Het is aan een nieuw college en uw raad om te bepalen welke keuzes worden gemaakt om de financiële positie van de gemeente structureel te versterken. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de volgende financiële knoppen.
4.1.1. Overlopende budgetten
Bij de jaarrekening 2025 heeft uw raad besloten om overlopende budgetten niet automatisch over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Deze werkwijze geeft beter inzicht in de daadwerkelijke benutting van middelen en versterkt de positie van de raad bij het maken van nieuwe afwegingen. Voor de komende jaren stellen wij voor om de besluitvorming over overlopende budgetten eerder in het jaar te laten plaatsvinden, zodat deze beter kan worden betrokken bij het begrotingsproces.
4.1.2. Reserves en incidentele middelen
Daarnaast kan worden gekeken naar de inzet van reserves en incidentele middelen. Reserves kunnen helpen bij tijdelijke opgaven en transities, maar vormen geen structurele oplossing voor structurele financiële uitdagingen.
4.1.3. Gemeentelijke inkomsten
Ook de gemeentelijke inkomsten vormen een mogelijke sturingsknop. Hierbij kan worden gedacht aan de OZB, toeristenbelasting, leges, huren, pachten en andere inkomstenbronnen. Gelet op de huidige lastendruk vinden we het niet verstandig om de OZB woningen en afvalstoffenheffing te verhogen. In het financieel perspectief is daarom geen verhoging voor deze tarieven opgenomen. Eventuele keuzes op dit vlak vragen nadrukkelijk om een politieke afweging.
4.1.4. Financiële kengetallen en solvabiliteit
Een financieel gezonde gemeente vraagt om duidelijke financiële kaders. In het huidige financiële beleid van de gemeente Coevorden is opgenomen dat de solvabiliteitsratio zich dient te bewegen binnen een bandbreedte van 30% tot 40%. Op basis van de huidige meerjarenraming zal deze ratio vanaf 2027 onder de ondergrens van 30% uitkomen. Hoewel dit op basis van het huidige beleid aanleiding zou zijn om maatregelen voor te stellen, constateren wij dat deze ontwikkeling mede het gevolg is van landelijke ontwikkelingen, investeringen en de financiële opgaven waar veel gemeenten mee worden geconfronteerd. Daarbij geldt dat de solvabiliteit slechts één van de indicatoren is waarop de financiële gezondheid van de gemeente wordt beoordeeld.
Wij stellen daarom voor om bij de actualisatie van het financieel beleid de huidige norm voor de solvabiliteitsratio te heroverwegen en deze te bezien in samenhang met de overige financiële kengetallen en de financiële positie van de gemeente als geheel. Dit vraagt om bestuurlijke besluitvorming.
4.1.5. kostendekkendheid heffingen
We streven naar een 100% kostendekkendheid voor alle gemeentelijke heffingen. Dit vraagt om een grondige externe analyse van alle heffingen en een doorlooptijd van circa 3 jaar om deze 100% kostendekkendheid te bereiken.
4.1.6. project “Stofkam budgetten”
In de begroting 2026-2029 is reeds een doorlichting van de gemeentebegroting opgenomen en heeft als doel een beter zicht op de lopende budgetten te krijgen en 200K te besparen. Het project “Stofkam budgetten” is hierop een vervolg om een significante bijdrage te leveren aan het structurele financiële tekort van 5 miljoen zoals dat uiteen is gezet in hoofdstuk 3.1.
4.1.7. Aandachtspunten vanuit financieel toezichthouder Provincie Drenthe
Bij de uitwerking van de Programmabegroting 2027 wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit de Begrotingscirculaire 2027-2030 van de provincie Drenthe in haar rol als financieel toezichthouder. Daarbij staat het realiseren van een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting centraal. De provincie geeft aan dat een eventueel tekort uiterlijk in 2030 structureel moet zijn opgelost en dat geen sprake mag zijn van een opschuivend financieel perspectief. Daarnaast vraagt de provincie aandacht voor een realistische begroting, een zorgvuldige verwerking van ontwikkelingen in het gemeentefonds en de jeugdzorg, een uitvoerbare investeringsplanning en een concrete onderbouwing van bezuinigingsmaatregelen. Deze uitgangspunten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de begroting 2027 en de meerjarenraming. De raad heeft hierover eerder een brief van de provincie ontvangen bij de vaststelling van de Programmabegroting 2026, waarin deze uitgangspunten en het provinciale beoordelingskader nader zijn toegelicht.