Meer
Publicatiedatum: 02-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Uitgangspunten 2020-2023

Financieel beleid in de komende jaren

In de afgelopen jaren hebben wij stevig ingezet op een gezonde financiële positie. Deze hebben wij kunnen bereiken door onder andere een strakke en duidelijke begrotingsdiscipline. Om dit te behouden, hebben wij een aantal beleidslijnen geborgd in de nota financieel beleid. Deze hebben wij eind 2018 geactualiseerd. Een aantal belangrijke uitgangspunten lichten wij er uit.

Structureel en reëel begrotingsevenwicht 
Een belangrijke vereiste aan onze meerjarenraming is een structureel evenwicht van onze begroting. Dat betekent dat de inkomsten en de uitgaven met elkaar in evenwicht moeten zijn. Uitgaven die structureel zijn, dekken wij af met structurele inkomsten. Om dit te kunnen toetsen, brengen wij het structureel begrotingssaldo in beeld. Een overzicht van incidentele baten en lasten maakt daarom onderdeel uit van onze programmabegroting en het jaarverslag. De ramingen voor de begroting dienen ook reëel te zijn. De budgetten dienen daarom volledig, realistisch en haalbaar te zijn. Hier zien wij in de dagelijkse uitvoering van onze financiële functie op toe. 

Onvoorziene uitgaven 
Om gedurende het begrotingsjaar tussentijdse tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat de uitvoering van ons beleid onder druk komt te staan, hebben wij jaarlijks de beschikking over een stelpost onvoorzien. Deze is voor elk jaar € 100.000. Wij gebruiken dit budget alleen om onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare uitgaven op te vangen. Als wij een beroep moeten doen op deze stelpost, dan informeren wij uw raad hierover bij de halfjaarrapportage en/of het jaarverslag. 

Nieuw beleid 
In het bestuursprogramma 'Ruimte om te doen!' hebben wij onze doelen voor de komende jaren opgenomen. De voortgang rapporteren wij via onze reguliere planning- & controldocumenten. Als dit aan de orde is, dan actualiseren wij onze doelen bij de programmabegroting. Om met u het gesprek over nieuwe beleidsvoorstellen te kunnen hebben, zijn onze ambities en verwachte ontwikkelingen in deze kaderbrief opgenomen. Daarbij zijn wij terughoudend geweest in het doen van voorstellen voor nieuwe ambities.
Deze zomer maken wij eerst tussentijds de balans op rondom de realisatie van de ambities in de Programmabegroting 2019. Wij informeren u daarover in de Halfjaarrapportage 2019. In relatie tot de voortgang van deze ambities en de beschikbare ruimte in het meerjarenperspectief doen wij bij de Programmabegroting 2020 concrete voorstellen en vertalen wij deze voorstellen naar beleidsmatige, organisatorische en financiële effecten. 

Vermogenspositie 
Onder een gezonde financiële positie verstaan wij niet alleen een structureel reëel begrotingsevenwicht, maar ook een stabiele en beheersbare vermogenspositie. Dat betekent dat wij onze bezittingen financieren met een gezonde mix van eigen vermogen (onze reserves) en vreemd vermogen (langlopende en kortlopende schulden, voorzieningen). Om dit te bewaken, berekenen wij bij nieuwe beleidsvoorstellen en in onze planning- & controldocumenten de ontwikkeling van onze reservepositie en de solvabiliteit. 

Ontwikkeling reservepositie

Onze reservepositie is gezond en dat willen wij zo houden. Dat geeft ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en invulling te geven aan ambities. Ook stelt dit ons in staat om tegenvallers op te vangen, zonder dat de uitvoering van ons bestaande beleid in het gedrang komt. Van de structurele ruimte die er in onze begroting is, storten wij daarom elk jaar € 2 miljoen in de algemene reserve. De structurele ruimte die daarnaast nog beschikbaar is, staat op de stelpost vrije begrotingsruimte en is de structurele financiële ruimte om in te zetten voor ambities en om mee- en tegenvallers mee op te vangen. 

De ontwikkeling van de algemene reserve is naar verwachting als volgt. 

VERLOOP ALGEMENE RESERVE
(bedragen x € 1.000)
Prognose Begroting
2019 2020 2021 2022 2023
Stand algemene reserve begin boekjaar 32.561 29.859 30.987 33.174 35.607
Toevoegingen aan de reserve
Conform Programmabegroting 2019:
Rente 1,5% 381 396 448 508 534
Structurele versterking vermogenspositie 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000
Toevoeging middelen reserve sociaal domein 2.000
Resultaat halfjaarrapportage 2019 p.m.
Totaal toevoegingen 4.381 2.396 2.448 2.508 2.534
Onttrekkingen aan de reserve
Conform Programmabegroting 2019, inclusief beleidsvoornemens -6.705 -1.268 -261 -75 -75
Raadsvoorstel Economische visie -155
Resultaat jaarrekening 2018 -223
Resultaat halfjaarrapportage 2019 p.m.
Totaal onttrekkingen -7.083 -1.268 -261 -75 -75
Stand algemene reserve eind boekjaar 29.859 30.987 33.174 35.607 38.066


Toelichting


De onttrekkingen in 2019 - 2023 hebben wij weergegeven inclusief de beleidsvoornemens. Dit betreft het instellen van nieuwe bestemmingsreserves voor innovatie in de zorg, het herstructureringsfonds en accommodaties en budgetten voor het onderhoud van bomen en bruggen. Vanaf 2022 betreffen de reguliere onttrekkingen alleen de eventuele kosten voor planschade. Op begrotingsbasis houden wij rekening met een onttrekking van € 75.000. Wij onttrekken echter alleen de daadwerkelijk gemaakte kosten.   

Het raadsvoorstel bij de economische visie (begrotingswijziging 3-2019) bevat een eenmalige onttrekking van € 155.000 in 2019. 

Ontwikkeling solvabiliteit

De solvabiliteit is het percentage eigen vermogen (algemene reserves en bestemmingsreserves) ten opzichte van ons totale vermogen (het balanstotaal). In de nota financieel beleid heeft uw raad bekrachtigd dat onze solvabiliteit zich binnen een bandbreedte van 30% tot 40% dient te bewegen. Dit achten wij voldoende om eventuele risico's af te dekken. Daarbij is uiteraard een ruim voldoende weerstandsratio van 1,4 tot 2,0 een randvoorwaarde, zoals opgenomen in onze  nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Een ander belangrijk argument bij het borgen van onze solvabiliteit, is dat wij daarmee de invloed van renteschommelingen op de kapitaalmarkt beperken.  

SOLVABILITEIT
2019 2020 2021 2022
Na beleidsvoornemens Programmabegroting 2019 en individuele voorstellen 30% 32% 37% 42%