Meer
Publicatiedatum: 16-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Ontwikkeling financiën

Samenvatting financiën

Overzicht meerjarenperspectief 2021-2024

Wij hebben een nieuw meerjarenperspectief samengesteld. De basis hiervoor is de bestaande meerjarenraming voor de jaren 2021 tot en met 2023. Daar hebben wij de jaarschijf 2024 aan toegevoegd. Ontwikkelingen die effect hebben op dit meerjarenperspectief zijn met name de meicirculaire van het gemeentefonds, de aanpassing van onze verwachte inkomsten, loon- en prijsontwikkelingen, de kaderbrieven van verbonden partijen en autonome ontwikkelingen.

De samenvatting van ons nieuwe meerjarenperspectief is als volgt: 

ACTUALISATIE MEERJARENPERSPECTIEF
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Ontwikkeling inkomsten
Circulaire gemeentefonds 628 966 603 280
Belastingen, huren en pachten 169 169 169 169
Ontwikkeling uitgaven
Loon- en prijsontwikkelingen -921 -1.223 -1.223 -1.223
Autonome ontwikkelingen -725 -725 -725 -725
Verbonden partijen -46 -89 -184 -139
Saldo Kaderbrief -894 -902 -1.360 -1.638


Het financieel meerjarenperspectief is voor alle vier de jaren negatief. De stijging van de inkomsten uit het gemeentefonds en de lokale belastingen is niet voldoende om de stijging van de uitgaven af te dekken. 

Structurele begrotingsruimte

Wij hebben in de begroting een stelpost vrije begrotingsruimte. Op deze stelpost staan de eventuele begrotingsoverschotten. Door de begrotingsoverschotten op een aparte stelpost in beeld te brengen, is er eenvoudig inzicht in de ruimte die in de begroting aanwezig is. Effecten van tussentijdse begrotingswijzigingen, zoals bij individuele raadsvoorstellen en de Halfjaarrapportage, brengen wij ten gunste of ten laste van deze stelpost. 

Wanneer wij het financiële resultaat van deze kaderbrief afzetten tegen de aanwezige structurele ruimte in de begroting, is het financieel meerjarenperspectief als volgt. 

STELPOST VRIJE BEGROTINGSRUIMTE
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Stelpost vrije begrotingsruimte 414 735 1.100 1.100
Saldo kaderbrief -894 -902 -1.360 -1.638
Vrije begrotingsruimte na kaderbrief -480 -167 -260 -538


Wij brengen het resultaat van deze kaderbrief niet op voorhand ten laste van de stelpost vrije begrotingsruimte en de algemene reserve. In de komende maanden werken wij de kaderbrief uit. Wij kijken kritisch naar de verwachte stijgingen van de lonen en prijzen en geplande investeringen. Ook verschijnt in september een nieuwe circulaire van het gemeentefonds. Dit alles verwerken wij in de Programmabegroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024. Dan komen wij met voorstellen om een begroting met een structureel en reëel sluitend meerjarenperspectief aan te bieden. 

Ontwikkeling inkomsten

Meicirculaire gemeentefonds

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. Het zijn de middelen die we ontvangen van het Rijk. Hoeveel wij van het Rijk ontvangen, wordt bekend gemaakt door middel van circulaires. Normaal gesproken is de meicirculaire de belangrijkste circulaire van het jaar. Naast de meicirculaire verschijnen in september en december ook circulaires.  Dit jaar zal de decembercirculaire de belangrijkste circulaire zijn: daarin worden de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds gepubliceerd. 

De uitkomsten van de meicirculaire hebben wij onderstaand samengevat. Onder de tabel lichten wij de effecten toe. 

EFFECTEN MEICIRCULAIRE
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Uitkeringsfactor
Accresontwikkeling 283 641 257 -133
Nominaal effect 905 896 1.002 1.181
Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor -29 4 -7 -11
Ontwikkeling uitkeringsbasis
Ontwikkeling uitkeringsbasis -471 -501 -573 -679
Hoeveelheidsverschillen -188 -166 -168 -170
WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven 128 92 92 92
Subtotaal centraal 628 966 603 280
Taakmutaties
Overgangsrecht Wlz indiceerbaren met Fokus-Woning 1 1 1 1
Verrekening Voogdij/18+ -35 -35 -35 -35
IU/DU/SU
Suppletie-uitkering integratie sociaal domein 13 13 13 13
Brede impuls combinatiefuncties/buurtsportcoaches 2 2 2 2
Jeugdhulp kinderen in een AZC -7 -7 -7 -7
Armoedebestrijding kinderen 6 6 6 6
Inburgering 46 103 113 113
3D's in het sociaal domein
Participatie 186 240 155 250
Voogdij/18+ -52 -52 -52 -52
Subtotaal decentraal 160 271 196 291
Totaal effecten meicirculaire 788 1.237 799 571


Uitkeringsfactor

De hoogte van de algemene uitkering wordt vooral bepaald door de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk. Als het Rijk meer uitgeeft, dan ontvangen gemeenten meer middelen. Als het Rijk minder uitgeeft, ontvangen gemeenten ook minder. Dit is een systeem van 'samen de trap op, samen de trap af’. Dit betekent dat de hoogte van de algemene uitkering wisselt. De toename of afname van het gemeentefonds heet 'accres'.

Het accres is in 2021 en 2022 hoger ten opzichte van de septembercirculaire 2019. Dit is vooral het gevolg van hogere indexcijfers voor loon- en prijsontwikkeling. Het accres in de jaren 2023 en 2024 valt lager uit dan in de septembercirculaire geraamd. Deze dalende trend is vooral het gevolg van lager geraamde zorgkosten. Gezien de huidige coronacrisis is deze aanname bijzonder te noemen. 

Als onderdeel van het compensatiepakket Coronamaatregelen zijn de VNG en de fondsbeheerders overeengekomen dat de accressen in 2020 en 2021 worden bevroren op de stand van deze meicirculaire. Deze twee jaren gaan we dus niet 'samen de trap op en samen de trap af'. Dat betekent ook dat de afrekening, tenzij er nog grote afwijkingen volgen, gelijk is aan de voorschotten. Het bevriezen van het accres is een wens van de VNG en de fondsbeheerders om rust en stabiliteit te creeëren. Het is nog wel een aandachtspunt hoe we vervolgens in 2022 weer gaan instappen in de normale systematiek.

Aangezien wij onze begroting baseren op constante prijzen hebben wij jaarlijks een structureel voordeel onder het kopje “nominale ontwikkelingen”. Daarmee voegen wij de inflatie toe aan de algemene uitkering. 

Ontwikkeling uitkeringsbasis
In deze circulaire zijn de nieuwe ramingen van de ontwikkeling van de uitkeringsbasis verwerkt. Afgelopen jaren werden de aantallen van maatstaven in het sociaal domein betrekkelijk stabiel gehouden. Na de overheveling van de integratie-uitkering naar de algemene uitkering is het normale regime van toepassing geworden. De  aantallen worden regelmatig geactualiseerd net als bij de andere maatstaven. Dat kan behoorlijke schommelingen tot gevolg hebben. 
In de decembercirculaire is voor uitkeringsjaar 2019 een omvangrijke wijziging opgenomen door stijging van de aantallen bij twee maatstaven. Dat is bij de maatstaven ‘medicijngebruik met drempel’ en ‘ouders met langdurig psychisch medicijngebruik’. Dat deze structurele wijziging eraan zat te komen hebben wij in december 2019 aangegeven. 
Wij wijken met het aantal ‘ouders met langdurig psychisch medicijngebruik’ af van de landelijk trend. Landelijk gaat men uit van een stijging van de aantallen. Wij zien in onze gemeente een daling. Dit veroorzaakt een forse structurele daling van ongeveer € 300.000.

Ten opzichte van september 2019 hebben wij ook te maken met wijzigingen op een aantal andere maatstaven. Een dalend aantal bijstandsuitkeringen veroorzaakt een verlaging van ongeveer € 200.000 in 2020. Dit is € 350.000 in 2021 t/m 2024. 
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten van de maatstaf Ozb is doorgevoerd. Dit wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenoemde rekentarief.

Taakmutaties
Er is sprake van twee taakmutaties:
- Overgangsrecht WLZ-indiceerbaren: de algemene uitkering wordt verhoogd omdat dit jaar het overgangsrecht afloopt voor mensen met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg) in een zogenoemde Fokus-woning. De algemene uitkering wordt daarom verhoogd. 
- Verrekening Voogdij/18+: de algemene uitkering wordt verlaagd en de IU-sociaal domein wordt verhoogd. 

IU/DU/SU
De wijzigingen in de decentralisatie-uitkeringen ('DU’s') zijn beperkt. Het zijn wijzigingen in de basisgegevens en/of loon- en prijscompensaties. Vanaf 2021 ontvangen wij middelen voor de uitvoering van inburgeringstaken via de integratieuitkering ('IU') inburgering. De bedragen worden naar verwachting vanaf 2022 overgeheveld naar de algemene uitkering.

Sociaal domein
De integratie-uitkering Participatie verandert door de toekenning van de loon-en prijsbijstelling voor 2020 en de verdeling van de Wsw-middelen. Ook zijn de drempelbedragen voor de verdeling van de middelen “Nieuw begeleiding” veranderd.

De integratie-uitkering Voogdij/18+ wordt verdeeld op basis van historisch zorggebruik. Met de laatst bekende gegevens heeft er een afrekening plaatsgevonden. Deze gegevens worden ook doorgetrokken naar latere jaren. Dit leidt voor ons tot een nadeel.
In deze circulaire vindt een overheveling plaats vanuit de taakmutatie ‘verrekening voogdij/18+’ naar de IU Voogdij/18+. Deze noemden wij hier boven onder het kopje 'taakmutaties'. Het is een overheveling vanuit het ene deel naar het andere deel van de algemene uitkering. Wat is hierbij de achterliggende gedachte: De integratie-uitkering Voogdij/18+ neemt structureel toe en deze toename wordt grotendeels gedekt met de toevoeging van loon- en prijsbijstellingen. Het verschil wordt onttrokken aan de algemene uitkering, aan het subcluster Jeugdhulp.

Belastingen, huren en pachten

Belastingen
De stijging van de belastingen zoals wij deze in de tabel laten zien, is de stijging van de opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (Ozb) en de forensenbelasting met de prijsindex. De prijsindex is 1,7% in 2021. Deze belastingen zijn algemene dekkingsmiddelen en zijn bedoeld om de stijging van onze kosten af te dekken. Via de gemeentefondsuitkering worden wij ook gecompenseerd voor prijsstijgingen.

Het uitgangspunt is dat alle tarieven worden aangepast met het prijsindexcijfer. Voor kostendekkende tarieven voor het rioolrecht, de afvalstoffenheffing, de begraafplaatsrechten, omgevingsvergunningen en producten van burgerzaken laten wij de stijging van de opbrengst niet in deze tabel zien, omdat deze geen effect hebben op de begroting. Tegenover een stijging van de opbrengsten uit deze tarieven staan kosten. Bij de programmabegroting berekenen wij met welk percentage de tarieven aangepast moeten worden om kostendekkend te zijn. Dat is onder andere afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal huishoudens en bedrijven, de Woz-waarde van panden en de kosten die wij maken voor de tariefproducten.

Huren en pachten 
Wij verhogen de inkomsten uit huren en pachten met de prijsindexatie van 1,7%. Dit leidt tot een stijging van de inkomsten met € 22.000. 

Toeristenbelasting
Bij de Programmabegroting 2016 heeft uw raad ingestemd met het voorstel om de toeristenbelasting eens per drie jaar te verhogen met € 0,05 in plaats van een jaarlijkse prijsindexatie. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 was het tarief € 1,25 per overnachting. Voor het jaar 2019, 2020 en 2021 zou het tarief met € 0,05 verhoogd worden naar € 1,30. Dit besluit is destijds verwerkt in de begroting. Voor 2019 en 2020 hebben wij voorgesteld het tarief niet te verhogen. De reden hiervoor was dat er door Recreatieschap Drenthe een onderzoek wordt uitgevoerd. Dit onderzoek richt zich onder andere op een vrijstelling voor kinderen tot 12 jaar, tariefdifferentiatie voor verschillende accommodaties en harmonisatie van het tarief in Drenthe. Het uitgangspunt is dat de opbrengst van de toeristenbelasting per saldo gelijk blijft.  Vanwege de huidige situatie in de coronacrisis heeft het Recreatieschap Drenthe besloten om het advies inzake invoering ‘gedifferentieerd tarief toeristenbelasting’ uit te stellen met één jaar. Wanneer wij ook nu dit onderzoek afwachten, zou dit betekenen dat wij voor het derde jaar op rij het tarief voor de toeristenbelasting bevriezen. Het bevriezen heeft in 2019 en 2020 in beide jaren tot een financieel nadelig effect van € 70.000 geleid. 

Gezien de lange doorlooptijd van het onderzoek en de veranderende omstandigheden, stellen wij voor om onze vastgestelde beleidslijn over het tarief van de toeristenbelasting te volgen. Wij stellen voor het huidige tarief van € 1,25 per overnachting te verhogen naar € 1,30. Daarmee berekenen wij de inflatie door aan de overnachtende toeristen. Deze inflatie is in de afgelopen twee jaar niet doorberekend. 

De toeristische sector is de partij die de toeristenbelasting voor ons ontvangt en aan ons doorbetaalt. Ter voorbereiding op het nieuwe seizoen geven we hen op tijd duidelijkheid over de tarieven. Daarom doen wij u al in deze kaderbrief een voorstel daartoe en wachten wij niet tot de programmabegroting in het najaar. 

De totale opbrengst is afhankelijk van het tarief en het aantal overnachtingen. Over het tarief doen wij u hierboven een voorstel. Over het aantal overnachtingen in 2021 geven wij in de programmabegroting een prognose af en hopen wij een inschatting te kunnen maken van de opbrengst in 2021.

ONTWIKKELING INKOMSTEN
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Belastingen 147 147 147 147
Huren en pachten 22 22 22 22
Totaal 169 169 169 169

Ontwikkeling uitgaven

Ter inleiding

In dit hoofdstuk gaan wij in op de ontwikkeling van onze uitgaven. Wij hebben onze uitgaven voor de komende vier jaren geactualiseerd op basis van bijvoorbeeld landelijke indexcijfers, landelijke en lokale ontwikkelingen in wet- en regelgeving, onze aanbestedingen en de kaderbrieven van onze verbonden partijen. 

Loon- en prijsontwikkeling

Wij verwachten dat de lonen en prijzen in 2021 voor onze gemeente zullen stijgen met de volgende bedragen. 

ONTWIKKELING LONEN EN PRIJZEN
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Loonontwikkeling -302 -604 -604 -604
Prijsontwikkeling (incl. subsidies) -619 -619 -619 -619
Totaal -921 -1.223 -1.223 -1.223

Toelichting loon- en prijsontwikkeling

Loonontwikkeling
De huidige cao voor gemeenten loopt van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021. Gesprekken over een nieuwe cao zijn nog niet opgestart. Jaarlijks maken wij bij het opstellen van de kaderbrief een inschatting van de loonontwikkeling op basis van de lopende cao onderhandelingen of het indexcijfer van het Centraal Planbureau (CPB). Omdat de gesprekken nog niet zijn gestart, rekenen wij met het indexcijfer van het CPB. Dat indexcijfer is dit voorjaar gepubliceerd en is 3,1% in 2021. Wij verwachten dat de loonkosten in 2021 niet met dit percentage zullen stijgen, gezien de de gewijzigde economische perspectieven en het feit dat cao-onderhandelingen meestal doorlooptijd van een aantal maanden hebben. Daarom rekenen wij in 2021 met de helft van deze stijging. Dat is een percentage van 1,55 % en leidt tot een uitzet van € 302.000. Vanaf 2022 rekenen wij wel met een loonontwikkeling van 3,1%. Dat betekent een stijging van de loonkosten met € 604.000.  

Prijsontwikkeling 
Jaarlijks verhogen wij onze budgetten met de verwachte prijsstijgingen in de overheidssector. Het indexcijfer voor 2021 is 1,7%. Dit hebben wij voor 2021  ook berekend voor het sociaal domein. Sinds de overgang van de decentralisatie-uitkeringen voor het sociaal domein naar de gemeenten, gaan zij dit jaar voor het eerst in het gemeentefonds 'samen de trap op en samen de trap af'. Voor de actualisatie van deze budgetten hanteren wij daarom dezelfde systematiek als alle andere budgetten. De prijsontwikkeling voor het sociaal domein hebben wij gecalculeerd op € 252.000. 

De prijsontwikkeling zoals wij die elk jaar berekenen op budgetten voor de andere vijf programma's is € 284.000. De verwachte stijging van de subsidies is € 83.000. 

Deze drie elementen maken samen dat de verwachte prijsstijging € 619.000 bedraagt.

In de Programmabegroting 2021 werken wij de verwachte prijsstijgingen verder uit. Wij zijn altijd kritisch op wat de daadwerkelijke prijsstijgingen en subsidieafspraken zijn. Als er een verschil is tussen de verwachte en werkelijke prijsstijging, dan nemen wij dat op in de financiële toelichting in de Programmabegroting.  

Autonome ontwikkelingen

Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die van buitenaf op ons afkomen en waar wij als gemeente geen invloed op hebben. Dit kunnen bijvoorbeeld nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving en volumestijgingen zijn. Voor het nieuwe meerjarenperspectief zien wij de volgende ontwikkelingen in het sociaal domein.

AUTONOME ONTWIKKELINGEN
(Bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Wmo -500 -500 -500 -500
Jeugdzorg -225 -225 -225 -225
Totaal -725 -725 -725 -725

Toelichting autonome ontwikkelingen

Wmo
In het Jaarverslag 2019 informeerden wij u over de toenemende druk op de budgetten voor de Wmo en de jeugdzorg. Binnen de Wmo leidt het schrappen van de eigen bijdrage op de algemene schoonmaakvoorziening tot een structureel effect van circa € 200.000. Daarnaast constateren wij dat de invoering van het abonnementstarief tot meer aanvragen voor deze voorzieningen leidt. Wij schatten het structurele effect in op circa € 300.000. De compensatie die wij hiervoor van het Rijk ontvangen is niet toereikend om beide effecten op te vangen. Wij zien de trend, maar een deel er van is niet beïnvloedbaar. Op de onderdelen waar wij dit wel kunnen, gaan wij de mogelijkheden onderzoeken om het tij te keren en in control te komen. Uit het programma generatiearmoede willen wij bijvoorbeeld leren. 
We hebben al een beweegprogramma voor ouderen (Powerful Aging) ingezet. We proberen met dit programma het beroep op (huishoudelijke) ondersteuning te voorkomen of een paar jaar uit te stellen. Onze inzet is om hiermee de groei van de Wmo-uitgaven af te remmen en waar mogelijk te laten dalen.

Jeugdzorg
De druk op de uitgaven voor jeugdzorg is groot. Voor de jaren 2019-2021 hebben wij aanvullende middelende van het Rijk ontvangen om tekorten te dekken en te werken aan constructieve oplossingen binnen de jeugdhulp. Ondanks de aanvulling van het Rijk hebben we 2019 toch een overschrijding gehad van ongeveer € 200.000. Bovendien zijn de aanvullende middelen van het Rijk in 2020 en 2021 ruim € 200.000 lager dan in 2019. Daarnaast weten we niet wat het effect van de Coronacrisis op de langere termijn zal hebben binnen het Sociaal Domein. 

Ook hier willen wij de trend beïnvloeden op de onderdelen waar onze instrumenten en onze invloed zich bevinden. Wij verwachten met investeringen in preventieve voorzieningen en een bijstelling van ons inkoopbeleid het financiële effect te kunnen beperken. Niettemin verwachten wij met de kennis van nu een structureel effect van circa € 225.000.

Verbonden partijen

Van onze verbonden partijen ontvangen wij op grond van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) kaderbrieven en ontwerpbegrotingen. In de afgelopen periode hebben wij u geïnformeerd over de ontvangen kaderbrieven en ontwerpbegrotingen voor 2021. Om een volledig overzicht van het financieel meerjarenperspectief te presenteren, hebben wij de financiële effecten van de individuele raadsvoorstellen onderstaand samengevat. 

VERBONDEN PARTIJEN
(bedragen x € 1.000)
2021 2022 2023 2024
Emco 47 4 -91 -46
GGD -9 -9 -9 -9
Recreatieschap Drenthe 3 3 3 3
RUD -15 -15 -15 -15
VRD -72 -72 -72 -72
Totaal -46 -89 -184 -139

Overige ontwikkelingen

Overige ontwikkelingen met mogelijk financiële effecten

De  ontwikkelingen die wij in 2021 verwachten en waarvan wij een inschatting kunnen maken van de financiële effecten, hebben wij opgenomen in de diverse tabellen van deze kaderbrief. Wij zien ook ontwikkelingen waarvan het op dit moment nog onzeker is of ze zich voor gaan doen en/of ontwikkelingen waarvan wij onvoldoende informatie hebben om een goede financiële vertaling voor onze gemeente te maken. Deze ontwikkelingen brengen in meer of mindere mate een financieel risico met zich mee. Dat brengen wij onderstaand in beeld. 

Dutch TechZone

In onze meerjarenraming hebben wij voor Dutch TechZone middelen opgenomen tot en met het jaar 2020 conform het voorstel uit 2017. De andere deelnemende gemeente hebben in hun meerjarenraming middelen tot en met het jaar 2021 opgenomen. Onze niet-bestede middelen voor Dutch TechZone uit de jaren 2019 en 2020 zullen naar verwachting voldoende zijn voor onze bijdrage voor het jaar 2021.
Wij weten dat de gewenste ontwikkeling van de sociaaleconomische infrastructuur in onze regio een langdurige en meerjarige aanpak nodig heeft. Ook is Dutch TechZone een belangrijke pijler voor de Regiodeal. Derhalve dienen wij rekening te houden met een volgende investering vanuit onze gemeente na de looptijd van het huidige Dutch TechZone-programma. Bij de Programmabegroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 komen wij hier bij u op terug.

Culturele gemeente

Vanaf juli 2021 zijn we culturele gemeente van Drenthe. Die kans grijpen we aan om het culturele leven een impuls te geven, ons imago te versterken en om onze rijke cultuurhistorie te laten zien. Het programmaplan ‘Verbonden in Verhalen’ werken we uit samen met verenigingen en instellingen in de regio. Het programmaplan staat bol van de ideeën en de plannen. De ambities zijn hoog. Voor de investering die dit alles vraagt, kijken we niet alleen naar eigen middelen, maar ook naar fondsen, sponsoring door bijvoorbeeld het bedrijfsleven, inkomsten uit kaartverkoop en dekking uit andere programma’s in de gemeentelijke begroting. Wij doen bij de begroting 2021 nadere inhoudelijke voorstellen. Vanwege de coronacrisis worden veel culturele evenementen uitgesteld naar 2021. We stemmen de start en de programmering goed af met onze ‘voorganger’ Midden-Drenthe en eventuele andere culturele evenementen in de regio.

Vitale vakantieparken

In het project Vitale Vakantie Parken Coevorden (VVPC) werken wij aan een impuls op recreatie en het herbestemmen van enkele parken. Niet alleen willen we recreatie stimuleren, ook is ons doel illegale situaties te beëindigen, sociaal-maatschappelijke problematiek op te lossen, (verdere) verpaupering tegen te gaan en criminaliteit en ondermijning te stoppen. Dit project is onderdeel van een provinciaal programma waarin we met de andere Drentse gemeenten en de provincie samenwerken. Een aanvraag voor een regiodeal, specifiek voor de vitale vakantieparken, is helaas afgewezen. Een aantal betrokken gemeenten en provincie willen verder in een afgeslankte variant. De gemeentelijke bijdrage in het project zal gebaseerd worden op een verdeelsleutel die representatief is voor de recreatieve sector, zoals het aantal overnachtingen of het aantal parken. Wij weten nog niet welke bijdrage van ons wordt gevraagd. Bij de Programmabegroting 2021 komen wij met concretere voorstellen. Voorafgaand nemen wij u uitgebreid mee in het project: na de zomer komen wij met voorstellen.

Sociaal domein

Op 31 december 2020 eindigen de overeenkomsten ‘maatwerkvoorzieningen Wmo 2015’. Deze overeenkomsten hebben betrekking op de individuele begeleiding, de dagbesteding en de respijtzorg. Daarom is er een aanbestedingsprocedure opgestart. Deze procedure voeren wij samen met gemeente Borger-Odoorn. Wij willen voor 2021 tariefafspraken maken met de zorgaanbieders op basis van reële kostprijzen. Daarom wordt onderzoek gedaan naar de kostprijzen. Het financiële effect van deze ontwikkeling is nog niet bekend. In het najaar zal dit bij de vaststelling van de Programmabegroting 2021 worden meegenomen. 

Centrumvisie

Ontwikkeling Markt, Haven, Citadelpunt en Weeshuisweide
Ten behoeve van de uitvoeringsambitie is een kostenraming opgesteld. Deze raming is opgesteld om uw raad een indicatie te geven van de kosten die gemoeid gaan bij de realisatie van de in de visie opgenomen uitvoeringsambitie. Het doel van de kostenraming is inzichtelijk te maken dat een visie wordt aangenomen die daadwerkelijk, en in fases, gerealiseerd kan worden. De raming wordt uitgewerkt naar concrete uitvoeringsvoorstellen aan uw raad.

De bedragen in de kostenraming zijn opgebouwd op basis van informatie van vergelijkbare situaties of basis van kengetallen. Voor de opbouw van de kostenraming is externe deskundigheid ingehuurd om een zo goed mogelijke indicatie te kunnen geven. Op dit moment is er nog geen sprake van een definitieve kostenraming. Nadat uw raad instemt, start de volgende fase waarin de in de Visie Kasteelpark Coevorden beschreven maatregelen concreet worden uitgewerkt. Op basis van een goede uitwerking kan een heldere kostenraming en een goede aanbesteding plaats vinden. Ook wordt onderzocht of er baten en/of subsidies kunnen worden gerealiseerd of gevonden. Denk hierbij aan cofinanciering met Provincie, Rijk, Europa en de ondernemers en vastgoedeigenaren in onze binnenstad. Op basis van een uitwerking van de maatregelen en het onderzoek naar baten en/of subsidies ontvangt u een separaat advies/adviezen voor dekking van de uitvoering van de benodigde maatregelen.

 

Omgevingswet

De Omgevingswet wordt niet op 1 januari 2021 ingevoerd zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Dat komt door een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaken zijn, dat het bijbehorende landelijke digitaal stelsel omgevingswet (DSO) niet op tijd klaar is en de invoering bij de vele en diverse organisaties vertraagd is als gevolg van de coronacrisis. 

Eind mei heeft de minister bekendgemaakt dat de nieuwe invoeringsdatum een jaar opschuift naar 1 januari 2022. Voor een deel van de invoeringskosten betekent het dat we ze over een langere periode kunnen uitsmeren, zoals het opstellen  van een Omgevingsvisie en de aanschaf van software. Dit zal per saldo niet tot extra kosten leiden. Maar als het gaat om de inzet van medewerkers, projectleiders en het programmamanagement betekent dit uiteindelijk wel een extra beroep op capaciteit. Dit kunnen we misschien deels intern opvangen, maar zal deels ook worden ingehuurd. Wij kunnen nu nog niet inschatten om hoeveel extra kosten het gaat. Na de zomer, bij het opstellen van de begroting, informeren wij u concreter om welke kosten en de hoogte daarvan het zal gaan.

Onderwijshuisvesting

Integraal Huisvestingsplan (IHP)
In 2019 heeft u het IHP voor het onderwijs vastgesteld. Hierin zijn tot en met het jaar 2034 investeringen in onderwijshuisvesting en kindvoorzieningen gepland. Momenteel wordt de renovatie van het gebouw van OBS Burgemeester Wessels Boer in Dalen voorbereid door schoolbestuur Arcade. Voor 2021 houden wij rekening met de aanpak van de huisvesting van twee basisscholen en kindvoorzieningen in Schoonoord. De voorbereiding hiervoor is gestart. Hierbij wordt ook onderzocht of een koppeling met andere voorzieningen in Schoonoord gewenst en mogelijk is.

De Nieuwe Veste
In het vastgestelde IHP staat de aanpak van de huisvesting van De Nieuwe Veste gepland vanaf 2023. Er staat nog geen investering geraamd, omdat via een separaat traject wordt gekeken naar het toekomstperspectief van De Nieuwe Veste en de huisvesting die hierbij past. Het eerste halfjaar van 2020 is de verkenning van scenario's verder uitgewerkt. In het tweede halfjaar leggen wij u deze uitwerking voor. Daarmee kan richting worden gegeven aan het toekomstperspectief voor De Nieuwe Veste. 

Groot onderhoud gebouwen

In 2020 gaan wij onze meerjarenonderhoudsplanning actualiseren. Door een extern bureau worden de nieuwe verwachte kosten voor regulier onderhoud van ons kernbezit inzichtelijk gemaakt. De verwachte kosten worden verwerkt in een meerjarenonderhoudsplanning. Voor de uitvoering van groot onderhoud wordt aansluiting gezocht bij de verduurzamingsopgave waar dit mogelijk is. Vanaf 2021 wordt getracht aan te geven welk deel van de investeringen regulier groot onderhoud betreft en welke deel (extra) verduurzamingsmaatregelen betreft.

Aanpassingen klimaatadaptatie

Door klimaatverandering nemen de risico’s op wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen toe. Vanuit het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een landelijke strategie uitgerold om vanuit het 'weten, willen, werken' principe toe te werken naar maatregelen die gevolgen van klimaatverandering inzichtelijk maken, zodat de samenleving weerbaarder gemaakt kan worden voor die gevolgen. Via de Samenwerking Noordelijke Vechtstromen geven we hier als regio invulling aan en werken we samen op, met ondersteuning vanuit de provincies Overijssel en Drenthe.

In het kader van het DPRA is er in 2019 een stresstest uitgevoerd en is er onderzoek verricht naar de gevolgen van het veranderen van het klimaat voor het gebied, waar onze gemeente deel van uitmaakt. De stresstest geeft inzicht in de gevolgen van de klimaatveranderingen voor het gebied van de Noordelijke Vechtstromen met betrekking tot droogte, overstroming, wateroverlast en hittestress.

De stresstest kan gezien worden als een eerste stap om de kwetsbaarheid voor klimaatverandering in beeld te brengen. Het vervolg is het voeren van een risicodialoog met inwoners, instellingen en bedrijven over de uitkomsten van de stresstest. Door de Coronacrisis ligt het voeren van de dialoog momenteel stil. In een volgende fase zullen eventuele gevolgen voor de openbare ruimte, bedrijven, agrarische sector en natuur besproken worden en de financiële en economische consequenties inzichtelijk gemaakt worden.

Beheersing eikenprocessierups

Op dit moment zijn wij bezig met het ontwikkelen en opstellen van een beleidsplan inzake de beheersing van de eikenprocessierups. Bij het opstellen van het plan wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met lokale initiatieven en biodiversiteit. De aanbesteding van de bestrijding heeft plaats gevonden.

Herijking gemeentefonds

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. In de loop van de jaren is er veel veranderd voor gemeenten. Daarom is onderzocht hoe het gemeentefonds het beste over de gemeenten kan worden verdeeld. Deze herverdeling ('herijking') zou in 2021 ingaan, maar is uitgesteld tot 2022. Uit de uitkomsten van het onderzoek naar de herverdeling bleek namelijk dat de financiële effecten van de herverdeling fors zouden zijn. Er wordt aanvullend onderzoek verricht. Wij verwachten dat gemeenten in het najaar duidelijkheid krijgen over de herijking en in de decembercirculaire 2021 definitieve cijfers bekend worden. Wij houden er, ondanks het aanvullende onderzoek, rekening mee dat deze herverdeling ongunstig is voor onze gemeentefondsuitkering.