hebben wij de ontwikkelingen van loon-, prijs- en autonome ontwikkelingen voor het sociaal domein berekend. Deze leest u in de volgende paragraaf onder de ontwikkeling van de lonen en prijzen en de autonome ontwikkelingen. Omdat de benodigde extra middelen daar inzichtelijk zijn, vloeit de rijksbijdrage naar de algemene middelen.  

In de komende weken vindt tussen Rijk en gemeenten besluitvorming plaats over de verdeelsleutel. Wij verwachten dat wij in de Programmabegroting 2022 bericht hebben ontvangen over de definitieve verdeelsleutel en de hoogte van het bedrag. 

Belastingen, huren en overige inkomsten

Belastingen
Wij verhogen de opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (Ozb) en de forensenbelasting met de prijsindex. De prijsindex is 1,4%. De opbrengst van deze belastingen zetten wij in als algemeen dekkingsmiddel. Het bedrag is € 127.000. Het uitgangspunt is dat alle tarieven worden aangepast met het prijsindexcijfer. Tegenover de inkomsten van veel tarieven staan kosten, zoals bij de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De stijging van deze tarieven nemen wij niet op in de kaderbrief, omdat ze niet tot extra ruimte in de begroting leiden. Bij de Programmabegroting 2022 berekenen wij met welk percentage deze tarieven aangepast moeten worden, om de kosten te dekken. 

Huren en pachten
De verwachte inkomsten voor huren en pachten verhogen wij met de prijsindex van 1,4%. De verhoging is totaal € 19.000. 

Dividend
Als aandeelhouder van NV Rendo ontvangen wij jaarlijks een bedrag aan dividend. De hoogte van het dividend wordt jaarlijks bepaald. De afgelopen jaren was dit bedrag € 310.000. Met name door de energietransitie staat RENDO voor forse investeringen in de komende jaren. Op basis hiervan is de meerjarenraming geactualiseerd. Wij verwachten de komende jaren een lagere dividend opbrengst, € 210.000.

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(Bedragen x € 1.000)
2022 2023 2024 2025
Belastingen 127 127 127 127
Huren en pachten 19 19 19 19
Subtotaal belastingen en huren 146 146 146 146
Overige inkomsten: dividend -100 -100 -100 -100
Totaal inkomsten 46 46 46 46

Ontwikkeling uitgaven

In dit hoofdstuk gaan wij in op de ontwikkeling van onze uitgaven. Wij hebben onze uitgaven voor de komende vier jaren geactualiseerd op basis van bijvoorbeeld landelijke indexcijfers, landelijke en lokale ontwikkelingen in wet- en regelgeving, onze aanbestedingen en de kaderbrieven van onze verbonden partijen. 

Loon- en prijsontwikkeling

Loonontwikkeling
De huidige cao voor gemeenten is op 1 januari 2021 afgelopen. Vorig jaar hebben wij bij de kaderbrief daarom op basis van het landelijke indexcijfer de loonontwikkeling geraamd. Voor 2022 en verder hebben wij toen een stijging van 3,1% verwerkt. Dat is een bedrag van € 604.000. Gezien de stand van zaken van de huidige onderhandelingen en de daarin vermelde cijfers, verwachten wij dat het opgenomen bedrag van € 604.000 voldoende is. Daarom nemen wij in deze kaderbrief geen nieuwe, extra loonontwikkeling op.

Prijsontwikkeling 
Wij hebben de prijzen van onze budgetten en de subsidies geïndexeerd met het inflatiecijfer. Wij maken hierbij onderscheid tussen onze 'reguliere' budgetten en de budgetten voor het het sociaal domein. De inflatie op onze reguliere budgetten is 1,4%. 
In het sociaal domein is in de contracten een prijsindexcijfer voor zorgkosten opgenomen. Dat indexcijfer is in 2021 3,24%. Dat betekent dat de toegepaste index voor het lopende jaar 2021 niet toereikend is. Wij verhoogden voor 2021 de budgetten met 1,7%. De inhaalslag op de budgetten voor 2021 is 1,54%. Deze correctie bedraagt in totaal € 261.000. Voor 2022 passen wij de indexatie van 3,24% toe.
Daarnaast hebben wij voor Wmo-vervoer en Leerlingenvervoer het NEA-prijsindexcijfer in onze  contracten opgenomen. Dit indexcijfer is van 2020 naar 2021 vastgesteld op 6,7%. Dat betekent dat ook hier de toegepaste index voor het lopende jaar 2021 niet toereikend is. De inhaalslag op deze budgetten voor 2021 is 5,00% en bedraagt € 34.000. De NEA-index van 2021 naar 2022 is vastgesteld op 1%.

ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(Bedragen x € 1.000)
Percentage 2022 2023 2024 2025
Loonontwikkeling eigen organisatie - - - -
Prijscompensatie regulier 1,40% -230 -230 -230 -230
Prijscompensatie subsidies 1,40% -72 -72 -72 -72
Prijscompensatie Leerlingenvervoer 2021 5,00% -34 -34 -34 -34
Loon- en prijscompensatie sociaal domein 2021 1,54% -261 -261 -261 -261
Loon- en prijscompensatie sociaal domein 2022 3,24% -566 -566 -566 -566
Totaal -1.163 -1.163 -1.163 -1.163

Autonome ontwikkelingen

Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die van buitenaf op ons afkomen en waar wij als gemeente geen invloed op hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving en volumestijgingen zijn. Voor de komende vier jaren zien wij de volgende autonome ontwikkelingen. 

AUTONOME ONTWIKKELINGEN
(Bedragen x € 1.000)
2022 2023 2024 2025
Minimabeleid -100 -100 -100 -100
Wmo 'klassiek' -147 -247 -247 -247
Wmo en Jeugdzorg (decentralisaties) -869 -869 -869 -869
Participatie 40 40 40 40
Uitvoeringkosten BUIG 24 24 24 24
Schuldhulpverlening -35 -35 -35 -35
Structurele ICT-kosten Omgevingswet -60 -60 -60 -60
Actualisatie schijf 2025:
Waterputten brandweer t/m 2024 (ambitie 1 begroting 2020) 48
Intergenerationele armoede, t/m 2024 (ambitie 6 begroting 2021) 150
Algemene uitkering gemeentefonds 410
Totaal -1.147 -1.247 -1.247 -639

Minimabeleid 
Voor het minimabeleid zien wij structurele tekorten op de Bijzondere Bijstand en de Kinderopvang. Totaal gaat het om een meerjarig tekort van € 100.000.  

Wmo 'klassiek'

Op de 'klassieke' Wmo-taken zoals woonvoorzieningen, hulpmiddelen, huishoudelijke zorg, schoonmaakvoorzieningen  zien wij een forse kostentoename. Hierdoor zijn deze budgetten niet toereikend meer.  Naast het voornoemde loon- en prijseffect blijft het Wmo-abonnementstarief tot een toename van kosten leiden.  Het gaat in 2022 om een bedrag van € 222.000 en vanaf 2023 om een bedrag van € 322.000. Tegenover dit nadeel verwachten wij een structureel voordeel van € 75.000 uit de inkomsten van de eigen bijdrage voor de Wmo. Door het toenemende beroep op de Wmo stijgen (in mindere mate) ook de inkomsten. Per saldo gaat het om een verhoging van de budgetten met € 147.000 .  

Wmo en Jeugdzorg (decentralisaties)
Ook bij de in 2015 gedecentraliseerde taken voor Wmo en Jeugd is sprake van een forse kostentoename. De autonome ontwikkeling op de Wmo-onderdelen (begeleiding, dagbesteding en PGB's) bedraagt per saldo € 84.000. Dit betreft een forse toename bij de PGB's (€ 138.000) en een lichte afname bij begeleiding en dagbesteding (€ 54.000).
De grootste autonome ontwikkeling doet zich voor bij de jeugdzorgtaken. 
We zien dat kinderen en jeugdigen gemiddeld langer in zorg zijn en dat de intensiteit van zorg toeneemt. Hier is met name sprake van forse toename van ambulante behandeling en dagbehandeling in een medisch orthopedisch centrum. Daarnaast zien wij een kostentoename bij de zogeheten bovenregionale zorg (pleegzorg, zorg bij gecertificeerde instellingen en onder toezichtstellingen). Tot slot zijn ook de kosten van crisiszorg en cliëntgebonden overeenkomsten (maatwerkvoorzieningen) stijgen. In totaliteit bedraagt de verwachte kostentoename bij de jeugd € 785.000.
Op het geheel van deze twee gedecentraliseerde taken leidt dit tot een autonome ontwikkeling van € 869.000. 

Participatie
Op grond van een uitspraak die de Hoge Raad in juni 2020 heeft gedaan mogen wij de btw op re-integratietrajecten compenseren. Dit levert structureel een voordeel van € 40.000 op.

Uitvoeringskosten BUIG
In de uitvoering van de Wwb, Bbz, Ioaw en Ioaz zijn enkele processen verbeterd. Dit levert een structureel voordeel van € 24.000 op. 

Schulphulpverlening
Wij zien de kosten van de gemeentelijke schuldhulpverlening stijgen en schatten het autonome effect hier op € 35.000.

Structurele kosten ICT Omgevingswet 
Voor de invoering van de Omgevingswet zijn reeds incidentele middelen beschikbaar gesteld. Hiermee worden de kosten gedekt die de invoering met zich meebrengt. Voor het onderdeel ICT worden er twee nieuwe applicaties ingevoerd (een VTH-applicatie voor het afhandelen van vergunning- toezicht- en handhavingsprocessen en een applicatie om toepasbare regels mee te maken en te publiceren) en één applicatie wordt vernieuwd (voor het maken, wijzigen en publiceren van bestemmings- en omgevingsplannen).

Middelen voor de structurele kosten van deze applicaties, waaronder licenties voor het gebruik, onderhoud, de hosting, dagelijks (functioneel) beheer en doorontwikkeling, is niet eerder aangevraagd. De totale kosten hiervoor bedragen ongeveer € 60.000 per jaar. 

Actualisatie schijf 2025
Wij hebben de nieuwe jaarschijf 2025 samengesteld door de budgetten van 2024 als basis te hanteren. Ten opzichte van 2024 lopen de budgetten voor de vervanging van de waterputten van de brandweer en intergenerationele armoede niet door: alle putten zijn in 2024 vervangen en het programma Intergenerationele armoede loopt tot en met 2024. 
Daarnaast is de raming voor de algemene uitkering in 2025 hoger dan in 2024. Het gaat om € 410.000. Wij hebben hiermee de raming op peil gebracht. Ten opzichte van deze nieuwe raming ziet u vervolgens de effecten van de meicirculaire in het hoofdstuk 'inkomsten'. 

Verbonden partijen

Van onze verbonden partijen ontvangen wij op grond van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kaderbrieven en ontwerpbegrotingen. In de afgelopen periode hebben wij u geïnformeerd over de ontvangen kaderbrieven en ontwerpbegrotingen voor 2022. Om een volledig overzicht van het financieel meerjarenperspectief te presenteren, hebben wij de financiële effecten van de individuele raadsvoorstellen onderstaand samengevat.

VERBONDEN PARTIJEN
(bedragen x € 1.000)
2022 2023 2024 2025
Emco 16 22 16 83
GGD -5 -5 -5 -5
Recreatieschap Drenthe -1 -1 -1 -1
RUD* -200 -200 -200 -200
VRD -38 -38 -38 -38
Publiek vervoer -1 -1 -2 -2
Totaal -229 -223 -230 -163

* Het bedrag voor de RUD is onder voorbehoud en op basis van conceptcijfers. Wij hebben een concept Ontwerpbegroting ontvangen. Deze ontwerpbegroting is niet bestuurlijk vastgesteld. In dit concept gaat de jaarlijkse bijdrage van onze gemeente met ongeveer € 200.000 omhoog. Kostenverhogende factoren zijn onder andere loonindexatie, extra kosten voor thuiswerken, bedrijfs- en uitvoeringskosten, de aanbesteding en implementatie van een zaaksysteem.

Een nieuwe begroting zal naar verwachting na de zomervakantie vastgesteld worden.

De Nieuwe Veste

Dit jaar vinden de vervolgonderzoeken naar de verschillende scenario's voor de toekomstige huisvesting van De Nieuwe Veste plaats. Op basis van het raadsbesluit in januari 2021, met inachtneming van het amendement, hebben wij het financiële effect van het raadsbesluit opgenomen in deze kaderbrief.

In het meerjarig perspectief houden wij rekening met een voorlopige kapitaallast van € 1,1 miljoen vanaf 2024. Er is nog geen krediet beschikbaar gesteld, maar wij houden al wel rekening met dit bedrag aan kapitaallasten als gevolg van nieuwbouw, renovatie of gedeeltelijke nieuwbouw. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2021 is een begin gemaakt met het creëren van middelen om de toekomstige kapitaallasten te dekken. In de stelpost vervangingsinvesteringen is vanaf 2024 een bedrag van € 200.000 beschikbaar voor de kapitaallasten. Op basis van het raadsbesluit leidt de kapitaallast tot een uitzet van € 900.000 vanaf 2024. 

In de Programmabegroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 nemen wij een raming van verwachte bijkomende kosten op als gevolg van de mogelijke scenario's met betrekking tot de huisvesting van De Nieuwe Veste.