Meer
Publicatiedatum: 02-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Ontwikkeling financiën

Samenvatting financiën

Overzicht meerjarenperspectief 2020-2023

Wij hebben een nieuw meerjarenperspectief samengesteld. De basis hiervoor is de bestaande meerjarenraming voor de jaren 2020 tot en met 2022. Daar hebben wij de jaarschijf 2023 aan toegevoegd. Ontwikkelingen die effect hebben op dit meerjarenperspectief zijn met name de meicirculaire van het gemeentefonds, de aanpassing van onze verwachte inkomsten, loon- en prijsontwikkelingen, de kaderbrieven van verbonden partijen, autonome ontwikkelingen en nieuw beleid waarover in de afgelopen maanden van dit begrotingsjaar  is besloten.

De samenvatting van ons nieuwe meerjarenperspectief is als volgt: 

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Ontwikkeling inkomsten
Circulaires gemeentefonds 956 691 366 381
Belastingen, huren en pachten, dividend 229 299 299 299
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -964 -964 -964 -964
Autonome ontwikkelingen -30 -30 -30 -30
Verbonden partijen -144 -119 -126 -5
Reeds geaccordeerd nieuw beleid -182 -182 -182
Saldo Kaderbrief -135 -304 -636 -319

Structurele begrotingsruimte

Bij de Programmabegroting 2019 hebben wij de structurele begrotingsruimte op een nieuwe manier gepresenteerd. Wij hebben een nieuwe stelpost geïntroduceerd, waar wij de overschotten op de begroting presenteren. In het verleden werden deze bedragen in de algemene reserve gestort. Wij blijven onze vermogenspositie versterken door jaarlijks € 2 miljoen in de algemene reserve te storten. 

Door overschotten op een separate stelpost in beeld te brengen, is er eenvoudig inzicht in de ruimte in de begroting. Effecten van tussentijdse begrotingswijzigingen, zoals raadsvoorstellen en het saldo van de Halfjaarrapportage, brengen wij ten gunste of ten laste van deze stelpost. 

Wanneer wij het resultaat van deze Kaderbrief afzetten tegen de aanwezige structurele ruimte in de begroting, verloopt het financieel meerjarenperspectief als volgt. 

STELPOST VRIJE BEGROTINGSRUIMTE
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Stelpost vrije begrotingsruimte 716 1.225 1.225
Saldo kaderbrief -135 -304 -636 -319
Vrije begrotingsruimte na kaderbrief -135 412 589 906


Wij brengen het saldo van deze kaderbrief niet op voorhand ten laste van de algemene reserve (in 2020) en de stelpost vrije begrotingsruimte (2021-2023). In de de Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 werken wij de kaderbrief uit. Dan komen wij met voorstellen om een begroting met een structureel en reëel sluitend meerjarenperspectief aan te bieden. 

Ontwikkeling inkomsten

Meicirculaire gemeentefonds

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. Het zijn de middelen die we ontvangen van het Rijk. Hoeveel wij van het Rijk ontvangen, wordt bekend gemaakt door middel van circulaires. De meicirculaire is de belangrijkste circulaire van het jaar. Naast de meicirculaire verschijnen in september en december ook circulaires.  

De uitkomsten van de meicirculaire hebben wij onderstaand samengevat. Onder de tabel lichten wij de effecten toe. 

EFFECTEN MEICIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling -565 -858 -1.209 -1.245
Nominale ontwikkeling 1.087 1.164 1.259 1.367
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -14 -15 -14 -14
Beheerovereenkomst DSO-LV -47 -47 -47 -48
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis 145 146 144 144
Hoeveelheidsverschillen 45 24 -48 -109
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 152 116 116 116
Sociaal domein
Loon- en prijscompensatie sociaal domein 583 591 595 600
Extra middelen jeugdhulp 645 648 - -
Inzet middelen loon- en prijscompensatie en jeugdhulp -1.075 -1.078 -430 -430
Surplus loon- en prijscompensatie sociaal domein 153 161 165 170
Subtotaal centraal 956 691 366 381
Taakmutaties
Verhoging leeftijdsgrenzen gezinshuizen 13 16 20 24
Landelijke vreemdelingenvoorzieningen -10 -9 - -
Invoering WvGGZ 49 49 49 50
Verrekening Voogdij/18+ -26 -26 -26 -26
IU/DU/SU
Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches 11 11 11 11
Gezond in de stad 14 14 - -
Jeugdhulp kinderen in een AZC 79 79 79 79
Verhoging taalniveau statushouders 41 - - -
3D's in het sociaal domein
Participatie 218 151 137 127
Voogdij/18+ 48 48 48 48
Subtotaal decentraal 437 333 318 313
Totaal effecten meicirculaire 1.393 1.024 684 694

Toelichting

Uitkeringsfactor
De hoogte van de algemene uitkering wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk. Als het Rijk meer uitgeeft, dan ontvangen gemeenten meer middelen. Als het Rijk minder uitgeeft, ontvangen gemeenten ook minder. Dit systeem van 'samen de trap op, samen de trap af' betekent dat de hoogte van de algemene uitkering wisselt. De toename of afname van het gemeentefonds heet 'accres'. 
Het accres is meerjarig fors negatief. Een oorzaak hiervoor is dat de uitgaven van het Rijk lager uitvallen dan gedacht ten tijde van septembercirculaire. Vanaf 2020 dalen de accressen ten opzichte van de september circulaire 2018 verder, hoofdzakelijk als gevolg van een lagere loon- en prijsontwikkeling in het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau. Echter, omdat wij onze begroting baseren op constante prijzen, corrigeren wij dit effect. Dit is het structurele voordeel dat wij onder de kop 'nominale ontwikkeling' hebben verwerkt. 
De overige ontwikkelingen met een negatief bedrag van € 14.000, betreft een uitname uit het gemeentefonds voor een verhoging van de raadsledenvergoeding. Dit is van toepassing voor gemeenten tot 24.000 inwoners. Bij de septembercirculaire 2019 wordt dit bedrag nog iets naar boven bijgesteld vanwege een omissie in de meicirculaire. 
Een andere structurele uitname uit het gemeentefonds is voor de beheerovereenkomst DSO-LV: Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke Voorziening. Deze overeenkomst is ondertekend door de VNG, IPO, de UwV en de Minister van BZK. De overeenkomst regelt onder andere de inhoud en de uitvoering van de beheertaak, financiering en samenwerkingsafspraken voor een optimale werking van dit digitale stelsel voor de nieuwe Omgevingswet. 

Ontwikkeling uitkeringsbasis 
In deze circulaire zijn de nieuwe ramingen verwerkt van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. De mutaties worden voornamelijk veroorzaakt door nieuwe landelijke ramingen  van de aantallen bijstandsontvangers en de ontwikkeling van de OZB-maatstaven.  De jaarlijkse aanpassing van de gewichten van de maatstaf Ozb is doorgevoerd. Dit wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenoemde rekentarief. 

Sociaal domein
Voor het sociaal domein wordt nog eenmalig een loon-en prijscompensatie verstrekt. Dit gebeurt omdat onderdelen pas vanaf een jaar na de overheveling naar de algemene uitkering accres genereren. Vanaf 2020 tellen de middelen van het sociaal domein mee in de berekening van het accres. Van de ontvangen loon- en prijscompensatie is een bedrag van €  430.000 benodigd voor het sociaal domein. Het surplus laten wij vrijvallen in de algemene middelen. 
Het kabinet heeft besloten extra middelen toe te voegen aan het jeugdhulpbudget. Aanvullend aan de middelen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 wordt onderzoek verricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. Daarnaast worden de komende maanden bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Rijk en VNG over hoe het jeugdhulpstelsel effectiever, efficiënter en beter kan gaan functioneren. Wij voegen de extra middelen voor jeugdhulp toe aan de daarvoor bestemde budgetten. De benodigde middelen voor loon- en prijscompensatie en jeugdhulp zijn samen  € 1.075.000 in 2020 en lopen af naar € 430.000 in 2023. 

Taakmutaties 
Er is sprake van een viertal taakmutaties. 
- Verhoging leeftijdsgrenzen gezinshuizen: vooruitlopend op afspraken om vanaf 1 juli 2018 pleegzorg standaard te verlengen worden extra financiële middelen aan het jeugdhulpbudget toegevoegd. Dit loopt op tot structureel € 24.000 voor Coevorden in 2023. 
- Landelijke vreemdelingenvoorzieningen: Het Rijk en gemeenten hebben samenwerkingsafspraken gemaakt voor de ontwikkeling van Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV) waar vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang begeleid worden naar een bestendige oplossing voor hun situatie, waarbij hen onderdak wordt geboden. Dit betekent voor Coevorden een bedrag van € 10.000 in 2020 en € 9.000 in 2021. 
- Invoering WvGGZ: Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz in werking. Voor de gemeentelijke taken en bijbehorende kosten die volgen uit de Wet verplichte ggz is in het bestuurlijk overleg van 6 mei jl. tussen het Ministerie van VWS en de VNG afgesproken om vanaf 2020 structureel € 20 miljoen toe te voegen aan het gemeentefonds. Dit betekent voor Coevorden een bedrag van € 49.000. 
- Verrekening Voogdij/18+: Het budget kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik wordt gerekend. Op basis van dit historische zorggebruik daalt het budget voor Coevorden met € 26.000.  

IU/DU/SU
- Brede impuls combinatiefuncties/buursportcoaches: Deze middelen zijn met name beschikbaar gesteld om extra in te zetten op het versterken van sport- en beweegaanbieders, het mogelijk maken van sporten en bewegen voor mensen die hierbij belemmeringen ervaren en het ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs. Voor Coevorden is dit structureel € 11.000. 
- Gezond in de stad: In het actieprogramma 'Kansrijke start' heeft de Minister van VWS aangegeven dat via een DU middelen beschikbaar worden gesteld aan GIDS-gemeenten die een coalitie willen vormen rond de eerste 1000 dagen van kinderen. De middelen in deze circulaire zijn de eerste tranche van deze impuls. De tweede tranche volgt bij de decembercirculaire 2019. 
- Jeugdhulp aan kinderen in een AZC: Wij zijn vanaf 2019 volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp aan kinderen in een AZC. Op basis van het aantal kinderen dat in een AZC verblijft, is een voorlopige verdeling bepaald. In de decembercirculaire 2019 zal een definitieve verdeling bekend worden gemaakt. 
- Verhoging taalniveau statushouders: In aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel hebben Rijk en gemeenten bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking van het taalniveau van statushouders die nog onder de huidige Wet inburgering inburgeren. Wij ontvangen in 2020 hiervoor € 41.000. 

Sociaal domein
De omvang van de integratie-uitkering voor Participatie en Voogdij/18+ wijzigt door toekenning van de loon- en prijscompensatie. Het bedrag voor Participatie wordt bij de septembercirculaire bijgesteld vanwege een omissie van het Ministerie van BZK in de meicirculaire. 

Belastingen, huren en pachten en dividend

Jaarlijks passen wij de opbrengsten van belastingen,  huren en pachten aan op basis van de verwachte prijsontwikkeling. De verwachte prijsstijging voor de overheid is in 2020 1,5%. Daarnaast verwachten wij dat het dividend van de BNG structureel hoger zal zijn. Het effect op de begroting hiervan is als volgt. 

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Belastingen 129 129 129 129
Toeristenbelasting -70
Huren en pachten 20 20 20 20
Dividenduitkering BNG Bank 150 150 150 150
Totaal 229 299 299 299


Toelichting 


Belastingen
De stijging van de belastingen zoals wij deze in bovenstaande tabel laten zien, is de stijging van de opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (Ozb). Deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel en is bedoeld om de stijging van onze kosten af te dekken. Via de gemeentefondsuitkering worden wij ook gecompenseerd voor prijsstijgingen.

Het uitgangspunt is dat alle tarieven worden aangepast met het prijsindexcijfer. Voor kostendekkende tarieven voor het rioolrecht, de afvalstoffenheffing, de begraafplaatsrechten, omgevingsvergunningen en producten van burgerzaken laten wij de stijging van de opbrengst niet in deze tabel zien, omdat deze geen effect hebben op de begroting. Tegenover een stijging van de opbrengsten uit deze tarieven staan kosten. Bij de programmabegroting berekenen wij met welk percentage de tarieven aangepast moeten worden om kostendekkend te zijn.  Dat is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal huishoudens en bedrijven, de Woz-waarde van panden en de kosten die wij maken voor de tariefproducten. 

Toeristenbelasting
Bij de Programmabegroting 2016 heeft uw raad ingestemd met het voorstel om de toeristenbelasting eens per drie jaar te verhogen met € 0,05 in plaats van een jaarlijkse prijsindexatie. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 was het tarief € 1,25 per overnachting. Voor het jaar 2019 zou het tarief met € 0,05 verhoogd worden naar € 1,30. Dit besluit is destijds verwerkt in de begroting. Vorig jaar hebben wij voorgesteld om voor het jaar 2019 het tarief niet te verhogen. De reden hiervoor was dat er in 2019 een onderzoek wordt uitgevoerd naar verschillende tarieven. Inmiddels is dit onderwerp naar een breder niveau getrokken: wij haken aan bij een onderzoek in Drents verband dat in samenwerking met het Recreatieschap Drenthe wordt uitgevoerd. Het onderzoek richt zich onder andere op een vrijstelling voor kinderen tot 12 jaar, tariefdifferentiatie voor verschillende accommodaties en harmonisatie van het tarief in Drenthe. Het uitgangspunt is dat de opbrengst van de toeristenbelasting per saldo gelijk blijft. Het onderzoek wordt naar verwachting in het najaar van 2019 afgerond.

Om de toeristische sector ter voorbereiding op het nieuwe seizoen op tijd duidelijkheid te bieden over de tarieven, doen wij in deze kaderbrief u een voorstel daartoe. In afwachting van de uitkomsten van het lopende onderzoek, stellen wij voor het huidige tarief van € 1,25 per overnachting met één jaar te verlengen. In de meerjarenraming is conform eerdere afspraken over prijsindexatie, rekening gehouden met een tarief van € 1,30 per overnachting. Voortzetting van het huidige tarief leidt tot een incidenteel nadelig effect van € 70.000. De verordening toeristenbelasting heeft voor 2020 geen redactionele wijzigingen en/of toevoegingen. Indien u instemt met ons voorstel over het tarief  worden belastingplichtigen zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld. De huidige verordening toeristenbelasting Coevorden, vastgesteld in uw vergadering van 10 juli 2018,  zal daarmee ook gelden in 2020.

Huren en pachten 
Evenals de indexatie van de belastingen, verhogen wij de huren en pachten met de prijsindexatie van 1,5%. Dit leidt tot een stijging van de inkomsten met € 20.000. 

Dividenduitkering BNG Bank
De dividenduitkering van BNG Bank B.V. is de laatste jaren hoger dan begroot. De verwachting is dat de dividenduitkering voor de komende jaren ook structureel hoger zal zijn. Een belangrijke reden hiervoor is dat de bank in 2018 een uitkeringspercentage van 50% heeft gehanteerd, in 2017 was dit 37,5%. Ondanks het feit dat de bank het nieuwe dividendbeleid nog niet heeft vastgesteld, verwacht de bank de komende jaren ook een uitkeringspercentage van 50% te kunnen hanteren. 


Ontwikkeling uitgaven

Ter inleiding

In dit hoofdstuk gaan wij in op de ontwikkeling van onze uitgaven. Wij hebben onze uitgaven voor de komende vier jaren geactualiseerd op basis van bijvoorbeeld landelijke indexcijfers, landelijke en lokale ontwikkelingen in wet- en regelgeving, onze aanbestedingen, kaderbrieven van onze verbonden partijen en beleid dat in dit voorjaar door uw raad is vastgesteld.

Loon- en prijsontwikkeling

Wij verwachten dat de lonen en prijzen in 2020 voor onze gemeente zullen stijgen met de volgende bedragen. 

ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Loonontwikkeling -634 -634 -634 -634
Prijsontwikkeling regulier (incl. subsidies) -330 -330 -330 -330
Totaal -964 -964 -964 -964


Toelichting


Loonontwikkeling

De huidige cao voor gemeenten is op 1 januari 2019 afgelopen. Op het moment van schrijven lopen de onderhandelingen voor een nieuwe cao. De VNG heeft namens de werkgevers een loonbod neergelegd van 4,9% over twee jaar. De VNG heeft benadrukt dat dit geen eindbod is. Wij hebben geen nieuwe signalen over de mogelijke uitkomsten van de onderhandelingen ontvangen en kunnen daarom niet inschatten wat de uitkomsten voor een nieuwe cao gaan zijn. Daarom baseren wij ons op het gedane loonbod van 4,9%.
Wij maken over het financiële effect een voorbehoud en hopen bij de Programmabegroting 2020 de daadwerkelijke vertaling voor onze gemeente te kunnen maken.  

In de Programmabegroting 2019 hebben wij al rekening gehouden met een ontwikkeling van de lonen. Wij hebben ons toen gebaseerd op het indexcijfer voor de lonen bij de overheid. Een percentage van 1,4% vanaf 1 januari is al verwerkt in de meerjarenbegroting. Daarom nemen wij voor 2020 een percentage van 3,5% mee; het loonbod van 4,9% minus 1,4%. Een stijging van 3,5% betekent voor onze organisatie een stijging van € 634.000. 

De ontwikkeling van sociale lasten en pensioenpremies kunnen ook tot significante effecten leiden. Of en hoeveel deze lasten zich in 2020 gaan ontwikkelen, is nog niet bekend. Wij hebben daarom nog geen rekening gehouden met de stijging van werkgeverslasten in dit kader. 

Prijsontwikkeling
Wij hebben onze uitgaven en subsidies geïndexeerd met de verwachte prijsstijging voor de overheid. Het indexcijfer voor 2020 is 1,5%. Dit betekent een stijging van onze uitgaven met € 330.000. In de Programmabegroting 2020 werken wij de verwachte prijsstijgingen verder uit. Wij zijn dan kritisch op wat de hoogte is van de daadwerkelijke prijsstijgingen en de subsidieafspraken.  Als er een verschil is tussen de berekende en de werkelijke prijsstijging, dan nemen wij dit op in de financiele toelichting van de Programmabegroting 2020.

Met de overgang van de decentralisatie-uitkeringen voor het sociaal domein naar de algemene uitkering van het gemeentefonds per 1 januari 2019 worden deze budgetten in de toekomst niet meer op basis van  historische verdeelmodellen geïndexeerd, maar gaan zij 'samen de trap op en samen de trap af', zoals gebruikelijk is met de algemene uitkering. In de meicirculaire is echter nog een eenmalige compensatie voor loon-en prijsontwikkeling voor het sociaal domein opgenomen. Vanaf de kaderbrief 2021 betrekken wij de budgetten voor het sociaal domein bij het berekenen van de prijsontwikkeling.

Autonome ontwikkelingen

Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die van buitenaf op ons afkomen en waar wij als gemeente geen invloed op hebben, bijvoorbeeld nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving en volumestijgingen. Voor het nieuwe meerjarenperspectief zien wij de volgende ontwikkelingen:


AUTONOME ONTWIKKELINGEN
(Bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Leerlingenvervoer -80 -80 -80 -80
Bestrijding eikenprocessierups -100 -100 -100 -100
Uitvoeringskosten inkomensvoorziening Emmen 150 150 150 150
Totaal -30 -30 -30 -30


Toelichting

Leerlingenvervoer
In de kosten van het leerlingenvervoer zien wij een toename van de uitgaven. Hierover hebben wij u in het jaarverslag 2018 geïnformeerd en het structurele karakter van de toename geduid. Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van het leerlingenvervoer is met ruim 6% toegenomen. In 2018 hebben wij het leerlingenvervoer opnieuw aanbesteed. De basisprijs per leerlingkilometer is als gevolg hiervan met 10% gedaald. De kilometerprijs voor bijzonder vervoer is echter gestegen als gevolg van het nieuwe contract. Per saldo leiden de toename van het aantal aanvragen en de hogere kostprijs voor aangepast vervoer tot een kostentoename. Daarnaast leidt de verhoging van het lage btw-tarief tot een toename in de kosten. Meerjarig verwachten wij een stijging in de kosten van € 80.000.

Bestrijding eikenprocessierups
De eikenprocessierups rukt steeds verder op in Nederland. Wij bestrijden deze curatief en preventief. Wij hebben daarin een wettelijke zorgplicht. In 2019 zijn wij meer preventief gaan bestrijden op locaties waar in 2018 de hoogste concentratie nesten waren en waar veel inwoners samenkomen, hierbij valt te denken aan scholen, centragebieden en schoolroutes. Wij hebben geconstateerd dat in 2019 het aantal meldingen van eikenprocessierups, zowel door inwoners als door bedrijven die voor ons werken, toeneemt. We blijven de ontwikkeling rondom de eikenprocessierups monitoren. Op dit moment hebben wij geen structurele middelen in onze programmabegroting opgenomen voor de bestrijding van de eikenprocessierups. De kosten zijn in de afgelopen jaren fors gestegen: in 2016 waren de kosten € 37.500, in 2017 € 55.000 en in 2018 € 104.000. Deze kosten zijn ten laste gebracht van het reguliere groenonderhoud budget. In 2019 wordt het beleid inzake de bestrijding van de eikenprocessierups geformaliseerd en ter vaststelling aangeboden. Wij gaan voorlopig uit van een structureel bedrag van € 100.000.

Uitvoeringskosten Inkomen
De bijstandsverlening en inkomensvoorziening, voorheen bekend als het I-deel, wordt voor ons uitgevoerd door de gemeente Emmen. Voor de uitvoeringskosten  maken wij op basis van een formatiecalculatiemodel prijsafspraken met de gemeente Emmen. Op basis hiervan wordt de gemeente Emmen bevoorschot, waarna jaarlijks een nacalculatie plaatsvindt op basis van het werkelijke aantal uitkeringen. Het aantal uitkeringen laat de laatste jaren een dalende trend zien. Daarnaast wordt door de gemeente Emmen voortdurend gewerkt aan het efficiënter maken van de processen. Op basis hiervan stellen wij de prognose voor de uitvoeringskosten neerwaarts bij met € 150.000. Hiermee is de begroting in lijn met het niveau van de werkelijke kosten over de afgelopen twee jaar.

Verbonden partijen

Van onze verbonden partijen ontvangen wij op grond van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kaderbrieven en ontwerpbegrotingen. In de afgelopen periode hebben wij u geïnformeerd over de ontvangen kaderbrieven en ontwerpbegrotingen voor 2020.
 
De VeiligheidsRegio Drenthe (VRD) en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hebben in hun gemeenschappelijke regeling voor de kaderbrief een zienswijzeprocedure voor ons college opgenomen. Indien nodig maken wij daarvan gebruik en informeren wij uw raad daarover. De andere gemeenschappelijke regelingen sturen de ontwerpbegroting aan uw raad met de mogelijkheid daarover een zienswijze in te dienen. Dit in overeenstemming met het proces zoals ontwikkeld door de raadswerkgroep “grip op samenwerking”.

Vanuit het provinciaal toezicht zijn wij verplicht de gevraagde bijdrage door de gemeenschappelijke regelingen op te nemen in onze begroting. In onderstaand overzicht hebben wij het meerjarenperspectief voor de verbonden partijen samengevat. Wij lichten de gevraagde middelen kort toe. 

VERBONDEN PARTIJEN
(bedragen x € 1.000)
2020 2021 2022 2023
Emco 21 14 7 128
GGD -73 -73 -73 -73
Recreatieschap Drenthe -4 -4 -4 -4
RUD -11 21 21 21
VRD -77 -77 -77 -77
Totaal -144 -119 -126 -5

Emco
In de ontwerpbegroting van Emco voor 2020-2023 zien wij dat de inkomsten en de bedrijfskosten afnemen. Dit resulteert in een minder negatief bedrijfsresultaat. Daardoor neemt onze gemeentelijke bijdrage in de komende jaren af en zien wij voordeel ten opzichte van onze huidige begroting. Over de jaren 2020-2022 hebben op eerdere momenten reeds bijstellingen plaatsgevonden. De bijstellingen over deze jaren zijn in deze kaderbrief daarom geringer dan het effect in 2023. 

Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD)
Voor het jaar 2020 vraagt de GGD een bijdrage van circa € 1.108.000. De bijdrage voor 2019 is € 988.000 waardoor er sprake is van een stijging van de bijdrage van circa € 120.000. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere bijdrage voor de VTD van circa € 95.000. Vanuit de algemene uitkering worden wij gecompenseerd voor de aanpassingen in het rijksvaccinatieprogramma voor een bedrag van circa € 40.000 (gedeelte GGD). De per saldo resterende afgeronde verhoging is opgenomen in bovenstaand overzicht. 

Recreatieschap Drenthe
De door het Recreatieschap Drenthe gevraagde bijdrage voor 2020 bedraagt circa € 129.000. Dit is ten opzichte van 2019 een stijging van circa € 11.000. In onze meerjarenraming hadden wij reeds rekening gehouden met een bijdrage van € 125.000. De resterende € 4.000 nemen wij daarom mee in deze Kaderbrief.

Regionale Uitvoeringsdienst (RUD)
De RUD vraagt voor 2020 een bijdrage van circa € 821.000. De stijging ten opzichte van de gevraagde bijdrage voor 2019 is derhalve circa € 26.000. In deze stijging is rekening gehouden met een bijdrage aan het ontwikkelprogramma van de RUD. De overige kosten van het ontwikkelprogramma worden door de RUD van dekking voorzien vanuit de eigen reserves.  In onze meerjarenraming hebben wij reeds rekening gehouden met extra bijdragen aan het ontwikkelprogramma. De per saldo resterende mutatie in onze bijdrage hebben wij opgenomen in bovenstaand overzicht. Loon- en prijsstijgingen nemen wij, zoals bij iedere gemeenschappelijke regeling, jaarlijks mee in onze Kaderbrief omdat wij begroten op basis van constante prijzen.   

Veiligheids Regio Drenthe (VRD)
Voor 2020 vraagt de VRD een bijdrage van circa € 2.018.000. Dit betreft een stijging van circa € 106.000 ten opzichte van 2019. Wij hebben in onze meerjarenraming reeds rekening gehouden met de ingroei op basis van de verdeelsleutel OOV nieuw die in 5 jaren (vanaf 2017) wordt doorgevoerd. De resterende verhoging hebben wij opgenomen in bovenstaand overzicht.

Reeds geaccordeerd nieuw beleid

In de eerste maanden van dit jaar hebben wij u een aantal voorstellen gedaan voor nieuw beleid. Daarbij hebben wij uw raad gevraagd om middelen beschikbaar te stellen. In onderstaand overzicht geven wij de besluitvorming weer. 


REEDS GEACCORDEERD NIEUW BELEID
(Bedragen x € 1.000)
Begr.wijz.: 2019 2020 2021 2022 2023
Economische visie 03-2019 -155 -182 -182 -182
Onttrekking algemene reserve 155 - - - -
Regiodeal Zuid Oost Drenthe 04-2019 -286 -286 -286 -286 -286
Bestemmingsreserves DTZ, herstructurering en zorg 286 286 286 286 286
Groot onderhoud en verduurzaming Drostenhal 05-2019 -80
Bestemmingsreserve onderhoud Swaneburg 80
Integraal Huisvestings Plan (IHP) p.m. p.m. p.m. p.m.
Totaal -182 -182 -182

Toelichting

Economische visie 
Op 16 april 2019 heeft uw raad ingestemd met ons voorstel voor een economische visie 'Coevorden onderneemt'. Voor de uitvoering van de projecten in 2019 heeft u ingestemd met een onttrekking uit de algemene reserve van € 155.000. Voor het benodigde projectenbudget van totaal € 545.000 voor drie jaar hebben wij voorgesteld om de integrale afweging te maken in deze kaderbrief. Waar mogelijk zoeken wij naar cofinanciering vanuit subsidies of andere bronnen zoals de Regiodeal. Daarmee hebben wij in de hier genoemde bedragen nog geen rekening gehouden. De projecten richten zich op het personeel van de toekomst, het ondernemersklimaat, ruimte & infra en organisatie & communicatie. Concrete voorbeelden zijn bijvoorbeeld een Fablab/Techlab, het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen, de revitalisering van bedrijventerreinen en het organiseren van contactmomenten met ondernemers. Wij betrekken  dit onderwerp voor definitieve besluitvorming bij de samenstelling van de Programmabegroting 2020. Dan geven wij aan welke middelen wij nodig hebben om de doelstellingen van de economische visie te realiseren, welk tempo daarbij passend is en welke dekking wij daarbij voor ogen hebben. 

Regiodeal en de Drostenhal
In de besluiten voor de Regiodeal en de verduurzaming van de Drostenhal zijn bestemmingsreserves ingezet ter dekking. Daarmee hebben zij geen effect op het saldo van de geactualiseerde meerjarenraming in deze kaderbrief. 

Integraal Huisvestings Plan (IHP)
Op 16 april 2019 heeft uw raad ingestemd met het IHP voor de scholen in het primair onderwijs. Jaarlijks betrekken wij de financiële consequenties van onze investeringen bij de samenstelling van de Kaderbrief en/of Programmabegroting. Omdat wij al onze investeringen plannen, in kaart brengen en financieel vertalen bij de Programmabegroting, komen wij voor het IHP bij de Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 hier bij u op terug.
Omdat de trajecten voor het voortgezet onderwijs (De Nieuwe Veste en het Esdal college) later zijn opgestart dan voor het primair onderwijs, verwachten wij rond de zomer van 2019 meer duidelijkheid te hebben over de scenario's voor de huisvesting van het voortgezet onderwijs. 


Overige ontwikkelingen

Overige ontwikkelingen met mogelijk financiële effecten

De  ontwikkelingen die wij in 2020 verwachten en waarvan wij een inschatting kunnen maken van de financiële effecten, hebben wij opgenomen in de diverse tabellen van deze kaderbrief. Wij zien ook ontwikkelingen waarvan het op dit moment nog onzeker is of ze zich voor gaan doen en/of ontwikkelingen waarvan wij onvoldoende informatie hebben om een goede financiële vertaling voor onze gemeente te maken. Deze ontwikkelingen brengen in meer of mindere mate een financieel risico met zich mee. Dat brengen wij onderstaand in beeld. 

Sociaal domein

Jeugdhulp en Wmo
Wij constateren dat er de laatste tijd sprake is van een toenemende druk op de kosten van zowel de jeugdhulp als de Wmo. De kosten in het sociaal domein stijgen momenteel harder dan de Rijksbijdrage. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. 

Bij de jeugdhulp zien wij met name een toename in zorgzwaarte. De gemiddelde kosten per cliënt zijn gestegen.
Bij de Wmo-voorzieningen is vanaf 1 januari 2019 sprake van een gemaximeerd abonnementstarief voor de eigen bijdrage die gebruikers van de voorziening betalen. Dit leidt tot lagere inkomsten uit de eigen bijdrage. Ook  verwachten wij dat er een groter beroep gedaan zal worden op deze voorzieningen. 
De contractperiode voor de maatwerkvoorzieningen Wmo 2015 loopt eind 2020 af. In de loop van 2020 zal daarom een nieuwe aanbesteding plaatsvinden voor de Wmo-begeleiding.
In 2021 zal ook de decentralisatie plaatsvinden van het onderdeel Beschermd Wonen. Op dit moment is er nog sprake van centrumgemeenten die voor meerdere gemeenten deze taak uitvoeren. Vanaf  2021 zullen de individuele gemeenten hiervoor zelf verantwoordelijk zijn. De beleidsmatige en financiële gevolgen van deze decentralisatie zullen de komende tijd worden onderzocht.

Inkomen
In 2018 zagen wij de prognoses rondom het aantal bijstandsuitkeringen zich gunstig ontwikkelen. Bij het jaarverslag 2018 werd dit bevestigd. Omdat wij in de voorgaande jaren grote tekorten op de inkomensverstrekking hebben gehad, hebben wij voorzichtigheidshalve ons eigen risico volledig afgedekt. In 2018 hebben wij daarvan een deel vrij laten vallen ten gunste van het resultaat. In de eerste maanden van 2019 zien wij dat de tendens uit 2018 zich voortzet. Mogelijk ontwikkelt zich een structurele lijn. Wij monitoren dit in de komende maanden. Omdat wij deze ontwikkeling willen afwachten en ons in de begroting baseren op voorlopige budgetten van het Rijk, vinden wij het te vroeg om in deze kaderbrief een structureel effect vanaf 2020 in beeld te brengen. In de Halfjaarrapportage 2019 en de Programmabegroting 2020 bezien wij wat de mogelijke effecten voor 2019 en verder zullen zijn en informeren wij u hierover. 

Subsidie bibliotheekwerk 
De Stichting Openbare bibliotheken Coevorden heeft in 2016 een toekomstvisie vastgesteld. Deze toekomstvisie ging uit van een gemeentelijke bijdrage die € 100.000 hoger was dan het bedrag dat destijds opgenomen was in onze begroting. Op basis hiervan heeft uw raad besloten om bij de Programmabegroting 2017 de bijdrage aan de stichting structureel met € 100.000 te verhogen. Hierbij is eveneens afgesproken dat eventuele additionele inkomsten, bijvoorbeeld van de zijde van de provincie, verrekend worden met de structurele subsidieverhoging. In de Programmabegroting 2019 hebben wij de additionele inkomsten van de provincie, € 100.000, als structureel voordeel opgenomen. Inmiddels is er duidelijkheid over deze additionele inkomsten en is de Stichting Openbare Bibliotheken gefuseerd met Biblionet Drenthe. Door de ontwikkelingen in de afgelopen jaren en doordat blijkt dat de toekomstvisie te positief is ingestoken, zien wij dat de verrekening van de additionele inkomsten onder druk staat. Wij komen hier bij de Programmabegroting 2020 bij uw raad op terug.